241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Echo + Seashell bestaat uit kunstenaars Henna Hyvärinen and Susan Kooi. Ze treden op met de nummers die ze samen schrijven over problematische kunst- en liefdesleven, gebaseerd op wat er op dat moment in hun levens speelt. In samenwerking met verschillende muzikanten wordt de muziek geschreven en geproduceerd waardoor er variaties ontstaan in zowel stijl als genre.

De teksten vormen de kern, de ‘baby ziel’ van Echo + Seashell. Samen maken ze live performances, video’s, en tentoonstellingen. Na vele persoonlijk en professionele afwijzingen besloten ze samen een musical te schrijven met als thema ‘afwijzing’. Om ervoor te zorgen dat niemand afgewezen werd, gebruikten ze elke van de 18 nummers die ze toegezonden kregen. Voor sommige nummers schreven ze tekst, voor andere maakten ze video’s of vonden ze een alternatief platform. De musical bestaat uit vier delen: In the Game but Losing It, Hard and Soft, Project Runaway en Coldplay.

Hier een paar fragmenten uit de musical:

Play
Play
Play
COLDPLAY
IJverig probeerde ik mijn gezicht in de plooi te houden terwijl ik keek naar het bordje kroketten en aardbeien voor me. In één van de kroketten zat een deuk waaruit een twijfelachtige inhoud lekte op de frisse aardbei er onder. Een dikke rook bedekte dit treurige schouwspel onder een smerige grijze deken en ik wenste dat ik er een foto van durfde te maken als aandenken. De rook was afkomstig van de sigaret tussen de knokige vingers van de vrouw naast me. Ze hoestte nog even flink over de kroketten heen waarna ze oprecht zei: 'Neem dan toch een kroket meisje.' 'Nee dank je' zei ik terwijl ik mijn recente loopbaankeuze nog eens overdacht.

Tot voor kort werkte ik op een kantoor waar ik intens genoot van de verschillende mensen om me heen en optimistisch had bedacht dat er op elke werkplek prachtmensen werken, en ik daar altijd inspiratie uit kon putten voor betere dagen. Ik zou op deze nieuwe plek verder gaan en al mijn gevonden pareltjes zorgvuldig bewaren. Ik zou ze uitwerken in teksten, projecten en in nog onbekende toekomstplannen. Naast dit vertederende optimisme onderwierp ik mijzelf aan een onderzoek. In hoeverre kon ik mijn ziel verkopen wat betreft bijbanen, en daarnaast volhouden om artistiek verantwoorde dingen te blijven doen? Wanneer zou ik bijvoorbeeld een kunstenaar met een bijbaan in een hotel zijn, en wanneer was ik iemand in dat zelfde hotel met een hobby? Waar is de balans en hoe ver kon ik nog gaan?

De rek zat er ondertussen goed in en ik voelde het zwarte gat al naar me loeren. 'Drommels' dacht ik, terwijl ik mijn motieven om in dit hotel te gaan werken nog eens overpeinsde. De sigaret was inmiddels uitgegaan aan de kroketten en aardbeien werden gretig verslonden door mijn tafelgenoten. Ik bekeek ze één voor één en overwoog hun potentie om onderdeel te worden van mijn volgende project of dan toch een hobby-cursus. De dame naast me was hoe dan ook een prachtexemplaar, en ook de andere vrouwen aan tafel misstonden ook niet in mijn verzameling van fantastische collega's.


