241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Horace Walpole

De munter van het woord serendipity, de Britse auteur Horace Walpole, omschreef dit begrip in 1754 als het “door toevalligheden en scherpzinnigheid ontdekken van dingen waar ze níet naar op zoek waren”. Hij verwees naar De Drie Prinsen van Serendip, een Perzisch sprookje, waarin drie hoogheden uit Sri Lanka, waar de naam Serendip naar verwijst, allerlei verrassende waarnemingen deden en ook allemaal juist duidden.

De moderne definitie van serendipiteit is 1) het talent een verrassende waarneming te doen en correct te duiden, en 2) een vrucht van dit talent.

Serendipiteit is, kortom, de kunst een ongezochte vondst te doen, of de onberaamde vondst zelf. Het kan gaan om ‘toevallige’ ontdekkingen, uitvindingen of creaties uit wetenschap, techniek of kunst, en om onverwachte gedachtes. Met ‘toevallig’ wordt niet bedoeld, dat je ‘zomaar’ iets vindt, in de wiskundige zin van at random. Het heeft hier een psychologische betekenis: iets ‘valt’ je ‘toe’, vaak terwijl je naar iets anders zoekt.

Zo’n ‘toevallige’ observatie is meestal het waarneembare gevolg van een (nog) onbekende oorzaak. Zodra die onbekende oorzaak bekend is, verdwijnt het ‘toevallige’ karakter van de observatie. Uit de praktijk blijkt dat het zinnig is verrassende waarnemingen zo correct mogelijk te duiden, vooral als ze iets nieuws kunnen opleveren. Zo’n wonderlijke observatie kan een enigma, een anomalie of een noviteit zijn.

Bij een enigma is er sprake van een raadsel: geen enkele gangbare theorie biedt een verklaring. Dat was bijvoorbeeld het geval toen de oude Grieken tot hun verrassing waarnamen dat barnsteen stof kan aantrekken. Een anomalie is per definitie strijdig met de heersende theorieën. Toen uit experimenten bleek dat uraniumkernen kunnen splitsen, was dat strijdig met de heersende overtuiging dat atomen ondeelbaar waren. Pas toen men die opvatting liet varen, was het te begrijpen. Bij een noviteit is dat anders, die botst namelijk niet met de aanvaarde theorieën. De waarneming van Drais dat hij het stuur van zijn loopfiets ook kon gebruiken om in evenwicht te komen en te blijven paste in de mechanica van zijn tijd.

De Sofisten wisten al dat je niet naar het nieuwe kunt zoeken, omdat je dan niet weet wat je zoeken moet. Wat echt nieuw is, is immers niet af te leiden uit het oude, dan zou het namelijk niet écht nieuw zijn. Voor het vinden van het werkelijk onbekende is dan ook een verrassing nodig, een wonderlijke waarneming of gedachte.

Systematisch zoeken en toevallig vinden (serendipiteit) sluiten elkaar overigens niet uit, ze complementeren en versterken elkaar zelfs. Ongezochte vondsten blijken vaak bijvangsten. Zolang je op je krent zit, struikel je immers nergens over.

De ‘toevallige vondst’ is zeldzaam. Het gaat vooral om ‘toevallige waarnemingen’ die juist worden verklaard. Dat vergt kennis van zaken. Je moet immers vooraf weten wat je kunt verwachten om het onverwachte als zodanig te kunnen waarnemen. En het correct duiden ervan vergt ook kennis en ervaring.

Dus “Verwacht ook het onverwachte!” (vrij naar Heraklitus). En “Readiness is all!” (Shakespeare)! Poe gebood: “Reken op het onvoorziene!”