241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Uit de Latijnse woorden ambio voor ‘rondom’ en het werkwoord agere voor‘leiden, drijven’ is het begrip ambacht ontstaan. In zijn oorsprong had het de betekenis van bode, gezant of dienaar. Veel later zou het niet meer gebruikt worden om degene die de dienst uitvoert te duiden, maar de dienst of het handwerk zelf. Ambacht toont zich hiermee als al oorspronkelijk verbonden te zijn met een vervulling van praktische functies. Daarom krijgt ambacht tegenwoordig, ten opzichte van de vrije kunst, wel eens het etiket toegepaste kunst.

Iets dat we kunnen leren van andere culturen is dat er niet overal een radicaal onderscheid bestaat tussen de begrippen kunsten ambacht. Wanneer de smid van de Dogonstam in Mali een masker uit hout kerft, gaat het er niet om of het mooi of lelijk wordt. Belangrijker is of de uiteindelijke afbeelding klopt met de overlevering.

Wagenmenner van Delphi

De correctheid van een beeltenis staat dus boven de esthetische ervaring daarvan. Voltooide maskers worden bewaard op wat wij als oneerbiedige plekken beschouwen, in donkere hoeken van huizen of afgelegen grotten. Alleen voor ceremonies en festiviteiten worden de maskers tevoorschijn gehaald. Pas hun gebruiksfunctie maakt ze voor de Dogon kunstvoorwerp. Daarna verwordt het tot onbeduidend object.

Ambacht houdt dus bezieling in. Een voorwerp waar uren werk in zit wordt waardevol door de functie die het krijgt. Binnen de Westerse context daarentegen ligt de schoonheid van ambacht vaak in de zichtbaarheid van de talloze uren die in het maken zitten. Maar dat wat een mens kan maken, kan een machine in feite ook. Verschil met het machinaal gefabriceerde object is dat de menselijke hand het een ziel geeft. Islamitische tapijtknopers zijn zich hier maar al te bewust van. Zij hechten grote waarde aan de foutjes in hun tapijten — alleen God doet namelijk de dingen perfect.

God kan hier gelezen worden als concept van de perfectie zoals dat ook binnen de massaproductie bestaat. In plaats van een afstandelijkheid door onbegrip over de origine van een object, trekt een menselijke fout een voorwerp dichter naar ons toe. Het ontzag voor producten die volmaakt zijn in hun gelijkheid, maakt plaats voor een drang de dingen dichter bij onszelf te willen halen. We willen objecten begrijpen in hun uniekheid.

Wat naar mijn idee het belangrijkste is aan ambachtelijkheid is ons bewust te worden van die bezieling. Zoals een masker een ziel krijgt tijdens een dans, zo ligt bezieling aan de basis van elk ambachtelijk object. Het idee van dit oorspronkelijke rondom leiden is daarin niet zo ver weg, namelijk: rondom de massaproductie en de technische vooruitgang geleid worden naar de bezielde en menselijkere wereld die lange tijd sluimerde. Zonder naar specifieke ambachten en technieken te kijken, is begrip van die kerngedachte het belangrijkst.

In de eenvoudige, handgemaakte objecten zit een menselijkheid die lange tijd weinig zichtbaar is geweest. Het is die menselijkheid die verworden is tot een esthetiek. Daar tegenover staat het kille, afstandelijke dat door machines is gemaakt.

Ik begrijp de tapijtknopers wel. Iets compleet perfects, dan wel met of zonder hulp van computers en machines gemaakt, verhoudt zich veel minder tot mij persoonlijk. Wanneer ik de dingen handmatig doe en er foutjes ontstaan, doordat bijvoorbeeld een kleur niet uitvalt zoals ik had gehoopt, wordt iets pas echt. Het is het bijzondere feit dat iets dat je eigenhandig hebt gemaakt, magischer kan zijn dan iets dat onmenselijke perfectie vertoont.

