241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things


Een fotografieopleiding heb ik nooit gehad. Wel heb ik een tijd op een academie gezeten, maar niet als student. In 1986 kreeg ik een aanstelling als docent fotografie op de Rietveld.

De eerste opdracht die ik de studenten gaf was in de kantine te gaan zitten met een camera. Het moment mochten ze zelf uitkiezen. ’s Morgens vroeg als er nog geen student was. Een uur of twaalf als het begon vol te lopen. Of ’s avonds als de deeltijdstudenten erbij kwamen. Allemaal best, zolang ze maar een rolletje volschoten met hun ogen dicht. De bedoeling was om de kijkspieren los te maken.

Wat precies uit die opdracht is gekomen, weet ik niet meer. Wel weet ik dat ik na dat jaar een gesprek met de directie had. De directie gaf mij te kennen dat ze de indruk hadden gekregen dat het afgelopen jaar de bodem van mijn fotografische kennis in zicht was gekomen. Ze zagen er geen brood in nog langer van mijn diensten gebruik te maken.

Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die inzakken als de directie van een gerenommeerde academie ze te verstaan geeft dat de bodem van hun fotografische kennis in zicht is gekomen. Maar ik zat er niet mee. Ik vroeg om een schriftelijke bevestiging dat mijn contract niet verlengd werd. Met de reden erbij graag. Ik vond het niet erg, want ik had mijn Rode Map. Mijn map waarin ik alle Afwijzingen en Teleurstellingen verzamelde.

Zoals met alle verzamelingen... ben je er eenmaal aan begonnendan wil je ze afmaken, compleet hebben. Die map moest vol. In de afwijzing van de Rietveld werden twee gaten geperforeerd en ze ging bij de andere afwijzingen.

Achteraf gezien had ik misschien een te grote map genomen. Maar het goede eraan was: om hem vol te krijgen moesten er veel afwijzingen komen. Dus moest ik ook veel aanvragen doen, balletjes opgooien, voorstellen indienen, mijn werk laten zien, solliciteren. Aanvragen die gehonoreerd werden, gingen in de Groene Map. Daarin verzamelde ik Toekenningen en Andere Successen. Het was wel wat optimistisch dat ik daarvoor net zo’n grote map had genomen als voor de Afwijzingen en Teleurstellingen.

Het is dankzij deze twee mappen dat ik erachter ben gekomen dat afwijzingen een positief effect hebben op je carrière. Hoe dat in elkaar steekt, kan ik het beste laten zien aan de hand van een grafiek.

Op de x-as heb ik de jaartallen gezet, van 1980 tot nu.

Op de y-as mijn inkomen omgerekend in euro’s.

Geen betere maat van succes dan je omzet.

In 1986, toen mijn contract op de Rietveld niet werd verlengd, is een klein dipje te zien. Zoveel verdiende ik daar niet. Niemand niet, nog steeds niet. In 1995, toen ik ophield met fotograferen en begon met schrijven, kwam een veel grotere dip.

Interessant om daar het aantal jaarlijkse afwijzingen tegen af te zetten dat ik verzamelde voor mijn Rode Map. Nu wordt het even hogere wiskunde want ik ga twee schalen over elkaar heen zetten. De schaal van het aantal afwijzingen over de schaal van de omzet in euro’s.

Maar waar het om gaat is: de eerste vijftien jaar heeft de grafiek afwijzingen dezelfde vorm als mijn inkomen. Er is dus een directe correlatie tussen afwijzing en artistiek succes.

Ook als ik in 1995 stop met fotograferen en ga schrijven zie je de afwijzingen de omzet volgen, zij het minder precies. Beide dalen omdat ik schrijven nog niet onder de knie heb. Ik oefen de hele dag, weinig tijd om aanvragen te doen, er komen ook minder afwijzingen binnen.

Heel langzaam begint mijn inkomen na 2000 weer te stijgen, ik krijg opdrachten. Aanvragen doe ik steeds minder. Dan begin ik in 2003 op de website PhotoQ een rubriek waarin ik foto’s analyseer als een detective. Dat slaat aan en in 2004 vraagt de Volkskrant me of ik wekelijks een persfoto wil analyseren. Gestaag gaat het inkomen omhoog. Terwijl het aantal afwijzingen drastisch daalt, ik doe steeds minder voorstellen en aanvragen.