Zo had Rita shag kleurig haar, dito broek, en kauwde ze stilletjes op haar boterham, vertrouwde Belinda me hotelgeheimen toe zoals dat je liever geen kamers van wielrenners en Chinezen wilt schoonmaken, en vertelde Denise me trots dat ze haar verleden als drugsverslaafde achter zich had gelaten en alweer dertig jaar voor het hotel werkte. Ze glimlachte haar overgebleven tanden bloot en ik glimlachte terug. Ik vond dat ook mooi voor haar, maar ik krijg altijd een beetje de kriebels als mensen me op een hele nare werkplek vertellen dat ze daar al heel lang werken. Zwetend zie ik dan mijn leven aan me voorbij zie flitsen tot ik opeens zelf die persoon ben die na de academie even tijdelijk iets 'anders' ging doen en voor altijd daar is blijven hangen. Dat mensen op een reünie van de kunstacademie zeggen van: 'Heb je het van Gerda gehoord? Werkt al dertig jaar in een hotel. 'Het Volkshotel? Nee gewoon een hotel. Zo'n eentje vlakbij de snelweg waar niemand de eigenlijk de naam van weet. 'O'

De brullende radiatoren naast onze pauze plek haalden me uit mijn nachtmerrie. Mijn collega's waren inmiddels opgestaan om weer aan het werk te gaan en ik overwoog even om weg te rennen en nooit meer terug te komen. Nu wil ik graag benadrukken dat ik geen enkel probleem heb met schoonmaken en andere soortgelijke banen, maar ik er wel iets wat op voldoening lijkt uit moet halen.. Zo maakte ik in bijvoorbeeld al eerder met grote liefde schoon bij ouderen thuis, bracht ik ontbijt rond in een ziekenhuis, bezorgde ik een hele zomer post (in mijn regenpak) en was ik persoonlijk verantwoordelijk voor het planten van een stuk of duizend plantjes in hele kleine klote potjes aan een lopende band. Na deze reeks van best wel specifieke banen leefde ik me een jaar uit als docent bij een kunstruimte, werkte ik in een geweldige winkel (die jammer genoeg haar deuren sloot) en kwam ik via het kantoor bij dit hotel terecht. Het plan was om er net genoeg te werken om mijn huur te betalen en verder in de naam van de kunst alle kleurrijke bezoekers en hun kamers goed te observeren en daar mijn voordeel mee te doen. Zoals je ondertussen zult vermoeden was mijn teleurstelling groot.

Het was een kleurloos hotel waar mijn taakomschrijving bestond uit kamers er zo schoon mogelijk uit laten zien. Tot voor kort kwam ik zelf graag in een hotel, maar deze dagen lagen nu voor goed achter mij. Ik trok haren van onbekende mensen uit doucheputjes, moest wc's afdrogen met handdoeken (echt) en gebruikte kopjes koud afspoelen en terug zetten (ja echt). Niet alleen werd mijn banen theorie van eerder op de proef gesteld, ik begon ernstig te twijfelen aan mijn karma terwijl ik commando's opvolgde die het hotel veranderde in één grote death trap van bacteriën, ziektes en andere ranzige ongemakken. Ik besloot daarom om de (ranzige) handdoek in de ring te gooien en op zoek te gaan naar een andere bijbaan. Het risico voelde te groot om te kijken waar ik anders uit kwam.

Van de ene vreemde werkomgeving rolde ik zo door in de ander, waar ik vanuit een soort controle centrum vrachtwagenritten inplande door het hele land. Nu ben ik voor iemand van die van de academie komt vrij goed in overzicht houden, coördineren en dingen regelen dus leek het mij niet minder moeilijk om dat met vrachtwagenchauffeurs te doen. Ik werkte ijverig en sneed mezelf in de vingers door alles zo efficiënt in te plannen dat ik drie weken eerder klaar was dan de bedoeling was. Misschien maar beter ook, want mijn collega's wisten dat ik tijdelijk daar was en besloten daarom voor het gemak te doen alsof ik al weg was. Een vreemde ervaring die ik niemand toe wens.

Ondertussen groeide mijn projecten als kool en werd ik gevraagd voor de leukste dingen. Ik werd gevraagd als deelnemer voor een documentaire over creativiteit, richtte een ontmoetingsplek op die veel bezoekers trok, interviewde kunstenaars en hoorde van iedereen hoe goed ik wel niet bezig was. Het klopte dat ik op mijn vrije dagen met veel liefde aan mijn projecten werkte en ze zag groeien, maar het knaagde dat ik nog steeds geen brood kon verdienen met waar ik goed in was. Zo spitte ik zowel door droombanen op het culturele werkvlak als treurige vacatures op het andere.