Ook de Nazi’s hadden op zijn tijd vakantie nodig. Geheel naar de aard van het regime pakten zij die behoefte grootschalig aan. Eén monsterproject voor de gewone man staat nog steeds overeind op het eiland Rügen: Prora. De muren zijn beklad met graffiti van Duitse jongeren die hun Engelse taalgebruik oefenen. Ook zijn duizenden ruiten ingegooid, maar het geraamte van Nazivakantiepret blijkt onverwoestbaar. Prora lijkt nu op een ontvolkte megabajes, waar mensen in badtenue werden samengedreven.

Het vakantiecomplex was ’s werelds eerste megaproject voor betaalbaar massatoerisme. Kraft durch Freude (KdF), het bureau voor Nazi-recreatie liet het resort bouwen van 1936 tot 1939 .

Vijf kilometer grijze megalomanie slaat de bezoeker tussen Binz en Sasnitz in het gezicht. Zelfs de branding van de Baltische zee krijgt een grauwe waas door de schaduw van Prora. Een dunne reep kust is bezet met lege appartementenblokken van ieder een halve kilometer lengte, de restanten van een evenementenhal, sportfaciliteiten en een aanlegsteiger voor cruiseschepen van KdF. Prora bood hier 10.000 arbeidersstellen een kamer met voor iedereen zicht op de zee.

Nazi-recreatiebureau KdF was opvallend modern. Zij pionierde zowel in goedkoop massatoerisme als marketing. Recreatie werd gepromoot als gezondheidsbevorderende ‘lifestyle’, via reclames waar dungeklede mooie mensen KdF-produkten aanprezen. Met succes. In haar topjaren vlak voor de oorlog verzorgde KdF de vakanties en theaterbezoekjes van 80 miljoen burgers. KdF lanceerde ook de ‘Volkswagen’, om de dagrecreatie te stimuleren.

Recreatie in de gezonde zeelucht moest het volk sterker maken, voor dienst aan economie én regime. ‘Voor het bedrijven van grote politiek heb ik een volk met sterke zenuwen nodig’ stelde Hitler, toen de eerste steen van Prora werd gelegd. Toch kwam van vakantieplannen in Prora weinig terecht, dankzij de Duitse inval in Polen in 1939. Prora werd een militair hospitaal. Slachtoffers van het geallieerde bombardement op Hamburg in 1943 kregen er onderdak. Vanaf 1945 tot de val van de Berlijnse muur diende Prora als kazerne van het Nationale Volks Armee, het DDR-leger.

De lokale overheid zit nu al sinds de Duitse hereniging met de ruines in haar maag. Zij verkocht drie halve kilometerblokken aan projectontwikkelaars, om zelf geen geld aan onderhoud kwijt te raken. Maar ook deze eigenaren worstelen met Prora. Het Nazi-oord vervalt verder, omdat nieuwe plannen steeds sneuvelen. Het gros van de bewoners bestaat daardoor uit vleermuizen en kolonies zwaluwen.

Ironisch genoeg veroorzaakt de monumentale status deels het verval. Prora werd nationaal beschermd herdenkingsmonument dankzij de lobby van kunstenaars, historici en architecten, verenigd in Stichting Neue Kultur. De bondsregering geeft daardoor niet zomaar toestemming voor grootschalige verbouwingen. Ook verkeken de ontwikkelaars zich op de kosten die komen kijken bij verbouwing van de kolos.

Doordat niemand zijn handen wil branden aan Prora, kreeg het vakantiecollosseum van de Nazi’s verschillende ‘tijdelijke’functies. Appartementenblokken worden nu al jaren gebruikt door kunstenaars als atelier en expositieruimte. Neue Kultur vestigde in 2000 in blok 3 het Documentatiecentrum Prora. Dit centrum houdt met exposities en historisch onderzoek de geschiedenis levend van Prora en KdF. Het naastgelegen NVA-museum viert een stukje DDR-nostalgie in de Goodbye Lenin-sfeer.

Daarnaast trekt Prora veel architecten, omdat het project haar tijd ver vooruit was. De Nazi’s waren de eerste bouwers die met beton en staalbouw experimenteerden, nu gemeengoed. De Rotterdamse architectuurgoeroe Bert van Meggelen hield in Prora een internationaal symposium voor bouwkunst, onder de naam Coastwise. Het concept van Prora, massa-architectuur waarbij iedere bewoner uitziet op water zou als inspiratiebron dienen voor architecten van het Amsterdamse Borneoeiland.

