241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Als je langs een verkeerslicht loopt in Larkhall wordt het duidelijk dat de kleur groen in deze stad wordt gehaat. Terwijl in andere steden het rode licht op groen springt, rijden de auto’s in Larkhall weg bij een kleurloos licht. Er is geen optie voor groen omdat de lampen vernield zijn. Alweer.

De eerste keer dat ik over deze – ik dacht, waarschijnlijk – “urban myth” hoorde was ik gechoqueerd. Maar na een beetje onderzoek werd al snel duidelijk dat alles in deze stad om de kleuren groen en blauw draait. Haat is hier de drijfveer voor een aantal fenomenen.

In Larkhall is het de kleur groen die voor zo veel opstand zorgt. De stad Larkhall ligt dichtbij Glasgow. Het is de enige stad waar de gevel van sandwichketen Subway niet groen, maar zwart is, waar de drogist het zonder de gebruikelijke groene kruis moet doen, en waar de hekken blauw geverfd zijn. Niet te vergeten dat ze vanwege de groene kleur “pishen” op het gras.

Maar waar komt deze haat nou eigenlijk vandaan? De voornaamste oorzaak is te vinden in voetbal. Wedstrijden tussen de blauwe protestantse “The Glasgow Rangers” en de groene katholieke “Celtic” – “The Old Firm” eindigen onvermijdelijk in rellen. Het is tijdens deze confrontaties tussen de hooligans in Larkhall dat de verkeerslichten gesloopt worden.

The Glasglow Rangers in opstand!

Op een gegeven moment kwam ik in contact met een “wee” Schotse dame die vroeger als lerares Engels werkte. Toen ik haar erover vroeg, vertelde ze mij dat alles in het dorp om sektarisme draait. Het woord sektarisme staat voor vooroordelen die gebaseerd zijn op religie – de haat voor groen is een van de meest extreme voorbeelden van sektarisme. Omdat groen symbool staat voor Katholicisme en Celtic, is er een groep die zich op geen enkele manier wil associëren met de kleur. De lerares vertelde mij dat het soms zelfs voorkwam dat wanneer studenten achter jouw voorkeur voor Celtic achterkwamen, een woede zich ontketende en stoelen naar je werden gegooid. Maar dat is niet het ergste wat er kon gebeuren. Een collega werd ooit zelfs neergestoken door deze vorm van sektarisme. Het is geen wonder dat er een algemene angst binnen de stad heerst, waar zelfs bedrijven deze kleuraversie volgen en de kleur proberen uit te roeien, wellicht uit angst voor de mogelijkheid om neergestoken te worden.

Heliographer-in-chief Nelson Miles

Amerika 1886

Bij het achtervolgen van de gewiekste Geronimo en zijn kleine bende Chiricahua Apache-indianen had Generaal Nelson Miles last van een gebrek aan goede inlichtingen over de beweging van de vijand door zijn geografisch complexe oorlogsterrein. De combinatie van de kennis van de Chiricahua-indianen over hun omgeving en hun uitmuntende kunde in ontsnappingen maakte een “hunt and kill”-tactiek lastig, zo niet onmogelijk toe te passen, en de inlichtingen die door verkenners werden verzameld (waarvan sommigen zelf Apache waren) bleken niet toereikend voor de taak, of onbetrouwbaar.

Om te slagen waar Generaal Crook had gefaald zou Miles de beweging van de vijand moeten kunnen zien en anticiperen met grotere precisie, en met een blik zo weids als het landschap zelf. Daartoe begon hij aan de bouw van een regionaal systeem voor herkenning vanuit de lucht, hetgeen werd bewerkstelligd door middel van de heliograaf op zonne-energie ofwel de “zonnetelegraaf”:

Inlichtingenpost op zonne-energie, circa 1886

Het net om vijanden mee te vangen

Volgens het verslag in de krant geschreven door voormalig signaaloperateur William Niefert:

Vanaf de top hadden we door de heldere atmosfeer een interessant uitzicht dat vele mijlen bestreek, zelfs over de Internationale Grens. Nogales, 50 mijl verderop, was duidelijk zichtbaar, en in oostelijke richting kon men een verrassende afstand overzien. De heliograaf, of “zonnetelegraaf”, zoals het vaak werd genoemd aan de frontier, is een instrument om signalen te versturen door het reflecteren van het zonlicht met gebruik van een spiegel. Oorspronkelijk werden metaalachtige spiegels gebruikt, maar in het gebruik waren zij lastig om helder te houden, en lastig te vervangen als ze ter plekke braken. Dientengevolge werden glazen spiegels ingezet en er is veel succesvol werk verricht met deze manier van signaleren. We gebruikten twee spiegels van 13 cm, geplant op zware houten palen die stevig in de rotsen werden verankerd. Verticale en horizontale hoekschroeven werden aan de spiegels bevestigd zodat ze konden worden gedraaid in iedere gewenste richting en in correcte positie met de beweging van de zon konden worden gehouden. Daar de flits per mijl 45 keer zo sterk wordt kan men deze met het blote oog lezen tot wel 50 mijl verderop.

