241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

In de 18de eeuw was het simpel om de doden nieuw leven in te blazen: schuif het reanimatieapparaat in de anus en blaas snel een rookwolkje het rectum in. Zo zou het levenloze lichaam weer tot leven komen.

Het gereedschap bestond uit een balg – oorspronkelijk de blaas van een varken – een pijp, een mondstuk, en een kegel voor het inbrengen. De techniek werd in 1746 populair, toen een verdronken vrouw weer tot leven werd gebracht dankzij een opgerold stuk papier en de pijp van een zeeman. Door dit verhaal kwamen er dankzij “Het Instituut voor het Bieden van Onmiddellijke Noodhulp aan Personen Mogelijk Overleden aan de Gevolgen van Verdrinking” op verschillende plekken aan de Thames hulppakketten neergezet, en werd er een speciale hulpcentrum gebouwd bij de Serpentine vijver in Hyde Park om verdronken ijsschaatsers te reanimeren.

Twijfels over de geloofwaardigheid van de tabaksrookklysma’s leidde tot de Engelse uitdrukking ‘blowing smoke up your arse,’ hoogstwaarschijnlijk naar aanleiding van een reeks gefaalde experimenten, zoals de massale reanimatieproef in een Parijse lijkenhuis. Maar toch behoorde het object meer dan honderd jaar tot de gebruikelijke gebruiksvoorwerpen van geneeskundige praktijken in Europa en Amerika, en dan niet alleen met als doel te reanimeren, maar ook om constipatie, hernia’s, en intestinale blokkades te verhelpen.

In het Wellcome Collection museum in Londen vindt men een bewaard gebleven voorbeeld van het klysma gereedschap. De volgende tekst is naast het werk te lezen: ‘Er zijn geen voorvallen bekend waarin de Tabaksrookklysma succesvol is toegepast.’ Het is wellicht een korte tekst, maar het suggereert een subtekst, namelijk: ‘Kijk eens hoe dom ze waren. Wij weten wel beter.’

Maar is dat wel zo? Verder op in de straat waar het museum staat zien we een billboard waar het derriere van Brits model Kelly Brook centraal staat. Ze draagt Reeboks EasyTone sneakers: een soort schoen die bij het lopen zogenaamd de billen 28% harder traint dan normale schoenen. Zelfs toen de Amerikaanse Federal Trade Commission ingreep en eiste dat Reebok zijn claim introk, bleven de schoenen massaal verkopen.

Deze vraag speelt door mijn hoofd terwijl ik aan het zappen ben en op Pitch TV beland. Celebrity bouwvakker Tommy Walsh demonstreert de Paint Pad Pro, een tool om mee te schilderen met de ‘snelheid van een roller en de precisie van een kwast’. De verf glijdt over het behang en bedekt onmiddellijk. Ik staar naar de groezelige muren van mijn kamer.

Volgende zender: met een elegante beweging gooit de presentatrice azijn, olie, eieren, sinaasappelsap en een blik tomaten over de vloer. Ze pakt de Whizz Mop op, zwaait het over de smurrie heen. ‘Kijk! Alles weg en zonder strepen! Wat doen we nu?’ De mannelijke presentator glimlacht naar zijn knappe assistente. ‘Whizz!’ zegt ze, terwijl ze de Whizz Mop in een emmer plaatst en het pedaal pompt om het dweilhoofd te drogen.

Ik zap terug: ‘En het afneembaar verlengstuk krijg je er ook nog eens bij! Geen ladder meer nodig! Geen spetters! En wacht! We zijn zo volledig overtuigd van ons product dat we de pads gratis en voor niets verdubbelen!’ Ik kijk op de Amazon site. Meer dan 1 ster krijgt het product niet van zijn consumenten, behalve twee dubieuze vijf sterren.

Ter goeder trouw werd de tabaksrookklysma toegediend; zowel patiënt als toediener waren overtuigd van zijn werking. Maar het wordt vrij snel duidelijk dat je niet dunner wordt van EasyTone schoenen, de Whizz Mop en de Paint Pad Pro geenszins superieur zijn vergeleken met de doorsnee dweil of verfroller. Hoe kan het dan dat wij, met al onze kennis en wijsheid, toch deze producten blijven kopen?