Als een Russian roulette met banen speelde ik verder. Werd het weer die bijbaan of werd het iets anders? De goden bleken me goed gezind en in plaats van een volgende grauwe werkplek mocht ik een paar maanden mee lopen op de redactie van het tijdschrift Kunstbeeld. Niet alleen ontdekte ik dat mijn helden achter het blad super gezellig waren, maar ook dat er werkplekken bestonden die een beroep doen op je talenten. Ik dook er volop in en mailde heen en weer met kunstenaars en hun assistenten, stelde trillend als een rietje een vraag aan Marlene Dumas en reisde het hele land door in de naam van een kunst. Ik schreef mijn verslagen met liefde, nam alles in mij op en zette me schrap voor wat daarna komen zou.

Ik hoopte met heel mijn hart en ziel dat ik iets kon gaan doen waarin ik zowel mijn hersenen kon laten werken als mijn pen, waar ik zou mogen coördineren en samen kon werken met mensen waar ik blij van word en als kers op de taart ook nog eens het dak boven mijn hoofd kon betalen. Na elke dag een afwijzing in mijn mail kwam daar opeens op een zaterdagavond een berichtje: 'Wat doe jij op dit moment qua werk? Ben je goed in dingen regelen?' Ik keek naar mijn scherm en omhoog, even denkend dat het universum een gemeen grapje met mij uit haalde. ' Ik ben heel goed in dingen regelen.' stuurde ik terug. Na een hoop berichtjes heen en weer en een gesprek ben ik opeens voorzien van een echte bijbaan met alles er op en er aan wat ik leuk vind en goed in ben, werk voor twee hele leuke mensen en bovendien mee mag naar Kaapstad om nog meer fijns te gaan doen.

Terwijl ik deze fantastische plot wending probeer te bevatten denk ik nog eens terug aan afgelopen jaar. Aan het kantoor, aan de vrachtwagens, aan Kunstbeeld en ten slotte ook aan een die kroketten en aardbeien op dat schaaltje bij het hotel. Ik zie de rook er weer over waaien en besef me dat ik aan een zekere bestemming ontsnapt ben. Een glimlach krult langzaam omhoog op mijn gezicht. Voor nu dan.

André Thijssen, Aksacoka, Turkey
André Thijssen, Amsterdam, Netherlands 2011
André Thijssen, Amsterdam, Netherlands 2012
André Thijssen, Aksacoka, Turkey

Is er een ervaring die, naast die van geluk, het beleven van een avontuur overtreft? Ja, aangenaam verrast te worden door iets dat je nooit eerder hebt ervaren kan je, gepokt en gemazeld door ervaringen, tot op hoge leeftijd overkomen wanneer je ervoor open staat.

Als beeldmaker, veelal met de camera als gereedschap, heb ik op zoek naar avontuur het nodige gereisd. Wakker worden in een vreemd bed, op een nieuwe locatie en na het ontbijt verwachtingsvol een onbekende wereld binnenstappen heeft een altijd een aangename lading.

Maar ook zonder een prijzig vliegticket kan het doorbreken van bekende routes in je eigen stad soortgelijke ervaringen opleveren.

Bij voorkeur lopend om ogenschijnlijk onbelangrijke details te kunnen waarnemen.

André Thijssen, Amsterdam, Netherlands 2011

In je ooghoek een intrigerend mysterie waarnemen dat je de pas doet inhouden ervaar ik als een bijzondere sensatie.

Wanneer de tweedimensionale weergave van zo’n mysterie in een later stadium nog hetzelfde aangenaam raadselachtige gevoel weet op te roepen bij jezelf èn bij anderen zou er wel eens sprake kunnen zijn van een geslaagd werk.

André Thijssen, Haarlem, Netherlands 2012

In mijn archief bevinden zich ook beelden die niet altijd hetzelfde obscure gehalte hebben maar meer anekdotische van aard zijn. Deze foto's betreffen meer situaties, soms raadselachtig omdat het de vraag oproept waarom mensen bepaalde situaties zo hebben achtergelaten.