En natuurlijk fascineert de duistere kant van Prora. De ruines tonen hoe je via bouwtechniek gewenst massagedrag stimuleert. Als gast in Prora zou dagelijks contact met de massa onvermijdelijk worden. Alle kamers zitten aangesloten via lange gangen op gemeenschappelijke ruimtes. Bij verlaten van de kamers richting zee is toezicht onontkoombaar. Strand ‘A’, ‘B’, of ‘C’ zijn alleen toegankelijk via nauwe doorgangen.

De kans dat Prora nog jarenlang ruïne blijft is aanwezig. Alsof duistere krachten voorkomen dat mensen ooit onbezorgd vakantieplezier mogen beleven in de Nazi-kolos.

De expositie Machturlaub is dit jaar nog geopend in het Dokumtationszentrum Prora in Blok 3. www.dokumentationszentrum-prora.de . Cultuurexposities zijn te vinden in www.prora-zentrum.de Een bezoek is te combineren met de ruines van de raketbasis bij Peenemunde op buureiland Usedom. Hier testte raketpionier Wernher von Braun zijn V2-raketten. www.peenemuende.de . Kijk eerst ‘Der Untergang’en ‘Dresden’, om de Duitse kant van de oorlog in te voelen.

Prora, het oord voor de ‘gewone man’ligt aan de oostzijde van Rügen. De elite ging traditioneel naar de noordzijde van het eiland. Plaatsjes als Lohme en Kap Arkona waren sinds 1850 belangrijke badplaatsen voor de intellectuele elite. Die sfeer is nog te proeven bij het Panorama Hotel in Lohme. www.lohme.com

http://rypkezeilmaker.nl/

Grand Tour souvenir: schilderij van vulkaan
Grand Tour souvenir, diverse items
Grand Tour souvenir: schilderij van vulkaan

De Grand Tour, een ontdekkingsreis naar de klassieke oudheid, kunsten en sociale omgangsvormen was vooral populair bij de Britse adel en notabelen. De universiteiten van Oxford en Cambridge verloren in de 18de eeuw veel aan kwaliteit en de aristocratie stuurde hun zonen na Eton daarom liever op reis. De opgedane kennis en levenservaring moest de jonge mannen –en vanaf de 19de eeuw ook vrouwen- voorbereiden op sleutelposities in het openbare leven. De meeste reizigers waren jonger dan 20 jaar; jongens dus, die hun wilde haren nog moesten kwijtraken: de eerste liefdeslessen en gokken hoorden ook bij de reis.

Parijs en met name Italië waren de belangrijkste bestemmingen van de Grand Tour. Het reizen was tijdrovend en er stond veel op het programma. De Grand Tourist was 6 maanden tot vaak 2 jaar onderweg. Het Carnaval in Venetië, het Paasfeest in Rome of een uitbarsting van de Vesuvius, niets wilde men missen.

Om de Tour in goede banen te leiden, kreeg de jonge reiziger een bearleader (gouverneur/ voogd) mee. Meestal was dit een man die al vaker in Italië was geweest en de jonge Milord wegwijs moest maken. Afhankelijk van budget en reisduur had de reiziger ook de beschikking over een of meerdere kamerheren en een koetsier. Veel reizigers huurden ook lokaal personeel in zodat tenminste iemand zich verstaanbaar kon maken. Buitenlandse relaties van hun ouders of lokale gidsen en handelaars in antiquiteiten zorgden voor rondleidingen en introducties.

Grand Tour souvenirs

De Grand Tourist deed gedurende zijn reis vele indrukken op. Teveel om zich alles bij zijn terugkomst te herinneren. Menig reiziger schreef daarom brieven naar huis of maakte een reisverslag.

Er werden ook souvenirs aangeschaft die tastbare herinneringen vormden aan de reis. Soms waren dit originele antiquiteiten. Maar de Grand Tourist kocht ook (schaal)modellen van kunst- en bouwwerken, beelden in brons of marmer, prenten, tekeningen, schilderijen en daktyliotheken die voor dit doel werden gemaakt.

