241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Barnet Newman, Cathedra, 1951
Barnet Newman, Cathedra, 1951

‘Er was niets, helemaal niets te zien’. Deze, later fameus geworden uitspraak, werd gedaan door een bezoeker aan een expositie van Barnett Newman januari 1950 in New York.

Newman presenteerde op de expositie in New York zijn later beroemd geworden monumentale monochrome doeken, doorsneden door een enkele verticale smalle band. Schilderijen zonder titel, zonder motief. In zekere zin wilde Newman ‘niet laten zien’, althans geen onderwerp, geen beeld dat verwijst naar de geschiedenis van de beeldende kunst. Dat was de ontdekking die hij kort daarvoor had gedaan: hij had geen onderwerp meer nodig. Hij gaf de toeschouwer het advies zijn schilderijen van zeer nabij te bekijken, en niet van ver af, wat men op grond van de grote formaten geneigd is te doen.‘Pictures need to be felt, not to be read’, luidde zijn credo.

Titiaan, H Margaret en de draak

http://en.wikipedia.org/wiki/St_Margaret_and_the_Dragon_%28Titian%29

Vier eeuwen eerder, rond 1550, vond een vergelijkbare discussie plaats. Aanleiding waren de schilderijen van Titiaan. Op oudere leeftijd begon de meester uit Venetië ‘onzichtbare’ voorstellingen te schilderen. Niet langer bond hij de kleur aan stof en vorm, zijn palet deed de figuren oplossen in soort van nevel en mist. Hij bouwde zijn compositie op in brede, forse kwaststreken en met kleurvlakken. Bovendien liet hij delen van het doek onbeschilderd, zodat, zoals zijn tijdgenoot Vasari het opmerkt, ‘men van nabij niet veel ziet, terwijl de schilderijen van een afstand volmaakt blijken te zijn.’ Met dat volmaakt bedoelde Vasari dat de schilderijen van Titiaan de indruk wekken te leven.

De revolutie die met Titiaan inzet en bij Newman tot een einde komt, is dat de een bepaalde categorie schilderkunst gedijt bij onzichtbaarheid en vormloosheid. Het is een schilderkunst waarin het proces van het metier zich openbaart, de dynamiek van de toets, het kleurgebruik, de textuur. Maar het is vooral een schilderkunst die de kijker in het werk betrekt. Want het is zijn positie, zijn plaats, dicht op de huid van het schilderij of op afstand, die bepaalt wat er gezien kan worden. Deze vorm van schilderkunst creëert de illusie van de kijker als een (mede-)schepper, een kunstenaar, die het werk moet afmaken.

Ironisch genoeg wordt deze suggestie het sterkst opgewekt door bij Newman afstand te betrachten en bij Titiaan er met de neus op het doek te gaan staan.

Detail, Titiaan, H. Margaret en de draak, c.1559

http://en.wikipedia.org/wiki/St_Margaret_and_the_Dragon_%28Titian%29

Minder is beter, less is more. Dit adagium heeft de kunst van de afgelopen eeuw stevig in de greep gehouden en nog altijd wordt het wegsnijden van de franje, het achterwege laten van de anekdote aanbevolen en geprezen door de meerderheid der kunstcritici en kunstdocenten.

Fred. Sandback

De kunst van het weglaten kent een lange voorgeschiedenis. Wonderlijk genoeg liggen de wortels van deze esthetische opvatting in de barok, tijdperk van het decorum, de overdaad, het exces en het ornament. Maar het was in dezelfde periode, de zeventiende eeuw, dat men brak met de traditie om de verhaallijn te volgen, om scène na scène als een stripverhaal te verbeelden. De barok koos voor het hoogtepunt, voor de apotheose waarin het hele verhaal werd vervat, voor het verstolde ultieme en vaak meest theatrale moment.

De kunst van het weglaten kreeg een opmerkelijk vervolg in 1793 in de persoon van de Frans schilder Jacques-Louis David. Diens ‘Dood van Marat’staat momenteel te boek als een wereldberoemd meesterwerk, een icoon van de Franse Revolutie, een waarachtig devotiebeeld, geïnspireerd op een gebeurtenis die Parijs op 13 juli 1793 in rep en roer bracht: de moord op de revolutionaire Jacobijnse voorman Marat door een jonge vrouw van vierentwintig, Charlotte Corday uit Normandië. Davids versie is eigenzinnig en eerder als religieus en geëngageerd dan als feitelijk en zakelijk te bestempelen.

