241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Ik zoek een lijstje om een kaartje van wat hertjes in te doen. Ik vind ergens in een doos precies het juiste formaat. In het lijstje zit mevrouw de Boer. Of althans: een afbeelding van, uiteraard. Ik ken mevrouw de Boer niet zo goed, dus wip haar gezicht uit het lijstje. Er valt een andere foto uit. Erop staan een jonge vrouw en man met witte anjers op hun jasjes. Lijkt me van verloving, niet van verzet, gezien de glimlachen op de gezichten (alhoewel de meneer een beetje een sarcastisch grimas trekt).


Er bekruipt me een onbeduidend schuldgevoel. Ik herinner me mevrouw de Boer. Uren heb ik naast haar gezeten, in haar aanleun woning, midden in de drukke schilderswijk. Het rook muf, naar oud parfum en wasverzachter. Het geluid van de zuurstofmachine constant op de achtergrond. Op de tv een soap.



Heel veel over haar leven heeft ze me niet verteld. Ze had veel gedronken en gerookt, daarom had ze nu COPD. Haar ex man zat in een bejaardentehuis. Daar had ze niet veel mee. Ze had sowieso niets met mensen. Des te meer met haar kinderen. Op de bovenranden van de muren van haar kleine woonkamertje prijkten zij. De honden. Verschillende herdershonden, waarvan één de allerliefste was, maar ik ben de namen vergeten. Ook de naam van het epileptische keeshondje dat ik kwam uitlaten (vrijwilligerswerk voor de dierenbescherming) ben ik vergeten. En dat terwijl het haar alles was.

Over het algemeen klaagde mevrouw de Boer voornamelijk, maar als het over haar hondje ging, straalde ze. Toen het steeds slechter ging, namen de zorgen over het beestje de overhand. “ Van mij hoeft het niet meer, maar wie moet er voor het hondje zorgen?” Het hondje kwispelde, regen tikte tegen de ramen, Marokkanen gooien stenen naar de tram. Het geluid van de zuurstofmachine. De tranen van mevrouw de Boer.

Nadat ze een keer weer in het ziekenhuis had gelegen, vertelde ze me dat ze de Dood had gezien. Een grote zwarte man had aan haar bed gestaan. Ze was bang om te sterven, en huilde zachtjes.

Een tijdje later was haar crematie. Het was met stip de meest deprimerende dienst die ik ooit meegemaakt heb. Naast mij waren er vier andere hulpverleners. En er was de kerk. Mevrouw de Boer was bang en eenzaam in haar laatste dagen en op één of andere manier is de kerk daar altijd als de kippen bij. Opeens werd er gesproken over God en een bekering, terwijl mevrouw de Boer de minst religieuze persoon was die ik ken. Om het af te maken hadden ze een grote krans met religieuze tekst op het lint bij de kist neergelegd. Ik kan me herinneren dat dit mijn poging tot serieus rouwen ernstig in de weg zat, omdat ze echt een grove spelfout hadden gemaakt. Ik weet het niet zeker, maar volgens mij was het: “De Heer lijdt mij”. Een kwalijke zaak.

En nu wip ik dus haar gezicht uit een lijstje en realiseer me dat de kans bestaat dat ik de enige ben die nu nog aan haar denkt. Dat vind ik treurig. Ze was weliswaar niet meer de prettigste persoon om bij te zijn, maar hoeveel ze van haar hondje hield, betekent dat ze liefde kon voelen. En eenzaamheid, pijn en angst. Ze heeft me de foto gegeven toen ze wist dat ze ging sterven. Het was één van de weinige foto’s die ze van zichzelf had. Ik zoek een ander lijstje voor de hertjes.

In Euroland kosten alle producten één euro. In landen waar ze geen euro's maar ponden of dollars hebben, kosten diezelfde producten in de Poundstore of 99c store een pond of een dollar. Als ik reis door vreemde landen zoek ik in iedere stad naar die winkel. Hij is er altijd. Liever nog dan de toeristische highlights, de cathedralen of de musea bezoek ik de Euroland. Een galerie wil ik nog wel eens aan voorbijlopen, maar als ik een troepwinkel tegenkom, zoals dit genre etablissement is gaan heten, schiet ik altijd even naar binnen. Want ook al zijn deze winkels overal hetzelfde, het assortiment is telkens anders. Ieder land importeert zijn eigen scala aan goedkope rotzooi.

