241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

We hadden ons voorgerecht nog niet op toen hij het vroeg. Het was een vraag die compleet uit de lucht leek gegrepen. Ik kon niet geloven dat deze zin net zoals alle andere zinnen over zijn lippen rolde. Ik wist niet wat te antwoorden. In plaats daarvan stelde ik mijn date dezelfde vraag. ‘Wat is dan jouw top drie lievelingsdieren?’ Zonder te aarzelen somde hij zijn favoriete dieren op. Voor mij was het op dat moment al duidelijk. Er zou geen tweede date komen.

Hoewel de vonk tussen de desbetreffende jongen en mij wegbleef, spookte hij af en toe toch door mijn hoofd vanwege die merkwaardige vraag. Ik vond het storend dat ik niet kon bedenken waarom hij deze vraag kon beantwoorden en ik niet. Ik begon mensen om mij heen met dezelfde vraag te lastig te vallen. Menigeen reageerde net zoals ik, in precies dezelfde volgorde: eerst verrast, vervolgens vol ongeloof, en tenslotte gefrustreerd vanwege het niet kunnen beantwoorden van de vraag. Hebben we dan allemaal geen favoriete dieren in ons leven?

Ook als ik het algemener trek, heb ik eigenlijk sowieso nauwelijks ‘lievelings-’ zaken. Geen lievelingsband, lievelingskleur, lievelingseten, lievelingsfilm. Begrijp me niet verkeerd, soms heb ik wel eens een periode dat ik gek ben op een bepaald gerecht of een bepaalde muzikant, maar ik ben sinds een tijd zeer voorzichtig om de term ‘lievelings-’ daarbij te gebruiken. Het besef dat die voorkeur tijdelijk is overheerst.

Het hele lievelings’ idee ‘lijkt dus naar de achtergrond te zijn verdwenen. Het woord verdwenen is hier niet toevallig gekozen, want vroeger als kind leek ik preciés te weten wat ik tof vond en wat ik stom vond. Preciés.

Wat maakt het dat ik vroeger duidelijke rijtjes kon opsommen en nu zo voorzichtig ben met dingen ‘favoriet’ te noemen? Waarschijnlijk heeft dit te maken met de beperkte informatie die je als kind tot je beschikking hebt in vergelijking met wat je later allemaal leert en weet. Alles wat je als kind wél weet, voelt aan als de hele wereld - de echte werkelijkheid. Maar deze kennis is op jonge leeftijd bijna onmogelijk te bezitten. Juist de beperkte kennis en informatie zorgt ervoor dat alles wat je wél weet simpel te verdelen is in ofwel goed ofwel slecht. De wereld is als het ware nog zwart en wit. Naarmate je ouder wordt komen er steeds meer kleuren blij. Kennis wordt vergaard en langzamerhand kom je erachter dat er ontelbaar elementen op de wereld zijn die te prefereren of te verachten zijn. Er is zo veel informatie beschikbaar dat het moeilijk is hieruit nog favorieten te halen. Bovendien kom je er er achter dat voorkeuren ook snel kunnen veranderen.

Misschien had ik mijn date wellicht niet zo snel moeten afschrijven als een mafketel, maar eerder moeten zien als iemand die wat dichter bij zijn innerlijke kind staat dan ik.

Dat er een objectief verschil bestaat tussen het zichtbare en het onzichtbare is een redelijk recente gedachte. Of iemand nu beweert dat zaken die onzichtbaar zijn niet bestaan of juist dat er meer tussen hemel en aarde is dan toegankelijk is voor de zintuigen, in beide gevallen wordt er vanuit gegaan dat het zintuiglijke een bepaalde objectieve grens heeft waarachter zich al dan niet iets bevindt. Zoals op veel gebieden is het ook met betrekking tot de grenzen van het waarnemingsvermogen voor de meeste mensen geen enkel probleem om meerdere en verschillende, elkaar uitsluitende dingen tegelijkertijd te geloven. De algemene overtuiging dat de wereld “achter onze zintuigen” bestaat uit elektromagnetische golven en piepkleine deeltjes (vraag maar eens rond) vormt geen belet om tegelijkertijd met kracht te beweren dat we alleen moeten geloven in wat we “met onze ogen kunnen zien en met onze handen kunnen pakken”.

