241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

De gigantische loods waar ooit de broodfabriek stond staat vol marktramen waar vooral families hun oude rommel verkopen: troep getrokken uit het onderste van de lades, oude meuk gevonden in de donkere hoeken van de kelder. Tijdelijk hebben deze spullen weer waarde, hoe luttel dan ook. Overal wordt er gegraaid door de eindeloze hopen muf ruikende goedkope tweedehands kleding.

Aan het einde van een tafel tussen de vergeelde kunstboeken, klassiekers met gekreukelde kaften, en stapels thrillers, ligt een grote map. Wanneer ik het open zie ik een verzameling tekeningen, schilderijtjes, en schetsen die vooral abstract zijn en verwoed gekrabbeld. Ik kijk omhoog in de ogen van een langgerekte melancholieke man met grauwblonde sliertige haren, en een zilveren ronde bril rust op zijn neus. Met een nerveuze opwinding vertelt de verkoopman dat dit de laatst overgebleven werken zijn uit de tijd waarin hij zichzelf kunstenaar noemde. Van de eigenaar van de boekenkraam mag hij het mapje tentoonstellen en naast de boeken zijn kunstwerken verkopen. Ik koop een vreemde duivelse voorstelling van een beest in zwart inkt getekend over een prent.

Laat in de avond rond het eettafel merkt een vriend het werk op. Is dit niet het werk van Han van Meegeren, de grote kunstvervalser? De achtergrond blijkt een reproductie te zijn van Hertje, in de jaren twintig een van de meest veelvoorkomende prenten die aan duizenden Nederlandse muren hing. Maar ondanks de populariteit van dit werk werd van Meegeren niet door critici erkend. In een kunstwereld waarin het Cubisme, Dadaisme, en Surrealisme net hun explosieve intreden deden werd van Meegeren gezien als overbodig en werd hij bespot voor zijn gebrek aan originaliteit.

Aan het begin van de vorige eeuw was de techniek om een vervalsing te ontdekken vrij simpel: het verdachte canvas werd met alcohol gewreven waarna een naald voorzichtig in de verf werd gestoken. Bij een oud canvas is de verf volledig gehard, maar bij een nieuw schilderij blijft er bij het verwijderen van de naald een olieachtig residu achter.

Han van Meegeren kocht oude schilderijen uit de zeventiende eeuw en schraapte de originele verflaag weg. In plaats van olie gebruikte hij Bakeliet, een vroege plastic soort, om zijn pigmenten tot verf te mengen. Vervolgens werd het versgeschilderde canvas in de oven gebakken om het Bakeliet volledig te harden. Om de craquelé van een oud schilderij na te bootsten rolde hij het canvas op waardoor er kleine scheurtjes in het Bakeliet vormde. Voila! Een heuse oude meester!

Relatief weinig werken door Johannes Vermeer hebben de eeuwen overleefd. Daardoor was het des te meer opwindend toen, in de jaren dertig, er ineens een serie Vermeer doeken uit een eerde onontdekte religieuze periode begon te verschijnen. De werken werden gretig gekocht door verzamelaars zoals Boijmans van Beuningen, die 540.000 gulden betaalde voor De Emmaüsgangers, wat vandaag gelijk zou staan aan meer dan 4.5 miljoen Euro. Deze schilderijen, geprezen door kunstcritici, waren niet de meesterwerken van Johannes Vermeer, maar die van Han van Meegeren.

Hij had de kunstwereld in zijn greep, volledig beetgenomen! Met zijn uit afzetterij gewonnen vermogen leefde hij heel de Tweede Wereldoorlog in rijkdom en luxe. Maar met de bevrijding werd zijn decadente leven verstoord toen een Vermeer werd gevonden in de kunstcollectie van nazi Herman Göring. Toen de verkoop van het werk naar van Meegeren werd teruggeleid, weigerde hij de afkomst van het schilderij te onthullen. Er volgde een enorme verontwaardiging: hoe durfde hij Nederlands erfgoed in de handen van de vijand te laten vallen? Hij werd gearresteerd voor hoogverraad, waar in die tijd de doodstraf op stond.

Zijn pleidooi was simpel: hij was onschuldig, en kon onmogelijk een verrader zijn, omdat de vermeende Vermeer een vervalsing was van eigen hand. Het werd een sensationeel proces dat zich voltrok in een rechtszaal volgehangen met de vervalste werken. Hoe kon het dat de hele kunstwereld zo was bedrogen? Van Meegeren werd voor leugenaar uitgemaakt.

