241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Een piëta (in het Italiaans ‘pietà’, wat ‘compassie’ betekent) is een voorstelling van Maria, rouwend bij de overleden Jezus Christus. Een wanhopige moeder met haar vermoorde zoon. Deze voorstelling blijft tot op de dag van vandaag urgent in de beeldende kunst. We hebben hier een selectie gemaakt van de beelden die ons zeer troffen.
South West Peta (Arizona)
early 14th century German Pieta
Venice, in the streets
Joseph Beuys, Pieta, 1952, steel relief with black patina

Matthew Day Jackson
Stephan Balkenhol
Jacques Frenken
Erzsébet Baerveldt: Pietà, 1992.
Jan Fabre
koekoeksklokken in de huiskamer

Vrijwel iedereen kent hem wel: de koekoeksklok. Dat huisje aan de muur, druk versierd met bladwerk, vogels en of andere dieren. Er hangen twee gietijzeren gewichten onder, in de vorm van dennenappels en de houten slinger is ook meestal voorzien van een blad.


Kinderen waren -en zijn- er dol op. Elke keer opnieuw komt het vogeltje vanachter zijn deurtje vandaan om buigend en snavelklappend, soms ook nog zijn vleugels bewegend, het aantal uren met zijn geroep aan te geven.
Ooit waren deze klokken buitengewoon populair, maar geleidelijk aan is dit minder geworden. Steeds meer won de gedachte terrein dat ze kitscherig waren en dat het eigenlijk niet ‘bon ton’ was om zo’n klok in je interieur op te hangen. Een Zaanse of Friese klok of een Franse comtoise aan de muur, dát was pas chic. De koekoeksklok werd in veel gevallen naar de gang verbannen en kwam uiteindelijk op zolder terecht en van daaruit niet zelden in de vuilnisbak!

Hoezo kitsch? Toegegeven, er zijn veel, ook naar mijn smaak, lelijke koekoeksklokken gebouwd. Het houtsnijwerk werd geleidelijk aan steeds minder verfijnd en bovendien ook steeds vaker in schreeuwerige kleuren uitgevoerd. Het woord lelijk is hier voor mijn gevoel prima op zijn plaats, maar kitsch? Nee.


Bij kitsch denk ik aan al die zogenaamd ‘oudhollandse’ Zaanse en Friese klokken, zoals die sinds de jaren vijftig steeds vaker verkocht werden en die nu nog steeds in enorme hoeveelheden in bejaardenhuizen de muren ‘sieren’. Op die klokken is het begrip kitsch van toepassing omdat zij samengesteld zijn uit onderdelen die overal vandaan komen, met hun kasten van multiplex of spaanplaat, hun acht dagen lopende uurwerkjes uit het Zwarte Woud en hun gegoten koperen sierstukjes met daarop de tekst: ‘Nu elck sijn sin’.


Een authentieke Zaanse klok bestáát wel, maar is meer dan een halve meter groot, het zware peervormige gewicht aan een koord moet tweemaal per dag opgetrokken worden en de klok kost zo’n slordige tienduizend euro. Maar dan heb je ook wel een exemplaar dat gebouwd is rond het jaar 1700!

Zaanse klokken


De meeste ‘geleerden’ gaan er tegenwoordig vanuit dat de koekoeksklok rond 1730 is ‘uitgevonden’ door Franz Anton Ketterer in Schönwald in het Zwarte Woud. Van tijd tot tijd werden er in bestaande typen klokken twee ‘orgelpijpjes’, met daarop kleine blaasbalgjes, ingebouwd. Een mechaniekje tilde deze balgjes elk halfuur na elkaar op en omdat ze onderling een terts of een kwart in toonhoogte verschilden, was de ‘koekoeksklok’ geboren.


Het bekende huisjesmodel ontstond pas veel later, zo rond 1860. De baanwachtershuisjes die hier en daar langs de kort tevoren in het Zwarte Woud aangelegde spoorlijnen verrezen, stonden model voor dit nieuwe type klok, dat in liefhebberskringen daarom ook wel wordt aangeduid als ‘Bahnhäusle’. Dit waren nog steeds vrij sober uitgevoerde klokken. Er wás al wat houtsnijwerk aan en op te vinden, maar vanaf zo rond 1880 werd een en ander geleidelijk aan veel ‘rijker’ en kwam het in veel meer uitvoeringen en afmetingen op de markt. Ook werden sommige koeksklokken voorzien van nóg een vogeltje: de kwartel. Die roept elk kwartier een keertje vaker en op het hele uur roept de koekoek daarna nog eens het aantal uren dat de wijzers aangeven. Ook zijn er nogal wat koekoeksklokken voorzien van een speelwerk(je). Na het roepen van de koekoek klinkt dan bijvoorbeeld nog de melodie ‘Edelweiss’ of ‘Der fröhliche Wanderer’ of een gedeelte uit ‘Eine kleine Nachtmusik’ van Mozart om maar eens wat te noemen.

