241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Hanae Wilke (1985, NL) werkt als kunstenaar in Den Haag en Londen. Naast schrijven en vertalen voor 1000things maakt Hanae deel uit van IN YOUR LIVING ROOM, een Haagse kunstcollectief dat tentoonstellingen en projecten in de huiselijke sfeer organiseert.

De gigantische loods waar ooit de broodfabriek stond staat vol marktramen waar vooral families hun oude rommel verkopen: troep getrokken uit het onderste van de lades, oude meuk gevonden in de donkere hoeken van de kelder. Tijdelijk hebben deze spullen weer waarde, hoe luttel dan ook. Overal wordt er gegraaid door de eindeloze hopen muf ruikende goedkope tweedehands kleding.

Aan het einde van een tafel tussen de vergeelde kunstboeken, klassiekers met gekreukelde kaften, en stapels thrillers, ligt een grote map. Wanneer ik het open zie ik een verzameling tekeningen, schilderijtjes, en schetsen die vooral abstract zijn en verwoed gekrabbeld. Ik kijk omhoog in de ogen van een langgerekte melancholieke man met grauwblonde sliertige haren, en een zilveren ronde bril rust op zijn neus. Met een nerveuze opwinding vertelt de verkoopman dat dit de laatst overgebleven werken zijn uit de tijd waarin hij zichzelf kunstenaar noemde. Van de eigenaar van de boekenkraam mag hij het mapje tentoonstellen en naast de boeken zijn kunstwerken verkopen. Ik koop een vreemde duivelse voorstelling van een beest in zwart inkt getekend over een prent.

Laat in de avond rond het eettafel merkt een vriend het werk op. Is dit niet het werk van Han van Meegeren, de grote kunstvervalser? De achtergrond blijkt een reproductie te zijn van Hertje, in de jaren twintig een van de meest veelvoorkomende prenten die aan duizenden Nederlandse muren hing. Maar ondanks de populariteit van dit werk werd van Meegeren niet door critici erkend. In een kunstwereld waarin het Cubisme, Dadaisme, en Surrealisme net hun explosieve intreden deden werd van Meegeren gezien als overbodig en werd hij bespot voor zijn gebrek aan originaliteit.

Aan het begin van de vorige eeuw was de techniek om een vervalsing te ontdekken vrij simpel: het verdachte canvas werd met alcohol gewreven waarna een naald voorzichtig in de verf werd gestoken. Bij een oud canvas is de verf volledig gehard, maar bij een nieuw schilderij blijft er bij het verwijderen van de naald een olieachtig residu achter.

Han van Meegeren kocht oude schilderijen uit de zeventiende eeuw en schraapte de originele verflaag weg. In plaats van olie gebruikte hij Bakeliet, een vroege plastic soort, om zijn pigmenten tot verf te mengen. Vervolgens werd het versgeschilderde canvas in de oven gebakken om het Bakeliet volledig te harden. Om de craquelé van een oud schilderij na te bootsten rolde hij het canvas op waardoor er kleine scheurtjes in het Bakeliet vormde. Voila! Een heuse oude meester!

Relatief weinig werken door Johannes Vermeer hebben de eeuwen overleefd. Daardoor was het des te meer opwindend toen, in de jaren dertig, er ineens een serie Vermeer doeken uit een eerde onontdekte religieuze periode begon te verschijnen. De werken werden gretig gekocht door verzamelaars zoals Boijmans van Beuningen, die 540.000 gulden betaalde voor De Emmaüsgangers, wat vandaag gelijk zou staan aan meer dan 4.5 miljoen Euro. Deze schilderijen, geprezen door kunstcritici, waren niet de meesterwerken van Johannes Vermeer, maar die van Han van Meegeren.