In 1947 vroeg Buckminster Fuller zichzelf deze zelfde vraag af toen hij het fictieve bedrijf Obnoxico oprichtte om kritiek te leveren op de verkoop van waardeloze producten. Het bestond uit een nepcatalogus, waarin een gouden afdruk van de laatst gedragen pamper van een baby als sterproduct werd geëtaleerd: een memento van het moment dat het kind zindelijk geworden is, tastbaar gemaakt als object. ‘Op een of ander manier is het theoretische concept van Obnoxico, vijfentwintig jaar later realiteit geworden,’ schrijft Fuller in de jaren 70. ‘Terwijl de banken om steeds meer spaargelden vragen (zodat ze jouw geld aan andere kunnen uitlenen, profiterend van de bijbehorende rente), zuigt de Obnoxico industrie een steeds groter aandeel van de overblijvende besparingen op wanneer het wordt uitgegeven, zij het om sentimentele redenen of voor de grap, aan doorzichtige plastic toiletbrillen waarin dollar biljetten gegoten zijn.’

Wij leven in een wereld gevuld met Obnoxico producten, gepaard met een marketing industrie die gespecialiseerd is in het manipuleren van de massa. In 2004 richtten twee studenten uit Tsjechië een supermarkt, Czech Dream op in een veld in Praag. Een vooraanstaande marketingkantoor werd ingehuurd om TV en radio advertenties uit te zenden, 200,000 pamfletten uit te delen, een website te bouwen; alles om producten voor onvergelijkbare prijzen te adverteren. Het project werd gefilmd en eindigede bij het openen van het gebouw. De studenten, gekleed als zakenmannen, knipte het lint door, waarna 3,000 mensen met hun boodschappenkarren richting de hypermarkt renden, om enkel een façade van canvas tegen te komen. Langzaam verschijnt er een blik van kwelling over hun gezichten als ze doorhebben dat zij de dupe zijn geweest. Het gehele project was fictief.

Maar marketing is niet de enige reden waarom we Obnoxico producten blijven kopen. Vaak hebben producten met een dubieuze waarde een dubbele, minder voor de hand liggende functie dat ze in de markt houdt. De tabaksrookklysma kreeg een andere functie om – op nogal ongelukkige wijze – het einde van een leven te ritualiseren. Het proces gaf een doel aan de arts die de dood van de persoon zou moeten verifiëren, en de rouwende waren gerustgesteld met het idee dat ze ‘alles gedaan hadden wat ze konden doen’. Voor de overlevende gaf het hoogstwaarschijnlijk een psychologische en lichamelijk effect dat het verwerken makkelijker maakte. Op vergelijkbare wijze kopen mensen de Reeboks EasyTone schoenen zodat ze even het gevoel hebben te investeren in hun gezondheid, wat weer invloed heeft op hun gemoedstoestand. Soms merken ze een verbetering in hun derriere, ook al bestaat dit maar tussen hun oren.

Dit heet het placebo effect en wordt door psychiaters beschreven als ‘elke therapie die wordt voorgeschreven omwille van zijn therapeutische effect op een symptoom of ziekte, maar dat in feite niet effectief of niet specifiek effectief is op het symptoom of de ziekte die behandeld wordt.‘ Als we in een medicijn geloven wordt er een boodschap gestuurd naar de hypofyse waarna lichaamseigen stoffen worden afgegeven die het helen bevorderen.

Placebo’s zijn vaak de oorzaak van rooddoorlopen gezichten: wanneer de nieuwe wonderdrugs van de farmaceutische industrie vergeleken worden met suikerpillen blijken de helft het vaak even goed te doen als de placebo. Hetzelfde geldt voor geneeskundige procedures. Toen dokter Edzard Ernst een diagnostische procedure uitvoerde op de longen van een bejaarde reageerde de patiënt met: ‘Dat was geweldig! Ik voel me nu al een stuk beter! De pijn is al bijna helemaal voorbij.’ Placebo’s zijn zo effectief dat er vaak wordt gedebatteerd tussen de Britse politieke partijen, dokters, en psychologen met de vraag of er een plek is voor placebo’s in de Britsegezondheidszorg.