Ook bijzonder is dat de koekoeksklok sinds de begintijd met alle meubelstijlen meegegaan is: er zijn ‘Biedermeier-koekoeksklokken’, prachtige uitvoeringen met Jugendstilkenmerken, Art Deco-klokken, maar ook ‘moderne’ uit de jaren zestig en zeventig.

Tegenwoordig worden veel koekoeksklokken voorzien van een batterijuurwerk, met ‘siergewichten’ en dito slinger van plastic. Het -net echte- koekoekgeluid, geplaatst op een chip, komt dan uit een luidsprekertje in de klok. Wanneer men bij dit laatste van kitsch wil spreken kan ik mij dat overigens wel voorstellen. Maar………de koekoek is nog steeds niet uitgeroepen en er worden nog ieder jaar zo’n half miljoen exemplaren gebouwd in hun ‘geboortestreek’: het Schwarzwald in Zuid-Duitsland. En niet, zoals zoveel mensen denken, in Zwitserland en/of Oostenrijk!
de logeerkamer bij Henk Valk


kinder klokken
Brahmanen en deelnemers aan een "Râmlila"(godsdienstig spel) der Britsch Indiërs in Suriname. Uitgave Zendingsgen. Evang. Broedergemeente - Zeist

Haarnack, in Suriname geboren maar in Nederland getogen, beheert zijn collectie vanuit de zesde verdieping van een chique appartementencomplex in het oosten van de stad met uitzicht op wat ooit het havengebeid was. Dit is waar ik en Nahuel Blaton, mijn collega antropoloog in de kunst, voor het eerst in aanraking kwamen met de muffige geur van de duizenden zeldzame boeken, de meer gangbare publicaties en de massaal geproduceerde ansichtkaarten; een stille lapidarium gewijd aan alles wat te maken heeft met Suriname.

Kapperswinkel. No. 126 Uitgevers Kersten & Co, Paramaribo

Toen Nahuel Blaton en ik we onze eerste bezoek brachten aan Haarnack’s collectie, oftewel de natte droom van de bibliofiel, was het vooral zijn fantastische verzameling ansichtkaarten die ons opviel en ons de inspiratie gaf voor een gezamenlijke tentoonstelling. We bladerde door allerlei gefotografeerde onderwerpen: villa’s, infrastructuur, gebouwen in Paramaribo, stadgezichten, de haven van Paramaribo, kerken, schijnbaar nonchalante straatscènes, maar ook exotische vruchten en landbouwproducten. Wat ons echter het meest boeide waren de afbeeldingen van mensen. Deze waren meestal netjes onderverdeeld in etnische en sociale groepen; zo zag je ‘Indianen’, ‘Bosne(e)gers’, ‘Stadscre(o)olen’, ‘Britse Indiërs’, ‘Hindo(e)stanen’ (minder correcy bekend als: ‘Koelies’), Javanen en Chinezen.

Paramaribo. Een Neger jongen No. 2 3de Serie,. Uitg. Bromet & Co., Paramaribo

Veel van deze ansichtkaarten zijn ondertekend door ene Eugen Klein. De in 1869 in Mannheim geboren Klein verhuisde in 1890 naar Suriname om daar een professionele fotostudio te beginnen. Zo’n dertig jaar lang, tot hij in 1927 in Paramaribo overleed, was hij de meest actieve fotograaf van alles in Suriname, met zijn meest productieve periode tussen 1900 en 1905. Zijn weduwe, Louisa Schrader, en haar kinderen gingen door met de fotostudio aan de Domineestraat C35, op de hoek van Vaillanstplein in Paramaribo, tot aan de Tweede Wereldoorlog.

Een aantal van zijn foto’s zijn gemaakt in opdracht van de grootste evangelische broedergemeenschap in Suriname: de zogenaamde Herrnhutter broedergemeenschap, genoemd naar hun eerste kolonie, Herrnhut (‘unter des Herrn Hut’—onder bescherming van de heer) in Saxon, Duitsland. De rol van de Herrnhutter’s in Suriname was tweezijdig.