Plastic rings from Euroland

Foto door Dirk Vis

Vaak hebben deze producten behalve hun directe functie een tweede laag. Een pistool is ook een dolfijn, een pennenbak maakt ook geluid, een globe is ook een stressbal, etcetera. Het is die tweede laag die ze zo mooi maakt. Waardoor ze, ook als ze nooit gebruikt worden, toch al bijzonder zijn. Alsof ze die tweede laag hebben als excuus voor hun goedkope uiterlijk. Ik verzamel die tweede lagen. Met die tweede laag verwonderen ze, zijn ze stille getuigen van dat de wereld ook heel anders had kunnen zijn. Ik vind het leuk om me voor te stellen, dat er een wereld is, waarin deze rare producten de dienst uitmaken, waarin alle pistolen inderdaad dolfijnen zijn. En roze. Of waarin alle pennenbaken praten.

Ze worden in groten getale verkocht. Ze worden gemaakt om geld mee te verdienen. Voor de makers bestaan geen andere motieven (geen noodzaak, geen heiligheid, etcetera). Deze producten zijn veelvoorkomende dingen met nauwelijks consequenties. Precies het omgekeerde dus van wat in de economie heet een zwarte zwaan: een onwaarschijnlijke gebeurtenis met grote consequenties.

Maar net als in volkskunst en folklore zoeken ze op een directe en pretentieloze manier toch contact met mysterieuze zaken. Het zijn de meest onmysterieuze voorwerpen die er zijn: stressbal, liniaal, notitieboekje, maar toch is wonderbaarlijk hoe raar ze zijn. Waarom een stressbal in de vorm van een globe? Per ongeluk zeggen ze vaak heel mooie dingen. Er is een vlinder die op zonne-energie ronddraait: het mechaniek om de vlinder te laten vliegen is groter dan de vlinder zelf.

Voor slechts 1€ heb je iets dat is bedacht, geschetst, ontworpen, inelkaar gezet, verscheept, verpakt, uitgestald, etcetera. De spulletjes zijn alledaags èn absurd (een combinatie waar de beste absurdist jaloerst op kan zijn). Ik neem geregeld 1€-producten mee naar huis om ze als attributen te gebruiken in korte verhalen. Maar ze zijn ongetwijfeld even goed te gebruiken als inspiratie voor animatiefilms, designmeubilair, striptekeningen, muziekstukken en ga zo maar door.

De laatste tijd kijk ik zelfs extra goed naar deze rotzooi. Want met 3D-printen kunnen we de meeste voorbeelden straks zelf printen. Ongetwijfeld blijven eurowinkels bestaan, maar of hun producten dan nog zo inventief, fantastisch en verrassend zijn? Daarom verzamel ik ze en de collectie vormt een zwanenzang op de 1€-producten. Want het is nu misschien moeilijk voor te stellen, en het is al helemaal geen probleem, maar ze zullen verdwijnen.

Als je de plastic bol oppakt en schudt verandert de wereld erbinnen, ondanks de helblauwe hemel, in een sneeuwlandschap. Sneeuwstormen heten ze, maar ze zijn ook bekend als sneeuwballen, sneeuwbollen, sneeuwhuisjes, sneeuwstolpen, schudballen, schudbollen of waterballen. Elke naam benadrukt weer een ander aspect van het voorwerp: schudden, bol, water of sneeuw. De eerste was te zien op de wereldtentoonstelling in Parijs in 1878. Daar waren ze van glas. En de sneeuw bestond niet uit plastic maar uit schilfers rijst, porselein, beenderen of was. Sinds die tijd zijn ze uitgegroeid tot een waar verzamelobject, soms zie je vensterbanken vol. Ook kom je ze tegen in de kringloopwinkel. Maar waarom sneeuw? En waarom verzamelt iemand dit en dankt ze vervolgens af?

Schud ermee en je weet genoeg. Iedere stolp herbergt een kleine, afgepaste wereld waarin de tijd stil staat en alles altijd hetzelfde blijft. Waar je datgene wat je in de grote wereld hebt gezien, dat moment, die belevenis, dat gebouw voor eeuwig zo zult zien. Die kleine wereld is van jou. En juist omdat hij van jou is, kun je hem ook veranderen. De sneeuwstorm die je op gang brengt, is daar slechts het symbool van. Voorbij je herinneringen kunnen je gedachten verder reizen. Verder dan dat ene moment. Voorbij de blauwe lucht en het naambordje naar de einder, daar waar de sneeuwvlokken vandaan komen.

