241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

tumblr_mudn22T9dH1rqkjy0o2_1280pg

tumblr_mudn22T9dH1rqkjy0o2_1280pg

Modder, moeder aller materialen? Vunzig en onpeilbaar.
Keramisten noemen hun materiaal liefkozend/spottend modder en waarderen de manier waarop het een ding kan worden maar even zo goed weer kan verkrummelen.

‘Uit de klei getrokken’ is een intrigerend basaal kop en schotel servies. Lonny van Rijswijck, de ontwerpster gebruikte diverse soorten Nederlandse klei. Het bakproces maakten de verschillen in tint en textuur zichtbaar. Een gele vries-tint uit Limburg, Utrechts glanzend bruin, Brabo terra cotta. Die verschillen maken volgens de ontwerpster de “indrukwekkende maar ook onpretentieuze overeenkomsten tussen oorsprong en identiteit” zichtbaar.

Als artistiek concept is het uitermate geslaagd. Op functionaliteit en vormgevingskwaliteiten valt daarentegen af te dingen. Kortom: het tot servies geworden idee roept flinke discussie op. Niet in het minst door het materiaal. Klei komt voort uit modder, dat hoewel behept met een slecht imago, misschien wel de moeder aller materialen is.

Servies, Lonny van Rijswijck

Een cultuurhistorische duiding:
Voor In Items 1993/2 vroeg ik Benno Premsela, als designautoriteit naar mogelijke oorzaken voor de – toen nog - ondergeschoven situatie van Nederlandse ontwerpers. Premsela had de hoop al opgegeven. Hoe kon ons land “van verslepers van zand en modder” zich meten aan de toenmalige gidslanden Italië en Finland?

Onnodig dédain, klei komt voort uit modder, dat hoewel behept met een slecht imago, misschien wel de moeder aller materialen is.

Maar ook buiten Europa weet men raad met modder: zoals in de bogolans, kleiverfsels in Mali, waar men in leem imposante architectuur bouwt. Bij de onafhankelijkheidsviering in 1960 ontstond behoefte aan snel te maken feestkleding. De Malinezen herontdekten hiervoor de bogolan-techniek waarbij men met modder diepzwarte patronen op de stoffen drukt. Hieruit ontstonden jaarlijkse competities welke regio de mooiste bogolan maakte. In de jaren zeventig gingen ook Malinese kunstenaars en modemakers serieus met bogolan in de weer. Naast diepzwart werden ook druksels met briljant wit gemaakt.

Chris Seydou Mud Decoration Dress
Modeontwerper Chris Seydou presenteerde in Parijs in 1979 zijn wintercollectie met bogolan shawls en hoofddeksels in Keith Haringachtige motieven. De Nigeriaanse modeontwerper Alphadi breidde het bogolan-spectrum verder uit met blauw, groen en zelfs roze. Bij de dood van Seydou in 1994 had bogolan voor Mali net zo’n nationale status bereikt als het batik voor Indonesië.
Chen Zhen, World in out of the World, 1991
Terug naar de bron, het modder. Voor zijn installaties spoot de Frans-Chinese beeldend kunstenaar Chen Zhen (1955-2000) afvalvoorwerpen onder een laag modder. Door voorwerpen uit onze wegwerpmaatschappij met modder te bedekken, ontdeed Chen ze van alle technologische glamour en deculturaliseerde ze. De modder keert de lotsbestemming van de dingen en laat ze gepuurd terugkeren naar hun oorsprong, hun ziel en zaligheid.

I don't care it's muddy there/ it is my home […] My heart cries out for muddy water.’(Bessie Smith)

Muddy Water

Bessie Smith and her Blue Boys, Muddy Water, A Mississippi Moan Parlophone 78


Buiten Rio is een speciaal museum waar een particuliere collectie volkskunst te zien is, naar zeggen de grootste verzameling van Brazilië. Fransman Jacques van de Beuque reisde de hele wereld over en kocht gedurende veertig jaar de volkskunst op markten en fairs en winkeltjes. Daarna zorgde hij voor een huis om zijn collectie te tonen en dat is nu het museum Casa do Pontal.

De opstelling is veel cleaner dan in het andere museum over volkskunst in Rio de Janeiro. In alle ruimten zijn planken tegen de wand met daarop eindeloos veel keramieken beeldengroepen, een beetje alsof de verzamelaar gewoon alles wilde hebben, zonder een keuze te maken. De collectie is ook wat eenzijdiger. Het beste deel van de collectie is bijna onvindbaar, verstopt in een klein kamertje achter een onopvallend gesloten deur; de hilarische verzameling ‘arte erotica’, dagelijkse tafereeltjes van klei maar dan over seks, met veel overdrijving en humor. De plasticiteit van het medium klei leent zich daar uitstekend toe. Er was veel te ontdekken ondanks dat het licht voortdurend uitging zodat je weer door de sensor heen moest lopen om verder te kunnen kijken.