148. Voorname Br. Indiërs. Uitgevers: C. Kersten & Co. Paramaribo

Aan de ene kant voerde zij een ongetwijfeld welwillend programma uit van onderwijs en alfabetisering ten goede van de sociaal-economische vooruitgang in het ondoordringbare binnenland van Suriname. Aan de andere kant speelde zij ook een grote rol in de ‘pacificering’ van de ‘heidense’ bevolking.Dit werd, zoals typerend voor de religieuze zeitgeist, vooral geuit door de strijd tegen ‘immoreel’ samenleven, de nadruk op arbeidsethos en op het volgen van een sedentaire levensstijl. Van grootst belang was, natuurlijk, de bekering van de verschillende groepen Bosnegers en Indianen. Het is aannemelijk dat Klein door de Hernhutter broedergemeenschap in Suriname als onderdeel van een politiek agenda werd ingezet om de koloniale autoriteiten en de geldstrekkers in Europa te overtuigen van hun succes en van de noodzaak van hun aanwezigheid.

Suriname. Jong Volk. Eigendom Eugen Klein, Paramaribo No. 189 (cancelled 15-12-1911)

Kijkend naar de letterlijk honderden portretten en groepsportretten werden we er langzaam van bewust dat we naarhet gefragmenteerd beeld keken van een bevolking in het stadium van voordat het de natie zouden worden van vandaag.

Raswantia, Britsch Indische in gala. Eigendom van Eugen Klein, Paramaribo No. 175 (cancelled 23-7-1910)

Het maken van foto’s werd makkelijker door de introductie van fotofilm in 1871, waardoor het zelfs in het tropische klimaat van deze Nederlandse kolonie een relatief eenvoudige bezigheid werd. De steeds groeiende economische en politieke belangen gecombineerd met de steeds hogere frequentie bezoekende, wonende, en werkende Nederlanders zou uiteindelijk leiden tot een onvermijdelijke explosie in de ansichtkaartenindustrie. Vrienden en familie konden nu visuele documentatie ontvangen van de exotische verre landen waar de verzenders verbleven. Massaal geproduceerd en verspreid, waren deze kartonnen plaatjes bedoeld voor de blanke, stedelijke burgerij in het Vaderland.

: Suriname. Indiaansche Kamp (de Cassave plant bereidende). No. 18 3de Serie. Utg. Bromet & Co. Paramaribo (cancelled 13-1-1902)

Geen onderwerp was populairder dan de exotiseerdeen geërotiseerde volkeren die dit afgelegen deel van het koloniale rijk bevolkten. Tegelijkertijd zijn deze, ethisch gezien, de meest problematische. Want in de praktijk komt men allerlei vormen van onderwerping tegen, te zien in de houdingen die de gefotografeerde nemen, maar ook in de overbodige bijschriften die ze beschrijven. “Vier generaties Indianenvrouwen”, “Chinese man met zijn Creool vrouw”, “Koelie in Paramaribo”, “Groep bosnegers”, “Creool schoonheid”.

Suriname. Hindoepriesters. Uitgave Zendingsgen. der Evang. Broedergemeente – Zeist

Alle individualiteit wordt ontkent door deze bijschriften zodat elk individu enkel nog als voorbeeld dient voor de categorie waartoe hij behoort. Vaak zijn subtiel op de achtergronden weelderige bossen te zien die een omgeving van maagdelijk oorspronkelijkheid suggereren, en daarmee impliciet het primitivisme van het onderwerp. De voorwerpen die ze dragen en vasthouden –kalebassen, pijlen, bogen, veren—zijn in zoverre stereotiep dat het niet zou verbazen als deze door de fotograaf zelf in scene zijn gezet.

De kracht van deze briefkaarten ligt mogelijk in het gevoel van vervreemding die deze portretten oproepen. Een gevoel van vervreemding dat ergens te vinden is tussen hetduidelijk verleden dat hier wordt uitgebeeld en het paradoxale besef dat dit verre verleden in feite onaangenaam dichtbij ligt.