Op zich is het redelijk eenvoudig na te voltrekken dat al onze kennis over de wereld, inclusief de meest geavanceerde natuurwetenschappelijke vorm daarvan, een product is van onze waarnemingen en ons denken. De gigantische conceptuele stap die we allemaal in de wieg maken als we ons realiseren dat sommige dingen die voor onze ogen heen en weer zweven onze eigen handen zijn, wordt op steeds kleinere en minder spectaculaire schaal, bij ieder nieuw begrip gemaakt. Dat we het bestaan van onze handen als objectief feit beschouwen is het product van een uiterst precieze fine-tuning tussen verschillende waarnemingen en het combinerende vermogen van ons verstand. Voor degene die vervolgens zijn handen wil beschouwen als het ultieme instrument om de werkelijkheid van de wereld vast te stellen (namelijk of zij tastbaar is), kan het zinvol zijn om zich te realiseren dat er een moment is geweest waarop hij met zijn denken, zijn eigen handen heeft samengesteld uit een verwarrende hoeveelheid waarnemingen.

Toen mijn dochter Julia vier jaar was vond zij een klein kompasje in een bureaula; ze maakte daar een touwtje aan, hing het om haar nek en keek er voortdurend op. Mijn vader kwam op bezoek en complimenteerde haar met haar mooie kompas. Op hoge toon antwoordde Julia: “Nee opa, dat is mijn wekker, vanmiddag in de winkel dacht de meneer ook al dat het een kompas was”. Ik realiseerde mij dat voor een kind van vier, voor wie uren en windstreken nog nauwelijks bekende grootheden zijn, het verschil tussen een kompas en een wekker niet relevant is. Het zijn allebei ronde kastjes met een wijzertje achter glas. De volwassene die een dergelijke “vergissing” corrigeert zonder bereid te zijn de begrippen tijd, windstreken, magnetisme, veerkracht etc. uit te leggen, heeft zelf het pad der pedagogie verlaten. (het is in feite geen correctie maar een onschuldig compliment)

Voor een kind bevinden de begrippen en woorden zich met onmeetbare tussenruimtes in een heelal van waarnemingen. In het beste televisie programma ooit: achterwerk in de kast, trad een keer een jongetje op die op sombere toon vertelde: “ik vind dat het leven steeds ingewikkelder word: vroeger dacht ik dat de wind gewoon waaide, maar nu heb ik op school geleerd dat de wind altijd van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied waait”. Net als voor deze jongen eindigt voor veel mensen de persoonlijke en avontuurlijke omgang met kennis op school. De tragiek bestaat eruit dat zijn leraar hem niet de ontzagwekkendheid van het hogedrukgebied heeft kunnen bijbrengen, waarschijnlijk omdat hij deze zelf ook niet voelde. Het begrip hogedrukgebied is niet gebracht als een poort die een oneindige hoeveelheid nieuwe waarnemingen mogelijk maakt, maar als een muur die de geheimzinnige oorzaak van de wind, waarvan ieder kind natuurlijk de wereldomspannende macht voelt, ontoegankelijk maakt.


Luchtdruk is een fenomeen waarvoor we onze waarneming kunnen scholen en verfijnen. Halfbewust nemen wij de werking van luchtdruk, en haar samenhang met de temperatuur en de vochtigheid van de lucht op ons lichaamsgevoel en onze stemming waar. Als we op school in een afwisseling van practica en theorie zouden leren hoe deze subtiele luchtdrukwaarnemingen in direct verband staan met de druk in de hogere atmosfeer en hoe daar wind tot en met orkaankracht in kan ontstaan dan zou deze kennis ons niet somber of gedesillusioneerd maken.

