241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Openingsbeeld van de film TENSION

Openingsbeeld van de film TENSION

Hier volgt een introductie uit een lezing voor Studium Generale over Systemen. Hierin spreekt zij over hoe listig taal is om te spreken over systemen omdat het zelf een systeem is.

Deze lezing is onmogelijk. Eigenlijk kan ik beter zwijgen. Spreken, of liever: taal is een systeem. Mijn praten ondermijnt dus bij elk woord dat ik uit, het onderwerp waarover ik spreek: systeem. Hoe kan ik spreken over een systeem terwijl ik in systemen spreek, met andere woorden? Welke taal moet ik spreken? Elke afstand tot het onderwerp ontbreekt. Ik ben ongeloofwaardig. Mijn lezing is bij voorbaat mislukt, mijn presentatie een échec.

Where to begin? Par où commencer? Waar moet ik beginnen?
[Tine Melzer/Kasper Andreasen]

Structuren, systemen zie je niet onmiddellijk, zei Roland Barthes al in de ‘Nulgraad van het schrijven’ (1953). Je bevat ze niet direct, bent nauwelijks in staat het / een systeem in één oogopslag aan te wijzen en te benoemen. Het systematische karakter dat achter of in een object of verschijnsel schuilt dringt niet automatisch tot je door. ‘Everything has a schedule, if you can find out what it is’, aldus de Amerikaanse dichter John Ashbery. De school is een systeem. Wij zijn een systeem, zoals we hier staan. Je trui die je vanmorgen aangetrokken hebt is een systeem, maar je bent je nauwelijks bewust van het patroon dat eraan ten grondslag ligt. Je stond vanmorgen niet uitgebreid stil bij het productieproces waaruit je trui is voortgekomen. Of bij de reclamecampagne waar je pullie eerder in verscheen. Of bij het systeem dat aan je trui als object ten grondslag ligt: het systeem van steken en garen, breipennen, uren geduld en kopjes thee, als hij niet machinaal tot stand is gekomen. Over je trui als item in de schijnbaar grillige, maar over de langere termijn beschouwd systematische ontwikkeling in de mode dacht je niet na. Want aan jouw trui gaat, volledig onzichtbaar in eerste instantie, een geschiedenis vooraf: wat betreft kleur en materiaal en schnitt. Van veel systemen inherent aan een product hebben we, met andere woorden, aanvankelijk geen weet. Patronen, systemen komen vaak pas in tweede instantie aan het licht.

Van veel systemen weet je, vervolgens, niet of ze door de maker bedoeld zijn, ja of nee. Ligt het systeem ‘in the eye of the beholder’ of in het object dat wordt beschouwd? Zo belde Hanne me een aantal weken geleden of ik over systemen wilde spreken. Voor me lag op dat moment een krantje, de kunstenaarsuitgave, AfterGlow van Navid Nuur. Terwijl ik met Hanne in gesprek was, staarde de achterzijde van het blaadje me aan: op een foto figureerden op een tafelblad acht lucifers naast elkaar, de koppen in een oplopende graad verkoold. Of: de zwarte toppen beschreven een neergaande lijn. Het is maar hoe je het bekijkt. Tijdens het telefoongesprek, al pratend over systemen, vielen me ineens de horizontale nerven op in het tafelblad op de foto, waarmee de verticale stokjes een ritmisch raster vormden.

These are the days

2004-2010
lucifers

Ik wist niet zeker of het de intentie van de kunstenaar was dit laatste systeem van horizontale en verticalen in het beeld te integreren. Was het raster bedoeld of onbedoeld, bewust of onbewust aangebracht? Was het een consequentie van het eerste door mij waargenomen systeem, dat van de neerwaartse en oplopende diagonalen in het beeld? Of volgde het zien van het grit logisch op mijn overleg met Hanne, waarin het systeem in het werk van beeldend kunstenaars ter sprake kwam? En je kent dit fenomeen: denk aan de kleur rood en de stad lijkt vergeven van rood.

‘Tijdens het telefoongesprek, al pratend over systemen, vielen me ineens de horizontale nerven op in het tafelblad op de foto, waarmee de verticale stokjes een ritmisch raster vormden.’ Nadat ik die zin had genoteerd, veranderde ik, als variatie op mijn eigen woorden, het woord ‘stokjes’ in de tekst in het meer poëtische maar ook preciezere ‘houtjes’. En zodra ik de houten kwaliteit van de lucifers op de foto had benoemd, begonnen ze een wonderlijke overeenkomst of een contrast te vormen met de houten ondergrond waarop zij lagen. Of was de tafel een gelamificeerd oppervlak, waarop een nep houten tekening was gedrukt? Ineens zag ik het beeld anders. Het begon te bewegen. Of bestond de overeenkomst of het contrast tussen hout en hout enkel en alleen in tekst, omdat ik het benoemde, erover schreef?