Deze documenten van verbijsterende duidelijkheid uit een niet-zo-ver verleden getuigen van de fotografische gewoontes van productie, verspreiding, en consumptie die ertoe leidden dat grote delen van de wereldbevolking gereduceerd werden tot geobjectiveerde etnografische exhibities.
Bok Lokrodimedjo (Javaansche). Eigendom Eugen Klein, Paramaribo No. 185

In de context van onze hedendaagse politiek correcte maatschappij waarin wij op beleefde wijze verontwaardigd zijn over een geschiedenis wat, in alle eerlijkheid, onze erfenis is worden wij terecht verontrust en in verlegenheid gebracht door deze afbeeldingen. In het publieke discours zowel als op individueel niveau hebben wij nog altijd te maken met dit onaangenaam verleden. Daarbij zouden we, indien we niet opletten, mogelijk door de toekomstige generaties alsnog worden gezien als medeplichtig in de consumptie van beelden die de mondiale politiek van uitbuiting en ondrukking ten grondslag liggen.

Laten we dus dankbaar zijn voor de individuen en de instituties die zich wijden aan het behoud van materiaal uit voormalige kolonies, andere denkwijzen en vroegere tijden. Ik zou iedereen aanraden zich aan te melden voor de blog van Buku over boeken en andere eclectica. Het enthousiasme van meneer Haarnack voor alles Surinaams zal even besmettelijk blijken als voor ons, antropologen in de kunst.

www.buku.nl

Suriname. Drie ferme jongens! Typen uit het Boschland. Uitgevers: C. Kersten & Co. Paramaribo (cancelled 8-5-1928)

De aanschaf van mijn eerste digitale camera, betekende direct het einde van enige terughoudendheid op het gebied van foto’s maken. Het was het begin van mijn transformatie tot fulltime Japans toerist, continu klikkend bij alles wat in de verste verte ook maar enigszins interessant zou kunnen zijn. Dit resulteerde in eindeloos veel foto’s van vertederende poesjes op straat, vrouwen met dikke billen die voor je lopen, jezelf in elk denkbare setting van deze wereld, iedereen waar je langer dan vijf minuten mee gepraat hebt en foto’s van je eigen op bed liggende benen in een hotelkamer. Opeens had ik eigenlijk van alles een foto. En dat lijkt natuurlijk heel leuk, maar dat is het niet.

Ik weet nog dat ik vroeger op vakantie van een maand slechts twee rolletjes mee nam van 24 foto’s. Was de rijst die in de vorm van een beertje op ons bord was geserveerd wel of niet een foto waard? Nu maak ik er gedachteloos twintig achter elkaar in de veronderstelling dat de ideale foto er vanzelf wel bij zal zitten. De euforie van het zoveel foto’s maken als je wilt is er wel vanaf, al zal ik tegelijkertijd ook nooit meer terug kunnen naar het beperkte foto’s maken met fotorolletjes, daar is het nu simpelweg te laat voor. Ik moest dus vooral een nieuwe manier vinden om met mijn digitale camera om te gaan.

Mijn eerste prioriteit was wat orde scheppen in mijn fotoarchief, dat inmiddels uit duizenden foto’s bestond. Ik besloot een Flickr-account te nemen. Voor alle mensen die onder een steen hebben gewoond: Flickr is een site waar mensen online hun fotocollecties kunnen beheren en delen met elkaar, en daarmee ook gelijk het grootste online fotoarchief van de hele wereld. Er worden per minuut ongeveer vijfduizend nieuwe foto’s ge-upload en het totale aantal foto’s is meer dan driehonderdmiljoen.

Het online zetten van mijn fotoarchief en het daarmee toegankelijk maken voor iedereen, dus ook voor mijn eventueel toekomstige geliefde (je weet maar nooit) maakte dat ik weer kritisch ging kijken naar mijn foto’s om uiteindelijk alleen mijn beste foto’s online te zetten. Er ontstond een verzameling die qua kieskeurigheid gelijk was aan die die was ontstaan als ik met rolletjes had geschoten.

Maar er gebeurde ook iets anders. Foto’s die ik puur uit verveling had geschoten, zoals de foto van mijn eigen behaarde benen die lagen op een bed met een roze bloemetjesdekbedovertrek in een treurig hotel waar ik helemaal in mijn eentje was omdat ik een dodelijk saai congres in Bergen op Zoom moest bijwonen, bleken opeens door de selectie te zijn gekomen.

Het was een foto die ik nooit gemaakt had als ik er over na had moeten denken, maar die ik op een bepaalde manier toch interessant vond door de totale treurigheid die eruit sprak.

