241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Schrijver, studeert Critical Writing in Art & Design aan Royal College of Art. Woont in Londen en schrijft momenteel over een Brutalist Elephant en composeert Grafische one-liners.

Een diakritische teken, oftewel een accent, is een symbool dat wordt toegevoegd aan een letter om een afwijkende fonetische waarde aan te geven. Onze Latijnse alfabet is een puur fonetisch schrijfsysteem, in tegenstelling tot, bijvoorbeeld Chinees wat ook representatief is, wat dus betekend dat deze tekens essentieel zijn in het reproduceren van gesproken betekenis. In de Engelse taal komen ze ook voor, hoewel zelden, en dan vooral in de vorm van ‘leenwoorden’ (‘soufflé’, ‘naïve’, ‘exposé’ bijvoorbeeld). Het is vooral de relatie tussen de letters van een woord (zoals de ‘i’ in ‘like’ en ‘lick’) of de context (als in, ‘to read’ en ‘to have read) waarin een letter zich bevindt dat de uitspraak van het woord bepaalt.

Op school, tijdens de Spaanse les, liet ik vaak uit luiheid of incompetentie de diakritische tekens achterwege. De tilde (~) gold hier als uitzondering. Deze paste ik ijverig toe, gezien het uitsluiten ervan tot gniffelende leerlingen en een geamuseerde docent kon leiden, zoals wanneer años (‘jaren’) als anos (‘anus’) op het schoolbord werd geschreven.

Zo bestaan er meerdere niet-zo-romantische faux pas in de Romaanse talen. Het resultaat van een ministudie onder drie van mijn vrienden (Italiaans, Spaans, en Engels) toonde de noodzaak van de specificiteit van deze kleine tekens – maar zegt misschien ook meer over hun individuele persoonlijkheid dan de aard van hun moedertaal. Giulia gaf een aantal Italiaanse voorbeelden: però (‘maar’) wordt pero (‘perenboom’); en papà (papa) wordt verheven tot papa (‘paus’). Justine speelde een klein beetje vals met haar Franse bijdrage: traîne [‘sleep van een jurk’] en trainee – hoewel het hier juist om een toevoeging dan een weglaten gaat.

José El Catalan stuurde enthousiast dertien voorbeelden in het Castiliaans – maar geen in het Catalaans. Hij is een man met een bepaalde manier met worden, gecombineerd met een soort academische nonchalance die ik elders nooit ben tegenkomen: het liefst studeert hij liggend in bed, met in de ene hand een sigaret, op zijn borst een asbak. Hij stuurde mij een aantal onschuldige slip-ups, de meeste in de trant als de volgende: pené (‘ik heb gestraft) en pene (‘penis’); cardó (‘gekamd te hebben’) en cardo (‘een erg lelijke persoon’); moña (straattaal voor ‘homosexueel’) en mona (straattaal voor ‘dronkenlap’). Maar hij eindigde met het tegenovergesteld, waarbij een toegevoegde teken (~ ) problematisch blijkt: cono (‘kegel’) wordt coño (‘kut’). Hier kwam hij met een kanttekening: “enséñame el cono” (‘laat me je kegel zien).

De charme van de overkoepelende term Romaanse talen wordt ineens wankel. Misschien moeten we terug naar zijn voorganger, Vulgair Latijn. Deze benoeming bevat niet alleen een duidelijke geschiedenis – deze talen zijn stammen namelijk af van informele vormen van Latijn – maar kunnen in dit geval worden gebruikt om door middel van vulgaire uitdrukkingen taalkundige eigenaardigheden aan te tonen. Het woord ‘vulgair’ komt vanuit het Latijnse ‘vulgus’ en betekend ‘populous’ oftewel ‘het volk’. En zoals altijd ontwikkelt de taal zich onder het volk, en niet zozeer onder een specifieke centrale overheid.

Eens in de zoveel tijd wordt er een poging gedaan om taal in een lijn te brengen. De Acordo Ortográfico da Língua Portuguesa (de Orthografische Portuguese Taalkundige Overeenkomst) werd in 1990 voorgesteld en ondertekend met als doel de Portugese taal wereldwijd te standaardiseren. In 2009 werd het door Brazilie overgenomen, een jaar eerder in Portugal waar het geleidelijk zou worden ingevoerd; maar het is vooral genegeerd gebleven. In de overeenkomst wordt de uitspraak van worden gestandardiseerd en stille klanken worden weggelaten (acção (‘action’) wordt ação,) hetzelfde geldt voor sommige diakritische tekens. Het kan grof worden gelinkd aan het homogeniseren van Brits en Amerikaans Engels – bijvoorbeeld, je zou kunnen pleiten dat voortaan ‘color’ in plaats van ‘colour’ wordt gebruikt. Waarschijnlijk zou dit net zo veel weerstand tegenkomen als in Portugal.

Een van de meest beroemde voorbeelden, aangekaart door Portugese krantencolumnisten is dat van de nederige schildpad. Hoewel het niet klopt – de Overeenkomst van 1990 zou in werkelijkheid de diakritische teken op dit woord juist niet weglaten – blijft het een voorbeeld van een onbezonnen snelkoppeling, een vulgair voertuig, voor degenen die tegen de homogenisatie zijn. Het is namelijk zo dat met her verlies van de accent grave, van de cágado (‘schildpad’) enkel nog cagado (‘overheen gescheten’) overblijft.

Dit artikel verscheen in Arc 18.


Illustraties door Jonas Berthod