Nain Bebe luneville
Nain
Nicolas bebe
Nain Bebe luneville

Tijdens zijn leven was hij speelgoed voor de adel. Na zijn dood solde de wetenschap met zijn skelet. En in 2003 verbrandde het porseleinen beeld dat de herinnering aan de piepkleine hofnar Bede levend moest houden.

Een minidrama stond vermomd als klein bericht in de krant; het kleine Versailles', het kasteel van Luneville in Lotharingen, was door een grote brand verwoest.

Weg is nu ook de prachtige verzameling porselein. Weg is ook het aardewerken beeld van Le Nain Bébé, de kleine hofnar van koning Stanislas Leszcinski. Deze Stanislas was verdreven uit polen. Zijn schoonzoon koning Lodewijk 4 van Frankrijk had hem in 1737 benoemd tot hertog van Lotharingen en het in 1723 voltooide kasteel van Lotharingen ter beschikking gesteld.

De Nain Bébé- dwerg baby zoals hij werd genoemd- is in 1741 als Nicolas ferry in een boerengezin geboren. Hij was 25 cm lang en woog nog geen 5 ons.hij groeide uit tot 89 centimeter. Hij zag er aardig uit maar was waarschijnlijk zwakbegaafd. Toen hij aan het hof was gebracht heeft men zonder succes gepoogd hem te leren lezen en schrijven. hij kon alleen een beetje dansen. Hij werd indertijd koppig, opvliegend, lui en jaloers genoemd, bovendien 'sensueel' en ook nog een smulpaap. Hij was een grote bezienswaardigheid, die als een levende pop werd behandeld. er werd voor hem een mini kasteel gebouwd van anderhalve meter hoog dat op schaal werd ingericht. het stond in een van de kamers van het kasteel. Als hij kwaad was trok hij zich daarin terug. Als Stanislas hem liet roepen deed hij een raam open en zei waardig: 'zeg tegen de koning dat ik er niet ben.'

Hij had een vreselijke hekel aan lawaai. Als de koning triktrak speelde, maakte hij zo'n toestand dat de koning wel op moest houden. Die zette hem dan op tafel waar hij van de stenen torens ging bouwen. ook had hij een eigen koetsje dat door geiten werd getrokken en dat hij zelf mende in de tuinen van het paleis. de dames aan het hof hadden veel plezier in hem. Hij verstopte zich graag vooral onder hun rokken, vandaar zeker dat hij 'sensueel' werd genoemd. Bovendien fungeerde hij als spion van de koning. Hij ving heel wat roddels op, ik denk dat dit ook kwamdoordat hij als non persoon werd beschouwd. Arme Bébé. Hij fungeerde als speelgoed voor de adel.

Een afgezant van keizerin Elizabeth van Rusland heeft zelfs geprobeerd Bébé te stelen. In 1957, Bébé was toen 18 jaar, kwam gravin Humniecka, familie van Stanislas, op bezoek in het paleis. Zij had een Poolse dwerg bij zich, 22 jaar oud, die graag Boruslawski werd genoemd.Ze reisde met hem de Europese vorstenhuizen rond. Hij was zeer ontwikkeld en sprak zelfs drie talen.hij 'straalde van jeugd en vitaliteit', terwijl Bébé al aan het verouderen was. Deze Boruslawski verontschuldigde zich bij Bébé, omdat hij slechts 75 jaar groot, nog kleiner was dan Bébé. Ebbe legde uit dat hij ziek was geweest en daarom was gegroeid! hij was zo jaloers op de Pool dat hij probeerde hem in het haardvuur te werpen. (de Poolse dwerg is trouwens 98 jaar geworden en is op 40 jarige leeftijd met een meisje van een normaal postuur getrouwd bij wie hij tweekinderen heeft gekregen.)

In zijn laatste levensjaren verouderde Bébé snel. Hij kwijnde weg, waarop men een vrouw voor hem zocht, Therese Vouvray, 90 cm groot. nog voordat hij zich met haar kon verloven werd bébé ernstig ziek. Stanislas liet zijn moeder komen in wier armen hij op 9 juni 1764 is gestorven, 22 jaar oud. Stanislas was aangedaan door zijn dood, maar liet toch zijn Zweedse lijfarts samen met de chirurgijn het lichaam van Nain tot op het bot ontleden. Het skeletje werd in een grote bokaal naar het museum voor natuurlijke historie in Parijs gestuurd waar het zich nog steeds bevindt. Zo werd ook na zijn dood nog met de kleine man gesold.

Niet alle herinneringen aan de kleine hofnar zijn verdwenen. in het historisch museum van Nancy hangt nog een portret van hem. Op dit schilderij is hij afgebeeld een prachtig blauw uniformpje met tressen. Hij kijkt ons uitdagend aan. Zijn rechterhand rust op de kop van een grote hond. In een vitrine ernaast liggen enkele van zijn inmiddels verschoten kleertje