241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Chris Johansen

Welke boeken lezen kunstenaars graag? Deze kunstenaars vertellen ons wat hun lievelingsboeken zijn.

Chris Johanson

Ik heb geen lievelingsboek maar ik hou wel van lezen.

Annette Messager
Het woordenboek.

Alexandra Leykauf
Dit is onmogelijke vraag... maar laten we zeggen Jimmy Corrigan, the Smartest Kid on Earth door Chris Ware.

Ken Lum

Ken Lum
Mijn lievelingsboek is een kinderboek dat ik een paar jaar gelezen opnieuw tegenkwam toen ik het voorlas aan mijn jongste neef: The Adventures of Huckleberry Finn door Mark Twain.

Marcel van Eeden
Gerrit Achterberg: Ode aan Den Haag, De ballade van de gasfitter, Spel van de wilde jacht.

Annette Messager

Marlene Dumas
The Man who Mistook his Wife for a Hat by Oliver Sacks

Gabriel Lester

Boris Vian, J 'irai cracher sur vos tombes (Ik zal op jullie graf spugen), (I Shall Spit on Your Graves)

Chris Ware: Jimmy Corrigan, the Smartest Kid on Earth.​​

Kimberley Clark

How to Make Love Like a Pornostar door Jenna Jameson.

Alicia Framis

La Dislocation, Benoit Goetz.

Marcel van Eeden

Jamy Shovlinn

Alles wat Georges Perec ooit heeft geschreven.

Amalia Pica

The Order of Things, Michel Foucault en The Savage Detectives by Roberto Bolano.

Amalia Pica

Christian Holstad

Het telefoonboek.

David Shrigley

Ik kom altijd uit op het woordenboek.

Ryan Gander

The Adventures of the Black Hand Gang door Hans Jurgen Press.

David Shrigley

Nabokov stelde de volgende vragenlijst op voor een groep studenten tijdens zijn toer aan universiteiten:

Selecteer vier antwoorden op de vraag wat een lezer tot goede lezer maakt:

1.De lezer zou lid moeten zijn van een leesclub.

2.De lezer zou zich met de held of heldin moeten identificeren.

3.De lezer zou zich moeten concentreren op het sociaal-economisch perspectief.

4.De lezer zou een verhaal met actie en dialoog de voorkeur moeten geven boven één zonder.

5.De lezer zou de filmversie van het boek moeten hebben gezien.

6.De lezer zou een schrijver in spé moeten zijn.

7.De lezer zou verbeelding moeten hebben.

8.De lezer zou een goed geheugen moeten hebben.

9.De lezer zou een woordenboek bij de hand moeten hebben.

10.De lezer zou enig artistiek gevoel moeten hebben.

De studenten kozen massaal voor emotionele identificatie, actie, en het sociaal-economisch of historisch perspectief. Zoals je al hebt kunnen raden, is de goede lezer daarentegen degene die verbeelding, herinnering, een woordenboek, en artistiek gevoel heeft--en ik stel voor dat laatste in mijzelf en anderen te ontwikkelen wanneer ik de kans krijg.

Scene from Nabokov's Lolita

Het woord lezer gebruik ik trouwens erg losjes. Eigenaardig genoeg kan iemand een boek niet lezen, maar alleen herlezen. Een goede lezer, een behoorlijke lezer, een actieve en creatieve lezer is een her-lezer. En ik zal je vertellen waarom. Wanneer we een boek voor het eerst lezen, is het proces waarin we moeizaam onze ogen van links naar rechts bewegen, regel na regel, bladzijde na bladzijde, dit ingewikkelde lichamelijke werk met het boek, het proces in de ruimte en tijd waarin we leren waar het boek over gaat, dit proces zelf staat in de weg bij het ontwikkelen van onze artistieke waardering.