Hij had de kunstwereld in zijn greep, volledig beetgenomen! Met zijn uit afzetterij gewonnen vermogen leefde hij heel de Tweede Wereldoorlog in rijkdom en luxe. Maar met de bevrijding werd zijn decadente leven verstoord toen een Vermeer werd gevonden in de kunstcollectie van nazi Herman Göring. Toen de verkoop van het werk naar van Meegeren werd teruggeleid, weigerde hij de afkomst van het schilderij te onthullen. Er volgde een enorme verontwaardiging: hoe durfde hij Nederlands erfgoed in de handen van de vijand te laten vallen? Hij werd gearresteerd voor hoogverraad, waar in die tijd de doodstraf op stond.

Zijn pleidooi was simpel: hij was onschuldig, en kon onmogelijk een verrader zijn, omdat de vermeende Vermeer een vervalsing was van eigen hand. Het werd een sensationeel proces dat zich voltrok in een rechtszaal volgehangen met de vervalste werken. Hoe kon het dat de hele kunstwereld zo was bedrogen? Van Meegeren werd voor leugenaar uitgemaakt.

In het rechtshuis werd een ruimte vrijgemaakt als atelier waar van Meegeren ter plekke, onder toezicht van officiers en journalisten, werd gesommeerd een Vermeer te schilderen. Met zijn laatste Vermeer voltooid werd zijn onschuld bewezen. Ondanks de vele miljoenen die hij verdient had met zijn bedrog, werd hij slechts veroordeeld voor een jaar opsluiting.

Van Meegeren overleed ter vrije voeten aan een hartaanval nog voordat hij aan zijn gevangenisstraf kon beginnen. Na zijn dood stegen zijn eigen werken zo in waarde dat van Meegeren vervalsingen de markt begonnen te overspoelen.

Mijn eigen door de marktkoopman bekladde Hertje hangt nog steeds aan de muur. Noemt hij zichzelf inmiddels weer kunstenaar? De mislukte kunstenaar kan een tragisch wezen worden, overmand door ijdelheid, jaloezie, en bitterheid. Maar toen Han van Meegeren door de kunstwereld werd afgestoten, schepte hij de meest omvangrijke kunstfraude ooit.“Maar over een ding ben ik zeker: als ik in de gevangenis kom te overlijden zullen ze alles gewoon vergeten. Mijn schilderijen zullen weer bekend staan als originele Vermeers. Ik heb ze niet voor het geld gemaakt, maar voor de kunst”.

Istanbul Moving Museum

Een troop (ook: trope of tropos) is een stijlfiguur (volgens sommigen een stijlfout) waarbij een bestaande uitdrukking op een min of meer oneigenlijke manier wordt gebruikt.

Het moment is onvermijdelijk. Je bent bezig in de studio, diep gezonken in het maken van een werk, en ineens wordt je bekropen door een ongemakkelijk gevoel: heb ik dit niet al eerder gezien, en dan niet van eigen hand? Of je bent in een staat van totale voldoening, achterover leunend en bomvol geluk en tevredenheid met het voltooide werk in je achterhoofd, totdat je die ene blog post tegenkomt, of die ene galerie binnenwandelt, en een werk ziet dat veel te veel op dat van jouw lijkt, en je ineens elke hoop van originaliteit voelt wegvloeien.

Maar wees niet bang! Je bent niet alleen.

Misschien moeten wij juist dankbaar zijn voor onze verbondenheid met de ‘cloud’ en de angst voor onoriginaliteit wegwuiven. Je zou kunnen stellen dat het maken van kunst in wezen een sociale bezigheid is (wat is het kunstwerk immers zonder de Ander). Als dit het geval is, zouden we dan niet eerder troost moeten vinden in onze deelname in een wereld van gelijkgestemde collega’s, en niet verstijfd raken door de angst voor de vele tropen die zich voordoen in de kunstwereld?

