241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Claudia Sola (1974) begon met fotograferen op haar zevende. Met haar eerste camera ontdekte ze dat ze in plaats van het schrijven in een dagboek, fotografie kon gebruiken om verhalen te herinneren. Na het gymnasium assisteerde ze fotograaf en filmmaker Johan van der Keuken met een aantal van zijn latere films. In 1998 begon Sola haar studie aan de Gerrit Rietveld Kunstacademie waarna ze in 2002 de kans kreeg op een twee jaar durende residentie aan de Ateliers te gaan. Anno nu wordt haar werk regelmatig tentoongesteld in Europa en Noord-Amerika. Sola’s films en foto’s zijn opgenomen in privé-collecties en permanente collectives van musea in Nederland, Italië en Frankrijk. Claudia Sola heeft het verlangen het persoonlijke in het grootwereldse voelbaar te maken. Hoe de wereld en wijzelf om elkaar heen draaien en hoe steeds weer dezelfde kernverhalen eigentijdse verschijningsvormen krijgen is de kern van haar werk. Persoonlijke geschiedenissen zet Sola af tegen de stimuli die de westerse mens de hele dag ondergaat. Ze probeert ze in een universeel licht te zetten. Claudia Sola maakt foto- en filmopnames en put uit archieven verspreid over de hele wereld zoals die van historische instellingen, bibliotheken en het wereldwijde web. Op dit moment woont en werkt Sola in Amsterdam, de wildste stad van Nederland.

Dineren met de president

Dat elke goede kunstenaar een thema, een terugkerend motief heeft, werd me op de academie geleerd. Series, concepten, liefst in een herkenbare stijl. Na de academie was het niet anders. Mensen kijken naar je werk en dan komt onherroepelijk de vraag: waar gaat het over?

Probeer daar maar eens een bevredigend antwoord op te geven als je niet echt van de herkenbare stijl en de archetypische thema’s bent. Ik bedenk nooit iets in theorie en voer het vervolgens uit. Ik moet leven wat ik maak. Mijn ontwikkeling gaat door werk maken. Het werk vraagt. Er ontstaat een dialoog tussen het werk en mij. Dingen vallen af, komen later weer terug, dingen verdwijnen voorgoed, dingen blijven. Als er geen vragen meer komen, is het werk af.Het werk leert mij en niet andersom. Het werk is een verhaal dat zich steeds op verschillende manieren aan je voordoet. Het thema is het verhaal dat je steeds op verschillende manieren vertelt. Ze zijn er al, zoals jij er al bent. Je moet het alleen ontdekken.

Ik laat me leiden door dat waar mijn oog op valt. Waar mijn liefdes liggen, verdriet, verwondering, angsten. Zonder me af te vragen of het binnen mijn thema valt. Zolang je trouw blijft aan jezelf valt alles wat je roert binnen het thema. Ik ben het thema. Dit is mijn wereld.

Een van de dingen die ik doe is verzamelen. Waarom ik een verzameling begin, kan ik van tevoren nooit zeggen. Ik verzamel zonder me druk te maken of wat ik verzamel binnen mijn werk valt. Dat komt later pas. Of niet. Ook goed.

Dit is mijn verzameling ‘Dining with Presidents’.Dertig borden uit serviezen waar Amerikaanse Presidenten, hun familie en hun gasten van hebben gegeten.Het begon met een foto van een gedekte tafel in het Witte Huis ten tijde van de Clintons. Glazen, kaarsen, een uitbundig bloemstuk, en een bord. Een bord dat al gauw niet zomaar een bord bleek te zijn.

Bij de oprichting van de Verenigde Staten op 4 juli 1776 moest er een leider aantreden. Hoeveel macht zou deze leider krijgen? Het enige wat de Founding Fathers zeker wisten was dat het staatsbestel na de Onafhankelijkheidsoorlog in niets mocht lijken op de Engelse aristocratie. Maar al té libertijns kon ook niet, anders zouden de Europese monarchieën de Verenigde Staten niet als land erkennen. Geen democratisch land ter wereld waaraan de Verenigde Staten zich konden spiegelen. Hoe dan?
Als er gasten kwamen, binnenlandse, buitenlandse, hoe moest hun leider ze ontvangen, thuis? Hoe moest hij worden aangesproken? Zeker niet zoals koningen werden aangesproken, niet sire, niet majesteit. Na talloze vergaderingen werd besloten dat de leider moest worden aangesproken zoals het nu nog steeds gebeurt: met Mister President. Ook over de titel van de presidentsvrouw werd gesteggeld. Mrs Presidentress is nog overwogen, uiteindelijk werd het First Lady.

De rest mochten de president en zijn vrouw voor het merendeel zelf uitzoeken. Een grote rol daarin was weggelegd voor de First Lady. In de inrichting van het presidentiële huis, in het ontwerp van het presidentiële servies moest zij de aspiraties van het nieuwe land en de ideeën over leiderschap tot uiting laten komen. Dat is nog steeds zo.

Toen ik daar achter kwam, wist ik waarom de borden me zo aantrokken. Ik ben altijd op zoek naar tastbare, persoonlijke verhalen achter politieke, historische processen. Die borden zijn precies dat. Ze zijn de belichaming van wat presidentsvrouwen door de eeuwen heen dachten dat de politieke idealen van de VS waren. En je kunt er nog van eten ook.

In kookboeken, in notities van presidentiële chef-koks, in dagboekfragmenten en bewaarde briefwisselingen tussen de First Lady en porselein fabrikanten kwam ik de overwegingen tegen, hoe de opdrachten luidden. In het begin staat het ontwerp van het Witte Huis servies sterk onder Franse invloed. De leiders van de Amerikaanse revolutie hadden in Frankrijk revolutionaire inspiratie opgedaan voor ze aan hun eigen strijd begonnen. Op terugreis namen ze koffers mee vol Frans servies en meubelen. Omdat er nog geen porselein in de VS gemaakt kon worden, bestelden ze het in Frankrijk. Dat is de reden dat de adelaar op de eerste borden meer een Franse lijkt dan de latere Amerikaanse zeearend.

Weduwnaar Thomas Jefferson, derde president en Founding Father, hield het simpel en persoonlijk met het presidentiële monogram in het centrum. Elizabeth Monroe benadrukte de pijlers van de Amerikaanse maatschappij: Strength, the Arts, Commerce, the Sciences and Agriculture.
Vanaf 1845 breekt een meer nationalistische periode in Amerikaanse politiek aan. Mrs. Lucy Hayes kiest voor servies dat in de VS geproduceerd is. Met daarom Amerikaanse flora en fauna. Mrs. Caroline Harrison komt met de maïskolf en guldenroede als symbolen van Amerika’s overvloed en schoonheid.
Dan steekt in 1893 de hang naar grandeur de kop op. Het majestueuze van een Europese paleisinrichting was niet langer verwerpelijk. Sterren duiken op, op basis van: “De ster is een symbool van het hemelse en goddelijke doel waarop de mens zich al richt sinds mensenheugenis.”*)1


De naoorlogse welvaart wordt belichaamd in het bord van Eisenhower met de puur gouden rand. Vanaf dat moment is het ruim baan voor goud. Truman, Reagan, zelfs de Clintons, allemaal letterlijk goud wat er blinkt. De tijd van de overmacht van de financiële wereld dient zich aan.

*)1 Uit het boek "Our Flag", gepubliceerd in 1977 door het Huis van Afgevaardigden; over de Flag Act die werd aangenomen door het Continentale Congres op 14 Juni, 1777.