241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things


‘Ga op je hurken zitten, met de beide voeten tegen elkaar aan, zodat de stroom niet via het ene been naar boven en via het andere been naar beneden kan’, vertelt Frank Lane die ik zojuist op Google ontmoette, dat uitgestrekte landschap waar ik me graag in verlies. Hij vervolgt, ‘de gevaarlijkste bliksemflits is die flits die het hoofd raakt en zijn weg zoekt langs het hart naar de grond’. Ik zie een afbeelding van een man die een golfvlag vasthoudt waar de bliksem door ging, de stervormige schroeiplek, die het achterliet op het grastapijt lijkt op een grillige krijttekening van vertakte aderen. Lane is de samensteller van het boek ‘The Elements Rage’ en net als ik verslingerd aan natuurgeweld. Ik lees over wolkbezaaiing, warrelige stofstormen en windhozen; ’wanneer een tornado op het punt staat uit te sterven, vormt ze vaak een lange, slanke draadwolk, beweegt zich nog een tijdje horizontaal, kronkelend verder, tot ze uiteindelijk helemaal oplost’.

Was het de auteur W.G. Sebald die de aanstormende schrijver adviseerde het weer te observeren en dit gedetailleerd te beschrijven, liefst elke dag, als vingeroefening in waarnemen? En om grip te krijgen op de atmosfeer waarin het verhaal zich afspeelt? Als vanzelf kom ik op een volgende pagina terecht over het ontstaan en de werking van bliksem, ‘het meest eigenaardige is misschien wel de bolbliksem, een vurige lichtende bol met wazige omtrek, dat een grillige en langzame baan volgt in het luchtruim. Hij richt gewoonlijk geen schade aan, noch door elektrische schok, noch door verbranding. Maar kenmerkend is wel dat hij onvoorspelbaar is. Hij kan zachtjes verschijnen en plots verdwijnen’.

Het natuurverschijnsel als driftig maker van vluchtige, ongrijpbare sculpturen die niemand onberoerd laten. Haar werken verontrusten, verleiden, zijn nooit ijdel, lui of bang. Mocht het nodig zijn, dan vernietigt ze alles inclusief haar eigen oeuvre, om ruimte te maken voor een rigoreuze gedaantewisseling, die de loop der dingen verandert.

Ondertussen beweeg ik me op onbekende plekken. In mijn rechterooghoek verschijnt een video getiteld ’Mother Earth Network. Mysterious Holes’. Ik open het fragment en zie een vrouw zitten aan een gammele keukentafel in Guatemala Stad. Ze stelt zich voor als Inocenta Hernandez. Twee mannen van de televisie leunen tegen haar ijskast. Ze vragen haar wat er die nacht precies gebeurde, daar onder haar bed? En of ze wist dat ze op de rand van de afgrond leefde? Inocenta begint te vertellen, ’Ik hoorde een luide knal. De hele straat werd wakker. Mensen liepen geschrokken rond in hun pyjama’s. Straathonden gromden. Een jongen huilde, hij was naakt. We dachten dat het om een gasontploffing ging, bij mij. Ik doorzocht het hele huis, maar er was niets ongewoons te zien. Tegen de ochtend viel ik in slaap, uitgeput. De zon was al voorbij de woonkamer toen ik wakker werd. Ik stond op en zag ineens een onbekende schaduw, die schuin onder het bed vandaan kwam. Ik schoof het ledikant opzij en daar was het, mijn adem stokte…Moedertje, Moedertje! Bijna had je me te pakken, bijna had je me opgeslokt.’

De camera draait geleidelijk van haar weg, ik volg de verslaggever naar de slaapkamer waar hij een rond gat van ongeveer een meter breed en twaalf meter diep in de vloer aantreft. De man kijkt me doordringend aan en verzekert me dat de bewoonster van geluk mag spreken, dat ze niet in de gescheurde opening tuimelde. Het peilloze gat wordt gefilmd. Ik zie niks, hij praat verder. ‘De stad wordt steeds vaker geteisterd door spontane depressies in het landschap, een geomorfologisch verschijnsel dat ook wel zinkgat, sinkhole of verdwijngat heet, en een gevolg is van natuurlijke erosie, dit kan geleidelijk ontstaan, maar ook plotseling. Guatemala Stad, gebouwd op vulkanische afzettingen, kampt met lekkende riolen en zware regenval, dat maakt haar extra gevoelig voor scheuringen. In korte tijd verdwenen gebouwen van drie verdiepingen, woonhuizen, trucks, bloemenstallen en mensen zomaar uit onze straten, verzwolgen door de trillende aarde.’


