241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Josje Hattink is beeldend kunstenaar afgestuurd aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en rondt op dit moment haar Bachelor Kunstgeschiedenis af aan de Universiteit van Leiden. Josje won in 2012 de scriptieprijs met haar scriptie ‘Fail to Learn’ over de invloed van het falen op het proces van het kunstenaarsschap en de artistieke ontwikkeling. Josje haar werken gaan over het tonen van een zoektocht naar kennis, wetenschap en begrip die vroeger in het verleden en als kind (meer) aanwezig leek te zijn. Grote waarheden en algemene wetmatigheden, maar ook kleine toevalligheden en (on)mogelijkheden komen hierin voor.

Toen ik de opdracht kreeg een onderwerp te bedenken voor mijn eindscriptie raakte ik vrijwel meteen in paniek. Ik vond dat ik een onderwerp moest kiezen dat past bij mijn werk en dat aansluit bij mijn artistieke onderzoek. Het moest inspiratie geven voor nieuw werk, origineel, vernieuwend en actueel zijn, en ik vond ook dat het niet te voor de hand liggend mocht zijn. Eigenlijk moest het gewoon perfect zijn.

In de jaren dat ik studeer aan de KABK is mij, zonder uitzondering, bij elke beoordeling of werkbespreking verteld dat ik moet leren loslaten. Durven loslaten. Durven falen. Dat falen onmisbaar is voor de artistieke ontwikkeling van een kunstacademiestudent, wordt de studenten op de eerste dag van het academiejaar door hoofddocent Johan van Oord ingeprent. Hij noemde de academie in zijn openingstoespraak ‘the temple of failure’, waar het meer gewenst is om meerdere ‘slechte’ werken te maken dan een enkel ‘goed’ werk en waar elke mislukking waardevol is. Alleen door te falen zou de student in staat zijn om te leren, veranderingen aan te brengen in zijn artistieke proces en zichzelf te ontwikkelen. Maar is dat ook echt zo?

Ik besloot mijn eindscriptie te wijden aan een onderzoek naar de rol van het falen in het proces van het kunstenaarschap en de invloed ervan op de artistieke ontwikkeling. Ik doopte het Fail to learn.
Maar wat is falen eigenlijk? Als eerste nam ik mijn toevlucht tot een praktische oplossing: het woordenboek. De Oxford English Dictionary bood meerdere definities van het woord failure, die ik vervolgens enigszins vrijelijk heb toegepast op het falen van een kunstwerk of het kunstenaarschap. Kort gezegd kwam het erop neer dat wat niet slaagt, faalt en dat wat niet faalt, slaagt. Daarbij is de toepassing van het begrip nogal belangrijk. Een invloedrijk persoon in ‘de kunstwereld’, een galerist of kunstcriticus, zou een kunstwerk of kunstenaar ‘gefaald’ kunnen noemen. Maar heeft de kunstenaar dan ook echt gefaald en is het kunstwerk daadwerkelijk een mislukking? Of is het misschien toch de kunstenaar zelf die dit alles bepaalt? Eén ding is wat mij betreft zeker: we kunnen ons falen niet controleren. Falen is afhankelijk van het toeval en expres falen bestaat niet. Want wie probeert te falen en daar vervolgens in slaagt, heeft dus niet gefaald. Misschien zit daar ook mijn frustratie wanneer mij wordt opgedragen te leren loslaten, te durven falen. In al mijn perfectionisme doe ik mijn uiterste best te falen, om er maar van te kunnen leren. Vervolgens faal ik te leren.
Ook heb ik gekeken naar de psychologische factoren die van invloed zijn op het falen in het artistieke proces. Zoals mijn grote vijand: de faalangst. Maria Hopman schreef in haar boek Creativiteit onder druk dat faalangst een angst is die slechts bestaat in onze beleving.[1] Uit onderzoek blijkt namelijk dat personen die naar eigen zeggen faalangstig zijn, even gespannen zijn als personen die zichzelf niet faalangstig vinden. Blijkbaar is het dus ‘slechts’ de beleving van spanning of angst die de faalangst definieert. Toch kan faalangst enorm verlammend werken op het artistieke proces. Hopman stelt dat het nemen van de eigen verantwoordelijkheid en het aannemen van een actieve houding de enige effectieve wapens zijn tegen de blokkade die faalangst kan veroorzaken. Ook Klaus Ottman beschrijft het belang van het aannemen van een bepaalde houding ten opzichte van het falen. Hij noemt het de genius decision, wat zoveel inhoudt als de poging van een kunstenaar om het onmogelijke toch mogelijk te maken. Juist in dit verband tussen het falen en het streven naar succes kan de kunst volgens hem zo betekenisvol zijn.[2]