Wanneer we naar een schilderij kijken, hoeven we onze ogen niet op een bijzondere manier te bewegen zelfs als, zoals bij een boek, het beeld voor onze ogen elementen van dieptewerking en ontwikkeling heeft. Het element van de tijd komt eigenlijk niet kijken bij het eerste contact met een schilderij. Wanneer we een boek lezen hebben we tijd nodig om er vertrouwd mee te geraken. We hebben geen lichamelijk orgaan (zoals we in het geval van het schilderij het oog hebben) waarmee we het hele werk kunnen aanschouwen om vervolgens op de details te concentreren. Maar als we voor de tweede, derde, of zelfs vierde keer lezen verhouden we ons in zekere zin tot een boek zoals tot een schilderij.

Nakobov in 1919

Maar laten we het fysieke oog, dat monsterlijke meesterwerk van de evolutie, niet verwarren met het geestesoog, een nog monsterlijker instrument. Een boek, wat het ook is -- fictie of wetenschap (het onderscheid tussen de twee is niet zo duidelijk als doorgaans wordt gedacht) -- een literair boek doet allereerst een appel op de mentale vermogens. De geest, het brein, het uiteinde van de wervelkolom is het enige instrument waarmee we op een boek inwerken- of dat zou zo moeten zijn.

Om ‚niets’ te omschrijven grijpt menig mens naar de ouderwetse Dikke van Dale, dus als eerste de definitie van niets:

niets (onbepaald voornaamwoord) - niet iets; geen enkel ding; niks.
Maar zit er niet meer achter? ‚Niets’ is een term die is terug te vinden in werken van verschillende grote denkers enfilosofen. Neem Socrates: 'Ik weet slechts een ding: dat ik niets weet.' In deze context refereeert 'Niets' naar ‚kennis’ oftewel, iets dat niet tastbaar is.
Maar is ‚niets’ altijd het immateriele?

'Het niets heeft geen centrum en zijn grenzen zijn het niets' is een uitspraak van Leonardo Da Vinci. Hij positioneert 'niets' als een oneindig gegeven. Wat zou ik doen met helemaal niets? Voordat er 'iets' is zal er altijd afwezigheid zijn of zal er in ieder geval 'iets’ nog niet zijn. Zou je dit kunnen omschrijven als een oorzaak- gevolg reactie? In de huidige maatschappij is het zeker dat je 'iets’ moet doen of hebben om op te vallen, we zijn zo gericht op materiele zaken. Maar creëert dit collectieve verlangen naar 'iets’ niet ook een nog groter verlangen naar 'niets’? 'Uit iets is wel voordeel te halen, maar iets bruikbaars vinden we alleen in niets', aldus Lao-Tse3

Laten we dit even op een rijtje zetten. Ik ben er inmiddels van overtuigd dat 'niets’ inderdaad niet tastbaar is. Wel denk ik dat 'niets’ tastbaar kan worden doordat het aan het begin staat van een idee vanuit de behoefte de leegte op tevullen. Bestaat 'niets’ eigenlijk wel?

Tom Friedman, Erased Playboy Centrefold

Als ik naar de wereld om mij heen kijk zie ik heel veel concrete dingen maar van het 'niets’ blijft onzichtbaar. Is 'niets’ niet gewoon een term die de mensheid verzonnen heeft? Misschien hebben wij het Niets verzonnen om het onbegrijpelijke en onvatbare aan te duiden is het dus een kwestie van gedachten die soms worden omgezet in een woordenschat. Is het een verzinsel is waar wij inmiddels aan gewend zijn geraakt?

4

Aristoteles zei ooit: 'Er is niets in het verstand, dat niet eerst in de zinnen is geweest.' Hebben mensen elkaar het 'niets’ gewoon aangepraat?

Wanneer ik het bijvoorbeeld naar de lucht kijk, stel ik me de vraag of dit dan het Niets is. Nee. De lucht bestaat uit deeltjes, de moleculen en deze bestaan uit atomen. Heeft de wetenschap ons mysterieuze idee over 'niets’ dan verpest?