Het onbetwistbare geloof die wij ooit in God, natuur, en zelfs hekserij plaatsten hebben wij vandaag verplaatst naar de wetenschap en technologie. Dingen zonder echte werking—pillen en procedures, kunnen het gemoedstoestand verbeteren door ons geloof erin. Deze dingen zijn makkelijk te ontwerpen. Het zou heel goed kunnen dat de draden van de thermostaat die aan de muur hangt zijn doorgesneden,maar en alleen nog maar aan je verbeeldingskracht verbonden staan. Maar draai de knop warmer en je zult zien dat je je warmer voelt: bazen in Wall Street gaven toe dat deze truc hun bakken met geld bespaart heeft. De ‘sluit de deur’ knop in de lift werkt alleen wanneer de ingenieur zijn sleutel erin steekt, sommige zeggen dat het enkel bestaat om ons de illusie van controle te geven. Is het je ooit opgevallen dat het vooral lijkt te werken als je er meermaals op drukt?

Dus, als het resultaat goed is, is het dan verantwoord om mensen te misleiden, en juist verkeerd om ze de waarheid te geven? Soms is dit misschien we zo, maar omdat we niet altijd weten wat placebo is en wat niet, kunnen we niet alles bekritiseren. Het is een onomkeerbaar proces: de placebo veranderd ogenblikkelijk van nuttig naar nutteloos zodra wij de waarheid kennen. Het is moeilijk te zeggen wanneer het noodzakelijk is te weten dat wij de dupe zijn, het is dan immers te laat. Zouden wij het dan moeten toestaan dat deze uitgebreide spektakels in onze hoofden worden gevormd?

Placebos – Latijns voor ‘ik zal tevredenstellen’ – werken voor verschillende doeleinden. Maar hoewel ze vaak gebruikt worden met goede intenties, worden ze ook vaak gedreven door minder goedaardige doeleinden. Ook moeten wij bewust zijn van de kwade tweeling van de placebo: de nacedo, oftewel ‘ik zal kwaad doen’. Voodoo bezweringen die tot de dood geleid hebben worden verklaard als extreme nocebo reacties. Recentelijk werd er tijdens een autopsie van een man gestorven aan kanker onthuld dat zijn tumor niet groot genoeg was om hem te doden. Was het dan, zoals de dokter suggereerde, de verwachting van de dood die hem deed sterven?

De taperecorder, foto en harddrive zijn typische metaforen waarmee we ons geheugen beschrijven. Apparaten voor directe herhaling; een foutloze kopie van een opgeslagen herinnering. Deze externe opslag kenmerkt de tijd waarin we nu leven. Niet alleen van persoonlijke herinneringen, maar vooral van informatie in het algemeen. Het World Wide Web is onze voornaamste bron van informatie geworden, onze moderne bibliotheek. Informatie is zo toegankelijk geworden dat we nu meer waarde hechten aan het onthouden van waar het te vinden is, dan aan het besteden van de nodige tijd om echt kennis van zaken te hebben.

Het cruciale verschil tussen het menselijk brein en het kunstmatige ‘brein’ dat we hebben genoemd is de betrouwbaarheid ervan. Ons eigen geheugen is helaas (?) niet zonder gebreken; meestal herinneren we ons slechts flarden, en het is aan ons om de rest van de informatie te reconstrueren. Onze geest neigt ernaar een algemeen idee van een situatie te vormen en niet per se aandacht te besteden aan details, daarbij onbewust de gaten opvullend met wat we van dat detail verwachten. Een harddrive daarentegen kan nog exact dezelfde informatie reproduceren als wanneer deze binnenkwam.

Hoewel deze mechanische precisie zo aantrekkelijk is, onze eigen geheugens hebben het misschien nog niet zo slecht – de exacte reproductie van haar bestanden vormt namelijk precies the ondergang van de machine. Alle informatie die wordt opgenomen door een harddrive krijgt dezelfde waarde. In andere woorden: deze komt binnen. Dat is alles. Het wacht er tot het weer wordt opgeroepen, precies zoals het was. Wat onze natuurlijke herinneringen zo sterk maakt is de hiërarchie die we eraan toeschrijven. Een zekere waarde wordt toegedicht aan iedere (natuurlijke) herinnering, afhankelijk van wat er gebeurt wanneer het zich nestelt in onze geest. Lang nadat we informatie ontvangen is het menselijk verstand nog bezig deze te verwerken en in verband te brengen met eerdere kennis. We zijn constant voor onszelf aan het recapituleren, en bovendien zijn we in staat om gedachten en ideeën in perspectief te plaatsen van andere, gerelateerde informatie. In zekere zin beoordelen we de informatie die we ontvangen; we zijn in staat om te beslissen wat voor soort informatie blijft hangen met onze keuze waar onze aandacht het meest naar uitgaat.