Onze begrippen vormen een netwerk dat naar gelang zijn fijnmazigheid in staat is om waarnemingen in ons bewustzijn op te vangen, de rest glijdt er doorheen. Maar evenzeer als het niet mogelijk is om een waarneming in het bewustzijn vast te houden zonder er een bepaalde mate van begrip voor te hebben, net zomin kan een begrip of een woord beklijven dat niet op een bepaalde manier waarneembaar wordt. Als deze eenvoudige basiswetmatigheid van het kennen over het hoofd wordt gezien leidt dat tot de deprimerende misvatting dat ons waarnemingsvermogen of ons denken of beiden van buiten begrensd zijn. Ons begrippennetwerk heeft een horizon net als onze waarneming en deze beide horizonnen hangen samen. Nieuwe waarnemingen kunnen alleen aan de zoom van onze begrepen ervaringen hechten, nieuwe begrippen kunnen uitsluitend bij bestaande ideeën aanknopen. Beweren dat er achter deze horizonnen niets bestaat is even kortzichtig als beweren dat wat zich daarachter bevindt pas de echte werkelijkheid is.


De fijnmazigheid van ons begrippennetwerk en de nauwkeurigheid van onze waarnemingen hangen met elkaar samen. Een goede automonteur kan aan de klank van een draaiende motor horen wat er al dan niet mis mee is. Dat komt niet omdat hij betere oren heeft dan wij maar omdat zijn werk hem een uiterst verfijnde inzage in de onderdelen, materialen, bewegingen, wrijvingen en potentiële gebreken van een automotor heeft verschaft. Een kok is in staat om te proeven welke ingrediënten zich in een gerecht bevinden, zijn “ontwikkelde smaak” bestaat uit de hoeveelheid begrippen die hij in zijn loopbaan heeft ontwikkeld om alle nuances die zijn neus en smaakpapillen hem overbrengen van elkaar te onderscheiden. Begrippen snijden de ervaring, die in eerste instantie een eenheid lijkt, uit elkaar. Begrippen trekken dat wat in de diepte van de waarneming verborgen ligt naar de oppervlakte. Grove begrippen houden de waarneming gevangen in geplooide donkere knoedels, kennis vouwt de waarneming open tot een groot verlicht oppervlak.

Kunst kan de experimentele omgang met kennis zoals die door kinderen wordt toegepast opnieuw actueel maken. Het gaat er bij kunst dus niet om dat we iets maken dat “waar” is, maar iets wat er geloofwaardig uit ziet, dat betekent dat we met de wetmatigheden van het waarneembare een geraffineerd spel spelen dat bij de toeschouwer een tweeledig effect oproept: enerzijds moet die meegenomen worden in wat hij ziet en tegelijkertijd moet die zich toch voortdurend bewust blijven van de kunstmatigheid van de situatie. Deze spanning, tussen de overgave aan de waarneming en het gevoel van medeplichtigheid van het spel, is de bevrijdende en troostende werking van kunst.

In het menselijk bewustzijn ontstaat een scheiding tussen onszelf en de wereld. In het denken lossen wij deze scheiding weer op, dat is een doorlopend proces waarin nieuwe waarnemingen en nieuwe begrippen zich samenvoegen tot een steeds fijner en uitgebreider weefsel. De levendigheid van het denken is belangrijk. Waarnemen en denken, het proces van de waarheid, geeft zelfstandigheid en vrijheid.

Om dit meesterwerk in zijn oorspronkelijke vorm te scheppen beweegt de geest sneller dan de pen: items, doorgekruiste woorden, spelfouten, opnieuw opgeschreven gedachten, vraagtekens, lijsten binnen lijsten, omcirkelde woorden, bulletpoints, en afgevinkte items verspreiden zich over de pagina. De marges, het einde van de lijst, en de ruimte tussen de regels bieden de mogelijkheid om informatie toe te voegen dat het brein eerder niet bij kon houden of die het gewoonweg was vergeten. Soms worden deze secundaire ingevingen in een andere kleur geschreven als er een andere pen moet worden bijgehaald.