Beter dan ansichten te kopen of foto’s te maken, worden sneeuwbollen verzameld. Bij thuiskomst blijkt de waarde. Het kijken naar de sneeuwhuisjes haalt niet alleen herinneringen op, maar de verzamelaar blijft door zijn gedachten altijd op reis. Met één beweging van zijn hand is Parijs voor hem niet alleen de Arc de Triomphe en de Notre Dame meer, want daar, achter die rechtertoren, begint zijn Parijs. De stad van zijn dromen. Ook de reis die hij ooit maakte naar Canada en de Verenigde Staten gaat nog immer verder. Voorbij de gevangen monumenten van St. Louis, Minneapolis, Toronto en Montreal. Zelfs voorbij de idyllische kust van Nova Scotia. Verder, altijd verder, naar gebouwen die nooit zullen bestaan, bossen die allang verdwenen zijn en plekken die alleen hij kent.

Maar op een dag, geven de bollen hun ware identiteit prijs. Het goedkope plastic begint te scheuren. Het eens doorzichtige water raakt vertroebeld, begint te verdampen en blijkt een kleverig goedje vol chemicaliën. De dansende sneeuwvlokken kunnen het ritme niet meer aan en blijven als vieze plastic zakjes op de bodem liggen. De verzamelaar is niet overtuigd van zijn verlies, pakt de sneeuwstormen nog een keer op, kantelt zijn hand en ziet dan dat al zijn dromen eigenlijk uit Hong Kong komen.

Grand Tour souvenir: schilderij van vulkaan
Grand Tour souvenir, diverse items
Grand Tour souvenir: schilderij van vulkaan

De Grand Tour, een ontdekkingsreis naar de klassieke oudheid, kunsten en sociale omgangsvormen was vooral populair bij de Britse adel en notabelen. De universiteiten van Oxford en Cambridge verloren in de 18de eeuw veel aan kwaliteit en de aristocratie stuurde hun zonen na Eton daarom liever op reis. De opgedane kennis en levenservaring moest de jonge mannen –en vanaf de 19de eeuw ook vrouwen- voorbereiden op sleutelposities in het openbare leven. De meeste reizigers waren jonger dan 20 jaar; jongens dus, die hun wilde haren nog moesten kwijtraken: de eerste liefdeslessen en gokken hoorden ook bij de reis.

Parijs en met name Italië waren de belangrijkste bestemmingen van de Grand Tour. Het reizen was tijdrovend en er stond veel op het programma. De Grand Tourist was 6 maanden tot vaak 2 jaar onderweg. Het Carnaval in Venetië, het Paasfeest in Rome of een uitbarsting van de Vesuvius, niets wilde men missen.

Om de Tour in goede banen te leiden, kreeg de jonge reiziger een bearleader (gouverneur/ voogd) mee. Meestal was dit een man die al vaker in Italië was geweest en de jonge Milord wegwijs moest maken. Afhankelijk van budget en reisduur had de reiziger ook de beschikking over een of meerdere kamerheren en een koetsier. Veel reizigers huurden ook lokaal personeel in zodat tenminste iemand zich verstaanbaar kon maken. Buitenlandse relaties van hun ouders of lokale gidsen en handelaars in antiquiteiten zorgden voor rondleidingen en introducties.

Grand Tour souvenirs

De Grand Tourist deed gedurende zijn reis vele indrukken op. Teveel om zich alles bij zijn terugkomst te herinneren. Menig reiziger schreef daarom brieven naar huis of maakte een reisverslag.

Er werden ook souvenirs aangeschaft die tastbare herinneringen vormden aan de reis. Soms waren dit originele antiquiteiten. Maar de Grand Tourist kocht ook (schaal)modellen van kunst- en bouwwerken, beelden in brons of marmer, prenten, tekeningen, schilderijen en daktyliotheken die voor dit doel werden gemaakt.

De souvenirs gaven de reiziger status, dienden -eenmaal thuis- als ‘conversation pieces’ tijdens diners met relaties, vrienden en familieleden en illustreerden de opgedane kennis. Ze werden ook gebruikt in het kunstonderwijs en kregen grote invloed op de ontwikkeling van kunst en architectuur. Alle belangrijke kunstacademies beschikten in de 19de eeuw over een collectie beelden in gips, afgietsels van beroemde beelden uit de oudheid.

