241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Als kind had ik de wens om een vriendschap te sluiten met een Siberische tijger. Heel veel mensen hebben die innerlijke wens om met wilde dieren te zijn. Ik snap dat totaal. En ergens is het mooi om te zien als dat sommige mensen lukt. Sommige mensen kunnen echt met tijgers zwemmen en beren knuffelen.

Hiervoor geldt weer dat als die twee werelden elkaar aanraken of botsen met elkaar (desnoods met het afrukken van een arm of een verplettering), dat echt een schoonheidservaring bij me oproept. Zoals op YouTube. Er staan honderden filmpjes op YouTube waarin mensen echt met wolven leven, met tijgers jongleren. Zo is er ook een fragment in een dierentuin. Een ijsbeer heeft een stereotiepe toerist bij haar mollige been te pakken. De vrouw was over het hek heen geklommen en wilde Blinky (zijn naam) van dichtbij bekijken. Niet zonder risico.

Logisch is dat niet, vanuit het perspectief van de toerist. Vanuit het perspectief van Blinky is het meer dan logisch. Wat zo tot de verbeelding spreekt, is niet alleen dat ik op YouTube vanuit mijn slaapkamer kan zien hoe een ijsbeer, die Blinky heet, zo adorabel zijn vlijmscherpe tanden steeds dieper in een toeristenbout zet. Maar dat ik Blinky in een dierentuin voor heel even als een echt dier aanschouw. Hij komt tot leven. Blinky ervaart dat de grens tussen zijn kooi en de wandelpaden waar mensen foto’s van hem maken, dat daartussen heel even zijn eigen natuur bestaat. Noem het instinct, noem het verveling. Maar wat Blinky daar doet, is niet in verhalen neer te zetten. Het is. De naam Blinky verdwijnt met elke hap in haar vlees. Want tussen de tralies ligt de echte wereld waar de ijsbeer misschien zijn eigen naam weet en misschien niet.

John Berger schrijft dat dieren in onze maatschappij al in de marge zijn geraakt door onze neiging om dieren tot producten van ons eigen leven te maken. De verklaring van de hond die zo op zijn baasje lijkt. En in die marge zoeken de wilde dieren ook de grens op in gevangenschap.

Een dronken toerist met een voetbalshirt en gel in zijn stekelige haar bonkt op het glas van een wild dier dat als een couch potato met zijn rug naar de man toe ligt. ‘For the bloody love of God, do something!’ brult de man.

Ik denk aan de man die in de walvis woont. Bij mensen bestaan de tralies van gevangenschap in Disneyfilms of Bijbelse verhalen voornamelijk uit de huid of de mond van de dieren zelf, die mensen doorboren of open willen maken. Jona.

Het dierlijke in de mens en vice versa is een droomachtige vriend en vijand wereld. De onmogelijkheid daarvan drijft mij vaak ertoe om het toch te proberen. Ik verklaar mensen die tijgers willen aaien voor gek. Maar zelf zal ik het ook proberen. Als geliefden elkaar kussen, drukken ze elkaars hoofd hard tegen elkaar aan. Hun hersens moeten vermengd worden. Het draaien van de tong, de spier in ons lichaam waar minuscule deeltjes worden omgezet in grootse dingen.

Maar gelukkig heeft een hond een vorm en zweeft hij niet als beslag door de kamer. Gelukkig kunnen wij honden en katten aaien en aanbidden. Misschien zelfs met succes proefondervindelijk de ruimte insturen.

Een van de eerste keren dat ik opmerkte dat ik het effect van het benoemen een interessante bezigheid vond, was in het eerste jaar van de Rietveld.
‘Maak allemaal een panorama.’ Dat was de opdracht.

