241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Echo + Seashell bestaat uit kunstenaars Henna Hyvärinen and Susan Kooi. Ze treden op met de nummers die ze samen schrijven over problematische kunst- en liefdesleven, gebaseerd op wat er op dat moment in hun levens speelt. In samenwerking met verschillende muzikanten wordt de muziek geschreven en geproduceerd waardoor er variaties ontstaan in zowel stijl als genre.

De teksten vormen de kern, de ‘baby ziel’ van Echo + Seashell. Samen maken ze live performances, video’s, en tentoonstellingen. Na vele persoonlijk en professionele afwijzingen besloten ze samen een musical te schrijven met als thema ‘afwijzing’. Om ervoor te zorgen dat niemand afgewezen werd, gebruikten ze elke van de 18 nummers die ze toegezonden kregen. Voor sommige nummers schreven ze tekst, voor andere maakten ze video’s of vonden ze een alternatief platform. De musical bestaat uit vier delen: In the Game but Losing It, Hard and Soft, Project Runaway en Coldplay.

Hier een paar fragmenten uit de musical:

Play
Play
Play
COLDPLAY

Sinds ik begonnen ben aan het project The Neighbours (2006) ben ik voor elk geluid gevoeliger geworden.

Op een gegeven moment kon ik niet meer normaal werken omdat ik steeds verstoord werd door het geluid van de bovenburen. Maar tegelijkertijd kon ik het niet uitstaan dat ik mezelf gek liet maken door zoiets triviaals. Lang heb ik geprobeerd het geluid te negeren, maar het drong binnen aan de randen van mijn bewustzijn als gezoem, als het getik van een druppende kraan. Ik was verbaasd toen ik besefte dat dit naar het maken van een werk kon leiden. Juist omdat het zo triviaal is. Juist omdat het aan de rand van mijn bewuste ervaring zweeft.

Hoe meer ik mij bezighield met mijn buren, hoe meer andere geluiden me begonnen op te vallen. Mijn oren zijn gevoeliger geworden voor detail sinds ik zelfs op de meest subtiele geluiden van de buren let. Ook als ik bij iemand op bezoek ben hoor ik meer. Het is verbazingwekkend hoe vaak je iemand in het huis van buren kan horen hoesten.


Dit geld nog meer voor het horen van mijn eigen bovenburen. Mijn thuis is veranderd in de zes maanden dat zij hier wonen. Ze hebben mijn ruimte overgenomen. Gek werd ik van irritatie terwijl ik wakker in bed lag. Dus besloot ik de rollen om te draaien door hun geluid als begin voor dit project te gebruiken. Ironisch genoeg mis ik ze nu als ik ze eventjes niet hoor en ben ik blij met elk nieuw geluid die ze maken. Als ik ze beluister heb ik het gevoel ergens mee bezig te zijn, iets acuut en spannend. Toen ze de vloer isoleerde met een nieuwe ondervloer was ik kapot. Ik denk tenminste dat het nieuw is, hier kan ik niet zeker van zijn omdat ik ze heb gehoord maar nooit heb ontmoet.

Zonder dat ik het doorhad werkte mijn bewustzijn van de bovenburen door tot mijn dagelijkse routine, zodat ik op een vrijdagavond besefte dat ik wachtte op het geluid van het vallen van hun schoenen naast hun bed. Ik wist precies hoe de val zou klinken. Ik wist dat dit gevolgd zou worden door het droevige gezoem van de satellietschotel boven. Ik was, besefte ik, constant met ze bezig: deze mensen die ik ooit vluchtig over de telefoon gesproken heb, maar nooit echt heb ontmoet. Toch ken ik hun slaapkamerrituelen tot de meeste intieme akoestische detail.

Ik probeer ze voor me te zien maar het beeld blijft vaag. In mijn voorstelling zijn ze het type dat naar de plaatselijke sportschool gaat (op de hoek,) en zijn ze op een of ander manier opgeblazen, alsof ze voorzichtig tot kritieke punt zijn opgepompt. Maar waar baseer ik dit eigenlijk op? Het is niet hun fysieke aanwezigheid die mij wakker houdt. Het is de ruimte die zij innemen door hun geluiden waardoor ik altijd bewust ben van hen.

Omdat ik mijn buren kan horen hebben zij mijn ruimte geïnfiltreerd: niet met hun lichamen maar met hun geluid. Ze vestoren de plek die mij thuis is—waar ik als enige kan doen wat ik wil.

De stilte van mijn thuis is mijn thuis. Mijn persoonlijke, privé ruimte. Maar wat is stilte eigenlijk? Het is hier nooit echt stil. Je hoort vogels, het gezoem van de koelkast, de auto’s die langsrijden. Maar dit zijn de achtergrondgeluiden van mijn huis waar ik aan gewend ben.

Het idee van een achtergrondgeluid heeft sowieso iets ruimtelijks. Als een soort omgeving, een eigen kamer die je altijd—als het stil is—overal mee naar toe kan nemen. Sommige mensen hebben dit juist als er heel veel geluid is, dit is hun ‘achtergrond’ en voelen zich ongemakkelijk als het er niet is. Onverwachte geluiden verkondingen dat deze ruimte niet bestaat, vooral als je niet aan deze geluiden kan ontsnappen, of er niets aan kan doen. Een druppelende kraan is minder frustrerend omdat ik weet dat ik hem dicht kan draaien. Maar aan het geluid van de buren kan ik niets doen. Het enige wat ik kan doen is er aan wennen, of ze bellen (en het geluid van de telefoon boven af horen gaan), of misschien mijn eigen muziek heel hard aanzetten, wat tijdelijk een soort van voldoening geeft.