In het rechtshuis werd een ruimte vrijgemaakt als atelier waar van Meegeren ter plekke, onder toezicht van officiers en journalisten, werd gesommeerd een Vermeer te schilderen. Met zijn laatste Vermeer voltooid werd zijn onschuld bewezen. Ondanks de vele miljoenen die hij verdient had met zijn bedrog, werd hij slechts veroordeeld voor een jaar opsluiting.

Van Meegeren overleed ter vrije voeten aan een hartaanval nog voordat hij aan zijn gevangenisstraf kon beginnen. Na zijn dood stegen zijn eigen werken zo in waarde dat van Meegeren vervalsingen de markt begonnen te overspoelen.

Mijn eigen door de marktkoopman bekladde Hertje hangt nog steeds aan de muur. Noemt hij zichzelf inmiddels weer kunstenaar? De mislukte kunstenaar kan een tragisch wezen worden, overmand door ijdelheid, jaloezie, en bitterheid. Maar toen Han van Meegeren door de kunstwereld werd afgestoten, schepte hij de meest omvangrijke kunstfraude ooit.“Maar over een ding ben ik zeker: als ik in de gevangenis kom te overlijden zullen ze alles gewoon vergeten. Mijn schilderijen zullen weer bekend staan als originele Vermeers. Ik heb ze niet voor het geld gemaakt, maar voor de kunst”.

“Het meest perfecte, meest veelzijdige, meest beroemde Amerikaanse model: haar gezicht en figuur hebben duizenden moderne meesterwerken geïnspireerd.”

Aan het begin van de 20ste eeuw was de socialite Audrey Munson, ook wel bekend als Miss Manhattan, een enorme muze en het meest gewilde model van New York waardoor haar beeld alomtegenwoordig werd op zowel doek als steen. En nog steeds is haar beeltenis te zien in vele hoeken van Manhattan: van de Pulitzer fontein tot het Civic Fame beeld: het grootste beeld van de stad na het Vrijheidsbeeld.

Haar bekendheid en populariteit waren zo groot dat haar beeld tijdens de Panama Pacific International Exhibition van 1915 bijna alle geëxposeerde werken sierden.

In 1915 verliet Audrey New York om in Californie een carrière in de gloednieuwe filmindustrie achterna te gaan. Hier speelde ze in een aantal films waaronder Inspiration, waarin ze de eerste actrice zou zijn om naakt te verschijnen in een niet pornografische film.

In Californie huurde ze een kamer in het huis van een dokter. Uit jaloersheid voor een mogelijke liefdesaffaire stuurde de vrouw van de doktor Audrey weg. Niet lang daarna werd de vrouw dood gevonden, en werd de doktor veroordeeld voor moord. Voordat hij kon worden executeert, hing hij zichzelf op in zijn cel.

Civic Fame building, NYC

Na dit schandaal waren haar carrière en haar reputatie verwoest, en begon zij af te dalen in een neerwaartse spiraal. Ze beschuldigde “hogere machten” voor het uiteenvallen van haar carrière en verzon een verloving aan ene Joseph J. Stevenson. Toen Stevenson, die niet bestond, volgens Audrey de huwelijk afblies, nam zij een dosis kwik om een einde aan haar leven te maken.

Melvin Memorial, Massachussets

Hoewel ze de zelfmoordpoging overleefde, ging haar geestelijke gezondheid steeds verder achteruit en werd ze op haar 39ste in een psychiatrische inrichting geplaatst. Hier zou ze 65 jaar verblijven om op 105 jarige leeftijd te overlijden.

De Reus van Rotterdam, de langste man van de wereld werd hij in de krant genoemd. Rigardus Rijnhout, geboren in Rotterdam (1922 - 1959) was 2.38 meter lang en had schoenmaat 63. Hij woog 230 kilo.

Een paar van zijn schoenen zijn te bewonderen in het schoenenmuseum in Waalwijk, daar in de vitrine liggen een beetje stukgelopen bruine schoenen. Een rariteit en tegelijk alledaagse kleding voor een te grote man. Het Markiezenhof in Bergen op Zoom heeft een replica deze schoenen.

Pantoffels voor de reus van Rotterdam, 1992
Pantoffels voor de reus van Rotterdam

Collectie: Boijmans-van Beuningen

Maria Roosen maakte 'Pantoffels voor de reus van Rotterdam', twee zachte klassieke pantoffels met een identieke rechter en linkervoet, zodat het dragen de vorm gaat bepalen. 'Kunst geeft antwoorden voor de dingen die je in het leven niet krijgt opgelost', zegt Maria Roosen. De schoenen worden gemaakt, dat is de maat. 'Misschien niet de mens maar het leven de maat der dingen'. En misschien is het leven niet altijd zacht in wat het voortbrengt, de maat van de pantoffel herinnert aan de te lange man en brengt een knokige gebutste moeizame voet in gedachten. Maria Rossen zorgt voor warme voeten van de reus.