Kijk zelf maar naar deze voorbeelden, je zou bijna kunnen zeggen dat het tegenkomen van de troop onontkoombaar is:

1. (Kamer)planten:

Alejandro Almanza Pereda
Melani Bonajo, Gabriele Beveridge

2. Het digitale goes analogue

Mikkel Carl
Yves Scherer
David Jablonowski
Yuri Pattison

3. Pur en piepschuim:

Folkert de Jong and Stacy Fisher
David Bade

4. De lichtbuizen:

Sarkis and Cerith Wyn Evans
Claire Fontaine

5. Forever gradients:

Nicolas Deshayes and Alex da Corte
Adam Faramawy

6. Koel staal:

Anne de Vries
Alice Khalilova, Brian Dooley

7. Kledingstukken nonchalant gedrapeerd op kunst:

Tom Burr and Marie Lund

8. Het herleven van de klassieken:

Oliver Laric and Charlie Billingham
Jamie Sneider

9. Marmer manie:

Gabriele Beverdige en George Henry Longly
Pierre Clement

10. Eigen huis & tuin

Ola Vasiljeva
Nairy Baghramian
marc camille chaimowicz

Kandinsky voorspelde ooit in 1913 dat de kunst zich zou ontwikkelen tot één van pure bewustzijn en gedematerialiseerd. Volgens hem zouden kunstwerken in de toekomst telepatisch gedeeld worden. Hoewel we dat punt beslist nog lang niet bereikt hebben, lijkt het in ieder geval alsof we vaak uit dezelfde geestelijke fontein drinken.

Daar heb je het. Dus: maak je niet druk, ga er voor, maak wat!

“Het meest perfecte, meest veelzijdige, meest beroemde Amerikaanse model: haar gezicht en figuur hebben duizenden moderne meesterwerken geïnspireerd.”

Aan het begin van de 20ste eeuw was de socialite Audrey Munson, ook wel bekend als Miss Manhattan, een enorme muze en het meest gewilde model van New York waardoor haar beeld alomtegenwoordig werd op zowel doek als steen. En nog steeds is haar beeltenis te zien in vele hoeken van Manhattan: van de Pulitzer fontein tot het Civic Fame beeld: het grootste beeld van de stad na het Vrijheidsbeeld.

Haar bekendheid en populariteit waren zo groot dat haar beeld tijdens de Panama Pacific International Exhibition van 1915 bijna alle geëxposeerde werken sierden.

In 1915 verliet Audrey New York om in Californie een carrière in de gloednieuwe filmindustrie achterna te gaan. Hier speelde ze in een aantal films waaronder Inspiration, waarin ze de eerste actrice zou zijn om naakt te verschijnen in een niet pornografische film.

In Californie huurde ze een kamer in het huis van een dokter. Uit jaloersheid voor een mogelijke liefdesaffaire stuurde de vrouw van de doktor Audrey weg. Niet lang daarna werd de vrouw dood gevonden, en werd de doktor veroordeeld voor moord. Voordat hij kon worden executeert, hing hij zichzelf op in zijn cel.

Civic Fame building, NYC

Na dit schandaal waren haar carrière en haar reputatie verwoest, en begon zij af te dalen in een neerwaartse spiraal. Ze beschuldigde “hogere machten” voor het uiteenvallen van haar carrière en verzon een verloving aan ene Joseph J. Stevenson. Toen Stevenson, die niet bestond, volgens Audrey de huwelijk afblies, nam zij een dosis kwik om een einde aan haar leven te maken.

Melvin Memorial, Massachussets

Hoewel ze de zelfmoordpoging overleefde, ging haar geestelijke gezondheid steeds verder achteruit en werd ze op haar 39ste in een psychiatrische inrichting geplaatst. Hier zou ze 65 jaar verblijven om op 105 jarige leeftijd te overlijden.

Nederlandse vertaling volgt.

Deze ochtend staat Marina Abramović bij de ingang van de Serpentine Gallery in Londen om de eerste bezoekers van de dag te verwelkomen aan haar performance, 512 hours. ‘Most artists do not say good morning, but I do! Good morning!’ zegt ze, en ze kijkt elke bezoeker diep in de ogen. Wanneer we eenmaal binnen zijn wordt ons gevraagd onze telefoons en tassen achter te laten in de kluisjes van de galerie.

