241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Het idee voor Orto Parisi vindt deels zijn oorsprong bij mij grootvader, Vincenzo Parisi, die zijn beide behoeftes in emmers verzamelde om vervolgens ermee de tuin te bemesten.

In zijn tuin hing de sfeer van het oneindige.

Ik werd er zowel door afgestoten als aangetrokken.

MANIFESTO

Daar waar het lichaam het meeste geur draagt is waar de ziel zich het meeste verzamelt.

Voor ons zijn deze geuren onaangenaam omdat het teveel aan ziel ondraagbaar is geworden. Onze innerlijke dierlijkheid wordt door de beschaving waarin wij leven onderdrukt en gebroken.

Dit project is mijn tuin die ik geplant, bemest, geteeld en geoogst heb.

Orto Parisi stelt dat ons lichaam als een tuin wordt ervaren, en dat zijn geuren de ziel werkelijk weerspiegelen.

Orto Parisi is voor degenen die de tijd grijpen om de geuren van het leven te ervaren en te verspreiden.

BERGAMASK

‘Bergamot’ is een zeer frisse citrusvrucht.

‘Mask’ zoals de geur van muskus dat afgescheiden wordt door een verse vangst.

VIRIDE

Komt uit het Latijn en betekent ‘groen’.

GROEN/VIRILITEIT

STERCUS

Het Latijnse woord voor ‘ontlasting’.

BRUTUS

Verwijst naar de Romeinse senator Marcus Junius Brutus, die bekend stond om zijn klungelige spraak.

BOCCANERA

Boccanera betekent ‘donkere mond’ in het Italiaans. De natuur biedt donkere holtes die sensualiteit uiten op een duistere erotische manier.

Play

Floris Schönfeld (1982) is a visual artist currently based in London and San Francisco. The focus of his work in the last years has been the relationship between fiction and belief. In his work he is constantly trying to find the line between defining his context and being defined by it.

Floris Schönfeld (1982), beeldend kunstenaar werkend in Londen en San Francisco. Zijn werk focust op de relatie tussen fictie en geloof. Hij is constant op zoek naar de grens tussen het definiëren van zijn context en erdoor gedefinieerd worden.

In 2014 ontmoette ik Rupert Sheldrake in zijn huis in Hampstead, Londen nadat ik hem een jaar lang bestookte met steeds dwingendere e-mails met verzoeken om af te spreken. Uiteindelijk stemde hij in voor een interview van 20 minuten, vooral om van mij af te zijn, vermoed ik. Die ochtend, in zijn aangenaam eclectische studeerkamer, gaf hij een samenvatting van zijn ideeën over de rol van wetenschap, bewustzijn, en religie in relatie tot zijn eigen geloofssysteem. De overkoepelende visie die zijn werk doordringt is een bijzondere variant van het idee van het psychisch monisme. Op zich is dit geen nieuw idee, maar wel lijkt het steeds relevanter te worden nu dat de ooit ‘eenvoudige’ probleem van bewustzijn bedrieglijk moeilijk te verklaren blijkt binnen de grenzen van de zo vaak mechanische wetenschap. In zijn boek, ‘A New Science of Life,’ (1981) verkent Rupert Sheldrake zijn theorie over ‘morphic resonance’: het idee dat er een universele, extra-menselijke waarnemingsvermogen bestaat die in alle levende wezens aanwezig is. Zijn theorie stelt dat herinneringen inherent aan natuur zijn, en dat alle natuurlijke systemen, zoals termietenkolonies, duiven, orchideen, insuline molecules, en zelds sterrenstelsels, allen een collectief geheugen met zich meedragen, meegegeven door alle eerdere dingen van hun soort.

Mijn gesprek met Sheldrake was onderdeel van een werk, The Experts, waarin ik een aantal hedendaagse wetenschappers en denkers interviewde over de mogelijkheid van een niet-antropocentrische relatie met de natuurlijke wereld. De bovenstaande video bevat een aantal fragmenten uit deze interviews, waaronder die met Rupert Sheldrake. De andere 'experts' die ik voor dit project heb geïnterviewd, sommige waarvan ook voorkomen in bovenstaand fragment, zijn de sjamaan van de Pit River, Floyd Daim, audio ecoloog Bernie Krause, antropoloog Ida Nicolaisen, filosoof Jacob Needleman, tovenaar en paganist Oberon Zell-Ravenheart en socioloog Fred Turner. De interviews zijn deel van mijn project, The Damagomi Project, een doorlopend archief dat de geschiedenis van de Damagomi Groep documenteert; een groep spiritisten en academici die in de 20ste eeuw actief was in Noord-Californië. Via dit project probeer ik een nieuwe manier te vinden om het idee van panpsychism te benaderen. In die zin vertegenwoordigt dit archief een reeks van gedachten-experimenten in fysieke vorm die proberen de schijnbaar onmogelijke taak te benaderen om buiten onze eigen menselijke perspectief te treden.