Dood van Marat

Jacques-Louis David

Maar het meest bijzondere aan het werk is dat de moord zelf en de dader buiten beeld zijn gelaten. De Marat van David is stervende. Zijn hoofd rust al op zijn rechterschouder, zijn rechterarm bungelt over de badkuip, zijn linkerhand beroert nog net de aankondigingbrief van Corday. In een lichtbundel schuin van boven, als uit de hemel, glijdt Marat weg uit het leven, als een waardige held, een martelaar voor het Franse volk.

Briljant is de afhangende arm van Marat, waarvoor David zich heeft laten inspireren door De Graflegging van Caravaggio. Davids isolatie van het motief was een ware vondst. Geen schilder voor hem had een arm zo dramatisch in het licht gezet als hij.

De bijgevoegde foto is een eigen opname van de versie die in het Louvre hangt, het origineel hangt in Brussel

En zapatillas, 2007
Geen titel, 2008
Nachten als obstakels, 2011
En zapatillas, 2007

Mensen bevinden zich in een echt afschuwelijke staat. Waar ik ook kijk vind ik iemand die aan het wankelen is, in de richting van een leegte.

In de bar waar ik gisteren zat viel een meisje op haar tafel in slaap. Net daarvoor had ze een blik op mijn zoon, Joan, geworpen en daarbij licht en onbestemd naar hem geglimlacht. Ik was verbijsterd dat ze de kracht nog had voor zulke tederheid, of zelfs om maar make-up op te doen, hoe matig het resultaat ook was. Het deed mij pijn haar te zien.
Alex, 2008

Vandaag, op straat, was het een lelijke vrouw, die aan het hannesen was om haar jas aan te krijgen. Ik stelde me de kleurloosheid van haar leven voor en de ellende van het moeten stellen zonder seksuele aantrekkelijkheid.

Mensen die op straat tegen zichzelf praten; mensen die zich simpelweg dood laten gaan; fouten die nooit gecorrigeerd zijn en halverwege het leven hun tol eisen. Er is geen terugweg. Hun verschijning is getekend door de bitterheid van de verspilde kans om te leven. Ze verdrinken in zinloosheid, en slechts troost op korte termijn weet de pijn te verlichten: een biertje, gokhallen, peepshows, jezelf drogeren tot de dood erop volgt, de wekelijkse betovering van de stupide bokswedstrijden van Moros y Christianity[1], iemand in een bar tevergeefs proberen te overtuigen dat je een expert bent op het gebied van politiek; ontwijkend gedrag, zelfbedrog, anderen zien lijden; houdingen die zo vaak zichtbaar zijn in velen om ons heen.
Voelen als Gilles, 2008

Ik word duizelig wanneer ik bedenk hoe alomtegenwoordig ongelukkig zijn is, hoeveel ongelukkige zielen mijn pad iedere dag kruisen.

En het meisje dat ik gisteren zag...waar vond ze kracht om naar mijn kind te glimlachen? In ieder geval, bedankt voor het doorgeven van het stokje. Joan, nu het is jouw beurt. Struikel niet.


[1] Moros y Christianity is een talkshow op de Spaanse televisie.

Ad Reinhardt, Moma
Ad Reinhardt, Moma

Wat heeft dit voor te stellen? Kunst als onderzoek.

Plotseling heeft iedereen het over ‘onderzoek in de kunst’ en over ‘de kunstenaar als onderzoeker’. Kunstenaars en vormgevers kunnen sinds kort promoveren aan de universiteit van Leiden, er is een nieuwe Master Artistic Research gestart aan de KABK, kunstdocenten doen onderzoek. Wat wordt eigenlijk met dit onderzoek bedoeld?

Zijn zwarte schilderijen gaan over “niets”, zei Ad Reinhardt (1913 – 1966). In de eerste van deze schilderijen, gemaakt in 1953, waren nog donkere tonen groen, rood en blauw te onderscheiden. Ook de formaten varieerden. Maar vanaf 1960 tot aan zijn dood schilderde Reinhardt niets anders dan zwarte doeken op identiek formaat, vijf bij vijf voet (157,5 x 157,5 centimeter). Hij “schilderde de allerlaatste schilderijen”, zei hij, “de laatste die je maken kan”.