Ik zie nu overal ‘sinkhole stories’ verschijnen en bekijk ze;

.

Swallowing houses, cars and people

Drama as bus sinks into crater

America’s most notorious sinkholes

Seoul couple disappears in freak hole

Sinking fast

Horse vanished down under
Ticking time bomb under N.M. Town

Girls fall into sidewalk

The house just fell through

Het gaat er onstuimig aan toe, ik krijg er geen genoeg van. Nog eentje dan. In het moeras van Bayou Corne in Louisiana ben ik ooggetuige van een reeks ijle, oude Cipressen die zwijgend worden opgeslokt door een ondergronds zinkgat in het meer van Peigneur. Ik blijf ze volgen totdat hun boomkruin geleidelijk het water in verdwijnt. De loom vallende bomen raken me. Er schuilt een bevreemdende verrukking in de verwoestende kracht van de verdwijngaten. Ze herinneren me eraan dat een spontane val in het duister tot de mogelijkheden behoort. Dat het plaveisel onder mijn voeten onrustig van aard is. ’There’s no solid ground’, vertelde de kunstenaar Louwrien Wijers me laatst, toen ik haar vroeg naar het belang van beweeglijkheid: ‘We have to begin to learn to live with groundlessness’. Blijf gevaarlijk, Elementen, blijf het hoofd raken, en zoek je weg via het hart naar de grond.

Ik geloof dat de essentie van het leven zich openbaart in sporen, in alle onvolmaaktheden, de gebroken stukken, de gebruikssporen die wij achterlaten op voorwerpen en oppervlaktes; meer dan in de successen die we in het leven tegenkomen. Maar wat is de essentie van een spoor (als er zoiets bestaat?)

Voor mij verklaart Roland Barthes dit door het beschrijven van de essentie van een broek: “Wat is de essentie van een broek (als er zoiets bestaat)? Het is zeker niet dat frisse, platgestreken object die je in het rek van het warenhuis vindt; het is eerder dat hoopje stof dat onachtzaam is achtergelaten waar de jongen ze uittrok, onzorgvuldig, lui, onverschillig. Er bestaat een relatie tussen de essentie van een object en zijn vernietiging: niet zozeer wat er achterblijft nadat het is verbruikt, maar wat er wordt weggeworpen als zijnde van geen enkele nut.” [1]

gerlach en koop, Opschuiven

De leegte verschijnt als een openbaring, als een verassing, het verbaast, het laat je verder door je eigen verbeelding drijven. De leegte verschijnt na het verloop van tijd, door de ophoping van stof op een oppervlakte waar een ding of object hangt, staat, of ligt. Pas wanneer het ding wordt verwijderd, verschijnt de spoor. Meestal wordt het niet met opzet gemaakt omdat het vanzelf verschijnt op de plekken waar je schilderijen, klokken, en planken hangt; waar meubilair geplaatst wordt, enzovoorts. Hoe meer tijd, stof, en licht de oppervlakte in kleur en verschijning aantast, hoe maar de spoor zich openbaart.

Wolfram Scheible

De leegte heeft het vermogen te verassen omdat het pas te zien is wanneer een object wordt verwijderd, een actie dat de persoon het idee kan geven dat hij of zij iets in hun huiselijke ruimte heeft ontdekt wat eerder bedekt gebleven bleef. Het is de onthulling van een letterlijk niets, een deel van de oppervlakte wat, doordat het bedekt bleef, niet door de laag stof omhult is zoals de rest van de oppervlakte.