Een paar dagen later kreeg ik een mailtje. Op Flickr heb je verschillende groepen die foto’s rond een thema verzamelen. Ik kreeg een mailtje van de beheerder van de groep ‘Sitting in my Hotel Room’ of ik de foto wou toevoegen aan de groep. Ik nam er eerst een kijkje en vond bijna tweeduizend foto’s genomen door mensen die alleen op hun hotelkamer zaten. Veel van deze foto’s waren op zichzelf hele lelijke, oninteressante foto’s. Je ziet bijvoorbeeld enkel een televisiescherm met daarboven een schilderijtje van een berglandschap of een vanuit een raam gefotografeerd uitzicht over een stad vol wolkenkrabbers. Foto’s die eruit zien alsof je ze al duizend keer gezien hebt, en veel ervan ook nog van een hele slechte kwaliteit.

Maar toch gebeurde er iets magisch, toen ik al deze foto’s bij elkaar zag. Opeens zag ik al die duizenden, miljoenen mensen voor me die elke nacht ergens ter wereld moederziel alleen die nacht doorbrengen in een anoniem hotel, met als enige gezelschap hun digitale camera. Door al deze foto’s bij elkaar te zien werd de treurigheid enorm uitvergroot, want in dit enorme fotoarchief lijkt de wereld enkel te bestaan uit eenzame hotelmensen. Tegelijkertijd heeft het een troostende werking: al die mensen zijn niet alleen, ze komen samen op deze site.

Ik vond nog een groep die aansloot bij dezelfde foto: ‘Bored Leg Cult’. In deze groep vind je voornamelijk foto’s van mensen die overal ter wereld foto’s nemen van hun eigen benen, soms staand, meestal liggend en om duidelijke redenen altijd zonder bovenlijf. Het leuke was dat deze groep de context van dezelfde foto compleet veranderde. Tussen alle hotelfoto’s werd het een treurige foto, maar in deze groep, tussen al die andere van het lijf afgesneden benen, werd hij juist vrolijk en grappig.

Al snel bleek dat ik groepen kon vinden voor bijna al mijn foto’s. Er zijn groepen voor foto’s van honden gefotografeerd als mensen; ergens achter gelaten winkelwagens; etenswaren die zichzelf opeten; poezen met hoedjes; de kleur rood; mensen met aids: je kunt het zo gek niet verzinnen of je hebt er een groep voor. En het gekke is dat elke keer als ik een foto toevoegde de context compleet veranderde. De foto staat niet meer op zichzelf maar behoort tot een reeks. Hoe anders kijk je naar de foto van mijn in een weiland achter gelaten winkelwagen als je hem ziet tussen meer dan duizend foto’s van wagens in woestijnen, zompige slootjes, prachtige stranden of hangend in bomen?

En zo ontstaat er een collectie die een enkele fotograaf nooit had kunnen maken, want wie weet er nu zoveel verlaten winkelwagens te vinden? Een collectie bestaande uit enkel foto’s die misschien wel allemaal zonder al te veel nadenken zijn gemaakt en toch met elkaar iets groters vormen.

Dineren met de president

Dat elke goede kunstenaar een thema, een terugkerend motief heeft, werd me op de academie geleerd. Series, concepten, liefst in een herkenbare stijl. Na de academie was het niet anders. Mensen kijken naar je werk en dan komt onherroepelijk de vraag: waar gaat het over?

Probeer daar maar eens een bevredigend antwoord op te geven als je niet echt van de herkenbare stijl en de archetypische thema’s bent. Ik bedenk nooit iets in theorie en voer het vervolgens uit. Ik moet leven wat ik maak. Mijn ontwikkeling gaat door werk maken. Het werk vraagt. Er ontstaat een dialoog tussen het werk en mij. Dingen vallen af, komen later weer terug, dingen verdwijnen voorgoed, dingen blijven. Als er geen vragen meer komen, is het werk af.Het werk leert mij en niet andersom. Het werk is een verhaal dat zich steeds op verschillende manieren aan je voordoet. Het thema is het verhaal dat je steeds op verschillende manieren vertelt. Ze zijn er al, zoals jij er al bent. Je moet het alleen ontdekken.

Ik laat me leiden door dat waar mijn oog op valt. Waar mijn liefdes liggen, verdriet, verwondering, angsten. Zonder me af te vragen of het binnen mijn thema valt. Zolang je trouw blijft aan jezelf valt alles wat je roert binnen het thema. Ik ben het thema. Dit is mijn wereld.

Een van de dingen die ik doe is verzamelen. Waarom ik een verzameling begin, kan ik van tevoren nooit zeggen. Ik verzamel zonder me druk te maken of wat ik verzamel binnen mijn werk valt. Dat komt later pas. Of niet. Ook goed.