Dat is de periode dat ik in rustiger vaarwater kom. Het inkomen stijgt verder en verder, de afwijzingen dalen tot ze elkaar kruisen, hier, februari 2012. Laat dat nou net het moment zijn waarop de Rietveld mij vraagt de opening van hun eindexamententoonstelling te doen.

De opening van de eindexamententoonstelling!

Ja, dan zit je op rozen.

Op het gevaar af aanmatigend over te komen kan ik het niet laten vier tips te geven voor de aanstormende kunstenaar.

1)Koop twee ordners, maak de ene rood en de andere groen. Stop de afwijzingen in de rode, de toezeggingen in de groene.

2)Hou je niet bezig met zelfpromotie. Je hoeft je werk niet op te hemelen. Ontdek je iets, kom je al werkend iets tegen waarover je enthousiast bent, houd dat dan niet voor je. Vertel het aan iedereen die het horen wil. Je vrienden, je ouders, de bakkersvrouw op de hoek. Mocht er dan iemand bij komen staan die je werk verder kan helpen, je kent die types wel... praat dan rustig door.

3)Vertel over je werk in heldere en directe bewoordingen, geen jargon. Als de bakkersvrouw afhaakt, dan moet je het de volgende keer anders vertellen. Zo leer je je werk steeds beter te begrijpen.

4)Wees niet te kieskeurig. Aas niet alleen op de top. Laag instappen heeft grote voordelen. Daar krijg je ruimte om te experimenteren en uit te vinden waar je werk over gaat. Goed dat te weten voor je later voor de leeuwen wordt gegooid.

We leven in een tijd waarin perfectie als hoogste goed wordt beschouwd. Onze computers bestaan immers zodat ze alles tot in de perfectie kunnen uitrekenen, zelfs de camera’s op onze telefoons kunnen inmiddels het lichtste licht en het donkerste donker registreren. En voor de dingen die niet perfect zijn hebben we alle tools om ze tot perfectie te bewerken.

Om deze redenen ben ik geïnteresseerd in ‘imperfectie’ en de kwaliteiten inherent aan het maken van vergissingen. Het klinkt misschien gek, maar als alles perfect is, bestaat er geen ruimte meer voor creativiteit. Nieuwe ideeën komen voort uit vergissingen en mislukkingen. Gemaakte fouten kunnen eerdere percepties en manieren van kijken doen veranderen, waardoor het maken van fouten iets is waar we naartoe zouden moeten streven.

Mislukkingen en vergissingen zijn overal te zien. Loop over straat, houd je ogen open, en je ziet ze overal. De grappigste en meest vreemde fouten worden vaak op bouwplaatsen gemaakt. Een klassiek voorbeeld is het woord STOP dat op de weg wordt gestencild, talloos vaak verkeerd geplaatst door wegwerkers. Het is opmerkelijk hoe veel fouten gemaakt kunnen worden met een simpel woord, bestaand uit vier letters.

Nog een klassieke, weliswaar zeldzame, situatie waarin veel mis kan gaan is het bouwen van een balkon. Hoe kan je een balkon bouwen als de deur nog niet eens af is? Of wat dacht je van een prachtig balkon te bouwen, met als enige probleem dat het net boven de treinrails zweeft?

Vaak komen constructiefouten voor bij het installeren van wc’s. Toiletten worden meestal in erg kleine ruimtes gebouwd, waardoor fouten dicht op de loer liggen. Het openen van de deur kan bijvoorbeeld heel wat problemen veroorzaken. Soms is de enige oplossing het uitzagen van een deel van de deur zodat het niet tegen de pot aanstoot. Het wordt nog grappiger als de bril en de deksel in de verkeerde volgorde worden geplaatst.