Standbeeld door Herman Lamers

Inmiddels is er het Oude Westen een standbeeld (Herman Lamers) onthuld. Deze Reus van Rotterdam staat vlakbij het huis in de Gouvernestraat waarin hij zijn ganse leven woonde. Het standbeeld is op ware grootte zodat je je eigen maat ziet in verhouding tot de enorme lengte van Rijnhout. We vergeten hem niet, deze gigantische man.

Het waanzinnige leven van James Tiptree en Alice B. Sheldon (1915-198)

De in Amsterdam wonende biografe Julie Phillips won een voorname Amerikaanse prijs met een biografie van sf-legende James Tiptree. Diens levensverhaal is amper te geloven.

Begin jaren zeventig was de sciencefiction-wereld in de ban van een mysterieuze schrijver. James Tiptree Jr. werkte, naar men aannam, voor de CIA en kon daarom enkel communiceren via een anonieme postbus. Hij had duistere contreien bereisd en wist hoe met wapens om te gaan. Zijn energieke, bezeten verhalen over seks en dood waren masculien van toon, al had Tiptree ook oog voor de ‘ongeziene’ vrouw. Een feministische jock? Een gevoelige macho?

Nee, bleek in 1976, toen de schrijver op de top van zijn roem stond: James Tiptree was een vrouw.

In Julie Phillips’ met de National Book Critics Circle Award bekroonde biografie James Tiptree Jr., The Double Life of Alice B. Sheldon wordt het verborgen leven achter de schrijfster ontrafeld. De Nederlands-Amerikaanse biografe Phillips vertelt een onwaarschijnlijke geschiedenis. In 1915 geboren als kind van rijke avonturiers, bereisde Sheldon al op jonge leeftijd de donkerste delen van Afrika. Als tiener ging Alice ervandoor met een gewelddadige dronkaard, die ze na zes jaar verliet om in het nieuwgevormde vrouwencorps van het leger dienst te nemen. Ze worstelde met lesbische gevoelens, maar al haar grote liefdes bleken fatale vrouwen, die gek werden of stierven. Ze werd foto-analist bij de CIA, waar ze haar man Huntington (Ting) Sheldon ontmoette. Met hem kocht ze een kippenboerderij, totdat ze (bipolaire carrièreplanning!) psychologie ging studeren. Als onderzoekster was ze een mislukking: haar ambities waren onuitvoerbaar. Ze werd depressief en slikte alle mogelijke uppers en downers. Nooit had ze het gevoel echt te kunnen zijn wie ze was. Dat idee had veel te maken met de dominante aanwezigheid van haar moeder, die reisverhalen schreef en een bruisende aanwezigheid was in de high society van Chicago.

Al van jongs af aan had Sheldon sciencefiction gelezen, een ‘heimelijk genoegen’ waarvoor ze zich geregeld verontschuldigde. De pulp-sf van haar jeugd had sinds de oorlog echter een transformatie ondergaan. Geen verhalen meer over groene mannetjes die schaarsgeklede dames hun bh’s ontfutselden, maar bespiegelingen over nucleaire oorlog en overbevolking. De ambitieuze jonge honden van de New Wave voegden daar een literaire sensibiliteit aan toe. Sciencefiction moest niet alleen een literatuur van ideeën zijn, maar stilistisch en psychologisch tot wasdom komen.

In dat klimaat begon Alice Sheldon in 1967 onder het pseudoniem James Tiptree sf-verhalen te schrijven. Vooraanstaande redacteuren als Frederik Pohl en Harry Harrison zagen potentie in de aanzetjes. Al snel werden de verhalen persoonlijker en grimmiger: de uiting van frustraties waar Alice in het dagelijkse leven niks mee kon. De grap werd serieus. Tiptree gaf richting aan Sheldons richtingloze bestaan.