Floyd Buckskin is de laatst overgebleven sjamaan van de Pit River stam van noord-oost Californië. Ik interviewde hem in zijn slaapkamer — tevens muziekstudio— aan de Pit River reservation aan het oosten van Mount Shasta, Californie. Tijdens het interview vertelt hij me dat het woord damagomi van de Achumawi taal komt, een taal die vandaag nog maar door een kleine groep Pit River stamleden gesproken wordt. Los vertaald komt dit neer op ‘een geestelijke gids die een communicatiekanaal biedt met de natuurlijke wereld.’ De damagomi komt meestal voor in een bepaalde dierlijke vorm, en dit dier zal die persoon volgen zo lang hun verbintenis wordt gehonoreerd. Toen ik vroeg waarom de Pit River mensen naar hun damagomi zochten, antwoordde Buckskin: ‘We zitten gevangen tussen geest en dier. We zijn niet het een of het ander, maar beide. Daarom hebben we hulp nodig.’

Tegen het einde van mijn interview met Rupert Sheldrake vertelt hij dat wetenschappers (zelf zou ik ook kunstenaars hieronder scharen) de moderne antwoord zijn op de sjamaan: ‘leden van de menselijke samenleving die met de natuurlijke wereld te maken hebben.’ Zodoende zijn ze onmisbaar in het overbruggen van de kloof tussen geest en dier zoals beschreven door Floyd Buckskin. Maar de taal waarmee we hebben geprobeerd de natuur te beschrijven heeft onze zicht erop zo verdraaid, dat we het wezenlijke van de natuur niet meer kunnen waarnemen. Wanneer we naar de natuurlijke wereld kijken door de lens van onze wetenschappelijke traditie, doen we niets anders dan het in steeds kleinere onderdelen op te breken. Het geheel, zoals een hele organisme, wezen, of sterrenstelsel, wordt vaak alleen gezien als de som van zijn delen. Dit is het metafoor van een machine die in wezen statisch en dood is. In The Science Delusion, valt Shepherd deze simplistisch perceptie van het universum aan:

‘De hoogste vorm van wetenschap is een die open staat van onderzoek, die zichzelf niet opstelt als geloofssysteem: het is succesvol geweest doordat het open heeft gestaan voor nieuwe ontdekking. Daarentegen hebben veel mensen de wetenschap tot een vorm van religie genoemd. Zij geloven dat er geen realiteit is behalve de materiële of fysieke werkelijkheid. Bewustzijn is maar een bijwerking van de fysieke werking van de hersenen. De natuur is mechanisch. Evolutie is zonder doel. God bestaat allen als een idee in de hoofd van mensen, en dus in menselijke hoofden.’

Volgens mytholoog Joseph Campbell heeft de sjamaan een dualistische benadering tot het begrijpen van de wereld om hem/haar heen, en gebruikt hiervoor zowel mechanistische en empirische als spirituele en holistische methoden. Ik denk dat de hedendaagse kunstenaar misschien wel beter in staat is systemen te beschouwen vanuit het perspectief van een levend geheel dan de hedendaagse wetenschapper. Dit komt vooral door de holistische aard van het creatieve proces. Het creatieve proces gebeurt binnen het dialoog of de weerstand met en van een ander persoon: een buitenstaander, een vreemde invloed. Dit kan gebeuren via een concept, een materiaal, of door samenwerking tussen personen. Zonder weerstand blijft het proces statisch en bestaat er geen mogelijkheid iets nieuws te creëren. Zo gezien moet dit proces ‘leven’ wil er iets interessants gebeuren. Het moet ontstaan tussen de grenzen van de context van de kunstenaar te definiëren en erdoor gedefinieerd worden.

Ik kan me voorstellen dat de damagomi deze uitwisseling zou kunnen vergemakkelijken, en ons de kanalen verlenen die ons toegang geeft tot de anima mundi. Wat zijn de gevolgen van het volgen van deze lijn van verhoor, van ervan uit te gaan dat de bestaande anima mundi onze gehele bewustzijn bevat, inclusief dat van alle levende wezens? Of, om verder te borduren op de gedachten van Sheldrake: is het maken van kunst slechts de versmelting van de morfogenetische resonantie van de verschillende wezens en materialen binnen de tijdelijke morfogenetische veld, oftewel de kunstpraktijk?