Voor redactionele opdrachten ga ik veelal als eerste in dit deel van mijn archief te rade. Een beeld bij een tekst vraagt een andere benadering: een autonoom beeld op associatieve wijze toegepast levert een spannender wisselwerking op dan een tekst verluchtigd met een gedienstige, verklarende illustratie. Redactioneel beeld hoeft een onderwerp niet altijd te verduidelijken maar mag, wat mij betreft zelfs graag, een onderwerp ter discussie stellen.

Een onverwachte invalshoek kan er een nieuwe verrassende betekenis aan geven.

André Thijssen, Aksacoka, Turkey, 2011

http://theotherpicture.com

http://fringephenomena.com

http://nl.blurb.com/books/4531276-fringe-phenomena-3

André Thijssen, Rincon de la Victoria, Spain 2013
André Thijssen, Sania, Hainan, China 2007
André Thijssen, Haarlem, Netherlands 2012
Toen ik de opdracht kreeg een onderwerp te bedenken voor mijn eindscriptie raakte ik vrijwel meteen in paniek. Ik vond dat ik een onderwerp moest kiezen dat past bij mijn werk en dat aansluit bij mijn artistieke onderzoek. Het moest inspiratie geven voor nieuw werk, origineel, vernieuwend en actueel zijn, en ik vond ook dat het niet te voor de hand liggend mocht zijn. Eigenlijk moest het gewoon perfect zijn.

In de jaren dat ik studeer aan de KABK is mij, zonder uitzondering, bij elke beoordeling of werkbespreking verteld dat ik moet leren loslaten. Durven loslaten. Durven falen. Dat falen onmisbaar is voor de artistieke ontwikkeling van een kunstacademiestudent, wordt de studenten op de eerste dag van het academiejaar door hoofddocent Johan van Oord ingeprent. Hij noemde de academie in zijn openingstoespraak ‘the temple of failure’, waar het meer gewenst is om meerdere ‘slechte’ werken te maken dan een enkel ‘goed’ werk en waar elke mislukking waardevol is. Alleen door te falen zou de student in staat zijn om te leren, veranderingen aan te brengen in zijn artistieke proces en zichzelf te ontwikkelen. Maar is dat ook echt zo?

Ik besloot mijn eindscriptie te wijden aan een onderzoek naar de rol van het falen in het proces van het kunstenaarschap en de invloed ervan op de artistieke ontwikkeling. Ik doopte het Fail to learn.
Maar wat is falen eigenlijk? Als eerste nam ik mijn toevlucht tot een praktische oplossing: het woordenboek. De Oxford English Dictionary bood meerdere definities van het woord failure, die ik vervolgens enigszins vrijelijk heb toegepast op het falen van een kunstwerk of het kunstenaarschap. Kort gezegd kwam het erop neer dat wat niet slaagt, faalt en dat wat niet faalt, slaagt. Daarbij is de toepassing van het begrip nogal belangrijk. Een invloedrijk persoon in ‘de kunstwereld’, een galerist of kunstcriticus, zou een kunstwerk of kunstenaar ‘gefaald’ kunnen noemen. Maar heeft de kunstenaar dan ook echt gefaald en is het kunstwerk daadwerkelijk een mislukking? Of is het misschien toch de kunstenaar zelf die dit alles bepaalt? Eén ding is wat mij betreft zeker: we kunnen ons falen niet controleren. Falen is afhankelijk van het toeval en expres falen bestaat niet. Want wie probeert te falen en daar vervolgens in slaagt, heeft dus niet gefaald. Misschien zit daar ook mijn frustratie wanneer mij wordt opgedragen te leren loslaten, te durven falen. In al mijn perfectionisme doe ik mijn uiterste best te falen, om er maar van te kunnen leren. Vervolgens faal ik te leren.
Ook heb ik gekeken naar de psychologische factoren die van invloed zijn op het falen in het artistieke proces. Zoals mijn grote vijand: de faalangst. Maria Hopman schreef in haar boek Creativiteit onder druk dat faalangst een angst is die slechts bestaat in onze beleving.[1] Uit onderzoek blijkt namelijk dat personen die naar eigen zeggen faalangstig zijn, even gespannen zijn als personen die zichzelf niet faalangstig vinden. Blijkbaar is het dus ‘slechts’ de beleving van spanning of angst die de faalangst definieert. Toch kan faalangst enorm verlammend werken op het artistieke proces. Hopman stelt dat het nemen van de eigen verantwoordelijkheid en het aannemen van een actieve houding de enige effectieve wapens zijn tegen de blokkade die faalangst kan veroorzaken. Ook Klaus Ottman beschrijft het belang van het aannemen van een bepaalde houding ten opzichte van het falen. Hij noemt het de genius decision, wat zoveel inhoudt als de poging van een kunstenaar om het onmogelijke toch mogelijk te maken. Juist in dit verband tussen het falen en het streven naar succes kan de kunst volgens hem zo betekenisvol zijn.[2]

