241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Kaweh Modiri (1982) is een Nederlandse filmmaker en schrijver van Iraanse afkomst. In 2010 studeerde hij af aan de afdeling Beeld & Taal van de Gerrit Rietveld Academie.

Zijn afstudeer film Mijn inbreker en ik is een waar gebeurd verhaal over een kunstenaar die zijn inbreker een jaar lang achtervolgt met de camera en hem uitroept tot hoofdpersoon van zijn nieuwe film. De film was onder andere te zien tijdens het Internationaal Film Festival Rotterdam 2011 en werd bekroond met de Rene Coelho Award van het Nederlands Instituut voor Mediakunst.
In april 2012 verscheen zijn debuut roman Meneer Sadek en de Anderen bij uitgeverij Thomas Rap.

Deze roman werd genomineerd op de longlist van de Academica Literatuurprijs voor beste debuut in dat jaar. In het voorjaar van 2013 heeft hij regie en scenario gedaan voor Bodkin Ras.

Absentiel
In gesprek met Maziyar Pahlevan

Het werk van de Iraanse Maziyar Pahlevan (1983) kenmerkt zich in sterke mate door een suggestie van absentie, gemis en/of gebrek, zoals het ontbreken van bergtoppen in de serie Peakless mountains, de afwezigheid van een tegenstander in de fotomontage-serie The wrestler (opponentless), en nog nadrukkelijker in het typografische werk We decided not to be invisible anymore. Tijdens ons gesprek blijkt algauw dat deze gesuggereerde absentie niet uit de lucht is komen vallen, en in sterke mate gestoeld is op een verdwijning die aan het leven van de kunstenaar voorafging; een roemloos weggeraakte periode in het leven van zijn voorganger, een verleden waar geen enkel bewijsstuk van over is. In de mystificatie van die onaantoonbare periode in het leven van zijn vader ligt de oorsprong van Maziyars fascinatie voor de kunst.

Hoe ben je in de kunsten beland?

‘Mijn vader heeft vroeger beeldende kunst gestudeerd in Italië. Dat was voor ik geboren was, en ook nog voor hij mijn moeder had leren kennen. Familie, vrienden en kennissen vertelden me altijd hoe getalenteerd en gedreven hij was als jonge kunstenaar. Maar op een gegeven moment heeft hij zijn studie afgebroken en is hij teruggekeerd naar Iran. Hij nam een baan, en zijn leven nam een heel andere wending. Hij brak in feite heel abrupt met de kunst en heeft er daarna niets meer mee gedaan. Van wat hij in zijn actieve periode heeft geproduceerd heb ik niets gezien, omdat hij er niets van heeft bewaard. Het tekenen, en daarmee de kunst, was voor hem iets tijdelijks dat hij slechts in een specifieke periode van zijn leven heeft gedaan, en waar geen bewijsstuk meer van over is.’

‘Juist daarom was ik er altijd zo nieuwsgierig naar. Ik vroeg me af wat dat dan was, dat tekenen, en de kunst.’

‘Ik ben er zelf ook heel vroeg mee begonnen. Op de middelbare school gaf ik tekenles aan mijn medescholieren, en later studeerde ik grafisch ontwerpen aan de universiteit van Teheran. Het kunstonderwijs in Iran is echter een stuk conservatiever, en grafisch ontwerpen betekent daar vooral het ontwerpen van posters. Ik heb sinds mijn aankomst hier resoluut gebroken met mijn scholing in Iran, en met wie ik daar was. Mijn werk is hier pas echt begonnen.’


Wat was het in die verdwenen periode in het leven van je vader dat jouw nieuwsgierigheid zo aanwakkerde?

‘Je moet je voorstellen dat het gezin heel anders in elkaar zit in Iran. Die band is heel hecht. Het is daarom heel vanzelfsprekend dat kinderen op hun ouders gaan lijken en eenzelfde soort leven zullen leiden. Het zou in die context normaal zijn als ik een kopie van mijn vader werd.’

