241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Johan van Oord (1950) staat vooral bekend om zijn composities zonder sporen van emoties. Hij maakt geen landschappen of stillevens, maar abstracte bijna mathematische schilderijen.

Zonder talent geen kunstonderwijs.

Talent is aangeboren. De ontvanger ervan verkeert in een staat van genade.

Het lijkt in dat opzicht op het aangeboren koningschap, dat net als het talent buiten categorieën van rechtvaardiging staat. En net zoals het koningschap subversief is ten opzichte van de democratie, is het getalenteerde kunstenaarschap dat ten opzichte van de maatschappij.

Een constructief soort van subversiviteit. Eerst ondermijnt het waarneming en kennis, om daarna in de vrij gekomen ruimte het fundament te leggen voor hernieuwd waarnemen en denken.

Magritte’s schilderij ‘l’Etat de grace’, is een verbeelding van talent.

We zien hier het absurde samentreffen van een zwevende rokende sigaar met een fiets die er bovenop staat. Op het sigarenbandje een uil.

Wijsheid in een ongekende luchtigheid met als riskant reisdoel: het domein van nieuwe betekenissen.

Talent bevat vermogen en verlangen.

Om vat te krijgen op deze mysterieuze substanties, worden ze in het hedendaagse kunstonderwijs uitgedrukt in competenties, die de bakens zijn voor studenten en docenten, bij de zoektocht naar de startkwalificaties.

Maar een mysterie laat zich nooit geheel vangen in formules, en ingrediëntenlijstjes.

Als kunstopleiding moet je het willen doorgronden, maar je moet erkennen dat er factoren zijn waar je geen vat op krijgt, en dat het juist dezen zijn die je bloed sneller doen stromen, je doen wankelen in je overtuigingen, en je tot herbezinning van je curriculum dwingen.

Een Academie die de gevoeligheid en het instrumentarium hiertoe bezit, kan talent tot bloei brengen.

Door ‘maar wat aan te rotzooien’, zonder besef van competenties, kan een geweldig oeuvre ontstaan.

Talent licht op.

Letterlijk en figuurlijk.

Een beroemde getalenteerde die letterlijk oplicht is Mr. Ripley.

Zijn verlangen naar een andere sociale status is zo sterk, dat zijn talent tot zinsbegoocheling hem in staat stelt de wereld om zich heen zo te herscheppen, dat zijn ambities gerealiseerd worden. Waar dat niet lukt leidt dat excessen; hij slaat aan het moorden.

Riply is een dwaallicht.

Het talent waar wij ons mee bemoeien, werpt nieuw licht op situaties die zijn gehuld in de nevel van conventies. Ook dit talent moet kunnen moorden: de slachtoffers zijn

‘his/her darlings’.

Talent is gewelddadig en geweldig.

Talent is een lust en een last.

Bij de geboorte van het talent is de academie niet aanwezig.

Bij de ontwikkeling ervan echter is de KABK prominent aanwezig, door lusten met lasten te verzoenen, en het gewelddadige constructief te maken.

Dat is een Koninklijke missie.

Werkendam, 29 mei 2007.

De schilderkunst is een van de weinige gebieden waar het letterlijke volkomen kan samenvallen met het figuurlijke.

Dit samentreffen van feitelijkheid met metaforiek is een van de unieke karakteristieken van het werk van Johan van Oord. Hij beschouwt het schilderij als een doos waar dingen in kunnen. Geen afbeeldingen van appels of landschappen, maar schilderkunstige feiten als cirkels die van nature uit de kwast voortkomen, en dan natuurlijk in één kleur. Hij huldigt het adagium van Magritte, dat het mysterie in de feiten schuilt. En net als Magritte verafschuwt hij de abstractie. En net als Magritte verafschuwt hij het ‘artistieke’ gebaar, de ‘gevoelige toets’ de projectie van emoties.

De feiten zijn letters. De ambitie is, om er beelden van te maken die gelijkzaam letter zijn en schilderij. Die even beeldopwekkend zijn als taalopwekkend. Portretten van letters die de abstractie van de letter vermoorden.

De letter die zich vrijgemaakt heeft uit het alfabet, en de schoonheid van zijn nieuw verworven eenzaamheid voorstelt aan de beschouwer.

Hij doet dat eerder als een architect/timmerman/huisschilder dan als een kunstschilder. Eenvoudig door een bouwwerk van een letter te ontwerpen dat in de gegeven ruimte van het doek, de doos past, en dat ontwerp dan vol te maken met verf met alle precisie en vakmanschap die een goede huisschilder tot zijn beschikking heeft. Het is ‘vakwerk’ in de tegenstelling tot ‘artistiek’ werk, met als enige wens om iets volmaakts te maken. De volmaaktheid die alleen in een kunstwerk kan bestaan.

Volmaaktheid door vol te maken.