Een aantal verhalen van Tiptree werd klassiek. In ‘The Last flight of Doctor Ain’ (1969) vliegt de titelfiguur de wereld rond, om zijn geliefde – naar langzaam duidelijk wordt: de Aarde zelf – te redden van de ondergang. Daartoe verspreidt hij een dodelijke ziekte, die de hele mensheid uit zal roeien. ‘The Women Men Don’t See’ (1972) is een satirisch verhaal waarin federaal agent Don, met twee vrouwen neerstort in de bush-bush. Steeds gist hij naar hun motieven, totdat de vrouwen ontvoering door aliens boven zijn ‘zorg’ verkiezen. En in het aangrijpende ‘Love is the Plan the Plan is Death’ (1971) volgen we het seksuele ontwaken en het voortschrijdend inzicht in de dood van een insekt. Onder een tweede nom de plume, Raccoona Sheldon, schreef Sheldon bovendien ‘The Screwfly Solution’ (1976), waarin buitenaardse wezens de agressie in de mannelijke seksuele drift misbruiken, opdat mannen op angstaanjagend natuurlijke wijze de vrouwen uitroeien. Zelden eindigde een verhaal van Tiptree niet in de dood, en vaak was het verbonden met seks. Tussen mannen en vrouwen, en tussen de mens en de ‘anderling’.

De persoonlijke lading van Tiptrees verhalen en columns zouden hem opbreken. Het gebeurde toen Sheldons moeder in 1976 overleed. Iemand legde een column van Tiptree naast recente overlijdensberichten. Het gerucht ontstond dat Tiptree Jr. Alice Sheldon heette en in McLean, Virginia woonde.

De ontmaskering sloeg in het kleine sf-wereldje in als een bom. Hoe kon een vrouw zo goed uit de voeten met de mechanische kanten van sf? Sheldon had alle rolpatronen getart en daarmee de ‘feministische zaak’ misschien wel beter bepleit dan een militante collega als Joanna Russ dat kon.

Voor Sheldon zelf was de ontdekking het begin van een nachtmerrie. Ze begon spoken te zien: dacht dat haar nieuwe werk kritischer werd bekeken omdat ze ‘maar een vrouw was’. Terwijl dat werk juist zwakker werd, omdat ze de ‘stem’ van Tiptree kwijt was geraakt. Ze zag zichzelf als een lege huls, een mislukt mens, een flauwe versie van de man die ze op papier kon zijn. En ze werd ouder – onvergeeflijk en ondraaglijk ouder. Het leidde tot een gewelddadige ontknoping. Op 18 mei 1986 schoot Sheldon eerst haar echtgenoot dood, en toen zichzelf. Aangezien zelfmoord altijd in haar gedachten was geweest, had ze lang voor het leven gekozen. Nu koos ze de dood, die in haar verhalen zo prominent aanwezig was.

Sheldons leven was als een reeks supernova’s. Phillips heeft het met compassie en begrip te boek gesteld. De biografe maakt het feministisch debat tastbaar en geeft ons een inkijkje in uitlopende werelden: die van avonturiers die de nog onontgonnen Aarde tot hun speeltuin hadden gemaakt, het vrouwencorps van de Tweede Wereldoorlog, de subcultuur van de CIA. Maar vooral: de sciencefiction; een warme thuishaven voor ‘aliens’, zoals Alice Sheldon er in diepste wezen een was.

James Tiptree Jr. is een trefzekere analyse van een verscheurde vrouw. Haar zelfhaat, liefde voor en afkeer van vrouwen; de lange schaduw van een moederfiguur, de tegenstrijdige krachten van opgedrongen verwachtingen en zelfvervulling; de heimelijke drang een man te zijn; Sheldon worstelde haar leven lang met ‘zichzelf’. Dat ze uiteindelijk het meest zichzelf kon zijn als de man Tiptree is wrang en veelzeggend. Toch is het dubbelleven van Sheldon niet alleen een duister verhaal. Het viert de bevrijding die ligt in literatuur. Al die lagen geven deze biografie een emotionele punch. Het waanzinnige leven van Sheldon is in zekere zin een cadeau voor een biograaf. Phillips schatte het cadeau op waarde en schreef een fascinerend boek waarvan je alleen maar kunt hopen dat het een veel groter publiek trekt dan de vaste schare sf-liefhebbers.

Julie Phillips: James Tiptree, Jr. The Double Life of Alice B. Sheldon. St. Martin’s Press, 422 blz. € 28,99

Nain Bebe luneville
Nain
Nicolas bebe
Nain Bebe luneville

Tijdens zijn leven was hij speelgoed voor de adel. Na zijn dood solde de wetenschap met zijn skelet. En in 2003 verbrandde het porseleinen beeld dat de herinnering aan de piepkleine hofnar Bede levend moest houden.