Er gebeurt iets vreemds als de buren ineens stil zijn. Ik word gek van de stilte. Het laat me denken aan een verhaal die ik gelezen heb over een man die elke avond voor het slapen gaan kon horen hoe de bovenbuurman zijn schoenen een voor een uittrok. Op een avond wordt de bovenbuurman er ineens van bewust dat dit geluid best asociaal zou kunnen zijn. Ineens voelt hij zich intens schuldig. Met de precisie van een maanlanding plaatst hij zijn rechter schoen naast de ander. Na een kwartier schrikt hij wakker. Hij hoort een stem schreeuwen : “Mijn god! Trek de andere schoen uit zodat ik eindelijk kan slapen!”

Inmiddels ben ik zo gewend geraakt aan de routines van mijn bovenburen dat ze bijna onderdeel zijn geworden van mijn achtergrond geluid en, inderdaad, merk ik het als hun geluid ontbreekt.

Makkelijk te verwarren met het oneindigheidsteken, een cirkel, of welke complexere krakeling- en knoopvormen dan ook, het Lissajousfiguur is een afbeelding van een samengevoegde harmonische beweging, vernoemd naar de Franse natuur- en wiskundige Jules Antoine Lissajous (1822-1880). De vorm wordt beschreven door een parametrische vergelijking met twee variabelen die zich in de tijd herhaalt- het resulterende figuur laat zien hoe twee systemen in en uit fase geraken.

In 1855 bouwde Lissajous zijn ‘mooie machine’, ontworpen om een beeld van twee over elkaar gelegde systemen te tekenen. Deze werd gemaakt in zijn werkplaats in Parijs door een paar stemvorken in een rechte hoek tegenover elkaar te plaatsen, waarvan beide zijn uitgerust met een spiegeltje. De lichtbron wordt door een lens gebundeld, weerkaatst van de ene naar de andere spiegel, en wordt geprojecteerd op een groot scherm op enige afstand. Wanneer de stemvorken worden aangeslagen en de toon wordt voortgebracht, beginnen eenvoudige trillingen de spiegels te bewegen in een regelmatig oscillerend patroon. Het geprojecteerde beeld gaat de merkwaardige en mooie curves van het Lissajousfiguur beschrijven.

Voor zijn machine kreeg Lissajous de Lacaze Prijs uitgereikt in 1873, en was onderdeel van de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1867. Verder onderscheidde hij zich niet als wetenschapper of wiskundige. Eigenlijk had de Amerikaan Nathaniel Bowditch bijna vijftig jaar eerder soortgelijke figuren voortgebracht met zijn harmonograaf.

De enkelvoudige harmonische beweging die Lissajous opmat, kan makkelijk worden beschreven aan de hand van de slinger van een klok. De snelheid van de slingerende pendule is niet constant, maar versnelt en vertraagt volgens een precies te voorspellen kromme. Wanneer deze in kaart wordt gebracht over een zeker tijdsbestek, beschrijft de beweging van de slinger een sinusgolf – de zogenaamde “pure golf” of “nulbeeld” van een enkelvoudig dynamisch systeem.

Samengestelde harmonische beweging is dus eigenlijk de voeging van twee sinusgolven die een serie overlappende golven registreren, onderscheppen en voortbrengen. Wanneer ze onder een rechte hoek naast elkaar worden gezet, produceren twee sinusgolven die enkelvoudige harmonische beweging beschrijven de verassend ingewikkelde figuren die Lissajous ontdekte.

Lissajousfiguren kunnen vandaag de dag veel worden aangetroffen in computer graphics, wetenschapsmusea, in laserlichtshows en, misschien op de meest nauwkeurige wijze, gebrand op het groene fosfor scherm van een kathodestraaloscilloscoop. Een standaard onderdeel van elektronisch testgereedschap, de oscilloscoop maakt het mogelijk om signaalvoltages te bekijken als een tweedimensionale grafiek van de mogelijke verschillen, in kaart gebracht als een functie van de tijd. Bij het testen van een elektronisch systeem vormen de faseverschillen tussen twee signalen tegenovergestelde, met elkaar verbonden sinusgolven op het scherm van de oscilloscoop, die telkens een baan beschrijven en herbeschrijven in een nauwkeurig en regelmatig patroon.

Deze twee variërende signalen produceren een niet-aflatende oneindigheid (figuurlijk en letterlijk, aangezien het daadwerkelijk de vorm van het oneindigheidsteken aanneemt bij de juiste beginwaarden). Het Lissajousfiguur wordt een beeld van timing en sequentie, registratie en resonantie, geluid en muziek.

Specifieke vormen worden gemaakt in overeenstemming met de resonerende harmonische intervallen die alomtegenwoordig zijn in de westerse muziek (grote kwint, kleine terts, grote sext, etc.). Ieder figuur kan worden vervormd tot welk ander figuur dan ook, en nog een oneindige hoeveelheid tussenvormen, bij het convergeren en divergeren van oscillerende sinusgolven in de richting van harmonische samenklank en daarvandaan.

Jules Antoine Lissajous vond een manier om geluid te zien (met spiegels, licht en vibrerende stemvorken.) Maar de meest radicale mogelijkheid van zijn wiskundig werk schuilt wellicht in de betrokkenheid die het van het publiek verlangt. Het beeld dat Lissajous schiep ontstaat langzaam, recht voor je ogen – en verandert onmerkbaar, vormt zich, past zich aan en herschikt zich met verloop van tijd.