241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Ik heb een kunstcriticus ontmoet, een man van ver in de zeventig, die me vertelde over New York in de late jaren zestig en over Max’s Kansas City: een onwerkelijk soort ontmoetingsplaats waar je beroemdheden kon spotten als de Velvets, William S. Burroughs, Stanley Kubrick, Janis Joplin, Dan Flavin, Mick Jagger, Bob Dylan, Dennis Hopper...de lijst is duizelingwekkend en schijnbaar eindeloos.

Max’s was een punt van samenkomst voor de meest creatieve geesten van hun tijd. Met enig geluk kon je vroege incarnaties van Blondie, Lou Reed of David Bowie zien optreden. Of misschien zou je het New Yorkse debuut Bob Marley and the Wailers hebben gezien, met Bruce Springsteen in het voorprogramma.
Kritische recensenten krijgen meestal wat weerstand te verduren. Ook deze criticus werd soms vijandig aangekeken door kunstenaars waar hij licht spottend over had gedaan. Om zich iets veiliger te voelen bij de valse blikken van de extravagante Warholianen achterin de bar en de snijdende opmerkingen die de Abstract Expressionisten hem toeslingerden tussen hun gewichtige discussies in, liet hij zich bij binnenkomst begeleiden door de gespierde Robert Smithson.
“Ik ontmoette Iggy Pop in Max’s Kansas City in 1970 of 1971,” herinnert zich David Bowie. “Ik, Iggy en Lou Reed aan een tafel met volstrekt niets om elkaar te vertellen, gewoon naar elkaars oogmake-up aan het kijken.”

Myra Friedman, bezoeker van de bar, legt uit:

Max's was veel meer dan een magneet voor seks, spelletjes en drugs. Het was een aardse, animerende hangplek, en de mensen die Mickey er liet blijven voor uren achtereen waren een slag apart, wanneer “apart” zijn nog betekenis had op deze wereld. Ik herinner me een heleboel gesprekken met een heleboel mensen die enorm veel te vertellen hadden, en als ik er nu op terugkijk, lijkt het wel alsof de grondstemming van deze plek het laatste ‘hoera’ was van een echt Amerikaans Bohemen. Net als een groots geschrift koos de plek het luchtruim vanaf het moment dat het openging. Het had prachtige vleugels; het zweefde.

Het zal niet als verassing komen dat velen van de gasten van Max’s moeite hadden met het betalen van hun krediet. En, volgens de typische kunstenaarstraditie betaalden ze vaak hun schuld met kunstwerken. Mickey was zo gretig om zichzelf met kunstenaars, muzikanten en schrijvers te omringen dat hij hen toestond om duizenden dollars aan eten en drinken uit te geven. Een paar biertjes in ruil voor een Carl Andre? Dat klinkt als een prima deal voor Mickey.

De ruilhandel bleek echter niet te voldoen. Kunstenaars drinken wel, maar betalen niet,” zei Mickey. En inderdaad, Mickey ging failliet in 1974.

Feest van de aap
Roland Barthes
Feest van de aap

Ik stond in een gang toen een lange jongeman kordaat langs me liep. Een ogenblik later werd hij achterna gezeten door een kleine brunette, wier iedere stap leek te vielen in de ruimtes die zijn tred openliet. Hij beende kwaad door en zij volgde furieus, sissend: ‘Dit is de laatste keer, het is voorbij, ik zweer je dat ik gewoon zal verdwijnen.’

Terwijl ik ze door de gang zag stormen dacht ik eraan hoe vaak ik dit zelfde emotionele proces in anderen had gezien, en natuurlijk ook zelf had meegemaakt. We kennen dit verhaaltje allemaal, het wordt telkens herhaald, of in ieder geval zijn we allemaal bekend met deze interpretatie van het verhaal; de één die de ander dreigt te laten vallen terwijl deze er eigenlijk met verwarde waarschuwingen achteraan rent en de ander kwaad en panisch smeekt om te blijven terwijl deze juist weggaat. Het eigenaardige en gestileerde taalgebruik dat we hanteren in situaties die we niet willen of kunnen uitdrukken, het bijstellen van ons ware doeleinde om maar niet te kwetsbaar te zijn, en toch, al onze ficties en poppenkast ten spijt worden onze bedoelingen, hoewel ongearticuleerd, toch begrepen.

Als we alleen al in deze oppervlakkige laag, in al deze gegeven lezingen van de situatie, we de grootte en inwerking van onze interpretatie op de “werkelijkheid” kunnen zien, waar houden we dan op met interpreteren, wat is het eigenlijke, het niet-fictieve?