De diefstal van Leonardo Da Vinci’s Mona Lisa trok een enorme menigte uit heel Europa om de plek en de leegte te aanschouwen achtergelaten door het gestolen schilderij, en dus niet het object zelf—die was immers gestolen.[2] En dus werd de status van het schilderij verder omhoog gedreven. Maar waarin ligt de kracht, de drijvende kracht om deze plek te willen bezoeken, enkel om de leegte te kunnen zien? Hier wordt de leegte de hoofdspeler in het verhaal, maar alleen omdat er ooit een schilderij hing met een bepaalde status. Met het voorbeeld van de Mona Lisa is het overduidelijk de status van het schilderij en de herinnering aan het beeld dat status aan de leegte verleent.

Wolfram Scheible

De spetter is een vreugdevolle spoor, als confetti op een oppervlakte. Meestal toont het zich in de vorm van kleine druppels, oftewel kleine puntjes op de oppervlakte. Soms verzamelen ze zich rond een grote centrale vlek. Soms lijken de spetters op sterren met een dikkere middendeel waaruit dunnen lijnen vertrekken en naar buiten rekken. Ze bestaan door het gooien van een fles wijn op de grond: het meeste vloeistof zal neerkomen waar de fles de grond raakt, maar rond dit centrale punt stuiteren kleine druppels op en vallen ze steeds verder van het middenpunt, of raken een andere oppervlakte zoals een tafelpoot of een muur. Het heeft iets weg van het spel met water, het plezier. Ook is het vreugdevol omdat het een oogwenk beschrijft, een moment dat niet langer dan een seconde duurt.

De waterval, die alleen aan de bodem spettert, is pure energie: het botsen van het water aan de oppervlakte, de ongecontroleerde manier waarop de druppels door de lucht schieten en landen totdat ze één worden met het vlakke water. Deze zelfde energie wordt gevisualiseerd in de spoor van de spetter, maar dan gefixeerd op de grond. Zoals in fotografie, waarin een moment in de tijd wordt bevroren, de dood van het object, het onbewegelijke beeld waarvan alle energie is ontnomen, zo is ook de spetter een unieke gebeurtenis.

De veeg is de aanraking. Het onderscheidt zich door zijn lichamelijkheid. In essentie is de veeg iets wat je met je vinger, hand, elleboog, of ander lichaamsdeel zou maken in combinatie met een medium waardoor de spoor tevoorschijn komt. Dit medium kan bestaan uit poeder, of iets vettigs, of een andere substantie dat op de oppervlakte ligt.

Vegen worden gemaakt door mensen, mensen met vieze handen, of vieze werkkleding die op de grond valt. Altijd is de veeg een menselijk iets, het resultaat van een gerichte actie, zoals de vegen die je op deuren vind: op een bepaald punt in de buurt van de rand van hun oppervlakte, op een hoogte tussen circa een en anderhalf meter van de grond.

Een spoor zonder geschiedenis bestaat niet. Het vertelt je dat er iets is gebeurt voordat je het spoor met eigen ogen ziet. Een spoor kan je vertellen wat er op een oppervlakte geweest is, of hoe lang de oppervlakte heeft bestaan. Een spoor kan de binnenste lagen van een oppervlakte zichtbaar maken, of de meest gebruikte plekken van een kamer onthullen. Een spoor kan in een ogenblik ontstaan, zoals een koffievlek, of er kunnen jaren over gaan, zoals in het uitzetten van een houten deur. De spoor toont de tijd zelf.


[1]Barthes, Roland. The responsibility of forms, pagina 158, University of California Press, 1991

[2] Leader, Darian. Stealing the Mona Lisa – What art stops us from seeing, Faber & Faber, London, 2002. Voor Leader is dit moment het beginpunt voor onze fascinatie voor lege galerieruimtes en de reden waarom we naar kunst willen kijken.

Heliographer-in-chief Nelson Miles

Amerika 1886

Bij het achtervolgen van de gewiekste Geronimo en zijn kleine bende Chiricahua Apache-indianen had Generaal Nelson Miles last van een gebrek aan goede inlichtingen over de beweging van de vijand door zijn geografisch complexe oorlogsterrein. De combinatie van de kennis van de Chiricahua-indianen over hun omgeving en hun uitmuntende kunde in ontsnappingen maakte een “hunt and kill”-tactiek lastig, zo niet onmogelijk toe te passen, en de inlichtingen die door verkenners werden verzameld (waarvan sommigen zelf Apache waren) bleken niet toereikend voor de taak, of onbetrouwbaar.