Het zou best kunnen dat de tijd is aangebroken voor een zoektocht naar de damagomi.

De studium generale dag over goed en kwaad werd afgesloten met een ritueel door Winti priesteres Nana (Marian Markelo). Ik spreek haar een paar weken later om meer te weten te komen over Winti.

Winti, wat is het precies?

Het is een manier van leven waarbij het gaat om de balans tussen jezelf, de natuur, de andere mensen om je heen, je voorouders en je geestelijke begeleiders. Op alle momenten van je leven kun je iets uit winti halen dat ondersteuning biedt.

Niet als je het vergelijkt met theorieën van het westen, er is geen leider, er zijn geen geschriften, het is niet geïnstitutionaliseerd. Als je er van uitgaat dat het bij religie gaat om verbinden dan zou je het een religie kunnen noemen. Het woord religie kent vele invullingen.

Winti, waar vindt je het?

Winti is ontstaan in Suriname, zo is er de Santeria in Cuba en Condomble in Brazilië. De elementen bestaan uit de natuur, de levende mensen en de mensen die aan de andere kant van het leven staan (in winti zijn zij er echt). De natuur staat centraal, het gaat om alles wat daarin leeft maar dus ook om de mensen die hun fysieke lichaam niet meer hebben. De westerse wereld baseert zijn doen en laten op de wetenschap, die uitgaat van meetbare feiten en oorzaak en gevolg. Wetenschappers hebben ons doen geloven dat iets enkel bestaat als je het kunt meten. Zo zijn hele gebieden uit ons zicht verdwenen.

In de westerse wereld leeft iedereen in de stad. De natuur bestaat als een park, of een aangelegd bos. Mensen zijn van de natuur verwijderd, van zichzelf vervreemd. Ze richten zich op allerlei dingen om zich heen, maar niet op de natuur.

Winti is een harmoniemodel, het maakt tegenstellingen ongedaan: een belangrijk onderdeel is dat de mens die hier is ook met mensen aan de andere kant moet communiceren

Wat betekent de natuur in winti?

Vanuit winti zijn wij de topwezens van de natuur, als we bij onszelf beginnen, geven we aan anderen, bewust of onbewust een goed voorbeeld over hoe je met de natuur om kan gaan. Zorgvuldig met de natuur om gaan begint met kleine dingen: Niet zomaar vuil neerleggen, niet spugen op moeder aarde, je erf schoonhouden, zelf schoon zijn. Anders is het voor de goden van de aarde niet aantrekkelijk om naar je toe te komen, ze komen niet naar een vieze plek. De mensen zijn te veel bezig met uiterlijke dingen, ze denken dat de natuur van hen is, dat materie van hen is. Maar we leven hier tijdelijk.


Hoe is winti in Suriname ontstaan?

Winti is echt Surinaams, het vindt zijn oorsprong in de slaventijd. In Suriname werden mensen van verschillende afkomst met elkaar gemixt, en het is Suriname gelukt om van al die Afrikaanse bouwstenen een geheel te maken: winti. Tot 1979 was het strafbaar gesteld door de Nederlanders en daardoor is veel is verloren gegaan.

Waardoor ben jij je met winti gaan bezighouden?

Ik ben niet opgevoed in winti, mijn moeder was bij de evangelische broederschap, mijn grootvader was zelfs predikant in de slavernijtijd. Winti was eigenlijk altijd aanwezig: als dertienjarige moest ik het kippenhok schoonmaken, ik ging er rustig zitten en opeens klonk een stem in me: 'je weet eigenlijk alles al, je bent nog een beetje klein, maar we gaan zorgen dat je alles weet. De bovennatuur is in jou.'

Ik liep toen naar binnen en zei tegen mijn moeder: ik ga vanaf nu niet meer naar de kerk. Dat was geen probleem. Mijn vader en moeder steunden hun kinderen om te doen wat je wil doen en waar je goed in bent. Ze accepteerden onze eigenheid.

Op een dag stuurde mijn moeder me naar de markt om vis te kopen. Ik droeg mooie kleren, die kwamen uit Amerika en mocht ik dan uitzoeken. Een beetje pronkziek ben ik wel. Een man maakte me een compliment, 'O klein meisje, wat zie je er mooi uit.' 'Ja het gaat je niet aan.' antwoorde ik . Ik accepteerde het complimentje niet. Hij bleef het maar herhalen. Ik vond het irritant. Ik had een fiets met een klein tasje voorop en voor ik terug ging fietsen verzamelde ik stenen zodat ik die naar hem kon gooien als hij me weer lastig zou vallen.