Grand Tour Souvenir: Hercules Farnese
Grand Tour Souvenir: sculpture
Grand Tour Souvenir: model van tempel

Ik ga naar een stiltehuis om vier dagen te zwijgen. Ik ben al weken zenuwachtig. Volgens een vriendin zal ik alleen maar aan seks denken, want een vriendin van haar werd tijdens een soortgelijk verblijf overvallen door lustgevoelens die de hele retraite bleven woeden. Zelf ken ik ook twee voorbeelden van stiltezoekers die ten prooi vielen aan erotische fantasieën over mede-zwijgers. In het ene geval mondde dat uit in een wilde vrijpartij na afloop, in het andere in een huilbui uit teleurstelling toen de stilte werd verbroken met een banale openingszin.

Voorlopig stel ik mij een kluizenaarsverblijf voor, zonder anderen, dus over opspelende hormonen maak ik mij niet zulke zorgen. Ik zit op de heenreis vooral in de rats over de ontmoeting met de gastvrouw. Stel dat alles meteen woordloos moet, of met het absolute minimum aan woorden? Ik voel mij een woordverslaafde die zich overlevert aan een harde kuur, want ik ben een absolute beginner als het aankomt op de omgang met stilte in gezelschap. Ongetwijfeld zal het niet hetzelfde zijn als domweg niet praten. Ik probeer mezelf gerust te stellen. Ik ben normaal, en normale mensen praten elke dag. Ik ben dus al zo’n dertig jaar aan het woord, hoewel ik natuurlijk mijn best doe om ook nu en dan te luisteren. Het is niet raar dat het vooruitzicht van de stilte mij enige angst inboezemt.

Bij aankomst blijkt alles vreemd gewoon. Er is een rinkelende bel, de gastvrouw steekt haar hand uit, zegt haar naam. Na een rondleiding volgt de uitleg van de dagelijkse rituelen: behalve de permanente solo-stilte zijn er drie gezamenlijke stille maaltijden en twee gezamenlijke stiltemomenten van een half uur per dag. ’s Avonds desgewenst gelegenheid tot een gesprek. Ik ben de enige gast en zit naast gastvrouw A aan een reusachtige tafel, berekend op een stuk of twaalf zwijgers. Als we gaan lunchen begint de stilte. Dat wil zeggen: de verbale stilte. Onze lichamen grijpen het gebrek aan conversatie aan om zich luidruchtig te manifesteren. Ik hoor mijn kaken malen en mijn slikspieren klokken, afgewisseld door incidenteel gedempt bulderen van de ingewanden.

Ik dacht dat ik een volleerde eter was, maar nu blijkt maar weer eens dat alles wat je met volle aandacht doet zijn vanzelfsprekendheid verliest. Wanneer is een hap eigenlijk voldoende vermalen om doorgeslikt te kunnen worden? Hoe groot moet een hap zijn? Van een grote hap fruit blijft na vermaling niets over, maar een hap compact, zelfgebakken brood neemt in de mond schrikbarend aan volume toe. Zou het een belangrijke functie van de menselijke conversatie kunnen zijn om ons af te leiden van het rumoer van onze lichamen? Ik ben mij zeer bewust van A links van mij, en houd haar ritme feilloos in de gaten. Wij gaan vrijwel gelijk op bij het eten van onze broodjes. Ik ben langzamer met kauwen, maar zij doet langer over de keuze van beleg. Ik neem A’s handelingen waar vanuit mijn ooghoeken. Zo’n scheve blik is een krachtsinspanning die niet eindeloos valt vol te houden, dus af en toe ontsnappen de pupillen en maken een verkenningsvlucht.

Mijn ogen reizen dan bijvoorbeeld tot en met haar bord, waardoor ik kan zien wat er op haar brood zit en hoe ver zij daarmee is. Als ik een glijdende blik aanhoud die niet te lang blijft hangen durf ik tot halverwege de ellebogen en de oksels te kijken.Voorbij het bord voel ik een grens: daar begint het verboden terrein van het bovenlijf, en daarboven het gezicht waar het eten heen gaat en verdwijnt.

Pas als ik A met drie woorden thee aanbied durf ik eindelijk oogcontact te maken. Zou je pas naar iemand mogen kijken als je ook woorden uitwisselt? Misschien praten mensen voornamelijk om naar elkaar te mogen kijken.

Column over een verblijf in een stiltehuis, gepubliceerd in online kunsttijdschrift LUCY van CBK Utrecht op 30 augustus 2011