241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

prins carnaval Geleen
Eva Braun
carnaval
carnaval 2
prins carnaval Geleen

Carnaval... the horror... the horror...
Mijn vraag is deze: waarom vind ik carnaval zo erg?
O, wacht, ik vind het niet erg. Ik vind het zelfs walgelijk.

Op zich is het toch een fantastisch gegeven: ‘Een korte periode van chaos, het tijdelijk opheffen van sociale ongelijkheid. Rolverwisseling en overaccentuering van het gedrag dat bij de aangenomen rol hoort.’ Hetgeen klinkt naar maatschappelijk oproer, iets waar ik te allen tijde vóór ben. Doch wat zich doorgaans uit in grote groepen mensen die super raar gaan doen, gewoon op straat, die zich bizar kleden waarbij vaak elke vorm van ijdelheid lekker aan de kant wordt geschoven en die beginnen met drinken om 10 uur ’s ochtends tegen de kater van de vorige nacht, want het feest gaat onbekommerd een paar dagen lang door. Er is echter gelukkig geen plaats voor kleinzerigheid, bekrompenheid, buitensluiten, negativiteit, voor alles wat de feestroes in de weg zit. Als je je in een feestende carnavalsmassa mengt word je onmiddellijk opgenomen en verwelkomd, je wordt onderdeel van het geheel. Jij en de hossende massa zijn één.

Je ziet een dansende buurman voorbijkomen in een mislukt smurfenpak en je denkt: ‘Daar zit dus tóch leven in.’ De kans is groot dat hij van jou hetzelfde denkt in je zelfgemaakte ‘Aardappel Anders’-kostuum. Je ziet hoe een caissière van de plaatselijke supermarkt iemand hartstochtelijk staat te zoenen en dat de groene schmink van haar gezicht zich mengt met de roze lippenstift van haar mannelijke feestpartner. Achter hen zoent een heel lelijke clown op zijn beurt met dezelfde passie een lantaarnpaal (geen kostuum, gewoon een lantaarnpaal) en er komt een praalwagen in de straat voorbij in de vorm van een neus.

De geschiedenis van het carnaval kent vele verschillende versies en varianten. Hoofdelement voor een beetje carnavalesk feest is een maatschappelijke of kerkelijke hiërarchie. Er moeten minimaal twee partijen zijn van ongelijke sociale of kerkelijke orde. Want waar gezag is, daar zijn (met een beetje geluk) een aantal onderdanen of volgelingen die dat gezag willen spiegelen. De kerkelijke autoriteiten dachten dat het goed zou zijn voor de ‘gewone gelovigen’ om voor de Aswoensdag tijdens een korte, doch intensieve periode van een paar dagen feesten te ervaren hoe de boel uit de hand zou lopen als je ‘de duivel, heksen, narren, de antichrist en het eigenzinnige in de mens laat regeren’. Het doel was hierbij om een leven met een puur aards karakter te laten zien en hoe verderfelijk dit was. Dat de logica van deze gedachtegang je misschien ontgaat, is niet zo vreemd omdat het ongeveer hetzelfde klinkt als: geef de mens voor drie dagen ieder een miljoen om te doen wat hij wil, en we zullen zien dat hij met de staart tussen de benen na die drie dagen bij ons in de kerk terug zal willen kruipen.

‘Een korte periode van chaos, het tijdelijk opheffen van sociale ongelijkheid. Rolverwisseling en overaccentuering van het gedrag dat bij de aangenomen rol hoort.’ Anthony Howell (1945) is een Britse performancekunstenaar die in zijn werk speelt met de omkering. In zijn performance The world turned upside-down uit 1998 loopt hij rond in een sober en klassiek mannenkostuum dat verkeerd aangetrokken is. Hij wordt vergezeld door twee jonge biggen die om hem heen scharrelen en knorrende, snurkende geluiden maken. Terwijl Howell rondloopt corrigeert hij zijn kledij. Zit de achterkant van zijn pak aan zijn voorkant, en zit zijn stropdas op zijn rug, dan probeert hij het jasje om te draaien naar zijn rug waarbij dan wel opeens de mouwen van het jasje als broekspijpen dreigen te eindigen. De biggen staan symbool voor het lage, het genotzuchtige in de mens en zij leveren letterlijk de soundtrack voor de performance. Na afloop werden Wiener worstjes geserveerd aan het publiek. Zoals Howell in zijn performance door het dragen van zo’n pak zich lijkt te conformeren aan bepaalde waarden in de maatschappij, zo saboteert hij dat meteen door dit uniform als het ware te misbruiken op zijn lichaam. Hij draagt een pak, maar hij draagt geen pak.

Anthony Howell, de wereld op zijn kop, 1998

‘Een korte periode van chaos, het tijdelijk opheffen van sociale ongelijkheid. Rolverwisseling en overaccentuering van het gedrag dat bij de aangenomen rol hoort.’ Wat mijn walging betreft, ik denk dat het ’m hierin zit: een KORTE periode van chaos? Het TIJDELIJKE opheffen van sociale ongelijkheid? Hoe zit het dan met die overige 361 dagen? Het is dat keurige kader van precies vier dagen, waarin iedereen raar mag doen en er vreemd uit mag zien, waarin alles schijnt te kunnen, waar ik het niet mee eens ben. Mensen, dat is een druppel op de gloeiende plaat. O kunstenaars aller landen werk voort, werk voort. Aan jullie de taak om al die andere dagen de wereld op een andere manier te laten zien, en binnenstebuiten of achterstevoren te keren.

‘Het afbakenen en ook het vergeten van de tijd is heel erg belangrijk tijdens carnaval. De klok wordt overwonnen. Als we carnaval aan het vieren zijn dan zijn we groter dan de tijd. Dat is bijna metafysisch. Je zou kunnen zeggen dat mijn boek ook over zenboeddhisme gaat.’ Aldus Amsterdammer Jan van Mersbergen (1971) naar aanleiding van zijn roman Naar de overkant van de nacht (2011), die zich afspeelt in de roes van de Venlose carnaval die hij elk jaar viert.

(O kunstenaars aller landen WERK VOORT, WERK VOORT!!)