Hoofdkwartier

Ondanks al deze moeite is er weinig bewijs dat de informatie die werd vergaard en doorgegeven door de heliografen directe invloed had op de vangst van Geronimo, die uiteindelijk werd volbracht door grondtroepen; troepen onder bevel van Luitenant Charles A. Gatewood, een man die Geronimo kende en door deze werd gerespecteerd als een dappere tegenstander. Generaal Miles reisde naar Skeleton Canyon voor de officiële overgave op 4 september 1886.

Sky Mirror, Anish Kapoor

De belangrijkste lessen van de Apacheoorlog hadden meer te maken met lichamelijke fitheid en tactische voorbereiding dan met inlichtingen over het oorlogsterrein. Anti-opstandconcepten, zoals flexibele respons, snelle reactie met nadruk op mobiliteit, lijkentelling en acties van kleine eenheden, werden alle bedacht en verfijnd gedurende de Apachecampagne, vanwege tactische noodzakelijkheden die werden gedicteerd door het ruige terrein en het karakter van de vijand.

Herkenning vanuit de lucht kan alleen effectief zijn in de context van het voorkomen van een opstand, als er een snellere en meer dynamische relatie is tussen inlichtingen en het inzetten van geweld. Het heliografische systeem van Generaal Miles had veel te veel punten (en streepjes) om te verbinden: van de verrekijker naar een code, vervolgens van de code naar de communicatie per spiegel, dan van de decodering naar een bevel, en uiteindelijk van het bevel naar de opsporingstroepen, via hetzelfde omslachtige circuit. De radio zou uiteraard deze lacunes aanzienlijk kleiner maken, maar de puurste uitdrukking van ‘Shock & Awe’ werd pas bereikt toen inlichtingenmiddelen zelf tot wapen werden gemaakt met de komt van de Predator Drones.

De vangst van Geronimo resulteerde in het verwijderen van de meeste Chiricahua van het woestijnlandschap dat de basis voor hun hele cultuur vormde; ze werden op spoorwagons gezet en naar Florida getransporteerd, naar een omgeving die zo vreemd voor hen was dat het net zo goed Madagaskar had kunnen zijn. Blootstelling aan nieuwe ziekten in combinatie met de shock van een klimaat en landschap dat sterk tegen hun cultuur en ervaring indruiste maakte dat velen onder de gevangen Chiricahua binnen het eerste jaar omkwamen. Dergelijke dynamische relaties tussen inlichtingen, identificatie, cryptografie, spoortransport en de dood zouden verder gearticuleerd worden in de jaren hierop.

De “High School Shooter” beweging bestaat uit een aantal studenten die op een gegeven moment besloten om hun klasgenoten, docenten, en andere werknemers op hun school of universiteit van het leven te beroven om vervolgens zelfmoord te plegen. Tekenend voor deze beweging is dat allen een aanzienlijke hoeveelheid geschreven, gefilmd, gefotografeerd, of anderzijds opgenomen materiaal achterlieten waarbij zij commentaar leveren en een context geven aan hun daden. Dit materiaal bestaat uit foto’s, films, gedichten, dagboeken, manifesten enzovoort. De volgende personen behoren tot de lijst van high school shooters (deze lijst is geenszins volledig): Eric Harris (1981-1999) en Dylan Klebold (1981-1999), Jeff Weise (1988-2005), Cho Seung-Hui (1984-2007), Pekka-Eric Auvinen (1989-2007) aen Matti Juhani Saari (1986-2008).

Harris en Klebold worden over het algemeen beschouwd als de oprichters van deze beweging. Op 20 april in 1999 vermoordden zij 13 en verwondden zij 24 personen op Columbine High School in Littleton, Colorado, USA. Deze gebeurtenis heeft een aantal kunstzinnige reacties en reflecties aangewakkerd zoals Bowling for Columbine (2002) door Michael Moore, en My Loose Threat (Canongate, 2002) door Dennis Cooper. Hierbij hoort ook Elephant (2003) door Gus van Sant, die stilistisch gebaseerd is op Elephant (1989) door Alan Clarke, over een reeks anonieme moorden in Noord-Ierland.

Meer recent zijn schrijver W.J. van Gerven Oei en kunstenaar Jonas Staal die met gebruik van de theorieën van Franse Situationist Guy Debord de High School Shooter beweging contextualiseren binnen de geschiedenis van (kunstzinnig) protest. In Refutation de tous jugements... (1975) gaat Debord in op de “society of the spectacle”. Hij behandelt bij voorbaat alle mogelijke kritiek op het werk en ontkracht deze onmiddellijk. Net zoals bij de High School Shooters, die volledige verantwoordelijkheid nemen voor hun daden, die zij zien als de ultieme en onvergelijkelijke mogelijkheid van verzet.

De publicatie Follow us or Die (Atropos Press, 2009) door van Gerven Oei en Staal geeft een overzicht van de geschreven stukken, films, en foto’s gemaakt door de High School Shooters, gecontextualiseerd binnen hun eigen werk.

Miniscule soldaten op een grote tocht.