Sommigen zullen zeggen dat we ‘ruimte in onze geest moeten openlaten’ om na te denken – en bewust de taak van de herinnering over moeten laten aan externe hulpmiddelen – maar dit statement suggereert dat er een maximum capaciteit is voor ons langetermijngeheugen. In tegendeel, we hoeven geen ruimte te maken om onze gedachteprocessen verder te helpen. We kunnen een eindeloze hoeveelheid informatie opnemen en dus ons persoonlijk netwerk van herinneringen creëren. Een flinke basiskennis stelt ons in staat om zaken te overdenken, te evalueren en kritisch te zijn – hetgeen uiteindelijk resulteert in een verscherpte geest.

Het internet telt een immense hoeveelheid verbindingen. Het feit dat bijvoorbeeld Wikipedia een (hyper)link heeft naar zo ongeveer ieder concept dat de mensheid bekend is, betekent niet dat de machine zelf baanbrekende ontdekkingen kan doen op basis van alle ‘kennis’ die het bevat. Deze connecties zijn gemaakt door mensen en worden niet begrepen door de computer zelf. Dit gebrek aan begrip maakt dat de machine niet in staat is om zelf conclusies te trekken. Computers zijn vooral in staat om taken te volbrengen onder leiding van mensen, aangezien bijvoorbeeld webpagina’s ontworpen zijn om door mensen gelezen te worden, niet door machines.

Wanneer we het internet gebruiken als een vervanging van ons geheugen, verliezen we de sterke basis die we nodig hebben om steeds meer kennis te kunnen vergaren en offeren we de rijkdom aan connecties in onze geest op. Hoezeer we ook willen, we zullen nooit de ontelbare hoeveelheid connecties op het web de onze kunnen noemen. We lijken wel “hooghartig onder de indruk dat we wijs zijn”, aangezien we de basale inhoud om mee te werken niet bezitten en ons het vermogen tot reflectie en overdenking ontzeggen. Het internet blijft een hulpmiddel om dingen te onthouden en daarom kan informatie op zichzelf de vertaling naar kennis niet maken. We zouden verwachten van het informatie/kennistijdperk dat we meer weten, maar eigenlijk weten we des te minder.

Uittreksel van "Onderzoek naar het (Ruimtelijke) Geheugen vanuit het Perspectief van 'Grafisch Ontwerp'" met daarin stukken over ruimtelijke synesthesie, het belang van ruimtelijke orientatie en cartografie, onderliggende verbanden en structuren, grafisch ontwerp als een vehikel voor het oprakelen van herinneringen, etc.

Carr, N. The Shallows. New York, 2010

Clapman, M. History of Technology vol 3. from the Renaissance to the Industrial Revolution, c. 1500 - c.1750. London, 1957

Foer, J. Moonwalking with Einstein. New York, 2011

Lievers, M.Mens Machine. New York, 2008

Sagan, C. Carl Sagan’s Cosmos: Pt. 11 The Persistence of Memory, 1980

Ik ben in 1985 geboren en heb daardoor de opkomst van het Internet meegemaakt als opgroeiende tiener. In tegenstelling tot mijn zeven jaar jongere broer kan ik me een tijd herinneren waarin Internet nog niet bestond, en was ik volbewust van de grote veranderingen die het met zich meebracht.

In de vroege jaren negentig stond er thuis een modem die toegang bood tot het zogenaamde BBS (Bulletin Board System.) Het BBS legde een verbinding tussen jou en een groep lokale netwerkgebruikers die allen vol afwachting naar hun zwarte schermen staarde, wachtend op de verschijning van groen gekleurde teksten. En inderdaad, het BBS bleef bij tekst. Zelfs de ‘adventure game’ bestond enkel uit tekst, desondanks ging er een onbekende en opwindende wereld voor mij open, een interactieve digitale wereld waarin het mogelijk werd met anderen – echte mensen van vlees en bloed! – te communiceren.

Soms kom je nieuwe technologieën tegen en weet je meteen dat dit best wel eens iets heel belangrijks zou kunnen zijn. In-ter-net. Het was ’96 of ’97. De mogelijkheden van deze nieuwe wereld drongen nog niet tot mij door, ondanks mijn avonturen in de omgeving van het BBS. Op dat moment kende ik maar één persoon die een computer had met Internet, mijn gadgetfreak oom. In zijn huis tuurde ik nieuwsgierig over de schouder van mijn zus, die geduldig wachtte op de tergend langzame modem die een kleurenfoto van Marilyn Manson deed verschijnen op een fanpagina. Hierna ontvouwde de virtuele wereld zich voor me in de vorm van ICQ messenger, Hotmail, Angelfire, persoonlijke webpagina’s, LiveJournal; en zo geschiedde.