‘Ik denk dat een deel van mijn werk psychologisch van aard is omdat ik probeer te begrijpen wat die relatie met mijn vader precies is. Ik kan dan ook maar niet ophouden me bij hem af te vragen: waar is die kunst dan gebleven? Hoe kan het plotseling verdwenen zijn? Ik had het gevoel dat ik op zoek moest naar iets wat hij verloren had.’

‘Dat is waarschijnlijk ook de reden waarom ik zo van documentatie hou. Ik documenteer alles wat ik doe, zodat het niet in vergetelheid raakt, en zodat ik zelf niet in vergetelheid raak.’

Is het belangrijk voor je dat hij begrijpt wat jij nu doet?

‘Ik probeer mijn familie op de hoogte te houden van wat ik doe. Ik doe dat uit respect, zodat ze weten waar ik mijn tijd aan besteed. Inhoudelijk zullen ze het werk denk ik niet begrijpen. Dat hoeft ook niet.’

Welke bergen zien we afgebeeld in de serie Peakless mountains?

‘Het is het Iraanse Alborz gebergte. Bergen zijn heel belangrijk in het Iraanse landschap. Ook in de poëzie komt het thema veelvuldig voor. Ik heb er een humoristische draai aan gegeven. We hebben wel bergen, maar geen bergtoppen, lijkt het beeld te zeggen. Ik heb gekozen voor lage-kwaliteitafbeeldingen, waardoor het resultaat in de nabewerking heel korrelig is geworden.’

‘Het is een heel simpel beeld van bergen zonder bergtop, en een man met een stok die klaar staat om iets of iemand te straffen. In een ander beeld heb ik diezelfde man meerdere keren in een cirkelvormig patroon geplakt, zodat het lijkt alsof hij zichzelf aan het straffen is. Een leraar die zijn leerling straft of een vader die zijn zoon straft... het is iets heel gebruikelijks in de Iraanse cultuur dat ik veelvuldig heb gezien, dat de generaties voor mij hebben meegemaakt en waar de volgende generaties ook getuige van zullen zijn. Het is een zich herhalend patroon.

De man met de stok in de Peakless mountains-serie moet je in relatie zien tot die onveranderlijke bergen die ik in hetzelfde beeld heb geplaatst. Het is iets dat zulke diepe wortels heeft in onze cultuur dat je het niet eenvoudig weg kunt denken, laat staan veranderen. Je kunt er een poster van maken en die aan de muur hangen. Meer valt er niet aan te doen.’

Een typografisch werk in je afstudeertentoonstelling heeft de titel We decided not to be invisible anymore. Welke groep reken je tot die ‘we’?

‘Die “we”ben ik in de eerste plaats zelf. Ik gebruik de eerste persoon meervoud om over en namens mezelf te praten. Dat vind ik een aangename positie om vanuit te spreken, omdat ik me dan kan verschuilen achter die wij-vorm.’

‘Ik ben eigenlijk altijd onzichtbaar geweest, uit een soort schaamte, bescheidenheid of angst om mezelf te laten zien. Dat is ook iets cultureels. De first person plural-vorm geeft me de mogelijkheid om over mezelf te praten, en mezelf te tonen, zonder de expliciete ik-vorm te gebruiken. Het is een positie die me de mogelijkheid verschaft om tegelijkertijd zichtbaar en onzichtbaar te zijn. Dat streven komt ook terug in het kledingstuk dat ik heb ontworpen: cloth for first person plural. Het is een wit gewaad waarin ik onherkenbaar ben. Maar het verschaft me de mogelijkheid om toch in het werk aanwezig te zijn, zoals in de King of Voracity-video waarin ik in dat kledingstuk te zien ben. Dat gebied van impliciet zichtbaar zijn wil ik in mijn toekomstige werk verder onderzoeken.’