Terugdenkend aan de uitspraak van Johan van Oord bleef ik mij afvragen hoe het leren door falen nu eigenlijk tot stand komt. Ik merkte dat ik op zoek was naar een bepaald ‘nut’ van het falen in het artistieke leerproces. Om dit te onderzoeken keek ik naar de theorieën van de psycholoog B.F. Skinner. Zijn gedragstheorieën omtrent ‘operante conditionering’ probeerde ik toe te passen op het gedrag ‘kunst maken’. Elk gedrag kan volgens Skinner geconditioneerd (aangeleerd) worden en het toepassen van positieve consequenties zou het gedrag, zoals het maken van kunst, versterken en zelfs verbeteren. Maar in het geval van negatieve consequenties, zoals afkeuring van een kunstwerk door bijvoorbeeld docenten, zal het gedrag in het vervolg vermeden worden. Het ‘nut’ van het falen is in dit geval dus dat de persoon leert dat hij het gedrag niet moet herhalen als hij niet nog eens wil falen. Falen om niet meer te hoeven falen. Het belangrijkste is dat het falen, volgens Skinner gekenmerkt door de negatieve consequenties die erop volgen, leidt tot gedragsverandering en aanpassing van de strategie van de kunstenaar. Dit is op te vatten als de positieve invloed die het leren door te falen kan hebben op het creatieve proces en de artistieke ontwikkeling.

Het principe mag misschien aannemelijk zijn, maar uiteraard ligt het niet zo eenvoudig in de praktijk van het kunstonderwijs. Daar wordt van de kunststudent verwacht dat hij op geheel eigen wijze een manier vindt om fundamenteel onderzoek te doen voor zijn werk op basis van een ‘theoretisch’ en ‘artistiek’ fundament.[3] Dat klinkt heel breed en dat is het ook. Het is dan ook moeilijk te bepalen wanneer een student erin geslaagd is of gefaald heeft aan deze eisen te voldoen. Het is in ieder geval essentieel voor een student om te leren omgaan met consequenties zoals negatieve feedback, omdat de kritiek van docenten en medestudenten het belangrijkste aanwezige referentiekader is dat de student tot zijn beschikking heeft. Zolang de student openstaat voor het leerproces dat verbonden is aan deze kritiek en feedback, kunnen de artistieke crisis en het falen overkomen worden.

Ik sprak met Johan van Oord over de academie als ‘the temple of failure’ en ook over de foto die hij hierbij toonde: Leap into the void van Yves Klein. Volgens Van Oord een goed voorbeeld van een werk dat voortkomt uit het falen. In het maakproces van de foto moest Klein vallen, om in het uiteindelijke kunstwerk te kunnen vliegen. Vallen om te vliegen. Falen om te slagen. Het falen en de triomf zijn beide even belangrijk in de artistieke ontwikkeling, aldus Van Oord. Vervolgens bedacht hij dat het beter was om de academie ‘the temple of failure and triumph’ te noemen.