Trouwens, toen ik voor het eerst de naam Hotmail tegenkwam was ik ervan overtuigd dat dit een of ander homo-erotische website zou zijn. Ik heb me altijd afgevraagd of anderen dezelfde associatie deelden of dat dit een manifestatie van mijn puberale denken was.

Een aantal andere eerdere eerste ontmoetingen die ik me duidelijk kan herinneren zijn: Facebook, Google, mijn eerste SMS, mijn eerste smartphone, etcetera. Laten we vooruitspoelen naar mijn laatste, mogelijk meest indrukwekkendste technologische openbaring: de Oculus Rift. Het idee van virtual reality kennen we allemaal wel. The Lawnmower Man verscheen immers al in 1992. Maar het is pas sinds kort dat we dichterbij de mogelijkheid komen om virtual reality als een dagelijks gebruiksvoorwerp in te zetten. Hoewel de Oculus Rift alsnog niet op grote schaal beschikbaar is, zijn tijdens het schrijven van dit artikel, (amateur)gameontwikkelaars druk bezig met het spelen, experimenteren, en creëren van nieuwe werelden met een prototype van het apparaat.

Ik ben op een verjaardagfeest van een vriend die toevallig gameontwikkelaar is. De groep opgewonden feestgangers wordt naar zijn studeerkamer beneden geleid waar de belofte van de virtuele wereld gehuisd wordt in een grote zwarte bril, ook wel bekend als de Oculus Rift. Ik neem plaats en zet het apparaat op mijn hoofd, waarna heel mijn gezichtsveld wordt gevuld door twee LCD schermen die samen tot één beeld worden samengevoegd. Ineens bevind ik me op het Toscaanse platteland. Boven mij zweven wolken en kleine stofdeeltjes, vlinders fladderen voorbij. In de verte zie ik heuvels bedekt met cipressen. De bladeren aan de bomen waaien met de wind. Ik draai mijn hoofd, en deze digitale wereld draait met mij mee. Leunend over de balustrade van het balkon voel ik een angststeek door mijn lichaam trekken bij het zien van de torenhoge hoogte. Wanneer ik mijn handen langs mijn ogen zwaai zie ik niets – ah, dit zou moeten zijn hoe een geest zich voelt!

Mijn ogen wennen snel aan het beeld van deze prototype Oculus Rift met zijn korrelige, substandaard scherm vol pixels, alsof mijn hersens maar al te graag de totale onderdompeling in de digitale wereld als waarheid willen accepteren. En uiteraard ligt daar de kern van het ‘gevaar’ van deze nieuwe technologie: hoe zal het leven veranderen als de fysieke en de digitale wereld niet meer van elkaar te onderscheiden zijn? Zullen we onze huizen nooit meer hoeven te verlaten? Zullen we ons liever in de digitale wereld begeven? Hoe zal dit onze relaties met anderen beïnvloeden?

De Oculus Rift heeft één groot mankement. Wanneer je met je hoofd draait wordt dit geaccepteerd en begrepen door het lichaam. Maar dit geldt niet zodra je je lichaam binnen het spel heen en weer beweegt. Het is te vergelijken met wagenziekte: het stilstaand lichaam kan zich niet verenigen met de reizende geest, en zo ontstaat er misselijkheid.

Terwijl ik terug naar het feest loop, en mijn maag alsnog draait, wordt ik steeds bewuster van mijn bewegingen, en dat mijn lichaam, geest, en zicht weer één zijn. De onenigheid was opgeheven. Maar zodra ik weer op de bank zit en om me heen kijk bekruipt me de ongemakkelijke gedachte: zou het kunnen dat de onenigheid altijd aanwezig is, and dat ik hier aan gewend ben geraakt? Zou het kunnen dat alles wat ik elke dag zie niet meer is dan een film, een sluier over de echte werkelijkheid gedrapeerd? Dat het leven zelf een virtuele wereld is? Dit zijn uiteraard geen baanbrekende nieuwe gedachtes. Maar voordat ik de wereld van de Oculus Rift heb gekend heb ik nooit eerder op zo’n sterke, concrete, en intense manier de mogelijkheid gevoeld dat de werkelijkheid alles behalve werkelijk zou kunnen zijn.