Het gaat de maker niet om het ontwerpen van hun gedachten maar juist om het maken van een tastbare visuele ordening ervan. De achterkant van een briefkaart, een oude envelop, wat kladpapier, een smartphone, een bewaard e-mail concept, een treinkaartje, of een post-it brief worden het canvas waarop de montage van het brein wordt geprojecteerd.

Lijsten maken komt overal voor maar is tegelijkertijd een totaal individualistische activiteit. Aan het opschrijven van een lijst hangt een gevoel van urgentie: onderweg of tussen twee taken in worden items toegevoegd. Misschien ligt het aan de omvang van deze druk dat gangbare schrijfstijlen worden genegeerd. De gedrukte lijnen op het papier worden misbruikt, woorden worden erover heen gekerfd in plaats van netjes binnen de lijnen, stokletters worden gedempt terwijl de staarten overdreven worden, marges gelden niet meer als een no-go area voor tekst maar zijn juist een plek gevuld met woorden, bijkomende ideeën, cijfers, schetsen, en vraagtekens.

In een moment van rust kan ervoor gekozen worden deze gedachtes in betere vorm of volgorde plaatsen, mogelijk op volgorde van prioriteit of op alfabet. Dit is iets wat later gedaan kan worden. Soms is het nodig de lijst in zijn geheel opnieuw te formuleren, bijvoorbeeld om het voor anderen verstaanbaar te maken. Op dit moment kan design een rol beginnen te spelen: kleurcodering, selectie van lettertype, grootte van marges, lengte van lijnen.

Er bestaat een onbesproken hiërarchie binnen de verschillende vormen van lijsten die voorkomen in onze dagelijks leven. Vertrektijdlijsten, boodschappenlijsten, cadeaulijsten, haatlijsten, wenslijsten, ledenlijsten, menu-van-de-daglijsten, inhoudsopgaven, registers, voorraadlijsten, ontbrekende lijsten, menu’s en gastenlijsten. Verschillende lijstvormen worden uitgevoerd met hun bijpassende bekende en vertrouwde vorm. Registers worden op alfabet gesorteerd, boodschappenlijsten op wat men onthoudt, vertrektijden op chronologische volgorde, enzovoorts.

Wanneer een lijst gevonden wordt door een ander dan de maker worden mogelijk verschillende aspecten ervan onderzocht. De grafoloog lijkt naar de ruimte tussen de regels, de rondingen of de krullen van de letters, de grootte van de hoofdletters, de marges om de tekst heen en de helling van het handschrift. De kunstenaar droomt van het verhaal wat de lijst vooraf ging en hoe het verder gaat. De nieuwsgierige kijkt om zich heen om de eigenaar te ontdekken. Anderen zijn niet geïnteresseerd.

Wanneer een individu grote talenten of kwaliteiten heeft getoond wordt de inhoud van een lijst die zij gemaakt hebben van waarde voor anderen. Het leven van grote wetenschappers, musici, acteurs, schrijvers en ontwerpers worden ontleedt door het publiceren van hun dagboeken en schriften. Zowel de inhoud van hun huis als de inhoud van hun geest wordt tentoongesteld. Persoonlijke informatie, slordig over de pagina heen gekrabbeld, vol met veranderingen en fouten, zouden inzicht geven op een gemoedstoestand. Ineens onthult een boodschappenlijst de geheimen van een levensstijl, een ongeziene kant van het karakter.

Deze informatie, analyse, formaat, of verhaal is niet van belang voor de auteurs—zij zijn enkel geïnteresseerd in de inhoud. Hun document wordt geplaagd door encryptie en codering, verschillende manieren van aftekenen, aankruisen, doorkruisen, en omcirkelen. Alleen een paar items zijn genummerd waar een poging tot het stellen van prioriteiten wordt gedaan. Sommige gaan gepaard met een datum voor deadlines of einddata waardoor hun belang benadrukt wordt, een tikkende herinnering. Deze tegenstellingen hoeven voor anderen niet begrijpbaar te zijn.