[1] M. Hopman, Creativiteit onder druk, omgaan met faalangst en kritiek in kunst en kunstonderwijs. Assen: Van Gorcum, 1999

(2) K. Ottman, The Genius Decision: The Extraordinary and the Postmodern Condition, Putnam, CT; Spring Publications, 2004

[3] J. van der Tas, De muze als professie, Onderwijsvernieuwing aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Raamsdonksveer: Drukkerij Dombosch [z.j]

de er dik bovenop lig kunst

de zo hoort het kunst

de ik ben een kind van de zon kunst

de God is met ons kunst

de ik werk met dieren kunst

de ik werk met textiel kunst

de ik werk met energie kunst

de ik doe iets met mensen kunst

de ik hou van jou kunst

de zo is het en laat maar kunst

de nog een keer kunst

de niet over de streep ga kunst

de zoals het was kunst

de absurd maak kunst

de ik zie zulke mooie dingen kunst

de kijk mij eens kunst

de zo is het eigenlijk kunst

de dit krijg je als je dat doet kunst

de ik heb dit gevonden en er iets mee gedaan kunst

de ik zie wat jij niet ziet kunst

de hoe is het nou eigenlijk kunst

de zo is het en zo blijft het kunst

de kijk mij eens mezelf kwellen kunst

de waar slaat dat nou op kunst

de terug in de schoolbanken kunst

de mijn onderwerp is giraf en ik ga er mee verder kunst

de hoe groter hoe beter kunst

de als het maar ver weg is kunst

de kijk mij eens fijn bezig zijn kunst

de kijk naar je navel kunst

de kijk eens hoe geil ik ben kunst

de ik heb nergens last van kunst

de volle melk kunst

de dat doe ik ook kunst

de dat kan ik ook kunst

de ik wil graag echt zijn kunst

de kijk eens wat ik allemaal gelezen heb kunst

de het is net echt kunst

de fijn vrouw zijn kunst

de zoals het blijft kunst

de voor de lach en de vermaak kunst

de er valt niet mee te spotten kunst

de kijk eens wat ik heb gemaakt kunst

de voel met me mee kunst

de het is niet wat je denkt kunst

de van dik hout zaagt met planken kunst

de ik ben zo kunst

de romantiek van het kladblaadje kunst

de gladde glibber kunst

de constateer kunst

de laten zien dat het zo is en gaat kunst

de als je dit doet krijg je dat kunst

de terug naar af kunst

de kijk eens hoe eerlijk ik ben kunst

de ik ben er nog mee bezig kunst

de ik heb dit gelezen en dat gemaakt kunst

de ik heb dit gezien en er iets mee gedaan kunst

de leve de verwarring kunst

de ik doe het voor jullie kunst

de met bijna niets en toch heel veel kunst

de ik werk zo kunst

de ik voel zo veel kunst

de er fijn samen aan gewerkt hebben kunst

de doe maar raak kunst

de ik laat zien waar het vandaan komt kunst

de laat maar komen kunst

de laat je maar gaan kunst

de het gesprek ertussen kunst

de ik vond dat het zo moest, ik heb dit gedaan en nu is het goed kunst

de oh wat erg kunst

de er is al zoveel kunst

de uit zijn verband ruk kunst

de als je dit bij dat zet kunst

de ik het er iets mee gedaan kunst

de nu gebeurt er iets nieuws kunst

de je moet er maar op komen kunst

de draadjes mag je wel zien kunst

de samen met de computer kunst

de het royale gebaar kunst

de je mag meedoen kunst

de het is ook nog bruikbaar kunst

de ik stel aan de orde kunst

de ik zet aan het denken kunst

de laten we de maaltijd bereiden kunst

de ik doe boodschappen kunst

de doe iets met de ruimte kunst

de ik vind ruimte heel belangrijk kunst

de ik vind eigenlijk alles heel belangrijk kunst

de ja maar zo kan ik het ook kunst