241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Het idee voor Orto Parisi vindt deels zijn oorsprong bij mij grootvader, Vincenzo Parisi, die zijn beide behoeftes in emmers verzamelde om vervolgens ermee de tuin te bemesten.

In zijn tuin hing de sfeer van het oneindige.

Ik werd er zowel door afgestoten als aangetrokken.

MANIFESTO

Daar waar het lichaam het meeste geur draagt is waar de ziel zich het meeste verzamelt.

Voor ons zijn deze geuren onaangenaam omdat het teveel aan ziel ondraagbaar is geworden. Onze innerlijke dierlijkheid wordt door de beschaving waarin wij leven onderdrukt en gebroken.

Dit project is mijn tuin die ik geplant, bemest, geteeld en geoogst heb.

Orto Parisi stelt dat ons lichaam als een tuin wordt ervaren, en dat zijn geuren de ziel werkelijk weerspiegelen.

Orto Parisi is voor degenen die de tijd grijpen om de geuren van het leven te ervaren en te verspreiden.

BERGAMASK

‘Bergamot’ is een zeer frisse citrusvrucht.

‘Mask’ zoals de geur van muskus dat afgescheiden wordt door een verse vangst.

VIRIDE

Komt uit het Latijn en betekent ‘groen’.

GROEN/VIRILITEIT

STERCUS

Het Latijnse woord voor ‘ontlasting’.

BRUTUS

Verwijst naar de Romeinse senator Marcus Junius Brutus, die bekend stond om zijn klungelige spraak.

BOCCANERA

Boccanera betekent ‘donkere mond’ in het Italiaans. De natuur biedt donkere holtes die sensualiteit uiten op een duistere erotische manier.

De penis – oftewel de fallus— staat symbool voor vruchtbaarheid, geluk, en de wereld van de natuur. Maar de penisboom is van een hele andere orde. Op de pagina’s van boeken en op muurschilderingen uit de middeleeuwen vindt men afbeeldingen van ‘onschuldige’ nonnen die de rijpe vruchten van de penisboom plukken en in hun mandje gooien. Op een ander afbeelding geeft een man zijn penis aan de nonnen, terwijl er in de achtergrond ezels met manden vol penissen op weg naar de klooster rijden.

Bovenstaande afbeeldingen zijn afkomstig uit Roman de la Rose, een manuscript geïllustreerd door de middeleeuwse illustrator Jeanne de Montbaston. De Roman de la Rose is een gedicht, een allegorische reflectie op de liefde. De ‘roos’ uit de titel staat voor vrouwelijke seksualiteit.

Het volgende beeld is van een muurschildering in Italie, waar we een groep mensen onder een penisboom zien staan. Op het eerste gezicht lijkt de Massa Maritima muurschildering niet veel anders dan vergelijkbare muurschilderingen uit dezelfde tijd. Maar als men beter kijkt, ziet men dat de takken vol hangen met tientallen penissen. Deze boom heeft niets te maken met vruchtbaarheid, maar is een weloverwogen stuk politieke propaganda. Dit is bericht van de Guelfi en waarschuwt het volk voor de heksenpraktijken van de Ghibelijnen.

Het blijkt dat de penisboom alsnog een geliefd onderwerp is. Zoals, bijvoorbeeld, voor deze overenthousiaste vrouw. Terwijl ze met één hand over de penis boom aait, zoekt het andere naar een van de penisvormige wortels. Probeert ze een non na te doen, om greep te krijgen op de rijpe penisvrucht, om het in haar mandje te stoppen?

Er bestaat een leger bus- en tramgekken, mensen die alles van bussen en trams weten. Dat is niet uitzonderlijk. De foto's die Robert E. Jowitt van zijn hobby maakte zijn dat wel, omdat hij er een extra onderwerp aan toevoegde: de vrouw. Ruim dertig jaar geleden besloot de Engelsman Robert E. Jowitt zich geheel te wijden aan de passie van zijn jeugd: bussen, trams en trolleybussen. Hij had geen zin meer om alleen in de vakantie naar zijn beminde vervoermiddelen te zoeken. Zijn liefde moest het hele jaar opgaan.