Om te slagen waar Generaal Crook had gefaald zou Miles de beweging van de vijand moeten kunnen zien en anticiperen met grotere precisie, en met een blik zo weids als het landschap zelf. Daartoe begon hij aan de bouw van een regionaal systeem voor herkenning vanuit de lucht, hetgeen werd bewerkstelligd door middel van de heliograaf op zonne-energie ofwel de “zonnetelegraaf”:

Inlichtingenpost op zonne-energie, circa 1886

Het net om vijanden mee te vangen

Volgens het verslag in de krant geschreven door voormalig signaaloperateur William Niefert:

Vanaf de top hadden we door de heldere atmosfeer een interessant uitzicht dat vele mijlen bestreek, zelfs over de Internationale Grens. Nogales, 50 mijl verderop, was duidelijk zichtbaar, en in oostelijke richting kon men een verrassende afstand overzien. De heliograaf, of “zonnetelegraaf”, zoals het vaak werd genoemd aan de frontier, is een instrument om signalen te versturen door het reflecteren van het zonlicht met gebruik van een spiegel. Oorspronkelijk werden metaalachtige spiegels gebruikt, maar in het gebruik waren zij lastig om helder te houden, en lastig te vervangen als ze ter plekke braken. Dientengevolge werden glazen spiegels ingezet en er is veel succesvol werk verricht met deze manier van signaleren. We gebruikten twee spiegels van 13 cm, geplant op zware houten palen die stevig in de rotsen werden verankerd. Verticale en horizontale hoekschroeven werden aan de spiegels bevestigd zodat ze konden worden gedraaid in iedere gewenste richting en in correcte positie met de beweging van de zon konden worden gehouden. Daar de flits per mijl 45 keer zo sterk wordt kan men deze met het blote oog lezen tot wel 50 mijl verderop.

Hoofdkwartier

Ondanks al deze moeite is er weinig bewijs dat de informatie die werd vergaard en doorgegeven door de heliografen directe invloed had op de vangst van Geronimo, die uiteindelijk werd volbracht door grondtroepen; troepen onder bevel van Luitenant Charles A. Gatewood, een man die Geronimo kende en door deze werd gerespecteerd als een dappere tegenstander. Generaal Miles reisde naar Skeleton Canyon voor de officiële overgave op 4 september 1886.

Sky Mirror, Anish Kapoor

De belangrijkste lessen van de Apacheoorlog hadden meer te maken met lichamelijke fitheid en tactische voorbereiding dan met inlichtingen over het oorlogsterrein. Anti-opstandconcepten, zoals flexibele respons, snelle reactie met nadruk op mobiliteit, lijkentelling en acties van kleine eenheden, werden alle bedacht en verfijnd gedurende de Apachecampagne, vanwege tactische noodzakelijkheden die werden gedicteerd door het ruige terrein en het karakter van de vijand.

Herkenning vanuit de lucht kan alleen effectief zijn in de context van het voorkomen van een opstand, als er een snellere en meer dynamische relatie is tussen inlichtingen en het inzetten van geweld. Het heliografische systeem van Generaal Miles had veel te veel punten (en streepjes) om te verbinden: van de verrekijker naar een code, vervolgens van de code naar de communicatie per spiegel, dan van de decodering naar een bevel, en uiteindelijk van het bevel naar de opsporingstroepen, via hetzelfde omslachtige circuit. De radio zou uiteraard deze lacunes aanzienlijk kleiner maken, maar de puurste uitdrukking van ‘Shock & Awe’ werd pas bereikt toen inlichtingenmiddelen zelf tot wapen werden gemaakt met de komt van de Predator Drones.

De vangst van Geronimo resulteerde in het verwijderen van de meeste Chiricahua van het woestijnlandschap dat de basis voor hun hele cultuur vormde; ze werden op spoorwagons gezet en naar Florida getransporteerd, naar een omgeving die zo vreemd voor hen was dat het net zo goed Madagaskar had kunnen zijn. Blootstelling aan nieuwe ziekten in combinatie met de shock van een klimaat en landschap dat sterk tegen hun cultuur en ervaring indruiste maakte dat velen onder de gevangen Chiricahua binnen het eerste jaar omkwamen. Dergelijke dynamische relaties tussen inlichtingen, identificatie, cryptografie, spoortransport en de dood zouden verder gearticuleerd worden in de jaren hierop.