The Nothing

The villain from the film The NeverEnding Story: a dark cloud that engulfs all.

Het is best spannend te denken dat er ergens een totale leegte is. Maar de wetenschap heeft dit gerationaliseerd en ons vertelt dat dit niet mogelijk is.

Nu er extern kennelijk geen 'niets’ bestaat, bestaat deze dan wel intern? Is het mogelijk om niets te voelen of niets te denken? Dit zijn psychologische vraagstukken waar ik mijn hoofd nog over breek.

Wel kan ik mijn eigen ervaring delen. Ik kan niet aan 'niets’denken. Er gaat altijd wel een gedachte door mijn hoofd heen. Als ik mijzelf de opdracht geef rustig te gaan zitten en aan nergens aan te denken dan blijven er beelden en gedachten door mijn hoofd spoken. Niets voelen lijkt mij al helemaal onmogelijk. ‚Niets’is naar mijn inzien dus ook intern niet mogelijk. Maar wat blijft er dan over?

'Niets' is niet tastbaar. 'Niets’kan aan het begin van staan van iets. 'Niets’kan een verzinsel zijn. 'Niets' wordt opgevuld een gedachte of gevoel. 'Niets’ bestaat niet, wat ook tevens de definitie van het woord is.

Christopher Rothko leest de regels van zijn vader Mark Rothko om een goed werk te maken. ofwel het recept van een groot kunstwerk, de ingredienten, hoe je het maakt, de formule.

1 De dood.

Er moet een duidelijke preoccupatie met de dood zijn.

2 Sensualiteit.

Het is een wellustige relatie met bestaande dingen.

3 Spanning

Hetzij conflictueus, hetzij als een beteugelde begeerte

4 Ironie

Dat is een modern ingrediënt.

5 Humor en speelsheid

Als menselijk element.

6 Vluchtigheid en toeval

Ook als menselijk element.

7 Hoop

10%, net genoeg om het tragische concept draaglijker te maken.

Hieruit spreekt mijn vaders grote liefde voor ironie. Als we hem te serieus nemen slaan we de plank mis.

bron;

de documentaire De stilte van Rothko. Filmmaker Marjoleine Boonstra sprak met onder meer Mark Rothko's zoon, zijn restaurator en zijn biografe Annie Cohen-Solal. Kijken!

Als klein kind vroeg mijn vader vaak, ‘waar denk je aan’? En als er niets in mij omging behalve een stroom gedachtes, niets bijzonders, of iets te gênant om hardop te zeggen zei ik maar, ‘niets’. Waarop hij heel sarcastisch antwoordde: ‘Niets? Hoe is dat mogelijk? Is je hoofd helemaal leeg? Zit daar nu een vacuüm’? Natuurlijk was dit niet het geval, en terwijl ik ‘ja, eigenlijk wel,’ antwoordde stond mijn hoofd continu vol met gedachtes, maar het was in ieder geval een makkelijke manier om het gesprek te eindigen.

Void particles

Later, als tiener, vulde mijn hoofd zich met een overvloed aan gedachtes en dus zocht ik naar een manier om hier iets aan te doen. Zo kwam ik bij Boeddhistische filosofieën terecht. Volgens deze filosofieën is het doel van het leven om onszelf te ontdoen van deze gedachtes, om zo de Ego uit te bannen en één te worden met het ‘niets’. Dit zou de manier zijn om een einde te brengen aan het alledaagse lijden. Dit heet ‘Nirvana’. Ik heb toen heel hard geprobeerd, maar dit werkte blijkbaar alleen maar averechts, want hoe meer je het niets wil bereiken, hoe moeilijker het wordt. Het niets heb ik nooit ervaren of gezien, totdat ik een punt bereikte waar ik het niet wou zien, of het niet verwachtte te zien. Ik had niet eens door dat het gebeurde, het was er gewoon. En het verscheen in verschillende vormen.