André Thijssen,Grünau, Namibia 2000

Je hoeft zelf niet de deur uit om deze vergissingen tegen te komen. Honderden mensen jagen er op om foto’s van deze dwalingen online te zetten. Zelf zie ik meestal situaties waarin bomen voorkomen. Een boom is een groot ding en moeilijk te verplaatsen. Dit kan problemen veroorzaken. Vooral als er een boom vlak voor een parkeerplek staat. Op deze manier is het volkomen onmogelijk om de parkeerplek op te komen, ondanks de uitnodigend letter P die op het verkeersbord prijkt.

Een kunstenaar met een briljant oog voor vergissingen is André Thijssen. Jarenlang heeft hij de wereld over gezworven op zoek naar beelden die net iets afwijken. De enige beelden waarin hij geïnteresseerd is tonen situaties waarin het onnatuurlijke in een natuurlijke situatie plaatsvindt. Een klassiek voorbeeld is een auto geparkeerd met zijn wielen vlak voor twee betonnen ballen op de stoep. De ballen worden de nieuwe wielen van de auto.

André Thijssen, New York City, USA 2002

Wat misschien wel het beste voorbeeld is van hoe de mislukking kan worden weergegeven is een fotoalbum van een Amerikaanse familie waarin zij de grootste mysterie in fotografie proberen te ontrafelen: hoe zet ik mijn zwarte hond op de foto? Hun hele leven lang is het hen niet gelukt de hond op de foto te zetten, waardoor de hond telkens als zwarte schaduw wordt vastgelegd.

Een zwarte verschijning voor het huis, op de bank, in de tuin, op het bed. Uiteindelijk raakte ze gefrustreerd en begonnen ze de foto’s te overbelichten, wat hen eindelijk een foto opleverde waar de hond zichtbaar is.

Het maken en vinden van fouten maakt het de moeite waard, het belicht de moeilijkheden in het creatieve proces. Door ze te bekijken en te omarmen zul je onverwachte en prachtige ontdekkingen maken.

Lang leve de mislukking!

“You can’t have anything. You can’t have anything at all. Because desire just cheats you. It’s like a sunbeam skipping here and there about a room. It stops and gilds some inconsequential object, and we poor fools try to grasp it – but when we do the sunbeam moves on to something else, and you’ve got the inconsequential part, but the glitter that made you want it is gone. “ F. Scott Fitzgerald, uit The Beautiful and Damned

Inderdaad, verlangen glipt zo makkelijk door onze vingers zodra we datgene wat we begeren eenmaal beethouden. En met één knipper van de ogen zijn we wederom verblind door de schittering van een volgende onbekende schoonheid, de volgende belofte van liefde, van vervulde verlangens.

Laag na laag wordt het fineer weggekrast. Soms is dit een langdurig proces dat jaren, maanden, dagen beslaat. Anderzijds kan het vuur ineens en zonder waarschuwing worden gedoofd.

(Natuurlijk moeten we niet al te cynisch worden. Liefde bestaat voorbij de glans van verlangen, maar degene die dat geluk nog niet gevonden hebben storten zich al te graag telkens weer de dwaasheid in.)

En zapatillas, 2007
Geen titel, 2008
Nachten als obstakels, 2011
En zapatillas, 2007

Mensen bevinden zich in een echt afschuwelijke staat. Waar ik ook kijk vind ik iemand die aan het wankelen is, in de richting van een leegte.

In de bar waar ik gisteren zat viel een meisje op haar tafel in slaap. Net daarvoor had ze een blik op mijn zoon, Joan, geworpen en daarbij licht en onbestemd naar hem geglimlacht. Ik was verbijsterd dat ze de kracht nog had voor zulke tederheid, of zelfs om maar make-up op te doen, hoe matig het resultaat ook was. Het deed mij pijn haar te zien.
Alex, 2008

Vandaag, op straat, was het een lelijke vrouw, die aan het hannesen was om haar jas aan te krijgen. Ik stelde me de kleurloosheid van haar leven voor en de ellende van het moeten stellen zonder seksuele aantrekkelijkheid.