Strenge schilderijen zijn het, al zijn ze minder streng dan je op het eerste gezicht zou denken. Ze zijn niet egaal zwart, de verf is op de ene plek matter, vangt meer licht, dan op een andere plek. Wanneer de blik langs het oppervlak glijdt zie je vierkanten in de verf, en Griekse kruisen. Voor het overige is afgedaan met zo’n beetje alle kenmerken van een schilderij: voorstelling, compositie, penseelstreek, expressie, kleur. Toch zijn ze niet anoniem of mechanisch. Het zwart ademt, is ruimte. Deze schilderijen zijn bijzonder kwetsbaar, want Reinhardt gebruikte de kleinst mogelijke hoeveelheid bindmiddel zodat de verf bijna puur pigment is. Het zwarte vlak is peilloos diep, en alle licht verdwijnt in de diepte.

Reinhardt dankt zijn belangrijke positie in de moderne kunst aan deze zwarte doeken en aan zijn radicale opvatting van schilderkunst. Maar bij het bredere publiek was hij op een heel andere manier bekend, namelijk als cartoonist bij onder andere het tijdschrift de New Yorker. In 1946 maakte Reinhardt een serie cartoons getiteld “How to Look at Modern Art”. Uit deze serie komt de tekening “How to Look at a Cubist Painting” die hier is afgebeeld.

Een kubistisch schilderij dient een spottende beschouwer van repliek. “To represent” heeft in het Engels dezelfde dubbele betekenis als in het Nederlands: “voorstellen” in de zin van “weergeven” of “afbeelden”, én “voorstellen” in de denigrerende betekenis van “dat stelt niet veel voor”, “dat heeft niet veel te betekenen”. Met de boze wedervraag “Wat stel jíj eigenlijk voor?” werpt het schilderij de beschouwer op zichzelf terug.

En dit is precies wat gebeurt bij het kijken naar een kunst. Het kunstwerk zwijgt, het werpt je op jezelf terug. In tegenstelling tot vrijwel alle andere kunstvormen, als toneel, muziek, dans, literatuur, neemt het kunstwerk je niet direct mee. Dit zwijgen geldt niet alleen voor schilder- en beeldhouwkunst, maar in het algemeen ook voor performance en voor video, film en akoestische kunst: er wordt weinig ‘gezegd’, er is geen lot, of nauwelijks. En er is zelden een strikt voorgeschreven tijdsduur. Het kunstwerk ontvouwt zich in de tijdsspanne die de beschouwer kijkend doorbrengt. Het ‘verhaal’ dat ontstaat is de uitwisseling tussen kijker en kunstwerk.

Het kunstwerk geeft zich pas bloot na inspanning van de kant van de beschouwer. De beschouwer moet de eerste stap zetten, zich open stellen, zijn vooroordelen opzij zetten. Dan kan hij in het werk doordringen, en in gesprek gaan met het kunstwerk. In deze dialoog wordt de afstand tussen de ene denkwereld en de andere overbrugd. Deze ervaring van in gesprek te zijn met het kunstwerk maakt bewust van de activiteit van het eigen denken, en van te leven, levend te zijn. Zoals de filosoof Hans-Georg Gadamer zei: de ervaring van kunst is een “zijnsvermeerdering”. Dit is wat kunstwerken belangrijk maakt.

Kijken is moeilijk, zei Reinhardt, en we kunnen het leren van de kunst. Dit geldt niet alleen voor de beschouwer, maar ook voor de kunstenaar zelf. Het kunstwerk is het resultaat van een verlangen om iets te maken en om iets te zien, deze twee dingen samen. De kunstenaar is de eerste beschouwer van het werk. Hij moet leren zien wat hij gemaakt heeft en de betekenis ervan herkennen. Dit is reflectie: het nadenken over de eigen ervaring en over het wat en waarom van wat gemaakt is, met als doel de structuur van het werk op te helderen en er een basis en een context voor te vinden. Deze reflectie kan alleen plaatsvinden wanneer de maker afstand neemt van de ervaring van het maakproces. Om vervolgens, als het werk nog niet af is, de draad weer op te pakken.

Onderzoek in de kunst heeft de reflectie op het eigen werk tot onderwerp. Hierbij is het maakproces belangrijker is dan het eindprodukt. Kunstenaar-onderzoekers delen de reflectie met anderen, door middel van gesprekken, debatten, publicaties enzovoort, en worden hierdoor gevoed.

maken = denken
denken =spreken
spreken = denken
denken = maken