Vorig jaar werkte ik in een kledingzaak. Soms moest ik vanaf de bovenste verdieping de binnenkomende klanten groeten. Een groet is het begin van communicatie, iedere klant moest ik aankijken. Ik geloof dat je via iemands gezicht naar binnen kan kijken. En toen zag ik het: niets. Het is moeilijk te verwoorden, hoewel ik het vaak aan mezelf probeerde uit te leggen, dat ik de leegte, het vacuüm – of niet eens dat – kon zien. Enkel het niets. Geen uitdrukkingen, geen doelen, geen innerlijke processen, maar ook geen teken dat informatie van de buitenwereld verwerkt werd. Het was er. En steeds vroeg ik mezelf af wat er mogelijk gebeurd kon zijn, al die verdiepingen onder mij, dat de inhoud van hun schedels zo makkelijk kon leegvegen.Ook vroeg ik mezelf af of hetzelfde met mij kon gebeuren, ik, die meer uren in dat gebouw doorbracht dan hen.

Dawn of the Dead, 1978

Zombies in het winkelcentrum

En inderdaad: na het werk ging ik naar huis, zat ik op de bank, staarde naar de muur voor mij, binnenin mij was er niets. Niets te zeggen, niets te voelen, geen drang te eten om iets te doen, maar ook geen gedachtes. Nog schokkender was dat ik vaak probeerde te denken, maar het niet kon. Ik kon geen ideeën meer volgen, omdat het simpelweg wegdreef, zoals wanneer je in een rivier het water zou proberen vast te pakken. Was dit dus de staat die de Boeddhisten probeerden te bereiken? Maar dit was vervelend! En het was ook geen totale, complete staat van niets, ik verlangde namelijk nog steeds voor het iets, voor de wil om te doen, de denken, te zijn. De laatste schreeuw-voor-hulp van het ego die nog niet klaar was te verdwijnen, maar zich er niet genoeg om kon bekommeren om nog op een zinvolle manier te functioneren.

The Value of Void, Navid Nuur

Gelukkig eindigde deze periode zonder al te ver reikende consequenties. Als verse kunstacademiestudent was ik eindelijk vrij te denken, te doen, en te maken. En toen gebeurde het. Ik reisde met de bus door Europa heen. Elke dag van deze reis werd ik overspoeld met indrukkingen, met het besef van mogelijkheden, met de hoeveelheid kunstenaars om over te leren, hoe veel manieren letters op papier gedrukt kan worden, hoe veel relaties… Op de laatste dag was ik extreem vermoeid. Dagenlang liep ik door een onbekende stad, dronk ik te veel bier, rookte te veel sigaretten, en sliep niet echt. In plaats van deze nacht te slapen besloten we terug te reizen. Ik besloot om op de vloer tussen de stoelen in te liggen en te proberen te slapen. Het lukte niet. Klagen had geen zin, en dus begon ik de situatie te accepteren, net zoals ik de vieze grond waarop ik lag accepteerde, de kauwgom aan mijn panty geplakt, de willekeurige objecten die op mijn hoofd vielen…. Terwijl ik daar lag besefte ik dat mijn gevoelens en herinneringen wegsijpelden, en ik verwelkomde de open leegte die er in hun plaats ontstond. Ik hield op met denken. Mijn motivaties en intenties waren verdwenen. Ik wou niets meer. Ik wou niet meer eten of drinken, maar ik wou ook niet meer niet drinken, of niet meer niet eten.

The Neverending Story, The Nothing

Hetzelfde gold voor alles. Ik dacht niet na, ik wou niet nadenken, gedachten bestonden eenmaal. Mijn ego viel weg. Het werkte niet meer. Daar was het—het ‘niets.’ Het niets binnenin mij, liggende op de vloer van de bus, naast de gevallen jassen, sjaals, sigaretten, starend nar de bewolkte lucht of naar een science fiction film, terwijl ik de Duitse snelweg door mijn lijf voelde golven. Dit was het onverwachte, roemloos moment van Nirvana.