Een strook zwarte stof wordt mij aangereikt en ik wordt naar een witte ruimte geleid waar een twintigtal geblinddoekte bezoekers langzaam door de kamer schuifelt. Om zichzelf georiënteerd te houden glijden de meesten met hun handen langs de muren.Gedempte klanken galmen door de ruime tentoonstellingsruimte waar onze lichamen de enige obstakels zijn voor geluid. Met mijn zicht ontnomen wordt ik herinnerd aan het duiken naar de bodem van de oceaan en het blauw wat zich uitstrekt naar een oneindigheid die zowel eindeloos als verstikkend en claustrofobisch is.

De surveillant die mij geblinddoekt heeft spint mij zachtjes in het rond zodat ik, gedesoriënteerd, moet vertrouwen op mijn gehoor, hoewel ik weinig maken kan van de doffe akoestiek. Ook mijn handen vinden de muur en volgen de contouren van de kamer. Af en toe bots ik tegen een ander lichaam waardoor wij beiden zachtjes giechelen. De warmte van de aanraking, de lichamelijkheid van het leven en de energie binnen de ander is in schril contrast met de klamme koelte van de muur. Terwijl ik mijn weg probeer te vinden, merk ik dat ik uitkijk naar deze intieme ontmoetingen die, zonder oogcontact, afhankelijk zijn van zintuigen waarvan ik normaliter veel minder bewust ben.

Ineens strekt een zachte hand zich uit naar de mijne. Het is een tijd gelden dat ik een hand heb vastgehouden, en dit onverwachts contact voelt als de warmte van een omhullende omhelzing. Een rustige, zachtaardige stem begint te spreken: ‘Loop heel langzaam, zo langzaam als je kan. Wees bewust van elke beweging.’ Zijn kalmerende stem echoot een gelijkenis aan liefde. Zwijgzaam lopen wij verder, hand in hand.

Zijn woorden wekken een diep genesteld gevoel: er wordt voor mij gezorgd terwijl ik toegeef aan mijn hulpeloosheid. Even ben ik verliefd, het soort liefde wat thuiskomst impliceert, misschien wel de grootste liefde van allemaal! Enkele ogenblikken later wordt mijn hand bevrijdt, ‘Ga verder zonder mij.’ En ik ga door, zwevend door een zichtloze wereld, glijdend op de nagloed van de meest vluchtige verliefdheid die ik ooit heb gekend.

Rolf Nowotny, Deaf Parent, 2013

Zonder blinddoek loop ik naar de volgende kamer waar een meisje met een vriendelijk gezicht, ook een surveillant, mij naar een ruimte brengt waar twee lange rijen kampeerbedden uitgestald staan. In de meeste liggen bezoekers die grote gehoorbeschermers over hun oren dragen. Het lijkt alsof ze slapen. Ze wijst naar een leeg bed, en ik ga liggen. Ze dekt mij toe met een dunne paarse katoenen deken en wanneer ik mijn ogen sluit, zweeft haar gezicht boven mij. Ook deze keer bevindt ik mij in een wereld zonder zorgen waarin ik door dit moederfiguur naar een lang vergeten staat van overgave wordt bewogen. Zoals de herder tijdens blindheid mijn geliefde was, zo is zij mijn [tijdelijke] moeder.

Na mijn ervaringen in de tentoonstellingsruimte bezoek ik het toilet. Terwijl ik op mijn beurt wacht verschijnt vanuit een wc hok het meisje wiens gezicht zweefde in de duisternis van mijn gesloten ogen. Wij lachen naar elkaar, maar de tederheid van onze eerdere uitwisseling is volledig verdwenen en weer zijn wij teruggeworpen naar de status van vreemden. En ook de tentoonstellingruimte is wederom zichzelf: de white cube als vanouds.

En dan besef ik dat ik gevallen ben voor de Marina methode ondanks de vele redenen om op mijn hoede te zijn: haar omarming van celebrity-status, de vreemde goddelijke personage die ze nastreeft, hoe de surveillanten worden betaald om mij van een ‘authentieke’ ervaring te voorzien, en hoe de performance in feite niet veel verschilt van een oefening in new age mindfulness. Toch, ondanks dit bewustzijn, heb ik maar al te graag toegegeven.