Het wapen heeft een grote aantrekkingskracht.
Niet alleen op machtswellustelingen. Het wapen is mooi. Of het nu een Romeinse katapult is, een Indiaanse strijdbijl of een Amerikaanse jachtbommenwerper. Ik ken lelijke schilderijen, draken van auto's, maar een lelijk wapen, ik zou er zo gauw geen weten. Zelfs het meest moordzuchtige wapen is mooi. Kan dat wel zo? Moet het slechte niet automatisch lelijk zijn? Een landmijn is lelijk. Al helemaal de landmijnen waarop Mickey Mouse poppetjes zitten.

Kleine kinderen pakken ze op en boem, ze zijn hun handen kwijt. Er is een markt voor zulke mijnen omdat niets een vijandelijke samenleving zoveel ontregelt als zieke, verwonde, jengelende, kinderen.

Maar jachtvliegtuigen zijn mooi.

De MacDonnel F-4 Phantom jachtbommenwerper is mooi. Toch heeft hij in zijn lange loopbaan bij de Amerikaanse luchtmacht heel wat meer doden en verminkingen op zijn geweten dan alle landmijnen op de wereld bij elkaar.

Gevechtsvliegtuigen zijn mooi om hun organische vorm en hun hoogstaande techniek. Ik kan er niets aan doen. Dit jaar was het vijfentwintig jaar geleden dat er een einde kwam aan de Vietnam-oorlog. De kapitalistische Amerikanen trokken zich terug en lieten de communistische Vietnamezen met rust. Hoelang het Amerikaanse leger in Vietnam is ingezet weet ik niet. Het was lang. Het bommentapijt dat door de F-4 Panthom jachtbommenwerpers werd neergelegd, heeft het land in vuur en vlam gezet. Wat restte was een aslade. In die tijd zat ik op de middelbare school. Ik stuurde brieven naar Amerikaanse vliegtuigfabrikanten. Ik sprak mijn interesse uit voor een bepaald type gevechtsvliegtuig. Naar MacDonnel schreef ik, naar Douglas, Northrop, Boeing, Lockheed, North American, Convair. Ze reageerden altijd.

Daar kwamen de folders, vol prachtige kleurenfoto's. Ik knipte ze uit en plakte ze in een album waarop ik had geschreven in grote dikke letters: "Amerikaanse Gevechtsvliegtuigen In Vietnam". Dat album is nergens meer te vinden. Onder elke foto schreef ik hoe het vliegtuig dat erop stond bewapend was. Wat voor bommen het kon meedragen. Wat de actieradius was. De kruissnelheid. Enzovoorts. Vreemde hobby. Vreemde jongen. Ik zal veertien zijn geweest. Ik woonde in Amsterdam, het was eind jaren zestig. Twee kilometer woonde ik van het Spui, waar iedere zaterdagavond de provo's rond het Lieverdje hun maatschappijkritische happenings organiseerden. Er trokken grote demonstraties door de stad. Uit duizenden kelen werd geschreeuwd dat de Amerikanen zich moesten terugtrekken uit Vietnam, dat Johnson, de toenmalige Amerikaanse president, een moordenaar was. Er kwam een politieverordening. Wie schreeuwde dat de Amerikaanse president een moordenaar was, kon ervan op aan dat hij werd opgepakt wegens belediging van een bevriend staatshoofd. Dus klonk uit duizenden kelen dat Johnson een molenaar was. En iedereen hoorde wat hij wilde horen. Behalve ik, ik hoorde niets. Ik fietste met een tas vol boeken van huis naar school en van school naar huis. Als mijn huiswerk erop zat, lijmde ik plastic vliegtuigmodellen in elkaar.
Boeing B17 Flying Fortress / North American P51 Mustang: Queen of the Sky / Messerschmitt ME109 / Lockheed F104 starfighter / Convair F102 Delta Dagger. Ik las stripverhalen met in de hoofdrollen sterpiloten als Buck Danny en Dan Cooper. In de klas zat ik bij het raam naast een jongen, net zo vliegtuiggek als ik. Er kon geen verkeersvliegtuig overkomen over we keken elkaar aan en fluisterden: Tupolev 114, Douglas DC 10, BAC One-eleven, Boeing 707, Caravelle. Op den duur hoefden we niet eens meer te kijken, aan het motorgeluid hadden we genoeg. Aan mijn oren heeft het in ieder geval niet gelegen dat ik doof bleef voor wat ze op straat over de Amerikaanse president riepen.
Er is een leeftijd waarop bij jongens de wereld zijn intrede doet. De echte wereld van vlees en bloed. Dan moet de koele schoonheid van het ding, het ding om het ding, wijken. Niet helemaal toevallig dezelfde leeftijd waarop het meisje haar intrede in het jongensleven doet. Welk meisje de eerste was die de ban van de dingen verbrak, hou ik voor me. Op een dag stond ik op het achterbalkon van het ouderlijk huis, een stapel vliegtuigmodelletjes naast me, een katapult in mijn hand. Ik schoot ze stuk voor stuk op een blinde muur in de binnentuin. Vliegen was er niet bij. Alsof het kop en schoteltjes waren, legden ze het traject af en sloegen te pletter.