Een gemaakte lijst zit triomfantelijk bovenop de stapel belangrijke papieren. Het is veelzijdig en kan gebruikt worden als bladwijzer, coaster, een ruimte om op te schetsen; het siert met belangrijke dingen, dingen om niet te vergeten, en notities. De lijst gaat met zijn tijd mee. Elke stempel op deze creatie maakt onderdeel uit van zijn bestaan. Door de vouwen in het papier ontstaan plooien tussen de ongebruikte lege regels: zij gaan de strijd aan met de gedachtesdie er overheen geschreven staan. Een nieuwe dimensie wordt aan de vorm toegevoegd waar de auteur de hoeken van het papier heen en weer tussen de vingers heeft gerold.

Een lijst door Charles Darwin

Aan het hoogtepunt van zijn bruikbaarheid houdt de lijst gezag over zijn schepper: de onafgevinkte items staren de auteur terug en laten hem schuldig voelen voor dat wat nog niet is volbracht. Een wederzijdse weerzin begint te ontstaan en andere lijsten maken hun intrede. Voordat de lijst zijn piek heeft bereikt belandt hij aan de bodem van een tas, op de vloer van de supermarkt, bedekt met kruimels in de kier van de bank, verfrommelt in de boodschappenmand, tussen de laatste pagina’s van een boek, in de papierversnipperaar, aan de achterkant van een andere lijst, gepropt onder een wankele tafelpoot, onder een tekening, op de stoep, hulpeloos in de prullenbak naast de envelop die niet gekozen werd of naast een lijst waarvan de meeste items wel heel efficiënt zijn doorgestreept.

Als de kleine kans zich voordoet dat de lijst opnieuw ontdekt wordt door zijn schepper ervaren zij mogelijk opnieuw het gevoel van tevredenheid dat ontstaat bij het afvinken van meerdere items op de lijst. Het eenduidig gebaar van het tekenen van een streep of het flikken van een vinkje verhoogt het bereiken van voltooiing.

Video still uitThéâtre de poche van Aurélien Froment

Video still uitThéâtre de poche van Aurélien Froment

Dit is een passage uit een lezing voor Studium Generale over Systemen. Hierin spreekt zij over hoe listig taal is om te spreken over systemen omdat het zelf een systeem is.

Dit weekend speelde ik een spel: op een grote glazen tafel waarop een raster was aangebracht lagen ontelbare vierkante kaartjes die pasten binnen de vakjes van het grit. Twee kaartjes correspondeerden telkens, zoals in het spel ‘memory’. Het was aan de speler om ze te zoeken. Maar de afbeeldingen op de paren waren nooit identiek, zoals bij memory. Twee kaartjes hoorden om andere redenen ‘bij elkaar’. De redenen varieerden: zo was een kaartje kanariegeel en stond op zijn ‘partner’ een schilders kwast gedoopt in diezelfde gele kleur. Of twee kaartjes toonden ieder een ander onderdeel van wat duidelijk dezelfde machine was. Met mijn medespeler keerden we kaartjes en zochten we naar paren, terwijl we beargumenteerden waarom twee afbeeldingen moesten matchen. Het was, kortom, minder degene met de grootste stapel corresponderende kaartjes, maar, nog belangrijker, diegene met de beste argumenten die ‘won’. Dit spel ging over beeld, over onze wijze van verbanden leggen, systemen schrijven, verhalen vertellen, geschiedenissen schrijven.

Het spel, een kunstwerk van de Franse kunstenaar Aurélien Froment, was gebaseerd op de truc van een Vlaamse goochelaar, die de techniek weer van zijn Engelse collega Arthur Lloyd had geleerd. In zijn act liet de goochelaar zijn publiek telkens een voorwerp noemen, vervolgens toverde hij het overeenstemmende kaartje uit zijn vestzak. Aan het eind van zijn carrière droeg de goochelaar zo’n 1600 kaartjes op zijn lijf.