De souvenirs gaven de reiziger status, dienden -eenmaal thuis- als ‘conversation pieces’ tijdens diners met relaties, vrienden en familieleden en illustreerden de opgedane kennis. Ze werden ook gebruikt in het kunstonderwijs en kregen grote invloed op de ontwikkeling van kunst en architectuur. Alle belangrijke kunstacademies beschikten in de 19de eeuw over een collectie beelden in gips, afgietsels van beroemde beelden uit de oudheid.

Grand Tour Souvenir: Hercules Farnese
Grand Tour Souvenir: sculpture
Grand Tour Souvenir: model van tempel
Erotisch souvenir, detail
daktyliotheek
Erotisch souvenir, detail

De daktyliotheek vormt het equivalent van ons hedendaagse digitale fotoalbum. Het waren stapelbare dozen met afdrukken van gemmen met voorstellingen van Romeinse keizers of filosofen, of kunstwerken uit bijvoorbeeld de Vaticaanse musea. De meeste afdrukken, vaak ook intaglios genoemd, waren in gips. Soms werden ze ook in prachtig rood zwavelpasta gegoten.

De Grand Tourist kocht ze vanaf het begin van de 19de eeuw bij gespecialiseerde ateliers en kon zelf de inhoudsbeschrijving aanpassen aan de laatste wetenschappelijke inzichten van zijn tijd.

Al in de 18de eeuw bracht P.H. Lippert 3149 van deze gipsafdrukken bijeen in drie kastjes in de vorm van boeken. Hij noemde de verzameling een dactyliotheek, afgeleid van het Griekse woord voor bewaarplaats voor ringen met gesneden stenen. Een exemplaar van Lippert werd in 1792 gekocht door de stadstekenacademie in Amsterdam en bevindt zich nu in de vaste opstelling van het Rijksmuseum.

Bekende makers uit de 19de eeuw van deze verzamelingen gipsafdrukken waren Odelli, Liberotti en Paoletti. Ze waren allemaal gevestigd in het gebied tussen de Piazza del Popolo en de Spaanse trappen in Rome. Dit was het gebied waar de meeste reizigers na aankomst in Rome onderdak zochten, daarom in die tijd ook wel het “Engelse ghetto” genoemd.

daktyliotheek, detail

Een bijzonder exemplaar is de afgebeelde set met afdrukken van erotische gemmen. Al in de eerste helft van de 19de eeuw was er in Napels een ‘gabinetto segreto’, een geheim kabinet waar de opgravingen uit Pomeï met een erotisch tintje werden bewaard. In 1849 zelfs met een bakstenen muur dichtgemetseld, kent het kabinet een lange geschiedenis van sluiting, openstelling voor publiek en weer sluiting…..
Deze verzameling afdrukken is een bijzondere herinnering van een reiziger die wellicht het geluk had het kabinet geopend aan te treffen.

daktyliotheek,detail
Erotisch souvenir, detail

www.robertschreuder.nl

Papoea’s zijn gek op roken. Om een verblijf te midden van hen soepel te laten verlopen worden er aanzienlijke hoeveelheden tabak ter beschikking gesteld. Rokers heb ik nog nooit problemen zien maken. Voor onze gezamenlijk op te steken vredespijp geef ik Barnabas Betakam een pakje shag van het merk Lampion Lilin maar tot mijn verbazing zegt hij dat hij alleen filtersigaretten van de merken Surya of Gudang Garam rookt. Het is mij een raadsel hoe hij zijn dure verslaving betaalt, maar blijkbaar is hij omwille van het aanzien bereid voor het moment van zijn favoriete genotmiddel af te zien. Het roken van filtersigaretten is in zijn opvatting een teken van opwaartse mobiliteit.