Zoveel aspecten van mijzelf werden plots voor mijn ogen blootgelegd als verhalen die ik mezelf heb verteld, interpretaties van het handelen van anderen in vormgegeven reeksen. De manier waarop ik keek, waarop ik bekeken werd en in wat voor licht dan ook iets wordt getoond, zijn elk kenmerken die open staan voor interpretatie. Wanneer we deze situatie ontleden tot al haar losse onderdelen zien we dat alles dat gebeurt, slechts bestaat als het één na het ander, als gebeurtenissen in betekenisloze opeenvolging; wij zijn degenen die het betekenis en chronologie verschaffen.

Ik stond in een gang. Door deze gang liep een lange jongeman die snel bewoog en zijn voeten hierbij zwaar liet neerkomen. Een kleine brunette liep ook door deze gang. Terwijl zij liep sprak de kleine brunette, haar woorden vlug en ritmisch.

“Narrative is present at all times, in all places, in all societies; indeed narrative starts with the very history of mankind; there is not, there has never been anywhere, any people without narrative … Narrative is international, trans-historical, trans-cultural; it is there, like life.”- Roland Barthes” [1]
Seven van staven

Scènes de la vie privée et publique des animaux

Gebruikt in het ontwerp van tarotkaarten.

J. Grandville

R. Barthes, ‘On Narrative and Narratives’, in: R. Barthes en L. Duisit, New Literary History, Vol. 6, No. 2, Baltimore, VS: The Johns Hopkins University Press, 1975, pp. 237 -272

December jongstleden was ik weer in Düsseldorf voor mijn jaarlijkse bezoekje aan de kunstenaar waar ik ruim 20 jaar geleden mijn scriptie over schreef.

Begin jaren 90 ontdekte ik, via een artikel in kunsttijdschrift Metropolis M en een stage bij Museum Boijmans van Beuningen, het werk van een relatief onbekende Duitse kunstenaar. Hij maakte grijze, kartonnen boekjes met series wat groezelige zwart-wit foto’s van vliegtuigjes in de lucht, vrouwenknieën en zwemmers die baantjes trokken in een zwembad.
Bij het Boijmans werd ik gestimuleerd om nader onderzoek te doen naar deze, in mijn ogen, wat schimmige kunstenaar. Interessant en ook avontuurlijk! Nadat ik steeds enthousiaster werd en ook ontdekte dat er erg weinig geschreven was over deze man stapte ik enerzijds welgemoed en anderzijds met lood in de schoenen naar mijn scriptiebegeleider om hem van de onderwerpskeuze voor mijn scriptie op de hoogte te stellen. Hij suggereerde me om de Duitse kunstenaar in levende lijve te treffen voor een goed gesprek over zijn werk. Oeps! Zo vanzelfsprekend was het niet voor een student Kunstgeschiedenis om een levende kunstenaar te treffen. Maar het was de enige mogelijkheid om veel informatie te vergaren en ik had ook wel zin in avontuur. Na een paar dagen dralen nam ik de telefoon en belde de kunstenaar op voor een afspraak. Niet gespeend van enig romantisch gedachtegoed omtrent ‘’het wezen van de kunstenaar’’ was ik verbaasd hoe snel hij instemde met een bezoek van een totaal onbekende student uit Groningen (als het nu nog Amsterdam was). Ik toog naar Düsseldorf, bandrecordertje in mijn tas, en belde bedeesd aan bij een fraai appartementengebouw uit het begin van de 20e eeuw. Wederom verbazing! De man stond minstens zo onwennig tegenover mij als ik tegenover hem. Hij rond de vijftig, ik ergens in de twintig. Hij vroeg zich af wat een student Kunstgeschiedenis uit Die Niederlande in godsnaam bij hem te zoeken had. Ook vertelde hij me dat hij eigenlijk niet van woorden hield en dat hij niets te zeggen had over zijn, inderdaad, uitgesproken beeldende werk. Ja, daar zit je dan samen in een werkkamer aan een groot bureau waarop ook allerlei mappen vol afbeeldingen lagen! Uit verlegenheid pakte ik maar mijn zelfgesmeerde boterhammen en begon deze op te peuzelen. Achteraf bleek dit het magische moment waarop de kunstenaar er in begon te geloven dat deze student best eens een heel goed verhaal over hem zou kunnen schrijven. In een latere brief liet hij mij weten dat het meebrengen van eigen boterhammen hem en mij op een zelfde golflengte had gebracht.

de kunstenaar

De scriptie werd geschreven en goed beoordeeld door zowel universiteit als kunstenaar. En inderdaad, afgelopen december zocht ik hem voor de zoveelste maal op. Hij, inmiddels een stuk beroemder dan destijds. Ik, na wat omzwervingen in de kunstwereld als leraar aan de kunstacademie in Groningen. Deze kunstenaar (nu begin 70) heeft inmiddels een prestigieuze kunstprijs voor, let wel, jonge kunstenaars gewonnen (het werk had volgens de jury een uiterst frisse uitstraling). Ook had hij afgelopen jaar een grote overzichtsexpositie in Hamburg.