Ik heb een kunstcriticus ontmoet, een man van ver in de zeventig, die me vertelde over New York in de late jaren zestig en over Max’s Kansas City: een onwerkelijk soort ontmoetingsplaats waar je beroemdheden kon spotten als de Velvets, William S. Burroughs, Stanley Kubrick, Janis Joplin, Dan Flavin, Mick Jagger, Bob Dylan, Dennis Hopper...de lijst is duizelingwekkend en schijnbaar eindeloos.

Max’s was een punt van samenkomst voor de meest creatieve geesten van hun tijd. Met enig geluk kon je vroege incarnaties van Blondie, Lou Reed of David Bowie zien optreden. Of misschien zou je het New Yorkse debuut Bob Marley and the Wailers hebben gezien, met Bruce Springsteen in het voorprogramma.
Kritische recensenten krijgen meestal wat weerstand te verduren. Ook deze criticus werd soms vijandig aangekeken door kunstenaars waar hij licht spottend over had gedaan. Om zich iets veiliger te voelen bij de valse blikken van de extravagante Warholianen achterin de bar en de snijdende opmerkingen die de Abstract Expressionisten hem toeslingerden tussen hun gewichtige discussies in, liet hij zich bij binnenkomst begeleiden door de gespierde Robert Smithson.
“Ik ontmoette Iggy Pop in Max’s Kansas City in 1970 of 1971,” herinnert zich David Bowie. “Ik, Iggy en Lou Reed aan een tafel met volstrekt niets om elkaar te vertellen, gewoon naar elkaars oogmake-up aan het kijken.”

Myra Friedman, bezoeker van de bar, legt uit:

Max's was veel meer dan een magneet voor seks, spelletjes en drugs. Het was een aardse, animerende hangplek, en de mensen die Mickey er liet blijven voor uren achtereen waren een slag apart, wanneer “apart” zijn nog betekenis had op deze wereld. Ik herinner me een heleboel gesprekken met een heleboel mensen die enorm veel te vertellen hadden, en als ik er nu op terugkijk, lijkt het wel alsof de grondstemming van deze plek het laatste ‘hoera’ was van een echt Amerikaans Bohemen. Net als een groots geschrift koos de plek het luchtruim vanaf het moment dat het openging. Het had prachtige vleugels; het zweefde.

Het zal niet als verassing komen dat velen van de gasten van Max’s moeite hadden met het betalen van hun krediet. En, volgens de typische kunstenaarstraditie betaalden ze vaak hun schuld met kunstwerken. Mickey was zo gretig om zichzelf met kunstenaars, muzikanten en schrijvers te omringen dat hij hen toestond om duizenden dollars aan eten en drinken uit te geven. Een paar biertjes in ruil voor een Carl Andre? Dat klinkt als een prima deal voor Mickey.

De ruilhandel bleek echter niet te voldoen. Kunstenaars drinken wel, maar betalen niet,” zei Mickey. En inderdaad, Mickey ging failliet in 1974.

De Kalmeerstoel

NOEM ME MAAR PA

Benjamin Rush wordt vaak ‘de vader van de Amerikaanse psychiatrie’ genoemd, en, inderdaad, zijn portret siert nog altijd het logo van de American Psychiatric Association (APA). In 1965 plaatste de APA een bronzen gedenkplaat bij zijn graf in de Christ Church Cemetery in Philadelphia om zijn vaderlijke positie te bevestigen en te heiligen.

Het hoofdwerk van Rush, Medical Inquiries and Observations, Upon the Diseases of the Mind leest nu als een handboek voor psychologische marteling. Onder de gesuggereerde straffen voor het wangedrag van geesteszieke patiënten vallen kalmering door beperking van beweegruimte, aanpassingen van voedsel of de onthouding ervan, behandeling met koud water, of langdurige douches.