Dit is mijn verzameling ‘Dining with Presidents’.Dertig borden uit serviezen waar Amerikaanse Presidenten, hun familie en hun gasten van hebben gegeten.Het begon met een foto van een gedekte tafel in het Witte Huis ten tijde van de Clintons. Glazen, kaarsen, een uitbundig bloemstuk, en een bord. Een bord dat al gauw niet zomaar een bord bleek te zijn.

Bij de oprichting van de Verenigde Staten op 4 juli 1776 moest er een leider aantreden. Hoeveel macht zou deze leider krijgen? Het enige wat de Founding Fathers zeker wisten was dat het staatsbestel na de Onafhankelijkheidsoorlog in niets mocht lijken op de Engelse aristocratie. Maar al té libertijns kon ook niet, anders zouden de Europese monarchieën de Verenigde Staten niet als land erkennen. Geen democratisch land ter wereld waaraan de Verenigde Staten zich konden spiegelen. Hoe dan?
Als er gasten kwamen, binnenlandse, buitenlandse, hoe moest hun leider ze ontvangen, thuis? Hoe moest hij worden aangesproken? Zeker niet zoals koningen werden aangesproken, niet sire, niet majesteit. Na talloze vergaderingen werd besloten dat de leider moest worden aangesproken zoals het nu nog steeds gebeurt: met Mister President. Ook over de titel van de presidentsvrouw werd gesteggeld. Mrs Presidentress is nog overwogen, uiteindelijk werd het First Lady.

De rest mochten de president en zijn vrouw voor het merendeel zelf uitzoeken. Een grote rol daarin was weggelegd voor de First Lady. In de inrichting van het presidentiële huis, in het ontwerp van het presidentiële servies moest zij de aspiraties van het nieuwe land en de ideeën over leiderschap tot uiting laten komen. Dat is nog steeds zo.

Toen ik daar achter kwam, wist ik waarom de borden me zo aantrokken. Ik ben altijd op zoek naar tastbare, persoonlijke verhalen achter politieke, historische processen. Die borden zijn precies dat. Ze zijn de belichaming van wat presidentsvrouwen door de eeuwen heen dachten dat de politieke idealen van de VS waren. En je kunt er nog van eten ook.

In kookboeken, in notities van presidentiële chef-koks, in dagboekfragmenten en bewaarde briefwisselingen tussen de First Lady en porselein fabrikanten kwam ik de overwegingen tegen, hoe de opdrachten luidden. In het begin staat het ontwerp van het Witte Huis servies sterk onder Franse invloed. De leiders van de Amerikaanse revolutie hadden in Frankrijk revolutionaire inspiratie opgedaan voor ze aan hun eigen strijd begonnen. Op terugreis namen ze koffers mee vol Frans servies en meubelen. Omdat er nog geen porselein in de VS gemaakt kon worden, bestelden ze het in Frankrijk. Dat is de reden dat de adelaar op de eerste borden meer een Franse lijkt dan de latere Amerikaanse zeearend.

Weduwnaar Thomas Jefferson, derde president en Founding Father, hield het simpel en persoonlijk met het presidentiële monogram in het centrum. Elizabeth Monroe benadrukte de pijlers van de Amerikaanse maatschappij: Strength, the Arts, Commerce, the Sciences and Agriculture.
Vanaf 1845 breekt een meer nationalistische periode in Amerikaanse politiek aan. Mrs. Lucy Hayes kiest voor servies dat in de VS geproduceerd is. Met daarom Amerikaanse flora en fauna. Mrs. Caroline Harrison komt met de maïskolf en guldenroede als symbolen van Amerika’s overvloed en schoonheid.
Dan steekt in 1893 de hang naar grandeur de kop op. Het majestueuze van een Europese paleisinrichting was niet langer verwerpelijk. Sterren duiken op, op basis van: “De ster is een symbool van het hemelse en goddelijke doel waarop de mens zich al richt sinds mensenheugenis.”*)1


De naoorlogse welvaart wordt belichaamd in het bord van Eisenhower met de puur gouden rand. Vanaf dat moment is het ruim baan voor goud. Truman, Reagan, zelfs de Clintons, allemaal letterlijk goud wat er blinkt. De tijd van de overmacht van de financiële wereld dient zich aan.

*)1 Uit het boek "Our Flag", gepubliceerd in 1977 door het Huis van Afgevaardigden; over de Flag Act die werd aangenomen door het Continentale Congres op 14 Juni, 1777.