Shadow Play (2002-2012)

En verdomd: de laatste keer dat ik hem bezocht voelde ik weer die spanning van twintig jaar geleden toen ik voor de eerste maal naar hem toe ging. Een inmiddels beroemde kunstenaar die een afspraak heeft met iemand die in een vroeg stadium een scriptie over hem schreef. Heeft dat bestaansrecht? Confronterend dat je als volwassen mens dan toch weer in oude gedachtepatronen schiet. Meteen na aankomst op zijn woonplek neemt hij me mee naar een cafetaria aan een Dusseldorfse winkelstraat en laat me weten dat de regelmaat van onze ontmoetingen hem dierbaar is. Ik heb al vaker met hem in dit café gezeten en hijzelf zit hier elke dag, leest wat en kijkt vooral naar het straatleven. Veel bijzonders en hoogdravends wordt er tijdens onze ontmoetingen niet gezegd en toch weet hij me bij elke ontmoeting enkele nieuwe perspectieven op de wereld om ons heen mee te geven. Hoe klein deze dan ook mogen zijn, ik verlaat elke keer onze afspraak met extra lucht in mijn longen. De vroegere Nederlandse curator Gosse Oosterhof heeft hem eens een ‘’professionele voyeur’’genoemd. En inderdaad weet deze man de alledaagse wereld met zijn beeldende en toch ook, ondanks zichzelf, verbale kaders even bijzonder te maken. Een grote gave, vind ik, en ik ben blij dat ik destijds die zelfgesmeerde boterham soldaat heb gemaakt. De naam van de kunstenaar is trouwens Hans Peter Feldmann.

Zie de documantaire op http://www.cobra.be

Hans-Peter Feldmann in de galerie en boekwinkel Wien Lukatsch

http://www.ingemarleenbooks.com/blog/wienlukatsch/

Hans-Hans-Peter Feldmann, Ursula + Hans-Peter.
Gardner

Onze kennis wordt gedefinieerd door lokale situaties. Dit zijn systemen van relaties die gebaseerd worden op alledaagse objecten die gericht zijn op ruimtelijke ontmoetingen.

Een goed voorbeeld is misschien wel het bankje in het museum. Totaal onschuldig staat deze in een witte ruimte, gevrijwaard van de suppoost. Twee vrienden kunnen zich nestelen en een werk bekijken. Maar ook twee vreemden kunnen naast elkaar plaatsnemen en zich vergapen aan wat voor hun neus staat, beweegt, overmeestert. Buiten dit bankje zouden de twee elkaar niet snel treffen; hooguit zouden ze hoffelijk om elkaar heen lopen als ze buiten voor datzelfde museum in elkaars route lagen. Als we beiden links om elkaar heen lopen, kunnen we verder. En dat voor een gewoon bankje. De objecten zelf zijn niet nieuw maar ze creëren nieuwe vormen van sociaal gedrag. Net als een handbal, een draagbare stereo, stapelstoelen of een bar.

Het mooie aan een een dergelijk sociaal systeem is dat ze verder uitbreidt tot andere sociale systemen. Zo bestaat de omgeving van een familie ook uit andere families, relateert het aan politieke systemen, economische systemen, medische systemen, enzovoorts. Hierdoor is de communicatie tussen sociale systemen mogelijk.1

We zijn geneigd het gewoon als een bankje te blijven zien. Maar ze zijn voorzieners. Voorzieners van rust als je het geduld hebt. Of de tijd hebt als jij het niet te druk hebt vanwege je klusjes die je te voldoen hebt. Dit bankje is geen proper getimmerd stuk hout meer; het verhoudt zich opeens tot jou als person en hoe jij op dat moment je dag, week, maand of misschien zelfs jaar hebt ingedeeld.

Is dit bankje nog wel zo passief passief als je dacht? Of observeert deze en relateert het ook tot andere systemen als je thuis en je werkplek? Communiceert deze met andere sociale systemen zoals de kantine op jouw werkplek, waar je op dat moment klaarblijkelijk niet bent, hoe op dat moment men met elkaar omgaat?