Een minidrama stond vermomd als klein bericht in de krant; het kleine Versailles', het kasteel van Luneville in Lotharingen, was door een grote brand verwoest.

Weg is nu ook de prachtige verzameling porselein. Weg is ook het aardewerken beeld van Le Nain Bébé, de kleine hofnar van koning Stanislas Leszcinski. Deze Stanislas was verdreven uit polen. Zijn schoonzoon koning Lodewijk 4 van Frankrijk had hem in 1737 benoemd tot hertog van Lotharingen en het in 1723 voltooide kasteel van Lotharingen ter beschikking gesteld.

De Nain Bébé- dwerg baby zoals hij werd genoemd- is in 1741 als Nicolas ferry in een boerengezin geboren. Hij was 25 cm lang en woog nog geen 5 ons.hij groeide uit tot 89 centimeter. Hij zag er aardig uit maar was waarschijnlijk zwakbegaafd. Toen hij aan het hof was gebracht heeft men zonder succes gepoogd hem te leren lezen en schrijven. hij kon alleen een beetje dansen. Hij werd indertijd koppig, opvliegend, lui en jaloers genoemd, bovendien 'sensueel' en ook nog een smulpaap. Hij was een grote bezienswaardigheid, die als een levende pop werd behandeld. er werd voor hem een mini kasteel gebouwd van anderhalve meter hoog dat op schaal werd ingericht. het stond in een van de kamers van het kasteel. Als hij kwaad was trok hij zich daarin terug. Als Stanislas hem liet roepen deed hij een raam open en zei waardig: 'zeg tegen de koning dat ik er niet ben.'

Hij had een vreselijke hekel aan lawaai. Als de koning triktrak speelde, maakte hij zo'n toestand dat de koning wel op moest houden. Die zette hem dan op tafel waar hij van de stenen torens ging bouwen. ook had hij een eigen koetsje dat door geiten werd getrokken en dat hij zelf mende in de tuinen van het paleis. de dames aan het hof hadden veel plezier in hem. Hij verstopte zich graag vooral onder hun rokken, vandaar zeker dat hij 'sensueel' werd genoemd. Bovendien fungeerde hij als spion van de koning. Hij ving heel wat roddels op, ik denk dat dit ook kwamdoordat hij als non persoon werd beschouwd. Arme Bébé. Hij fungeerde als speelgoed voor de adel.

Een afgezant van keizerin Elizabeth van Rusland heeft zelfs geprobeerd Bébé te stelen. In 1957, Bébé was toen 18 jaar, kwam gravin Humniecka, familie van Stanislas, op bezoek in het paleis. Zij had een Poolse dwerg bij zich, 22 jaar oud, die graag Boruslawski werd genoemd.Ze reisde met hem de Europese vorstenhuizen rond. Hij was zeer ontwikkeld en sprak zelfs drie talen.hij 'straalde van jeugd en vitaliteit', terwijl Bébé al aan het verouderen was. Deze Boruslawski verontschuldigde zich bij Bébé, omdat hij slechts 75 jaar groot, nog kleiner was dan Bébé. Ebbe legde uit dat hij ziek was geweest en daarom was gegroeid! hij was zo jaloers op de Pool dat hij probeerde hem in het haardvuur te werpen. (de Poolse dwerg is trouwens 98 jaar geworden en is op 40 jarige leeftijd met een meisje van een normaal postuur getrouwd bij wie hij tweekinderen heeft gekregen.)

In zijn laatste levensjaren verouderde Bébé snel. Hij kwijnde weg, waarop men een vrouw voor hem zocht, Therese Vouvray, 90 cm groot. nog voordat hij zich met haar kon verloven werd bébé ernstig ziek. Stanislas liet zijn moeder komen in wier armen hij op 9 juni 1764 is gestorven, 22 jaar oud. Stanislas was aangedaan door zijn dood, maar liet toch zijn Zweedse lijfarts samen met de chirurgijn het lichaam van Nain tot op het bot ontleden. Het skeletje werd in een grote bokaal naar het museum voor natuurlijke historie in Parijs gestuurd waar het zich nog steeds bevindt. Zo werd ook na zijn dood nog met de kleine man gesold.

Niet alle herinneringen aan de kleine hofnar zijn verdwenen. in het historisch museum van Nancy hangt nog een portret van hem. Op dit schilderij is hij afgebeeld een prachtig blauw uniformpje met tressen. Hij kijkt ons uitdagend aan. Zijn rechterhand rust op de kop van een grote hond. In een vitrine ernaast liggen enkele van zijn inmiddels verschoten kleertje