Mensen die op straat tegen zichzelf praten; mensen die zich simpelweg dood laten gaan; fouten die nooit gecorrigeerd zijn en halverwege het leven hun tol eisen. Er is geen terugweg. Hun verschijning is getekend door de bitterheid van de verspilde kans om te leven. Ze verdrinken in zinloosheid, en slechts troost op korte termijn weet de pijn te verlichten: een biertje, gokhallen, peepshows, jezelf drogeren tot de dood erop volgt, de wekelijkse betovering van de stupide bokswedstrijden van Moros y Christianity[1], iemand in een bar tevergeefs proberen te overtuigen dat je een expert bent op het gebied van politiek; ontwijkend gedrag, zelfbedrog, anderen zien lijden; houdingen die zo vaak zichtbaar zijn in velen om ons heen.
Voelen als Gilles, 2008

Ik word duizelig wanneer ik bedenk hoe alomtegenwoordig ongelukkig zijn is, hoeveel ongelukkige zielen mijn pad iedere dag kruisen.

En het meisje dat ik gisteren zag...waar vond ze kracht om naar mijn kind te glimlachen? In ieder geval, bedankt voor het doorgeven van het stokje. Joan, nu het is jouw beurt. Struikel niet.


[1] Moros y Christianity is een talkshow op de Spaanse televisie.

Claude Monet
Jean Baptiste Camille Corot
Claude Monet

Van onze kunstreis door het noordwesten van Frankrijk keerden we teleurgesteld terug. Wat we vooral te zien hadden gekregen was de werking van de lange arm van Parijs. We reden huiswaarts, zwijgend, katerig, het was duidelijk koud geweest op de kermis. In die stemming ondergingen wij het verschrikkelijke ongeluk als een godsgeschenk, als een sensatie waar we al die tijd op hadden gewacht. Maar laat ik vooraan beginnen.

Ons eerste museum was dat in Rennes en dat bezoek zette meteen de toon voor alle volgende. Grote, uiteraard vooral Franse, waren ook wel vertegenwoordigd, alleen slechts met een of twee van hun belabberdste werken. Natuurlijk is ook aan een belabberd werk veel te zien, het herinnert je eraan dat een genie ook maar een mens is. Maar toen wij daar een paar keer aan herinnerd waren werden wij wrevelig.

Onze welwillendheid was nog oneindig in Rennes en we schoven braaf van het ene schilderij naar het andere. Opeens wezen we er één aan dat werkelijk prachtig was. Wat kwam dat licht mooi uit op dat schilderij van Caillebotte! Hoe slaagde hij erin om met niet meer dan het constructiewerk van een brug en een man die over de reling hing zoveel effect te bereiken!

Caillebotte,PontdeL'Europe, Rennes

We werden lyrischer en lyrischer, begonnen te overdrijven. Met ons raakte ook het schilderij uit zijn evenwicht. Wij vertrouwden onze eigen waarneming niet meer, het werd tijd om een suppoost de weg naar het restaurant te vragen.

Er was geen restaurant in het museum van Rennes.

Musee de Vannes

In Vannes ongeveer hetzelfde patroon. In de brochures Corot, Millet en Delacroix als lokkertjes, en zelfs Goya. Het dertiende-eeuwse, tot museum omgebouwde gerechtsgebouw liet van ieder van deze reuzen één werk zien, behalve van de Spanjaard. Die was, zoals men zei, hier nog nooit geweest. Allerlei regionalen daarentegen hadden de deur platgelopen, getuige hun talrijke, soms ronduit klungelige schilderijen.

Het leukst was de anekdote die was afgedrukt bij het schilderij van Delacroix. De pastoor voor wiens kerk het bestemd was had het eerst wekenlang in zijn eigen kamer bestudeerd. Hij had geconcludeerd dat het kleed van de centrale figuur, Maria Magdalena, bij de borsten te diep was uitgesneden. De koster had het doek vervolgens als een 'weergaloze restaurateur' met dikke zwarte muurverf behandeld. Daarop werd het schilderij afgevoerd naar de klokketoren, om daar een tochtig gat te dichten.

Delacroix gerestaureerd

Goldreyer is van alle tijden, dachten we, en we vroegen de weg naar het restaurant. Opnieuw kwamen we op straat terecht. .