Toen we na afloop dit ‘théâtre de pôche’/‘pocket theatre’ bediscussieerden, concludeerden we dat niet alleen de goocheltruc als model voor het spel als kunstwerk / het kunstwerk als spel had gediend. De techniek van de act herinnerde bovendien aan de wijze waarop rondtrekkende bards en troubadours in de middeleeuwen hun gedichten en liederen memoreerden. Dat de gedichten in de afzonderlijke plaatsen waar ze in die tijd werden opgevoerd niet identiek waren door die persoonlijke overdracht, was onvermijdelijk. Dat dat verschil, de opvoering, de trilling van de stem, het weglaten van passages onderdeel was van de act, stond buiten kijf. Dat er een nieuwswaarde inherent was aan het gedicht, iets wat nu vaak tot controverses leidt – een kunstwerk moet een in zichzelf besloten entiteit zijn, mag enkel en alleen naar zichzelf verwijzen - , dat de dichter actief betrok bij het dagelijks leven, wat we nu maatschappij zouden noemen, was een gegeven, vanzelfsprekend. Ook daartoe is taal in staat, zo toonde dit spel. Voor deze taal als spel, dit spel in taal moest je rondtrekken, zingen, stil zijn, gokken en gissen, vérder kijken, niet over de vaste lijnen van het raster lopen, maar springen door de mazen van het net.

Wat betekent verzamelen en waarom doen mensen het?Is verzamelen een hobby of is het een dwangneurose?

Een kunstverzamelaar zal niet vaak spreken over een neurose maar over een passie. Een muntenverzamelaar zou wel een dwang kunnen hebben om de verzameling 'compleet' te maken maar spreekt vaak ook over een passie of interesse.

Wanneer is een verzameling compleet en wanneer kun je stoppen met verzamelen of beginnen aan de volgende verzameling? Ik verzamel veel spullen zoals oude super8 camera's, retro spelcomputers, stoelen, muziekinstrumentjes en nog veel meer. Waarschijnlijk doordat ik moeilijk iets kan weg gooien en makkelijk dingen op de rommelmarkt koop. Ik verzamel geen kunst. Kunst ruil ik soms of krijg ik van vrienden en collega's.

Mijn grootste verzameling is een collectie foto's van ingepakte steigers tegen gevels.Met deze verzameling begon ik nadat ik voor de tentoonstelling 'Het weiland dat beroemd wilde worden' bij Dertien Hectare een kasteel had neer gezet van 25 vierkante meter. Dit 'kasteel' was ingepakt met wit 'steiger ‘doek.

Een paar jaar later maak ik nog vrijwel elke dag een foto vanaf de fiets, auto, tram, bus van een vaak gekleurd steigerdoek dat gespannen is om een steiger tegen een gevel. Het zijn inmiddels duizenden foto's en ik betrap mij erop dat ik automatisch mijn telefoon pak als er een steiger in zicht is.

Het is zelfs zo dat vrienden mijn handeling herkennen of soms als grap een foto opsturen die ze gemaakt hebben met hun eigen telefoon. Het gaat mij niet om de foto maar om de handeling en de verzameling die zo ontstaat.

In mijn geval is het wel degelijk een dwangneurose en kan ik maar niet stoppen met verzamelen. Het geeft een fijn gevoel als ik een snapshot kan maken van een nieuwe kleur of kleur combinatie tegen de gevel.

Ongeveer twee jaar geleden is er een nieuwe fotoverzameling bij gekomen die ik wederom maak met mijn camera op de telefoon. Vaak als ik ergens sta of zit en mijn telefoon in de hand neem zet ik mijn camera aan en maak ik een foto. Op de foto staan dan altijd mijn voeten en eventueel die van de persoon waar ik naast sta of zit.

De kunst van een goede schilder is om op het juiste moment de laatste streek op het doek te zetten. Zou ik pas kunnen stoppen met het verzamelen van steigers als ik er een kunstwerk van maak? Mijn vrouw suggereert al jaren dat ik een publicatie kan maken van een van mijn verzamelingen

De verzameling is nooit begonnen als kunst maar gewoon omdat ik het nodig vond om te verzamelen. Vaak vormt een neurose, hobby of passie een belangrijke deel van het werk van een kunstenaar. Soms met opzet maar vaak ook intuïtief.