Dat is een raar houten bankje. Gewoon in een museum.

1 Lars Fischer over situated knowledge

Beste Theo,

Zal het leven me dan nooit fatsoenlijk behandelen? Ik word verscheurd door wanhoop! Mijn hoofd bonst! Mevrouw Sol Schwimmer heeft een aanklacht tegen me ingedeind imdat ik een brug bij haar heb gemaakt zoals mijn hart mij ingaf, en niet in haar belachelijke gebit te passen! Jazaker! Ik werk niet op bestelling, als een gewone ambachtsman! Ik had besloten dat haar brug felbewogen, reusachtig, moest zijn, met wilde explosieve tanden die naar alle kanten uitvlammen als vuur! En nu is ze boos dat hij niet in haar monst past! Wat is ze toch burgerlijk en dom. Ik zou haar wel willen slaan! Ik heb geprobeerd de burg in haar mond te wurmen, maar hij bleef naar buiten steken als een flonkerende kroonluchter. Niettemin vind ik hem schitterend. Ze beweert dat ze niet kan kauwen! Wat kan mij dat schelen! Theo, ik kan dit niet langer verdragen! Ik heb Cézanne gevraagd of hij de praktijk samen met mij wil doen, maar hij is oud en verzwakt en niet meer bij machte de instrumenten vast te houden. Ze moeten aan zijn polsen worden vastgebonden, maar dat gaat ten koste van de precisie. ALs hij eenmaal in een mond aan de gang is ruïneert hij meer tanden dan hij er redt. Wat moet ik doen?

Vincent

Beste Theo,

Ik heb van de week een paar röntgenfoto's gemaakt. Ik vond ze wel geslaagd. Toen Degas ze zag was hij nog kritisch. Hij zei dat de compositie niet deugde. Alle gaatjes zaten op een kluitje in de linkerbenedenhoek. Ik legde hem uit dat mevrouw Slotkins gebit er nu eenmaal zo uit ziet, maar daar wilde hij niet van horen! Hij zei dat hij de lijsten afschuwelijk vond en dat mahonie veel te zwaar was. Toen hij vertrokken was heb ik ze aan flarden gescheurd! Tot overmaat van ramp werk ik, toen ik probeerde mevrouw Wilma Zardis een wortelkanaalbehandeling te geven midden in het werk overvallen door moedeloosheid. Ik besefte plotseling dat ik helemaal geen wortelkanaalbehandelingen wil behandelen! Het bloed steeg me naar het hoofd en ik werd duizelig. Ik rende de behandelkamer uit, de frisse lucht in, waar ik kon ademhalen! Ik had een black-out, die verscheidene dagen duurde en werd wakker aan het strand. Toen ik terugkwam zat ze nog steeds in de stoel. Ik voltooide de behandeling plichtmatig, maar kon me er niet toe brengen het werk te signeren.

Vincent

Beste Theo,

Alwéér zit ik in geldnood. Ik ben me ervan bewust hoezeer ik je tot last ben, maar tot wie kan ik me anders wenden? Ik heb geld voor materiaal nodig! Ik werk nu bijna uitsluited met tandzijdel ik improviseer maar wat, en de resultaten zijn opwindend! Ik heb zelfs geen cent meer voor Novocaïne! Vandaag heb ik een kies getrokken en moest ik de patiënt verdoven door hem een paar bladzijden Dreiser voor te lezen.
Help me.

Vincent

Beste Theo,

Ik heb besloten samen met Gauguin te gaan praktizeren. Een uitstekend tandarts! Hij is gespecialiseerd in bruggen en mag me geloof ik nogal. Hij is gespecialiseerd in bruggen en mag me geloof ik nogal. Hij compimenteerde me met mijn behandeling van de heer Jay Greenglass. Misschien herinner je het je nog: ik vulde zijn zevende kies onder, was niet tevreden met de vulling en wilde hem weer verwijderen. Greenglass was daar echter niet toe te bewegen en ik daagde hem voor de rechter. Het was een kwestie van juridisch eigendom en op advies van mijn advocaat eiste ik heel slim de hele kies en nam ik uiteindelijk genoegen met de vulling. Welnu: iemand zag hem in een hoekje van de behandelkamer liggen en wil hem nu exposeren! Er wordt al gesproken over een overzichtstentoonstelling!

Vincent

Deze briefwisselingen zijn een selectie uit de tekst Als de Impressionisten tandartsen waren uit Woody Allen´s Ja, maar kan een stommmachine dat ook?
Nederlandse vertaling door Aris J. van Braam (1980).