Betakam is getuige van een economie die booming is. Onder de Indonesiërs die zich sinds de machtsovername in 1962 in het van oudsher uitsluitend door Papoea’s bewoonde gebied gevestigd hebben neemt het aantal motorboten per hoofd van de bevolking dagelijks toe. Want in dergelijke eenheden is het onderscheid tussen de transmigranten uit overbevolkte delen van de Indonesische archipel en de Asmat als oorspronkelijke bewoners van het tropisch regenwoud in deze moerasdelta in het voormalige Nederlands Nieuw Guinea het beste uit te drukken. Yamaha buitenboordmotoren versus roeispanen, generatoren en elektrisch licht in plaats van houtvuur, halve kaarsen en duisternis, kleurige televisieprogramma’’s met zang en dans naast zelfgemaakte met visdraad bespannen ukeleles en gitaren.

Je krijgt niet de indruk dat Betakam zich ooit heeft gevraagd hoe de Indonesische landverhuizers en westerse bezoekers aan hun begerenswaardige spullen zijn gekomen. De overtuiging is wijd verbreid dat de blanken gebruik maken van hun eigen inheemse toverkunst; onder andere kerkdiensten en de bijbel worden beschouwd als exponenten van die magische praktijk. Het is niet vreemd dat reizigers uit het Westen regelmatig voor pastoor worden aangezien. Pastoors zijn erg geliefd om de goede werken die zij in de Asmat hebben verricht, er is daarom reden genoeg om tijdens een verblijf te midden van hen tegen de status van geestelijke geen bezwaar te maken.

Gerard Zegwaard, de Nederlandse pastoor die zich als eerste blanke in 1953 in het te pacificeren gebied vestigde kwam moederziel alleen. Zijn verschijning moet indruk gemaakt hebben. De Asmat voorvoelden wellicht dat hij onkwetsbaar was mede omdat hij buiten de door koppensnellerij en stammenoorlogen beheerste orde stond. Men geloofde aanvankelijk niet dat hij menselijk was. Gerard Zegwaard schrijft in zijn ongepubliceerde memoires: “Ik wilde mij in Sawa even terugtrekken naar het bos om een grote boodschap te doen. Maar ik kreeg een gezelschap van 30 man achter mij aan. Zij hielden mijn hand vast om niet in de blubber te vallen en riepen in koor: ‘ Voorzichtig, glij niet uit.’ Er werden enige stokken bij elkaar gelegd waarop ik kon gaan staan. Een paar mannen maakten een kuiltje waarin ik mijn uitwerpselen kon deponeren. In het zicht van het hele gezelschap deed ik mijn behoefte en kreeg prompt een aantal boombladeren aangeboden als vervangmiddel van closetpapier. Ik heb niet meer omgekeken maar ik ben er vrij zeker van dat de mensen mijn faeces zorgvuldig hebben bekeken.” In de overtuiging dat Zegwaard een van hun teruggekeerde voorouders was is de uitkomst van bovengenoemd onderzoek waarschijnlijk nogal verwarrend geweest.

De vader van Betakam – een prominent oorlogsleider uit het dorp Basim aan de Fayit rivier – zal destijds zeker met pastoor Zegwaard contact hebben gezocht. Hij zal hem als iemand die trots is op zijn werk op een toon van samenzweerders hebben verteld dat hij in zijn leven vijf koppen had gesneld. De eretekens daarvan – onderkaken of de met witte veren versierde nekwervel – werden door zijn vrouw aan een halsketting tijdens dorpsfeesten meegedragen. De schedels van de ongelukkigen had de koppensneller als was het Kerstversiering aan de deurpost van zijn hut opgehangen.

Zegwaards crucifix heeft Betakam voor een belangrijke voorouder en cultuurheld van de blanken aangezien. Er zijn namelijk in het oog springende overeenkomsten met de wijze waarop in de Asmat belangrijke overledenen worden afgebeeld. Maar ook na herhaalde uitleg bleef het echter waarschijnlijk onbegrepen dat het gekruisigde slachtoffer – zoals gebruikelijk in zijn eigen cultuur - niet door zijn familie en clan gewroken werd. Anderzijds was de hoeveelheid blinkende spullen die Zegwaard meebracht voor willekeurige welke mens- en wereldbeschouwing dan ook overtuigend genoeg.