241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

De neuroanatomist Valentino publiceerde in 1986 Vehicles: Experiments in Synthetic Psychology (MIT Press). In dit korte, prachtige boek presenteert hij conceptuele schema’s voor veertien unieke synthetische wezens die hij Vehicles noemt. Tijdens het volgen van een vak over kunstmatige intelligentie op het MIT (Massachusetts Institute of Technology) werd ik bezeten door deze diagrammen. Mijn Tissue en Microlmage projecten zijn software interpretaties volledig gebaseerd op Braitenberg’s Vehicle 1 en 2.

Vehicle 2 heeft twee sensors, beiden aangesloten op een motor. Ze zijn zo verbonden dat een sterke stimulans de motor snel zal laten draaien, terwijl de motor langzamer draait door een zwakke stimulans (zonder stimulans draait de motor niet). De linker sensor van Vehicle 2a is aangesloten op de linker motoren en Vehicle 2b heeft gekruiste verbindingen. Als de sensor bijvoorbeeld wordt aangetrokken door licht en er is licht in de kamer zal Vehicle 2a zich keren van het licht terwijl 2b zich op het licht zal richten. Braitenberg beschrijft de ene machine als laf en de ander als agressief, toespelend op de antropomorfe kwaliteiten die wij toekennen aan bewegende voorwerpen.

Vehicle 3a en 3b zijn identiek aan Vehicle 2a en 2b, maar de correlatie tussen sensor en motor wordt omgekeerd – een zwakke stimulans aan de sensor zal de motor sneller doen draaien, en door een sterke stimulans zal de motor stoppen. Vehicle 3a benadert het licht en stopt als het te dichtbij komt, en 3b beweegt naar het licht maar draait zich om en vertrekt wanneer het te dichtbij komt.

Indien er meer dan één stimulans binnen de omgeving wordt geplaatst, kunnen deze eenvoudige configuraties ingewikkelde verplaatswegen opleveren omdat de concurrerende stimuli steeds op conflicterende wijze de aandacht opeisen. De Tissue beelden zijn gecreëerd met drie stimuli, de Microlmage beelden met vijf.