Voor een miniatuur als een Dinky Toy had hij geen belangstelling. Zo'n kinderlijke verzameling stak maar pover af bij de werkelijkheid Hij wilde elke bus in zijn natuurlijke omgeving, te midden van huizen, voorbijgangers en het verkeer.

Het lag het meest voor de hand dat hij ze ging fotograferen. Zo gebeurde het ook. Van Heidelberg tot Marseille, van Geneve tot Rotterdam, van München tot Lissabon, in heel Europa zag hij nog de meest uiteenlopende ouderwetse modellen in bedrijf. Een Carris met zijn gietijzeren deuren uit 1930, een Renault met gebogen open balkon uit 1935, een Daimler met zijn smalle motorkap uit 1950. Hij fotografeerde de bussen niet alleen maar maakte ook aantekeningen over hun uiterlijk en capaciteit. Het aantal zitplaatsen en staanplaatsen, een gewijzigde route of een lijn die een ander nummer had gekregen, niets ontsnapte aan zijn aandacht.

Jowitt werd een idiot savant van bus en tram. Daarin stond hij niet alleen. Hij wist heel goed dat hij nu tot een leger bus- en tramgekken hoorde. Sommige geestverwanten kennen zelfs een hele dienstregeling uit hun hoofd. Maar niemand legde zo'n grondige documentatie van de Europese gemeentelijke vervoersmiddelen vast.

Op de eerste foto's is de bus soms niet meer dan een vlek in de verte. Een andere keer zie je het glas en het metaal van heel dichtbij alsof de minnaar elke afstand wil overbruggen.In de meeste gevallen vormt de bus het hart van het stadsgezicht. Hoe klein of groot je het voertuig ook ziet, in het begin overheerst het de huizen, de gebouwen, het andere verkeer en de voorbijgangers.

De onderneming van Jowitt zou alleen maar buitenissig zijn geweest als het bij de bus was gebleven en zich binnen de voorstelling niet een ander beeld had ontwikkeld. Het maakt er eerst onopvallend deel van uit. Niemand zal er extra aandacht aan besteden. Misschien dat Jowitt het zelf niet eens zag. dan verliest het zijn argeloosheid om ten slotte gelijkwaardig aan de bus te worden. het komt tot uitdrukking in de titel van het laatste busboek dat de fotograaf samenstelde: The Girl in the Street or the Bedside Bus Book. Er is op de driehonderdvijftig voorstellingen van alles te zien: trottoirs, lantaarnpalen, winkelruiten, verkeersborden, plantsoenen, terrasstoelen, schaduwenregenplassen en andere oude bekenden van het stadsgezicht. Hoe de foto's ook steeds van elkaar verschillen, je ziet steeds een bus en een meisje of vrouw. Ze kan in de bus zitten of er een paar honderd meter van verwijderd zijn, ze loopt naar de bus toe of hij valt haar niet eens op.Ze neemt het grootse deel van de foto in beslag met de bus als stip of we zien alleen haar been dat achter de grote bus te voorschijn komt.

Jowitt wijkt niet van dit uitgangspunt af. Alleen met een bus en een vrouw heeft een stadsgezicht een reden tot bestaan. Die voorwaarden zijn zo uitzonderlijk dat de beschouwer een lachbui moet bedwingen. Waarom aanvaard iemand een plein of een straat pas als hij een volkomen willekeurige tegenstelling ziet.

Het antwoord van Jowitt is heel eenvoudig. Als hij in een vreemde stad een bus of een trambestudeerde keek hij ook vaak naar de meisjes die hem voorbijgingen. Het was niet meer dan logisch dat hij ook aan hen, net als de bus, een opvallende plaats gaf. Hoe moest Jowitt al die foto's in zijn boek rangschikken? Hij had het in chronologische volgorde kunnen doen. Een indeling naar steden of landen was ook mogelijk. Die twee volgordes vond hij te simpel. Hij wilde vooral de gewijzigde mode goed laten uitkomen. Daarom plaatse hij foto's uit verschillende tijdperken vlak naast elkaar.