“Als al deze manieren van straf hun gewenste effect niet bereiken, is het gepast om doodsangst in te zetten.” Andere angsten komen ook van pas, evenals een acuut schaamtegevoel, hoewel Rush beweert dat vanwege sommige niet nader gespecificeerde neurologische processen de patiënt iedere herinnering van zulke angsten zal hebben uitgewist bij terugkeer naar een staat van mentale gezondheid. Tevens dienen we Rush’ handige afwijzing van het brute hanteren van de zweep op te merken; hij geeft duidelijk de voorkeur aan verfijndere technieken.

UIT HOOFDSTUK VI, BEHANDELINGEN

In veel gevallen is de grens tussen straf en behandeling vrij flexibel binnen de medische filosofie van Dr. Rush. Daarom vervult de kalmeerstoel (tranquilizer) een zeer bruikbare secundaire rol in het faciliteren van de toepassing van andere behandelingen:

“De kalmeerstoel heeft verscheidene voordelen ten opzichte van de dwangbuis of ‘madshirt’. Het gaat de impuls van het bloed naar de hersenen tegen, het vermindert de spieractiviteit overal, het brengt de kracht en snelheid van de hartslag naar beneden, het vergemakkelijkt het toedienen van koud water en ijs bij het hoofd en warm water bij de voeten, allebei naar ik meen uitstekende remedies in dit geval; het stelt de arts in staat om de hartslag te voelen en bloed af te nemen zonder enige problemen, of om de rechte houding van het lichaam van de patiënt te veranderen; en tenslotte, met behulp van een toiletstoel, half gevuld met water, waar hij constant op zit, vangt de stoel de stank en viezigheid van zijn darminhoud op.”

Op de website van het ziekenhuis van Pennsylvania wordt de kalmeerstoel beschreven als iets dat “noch ten goede noch ten kwade” werkt. Dit statement wordt gemaakt zonder verwijzing naar enige ondersteunende documentatie of waarborg van patiënten of dokters:
Hoewel Rush in zijn boek vermeldt dat een volledig functionerende kalmeerstoel in het ziekenhuis werd gebruikt ten tijde van publicatie (1812), ben ik er niet in geslaagd het tegenwoordige bestaan ervan als fysiek object te bevestigen; een kopie van een gravure die is door Rush als accuraat is bestempeld kwam naar boven op de website van de U.S. National Library of Medicine:
Een klein schaalmodel van de stoel die wordt tentoongesteld in het Mütter Medisch Museum, ook in Philadelphia, laat een vrij ander instrument zien (de purperen handschoenen zijn van Mütter curator Anna Dhody):

AANPASSING IN DE TENTOONSTELLING

Bijzonder opvallend is de afwezigheid van de ‘toiletstoel’ en de vernieuwing, kennelijk bedacht door de modelmaker, van de verblinder. Met deze aanpassing kan de patiënt noch zijn hoofd bewegen, noch visueel getuige zijn van wat er gebeurt in zijn omgeving.

Het is mogelijk dat de wijziging in het ontwerp door de modelmaker werd geïntroduceerd om de structuur rond het hoofd eenvoudigweg duurzamer te maken, maar wat de uitleg ook zij, de aanpassing is de opmerkelijke voorbode van een cruciaal onderdeel van de hedendaagse psychologische marteling zoals ontwikkeld door de CIA sinds de jaren vijftig: de combinatie van lichamelijke beklemming, het ontnemen van zintuiglijke functies en/of perceptuele desoriëntatie.

MARTELING ZONDER AANRAKING

Interessant genoeg zijn de meest recente winnaars van de APA’s Benjamin Rush award, samen met de titels van hun lezingen, de volgende:

2008: Mark S. Micale, Ph.D., Hoogleraar Wetenschapsgeschiedenis en Geneeskunde aan de Universiteit van Illinois, Urbana-Champaign. Psychologisch Trauma en de Lessen van de Geschiedenis.

2011: Andrea Tone, Doctor en Universitair Docent, Canadese Onderzoeksstoel voor de Sociale Geschiedenis van de Geneeskunde, McGill Universiteit. Spionnen en Leugenaars: Koude Oorlogspsychiatrie en de CIA.