Als goud van mijn generatie ben ik natuurlijk niet gaan uitzoeken hoe je daadwerkelijk een panorama moet maken. Ik ging naar de tandarts en vroeg om een vooraanzicht-röntgenfoto van mijn gebit. Ik printte die uit op A3 en toen dacht ik: dit heet nou een panorama, maar ik noem het ‘City by night’. De tekst bij een beeld kan een wereld ontsluiten of een wereld weergeven. Het spanningsveld tussen het woord, de betekenis, en het beeld, de zichtbaarheid, is speelveld. Marcel Duchamp noemde de titel in de beeldende kunst een onzichtbare kleur.

Soms is het zichtbare een verwachting. Een zwangere buik. Daarmee ook onzichtbaar. Wat erin zit, krijgt een naam. De kers op de taart.

Ik wil het vandaag onder meer over namen hebben omdat elke wereld valt of staat bij het hebben van een naam. Ik zal het geven van een naam introduceren met een smakelijke roddel. Mijn eerste zwartgallige liefdesgeschiedenis dacht ik te hebben afgesloten op mijn achttiende. Toch kwam er nog een achtervolgingsscène.

Niet lang geleden opende ik mijn Facebookpagina en daar zag ik babyfoto’s. Die jongen had een kind gekregen. Als de titel van het fotoalbum zag ik met tien uitroeptekens mijn naam staan. Hij had zijn dochtertje Annelein genoemd. Midas Dekkers zei: Je naam is een gedicht. De ouders proberen er alles in te stoppen dat de grootsheid van jouw bestaan moet omvatten.

Wel drie keer heb ik de computer opnieuw opgestart en in- en uitgelogd, maar Facebook was niet kapot. Door zijn dochter Annelein te noemen heeft hij ons toch nog weten te verbinden.

Natuurlijk zijn we niet verbonden. Natuurlijk is het maar een naam. Iedereen die een beetje logisch nadenkt, weet dat het geen kwaad kan. Maar waarom voelde dat dan zo giftig?

Dat gebaar is zo veel groter dan de feitelijke gebeurtenis. De machtsuitoefening.

‘What’s in a name? That which we call a rose
By any other name would smell as sweet’

De Noord-Amerikaanse Indiaan beschouwt zijn naam als een onderdeel van zichzelf. Zijn naam is even belangrijk als zijn ogen of tanden. Kwaadwillig gebruik van zijn naam is hetzelfde als een verwonding aan zijn lichaam. Er zijn Aboriginals die hun naam geheimhouden om zichzelf te beschermen tegen het kwaad. Er zijn Indianenstammen waar de mensen allemaal hun naam veranderen als er iemand is doodgegaan. Sommige Indianen moeten hun naam verdienen. Tot die tijd heten ze jongen of meisje. Andere Indianen zullen hun eigen naam nooit uitspreken in de buurt van een open rivier omdat hun ziel dan meegevoerd kan worden en het kwaad hen dan weet te vinden.

Mensen hebben namen, kunstwerken hebben titels, producten hebben een merk, planten en dieren een terminologie.

Als ik het me goed herinner zijn er ook Aboriginals die namen hebben die naar verschijnselen in de natuur verwijzen. Zo kan de naam Karla bijvoorbeeld vuur betekenen. Als die persoon doodgaat, noemen ze die naam nooit meer. Voor ‘vuur’ moet een ander woord gemaakt worden. Zo verandert hun wereldbeeld constant. De associaties bij het woord ‘vuur’ moeten herboren worden.

Een wereldbeeld dat op deze manier een eigen autoriteit opeist, kan ik in theorie erg waarderen. Niet omdat ik bereid ben om zo te kijken, niet omdat ik daartoe in staat ben. Maar omdat je nooit weet wanneer Karla doodgaat.

Sommige mensen praten in naam der wet, anderen praten in naam der kunst. Het toe-eigenen van macht en de naam is altijd met elkaar verbonden. Amerikanen zeggen mij: Hi! What’s your name? Annelein? O hi, Annelein. Nice to meet you Annelein.

Een vriendin van me vindt het walgelijk dat kassières een naambordje dragen. Het brengt hen in een nederige positie.

Je kunt iemand taggen, verkleinen tot een begrip. Of bij producten, vergroten tot een begrip.