Terugdenkend aan de uitspraak van Johan van Oord bleef ik mij afvragen hoe het leren door falen nu eigenlijk tot stand komt. Ik merkte dat ik op zoek was naar een bepaald ‘nut’ van het falen in het artistieke leerproces. Om dit te onderzoeken keek ik naar de theorieën van de psycholoog B.F. Skinner. Zijn gedragstheorieën omtrent ‘operante conditionering’ probeerde ik toe te passen op het gedrag ‘kunst maken’. Elk gedrag kan volgens Skinner geconditioneerd (aangeleerd) worden en het toepassen van positieve consequenties zou het gedrag, zoals het maken van kunst, versterken en zelfs verbeteren. Maar in het geval van negatieve consequenties, zoals afkeuring van een kunstwerk door bijvoorbeeld docenten, zal het gedrag in het vervolg vermeden worden. Het ‘nut’ van het falen is in dit geval dus dat de persoon leert dat hij het gedrag niet moet herhalen als hij niet nog eens wil falen. Falen om niet meer te hoeven falen. Het belangrijkste is dat het falen, volgens Skinner gekenmerkt door de negatieve consequenties die erop volgen, leidt tot gedragsverandering en aanpassing van de strategie van de kunstenaar. Dit is op te vatten als de positieve invloed die het leren door te falen kan hebben op het creatieve proces en de artistieke ontwikkeling.

Het principe mag misschien aannemelijk zijn, maar uiteraard ligt het niet zo eenvoudig in de praktijk van het kunstonderwijs. Daar wordt van de kunststudent verwacht dat hij op geheel eigen wijze een manier vindt om fundamenteel onderzoek te doen voor zijn werk op basis van een ‘theoretisch’ en ‘artistiek’ fundament.[3] Dat klinkt heel breed en dat is het ook. Het is dan ook moeilijk te bepalen wanneer een student erin geslaagd is of gefaald heeft aan deze eisen te voldoen. Het is in ieder geval essentieel voor een student om te leren omgaan met consequenties zoals negatieve feedback, omdat de kritiek van docenten en medestudenten het belangrijkste aanwezige referentiekader is dat de student tot zijn beschikking heeft. Zolang de student openstaat voor het leerproces dat verbonden is aan deze kritiek en feedback, kunnen de artistieke crisis en het falen overkomen worden.

Ik sprak met Johan van Oord over de academie als ‘the temple of failure’ en ook over de foto die hij hierbij toonde: Leap into the void van Yves Klein. Volgens Van Oord een goed voorbeeld van een werk dat voortkomt uit het falen. In het maakproces van de foto moest Klein vallen, om in het uiteindelijke kunstwerk te kunnen vliegen. Vallen om te vliegen. Falen om te slagen. Het falen en de triomf zijn beide even belangrijk in de artistieke ontwikkeling, aldus Van Oord. Vervolgens bedacht hij dat het beter was om de academie ‘the temple of failure and triumph’ te noemen.

[1] M. Hopman, Creativiteit onder druk, omgaan met faalangst en kritiek in kunst en kunstonderwijs. Assen: Van Gorcum, 1999

(2) K. Ottman, The Genius Decision: The Extraordinary and the Postmodern Condition, Putnam, CT; Spring Publications, 2004

[3] J. van der Tas, De muze als professie, Onderwijsvernieuwing aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. Raamsdonksveer: Drukkerij Dombosch [z.j]