Hij begint met het haar. kort, lang, paardenstraat, vlecht, henna, de kleinste krullen, punk en natuurlijk de hoed. dan is de kleding aan de beurt. Petticoat, minirok, lange rok en de individuele varianten. schoenen tassen, stuk voor stuk komen ze aan de beurt. In de beschrijving van het uiterlijk van de meisjes probeert hij net zo nauwkeurig te zijn als in de beschrijving van de bussen en de trams. Wat heeft Jowitt voor ogen gestaan? een grappige foto, dat spreekt vanzelf. Tegelijkertijd moet hij hebben gedacht dat met al die gegevens de voorstelling exact werd beschreven. Maar juist door de precisie ontworstelt het beeld zich aan zijn woorden.

Als het haar Jowitts leidraad is springen de schoenen in het oog. Bij de serie met de handtas als belangrijkste motief vraagt de rok om net zoveel aandacht. Als het om de mouwloze jurk gaat dwaalt de blik weer af naar de schoenen.En steeds staat of rijdt daar de bus die ook nog van een bouwjaar of andere bijzonderheden moet worden voorzien. het is Jowitt niet ontgaan dat zijn modellen voor de meest uiteenlopende categorieën in aanmerking komen. Bij een foto wordt niet vaak naar een andere foto verwezen, maar Jowitt schrijft 'zie ook handtas' of 'zie ook blote rug' als die twee duidelijk buiten een scherp gekozen onderwerp vallen.

The Girl in the Street is een boek om bij te grinniken. Het heeft veel weg van een parodie op een foto en haar interpretaties, al is het waarschijnlijk helemaal niet zo bedoeld.

Robert E. Jowitt: The Girl in the Street or the Bedside Bus Book, Peter Wooller, Transport Beaux Arts & Belles Lettres, Walford. Soms nog te vinden via het internet.

Deze tekst is gepubliceerd in het NRC Hnadelsbladvan 26-6-1992 en met toestemming van de auteur overgenomen.

Het fijne van volkskunst is dat het wordt gemaakt zonder de beperkende vooronderstellingen over eigentijds kunst. Het is eigenlijk jammer dat mijn jaren aan de kunstacademie er toe hebben geleid dat mijn werk niet meer die echte naïviteit bezit die ik zou wensen. Wel maak ik nog altijd gebruik van onorthodoxe materialen en van artistieke uitingen die binnen handbereik zijn zoals handgeschilderde reclameborden en posters voor evenementen en fast-foodzaken. Gewoon omdat ze verschillende aspecten van de hedendaagse maatschappij belichamen.

Mijn grootvader maakte prachtige tuinkabouters en dierenbeelden in gips en beton. Zijn tuin stond er vol mee. Ook herinner ik me de prachtige windmolen die hij bouwde met beton en hout, precies in de stijl van de molens in Zuid Zweden waar ik opgroeide.

Tussen de dorpen in Oost-Turkije waait de wind over de grote grijze kale vlakten. Ze brengt naast zand ook verhalen naar de dorpen. Men vertelt elkaar keer op keer weer over de jongen - steeds krijgt hij andere namen - die verblind door zijn liefde voor de vrouw met zwarte parelogen en het gitzwarte haar tracht terug te vinden.

Zo is hij veroordeeld om als een blindeman over de eindeloos kale vlakten te dwalen. In sommige versies komen de geliefden samen, maar in die versie van het verhaal vat hun vurige liefde vlam en ze sterven als gevolg van hun brandende passie. De Turkse kunstenaar Kutlug Ataman heeft deze aloude volksverhalen verzameld en vervolgens omgezet in beelden, in zwart-wit foto's.

Ook in recentere tijden ontstaan er weer nieuw verhalen. Tussen zo pakweg 1960 en 1980 hadden bewoners van dorpen in Oost Turkije nog geen televisie of radio. Van passanten die een korte stop maakten voor een glas thee hoorden zij het verhaal dat zowel de Amerikanen als de Russen plannen hadden om naar de maan te gaan.

De jonge mensen in het dorp die geloofden in de technische mogelijkheden van de nieuwe tijd waren gefascineerd door deze ongekende gedachte. Naar de maan... dat klonk als een groots avontuur. De toren van de moskee - zo waren ze meteen van Gods hulp verzekerd - werd omgebouwd tot een raket in een poging om ook naar de maan te gaan. Ze vertrokken met deze moskeeraket, maar kwamen nooit meer terug van hun missie. Voor een aantal dorpelingen betekende dit dat ze werkelijk naar de maan waren, maar het laatste woord is er nog niet over gesproken.