Het museum van Nantes had een betere, maar ook een erg obligate collectie. We gaven het op toen we de twee bedroevende Monets hadden gezien, en gehoord dat het museumrestaurant er 'volgend jaar misschien' zou komen.

In een tweede gebouw zagen we iets dat eindelijk indruk maakte, een drieluik van Bill Viola. Op de drie witte doeken werden tegelijkertijd films vertoond van respectievelijk een barende vrouw, een man onder water en een stervende vrouw. We zagen het nieuwe kind geboren worden en de oude vrouw dood gaan. We hoorden gekreun en geschreeuw, het borrelen van water en het pompen van een beademingsmachine. Confronterend en rustgevend tegelijk, net wat we nodig hadden.

Hoe kwamen we aan meer van zoiets? Moesten we ons niet gewoon naar buiten begeven en onze kijkers op de harde werkelijkheid richten? Op geboorte en dood zelf dus? Alle geschipper daartussenin leidde alleen maar tot compromissen, verzinsels, kunst.

Uiteindelijk reden we zwijgend huiswaarts, katerig dat onze magen hun rijke vulling niet automatisch hadden doorgegeven aan onze hersenen. Toen zagen we op de N 25 richting Arras, een tweebaansweg, het verschrikkelijke ongeluk.

Stapvoets reden we er rakelings langs. Een personenwagen lag volkomen geplet op zijn dak in de berm. Een man en een vrouw die misschien al dood waren, in ieder geval hevig gebloed hadden, werden door twee militairen op brancards gegespt. Er werd geschreeuwd, overal stonden zwaailichten. Mannen en vrouwen in witte jassen renden om een ambulance, terwijl de brandweer de auto nabluste. Een politieman filmde de stand van zaken, zijn collega's maanden ons tot doorrijden.

Op het allerlaatste moment dachten wij iets vreemds op te merken. Wij zagen het mannelijke slachtoffer lachen. Zou het dan toch waar zijn dat sommige mensen lachend de dood ingaan?

Enige kilometers verder stond een groot reclamebord langs de weg met behalve de letters ACF (Automobile-Club de France) alleen het opschrift: 'Heeft u onlangs nog een kunstwerk gezien?' 'Nee,' riepen we hardop.

Nee?

We besloten om zo gauw mogelijk de weg af te gaan en via een binnenweg terug te keren, om aldus in de buurt van het ongeluk de hoofdweg weer op te komen. Die manoeuvre kostte ons vier uur, vier uur om voor 20 seconden iets te zien dat misschien een kunstwerk was.

Het was een kunstwerk. Alles was onveranderd. De witte jassen renden nog steeds om de ambulance, de slachtoffers waren nog altijd niet ingeladen, de politieman filmde onverdroten voort. We zagen nu ook dat op de zijkant van de ambulance een grote reproduktie was afgedrukt van het schilderij 'Het vlot van de Medusa' van Géricault. De militairen droegen uniformen die letterlijk overeenkwamen met dat van de fluitspeler op het bekende schilderij van Manet. In de lucht boven het tafereel hingen nu ook onmiskenbaar Van Goghiaanse krullen en strepen. Maar we moesten alweer doorrijden.

Het televisienieuws deed verslag van het ongeluk dat we hadden gezien.

Automobilisten wonden zich vreselijk op. De weg was urenlang versperd geweest voor flauwe onzin. De minister van verkeer, die toestemming had verleend voor het spektakel, zei dat het een huichelachtige opwinding achteraf was. Zeker negentig procent van de passanten had op het moment zelf niet eens gemerkt dat het ongeluk gefingeerd was. Een lid van het verantwoordelijke kunstenaarscollectief vroeg zich af waarom de mensen geen opluchting toonden nu de slachtoffers springlevend bleken. 'Jullie opereerden onder de naam ACF,' zei de verslaggever, 'de automobielclub is daar woedend over.' 'Niets aan te doen,' was het antwoord, 'l'Art se Conforme à la Folie. Dat is onze betekenis van die letters.'

http://www.cornelbierens.nl/