Op de terugweg was die man er weer maar toen ik een steen naar hem wilde gooien stond de man opeens in het bos aan de overkant van de rivier. Dit is niet goed! Ik schrok en fietste heel hard naar huis waar mijn moeder me voor brutaal en onbeleefd uitmaakte: je moet geen stenen naar oudere mannen gooien maar dank je wel zeggen als je een complimentje krijgt.

Later ging ik als verpleegkundige naar de binnenlanden. Drie dagen voorvertrek sliep ik en had de volgende ervaring - geen droom- maar meer een waarneming. In mijn slaap kwam er een man naar me toe, een mooie man van brons, die man zei me: je gaat naar Stoelenmanseiland en ik laat je kennis maken met alle mensen die je moet leren kennen. Overal waar we aan land gingen stonden mensen stonden klaar, de man zei: dit is ze, dit is ze.

In een groot open veld stonden mannen en vrouwen om een grote ijzeren pan heen, en brachten hem aan de kook. De man: 'ik ga mijn hand er in doen en jij moet dat ook doen.' Ik deed mijn hand in die pan. In mijn slaap heeft die man bezit van mij genomen. Ik keek naar die man, naar zijn glimlach, het was de man in het bos. Door die 'droom' was ik in trance geraakt en heb zo hard gegild dat de buurvrouw kwam, die forceerde de deur en zij begreep wat er gebeurde: winti, zij herkende het.

Toen ik bij kwam zag ik dat zij allemaal dingen om me heen gezet, pimba, witte klei, jenever, een kalebas. Ze heeft gezegd: 'meisje je moet iets doen, je hebt winti, je moet het je moeder vertellen.'

Wie is die man?

Deze winti is een oorlogsgod, een stoere mannelijke god. Ik ben ook nergens bang voor. Als kind was ik door deze eigenschappen heel brutaal en eigenzinnig. Daaruit blijkt al dat je eigenlijk niet je eigen weg kiest, het zat altijd al in me, het is het lot. Je krijgt vaardigheden en inzichten om wat er voor je geschreven staat te doen, je bestemming te bereiken en de winti's komen op je weg om je daarmee te helpen. Zo kun je het lot, of je bestemming bereiken, met behulp van Winti's en de Jorka's de geesten van de voorouders.

Mijn leider is een kromanti winti, ik hou van hem, hij is mooi, een gebeeldhouwde bronzen man, en sterk. Ik ben me bewust van zijn krachten.Dat maakt dat ik als vrouw ook heel mannelijk ben.

Maar een oorlogsgod klinkt afschrikwekkend, draagt hij wel bij aan het goede van de wereld?

Mijn winti is een kromanti, een oorlogsgod, een dondergod met kennis van kruiden en rituelen. Dat lijkt misschien negatief maar is het niet, in de slaventijd was de orde van de kromanti's nodig, het waren onverschrokken en heldhaftige geesten. Waar strijd moet zijn, daar komt hij. Het gebied van de kromanti is de actie, het doen het opruimen.

Wanneer ik in nood ben, dan zal hij het van me overnemen. In de Bijlmer werd ik eens door twee mannen aangevallen, de winti heeft het van me over genomen.

Ik noem hem oorlogsgod vanwege deze eigenschappen. Het is een kracht van mij die via de tot slaaf gemaakte voorouders is gekomen.

En via de Kromanti ben je wintipriesteres geworden, hoe is dat verlopen?

In binnenlanden van Suriname hebben we rituelen gedaan, ik ben goed geïnitieerd en heb gebruiksvoorwerpen gekregen. Ik weet hoe ik er mee om moet gaan. Als initiatie trouw je met je winti, ik krijg de energie van binnenuit, ook om anderen te helpen. Als er iets gebeurt in mijn leven los ik de dingen op mijn manier op, met een glas water, een kaars, een foto, een glas met sterke alcohol en de eigen rituelen.

het glas water bevat geheime krachten en ondersteunt de winti, de kaars geeft de ziel licht mee.

Hoe zie jij ,vanuit het gedachtengoed van Winti, de functie van de kunstenaar?

In de westerse samenleving is het spirituele aspect van het leven een beetje verloren geraakt. De nadruk op materiele zaken heeft welvaart gebracht maar er is sprake van een onbalans. Het immateriële aspect is wezenlijk onderdeel van de samenleving. Naar mijn idee is de taak van de kunstenaar om dit immateriële of spirituele aspect terug te brengen naar de samenleving, om de samenleving weer in balans brengen, dit is wat het moment van nu vraagt.