241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Chris Reinewald (1955, Amsterdam) werd ooit aan de Gerrit Rietveld Academie opgeleid als beeldend kunstenaar maar is daar uiteindelijk toch over gaan schrijven. Eerst voor Plug, het blad van het Cultureel Jongeren Paspoort. Daarna volgden Het Parool, Elegance, Tableau, het Financieele Dagblad. Voor deze laatste twee schrijft hij nog steeds: over schilderkunst maar vooral ook over toegepaste kunst.

Reinewald werkt verder als extern hoofdredacteur van het vakblad Museumvisie, een uitgave van de Nederlandse Museumvereniging over de vakmatige aspecten van het (meestal niet-kunst) museum.

De logeerkamer bevindt zich ergens in de buitengewesten van het huis. Twee trappen op en dan de deur aan je rechterkant. Die deur is meestal dicht.

De bewoners houden zich elders in huis op. Soms gaat de deur van de logeerkamer kreunend van het slot: voor een onverwachte gast. die de trein had gemist. Of wiens auto pech kreeg. De logé, met een inspannende dagreis achter de rug - ook al duurde die maar enkele uren - heeft maar één verlangen: een bed om in te slapen. Met je ogen dicht zie je toch niet waar je slaapt. Grappig, dat anachronistisch allegaartje aan lakens, deken, kussenslopen.

Wat maakt dat uitzicht op de blinde muur uit? Niks toch. Helemaal geen raam in het afgetimmerde loze hoekje onder de daken? Er staat een ventilator voor als het te warm wordt. Morgen toch weer vroeg op, meteen de deur uit.

Dorien Boland, logeerkamer, Dinxperlo,1998

Logeerkamers herbergen behalve de dankbare passant voornamelijk goede bedoelingen die gastvrijheid suggereren. Want het matras heeft een kuil en dat slaapt niet echt geweldig. Ook niet na veertien keer van de linker op de rechterzij en weer vice versa. Het metalen spiraal kraakt lijdzaam. Het ruikt onbestemd. Naar natte honden of halfvergane rubberen regenjassen. Zoiets.

De logé in bed voelt zich in bed liggen met alle mensen die ervoor in deze logeerkamer overnachtten. Lampen, meubels, muren vertonen "de sporen der jaren na een leven vol zorg en vol plicht" (om Gert Timmermans 'Eerbied voor jouw grijze haren' te parafraseren.) Hoeveel keer stootte het metalen voeteneind wel niet tegen het ooit olijke behang dat er op die plaats als een melaatse is gaan uitzien. En wie of wat heeft die merkwaardige putjes in de muur veroorzaakt? (Je Oom Bert kon vaak zo driftig zijn.) De grillige, grijze vlek op het sprei is vast van de Duitse herder, die in 1982 zo moest kotsen, voordat hij een spuitje kreeg. (Ach, wat sliep hij toch graag op de logeerkamer.)

Dorien Boland, logeerkamer, Dinxperlo, 1998

Ze weten het niet maar niet alleen de logé, ook de meubels zijn op doorreis. Dertig jaar geleden begon hun bestaan als pronkstuk in de huiskamer. Toen begon de weg terug. Ze raakten gedateerd en toen waren ze op een kwade dag rijp om op de logeerkamer geparkeerd te worden.

Noem het duurzaamheid, noem het zuinigheid. Droef blijft het in ieder geval om ze daar te zien, met een verlepte flair, in het voorgeborchte van de zolder. Daarna wacht een andere eindbestemming: als grof vuil langs de stoeprand. Want kleinkinderen, die op kamers gaan, halen hun neus op voor de spullen uit oma's logeerkamer. (Zo duur is IKEA nu ook weer niet.) De opkoper-die-alles-koopt wil ze best meenemen naar de gemeentelijke vuilstort maar alleen met geld toe.

Zover is het nog niet. De logeerkamer wacht en veroudert zienderogen, sterft uit. (Er is kamernood. Nederland is er te klein behuisd om kamers ongebruikt te laten. Het land zelf is weer klein genoeg om je in de auto tijdig weer naar je eigen bed te brengen.)

Ooit treft een slopersbal de gevel en storten muren en verdiepingen ineen. Alleen de achtermuur staat nog even. Ergens hoog boven zal fier het gebloemde behang van de logeerkamer in de wind wapperen.

logeerkamer, De Heurne, 1998

tumblr_mudn22T9dH1rqkjy0o2_1280pg

tumblr_mudn22T9dH1rqkjy0o2_1280pg

Modder, moeder aller materialen? Vunzig en onpeilbaar.
Keramisten noemen hun materiaal liefkozend/spottend modder en waarderen de manier waarop het een ding kan worden maar even zo goed weer kan verkrummelen.

‘Uit de klei getrokken’ is een intrigerend basaal kop en schotel servies. Lonny van Rijswijck, de ontwerpster gebruikte diverse soorten Nederlandse klei. Het bakproces maakten de verschillen in tint en textuur zichtbaar. Een gele vries-tint uit Limburg, Utrechts glanzend bruin, Brabo terra cotta. Die verschillen maken volgens de ontwerpster de “indrukwekkende maar ook onpretentieuze overeenkomsten tussen oorsprong en identiteit” zichtbaar.

Als artistiek concept is het uitermate geslaagd. Op functionaliteit en vormgevingskwaliteiten valt daarentegen af te dingen. Kortom: het tot servies geworden idee roept flinke discussie op. Niet in het minst door het materiaal. Klei komt voort uit modder, dat hoewel behept met een slecht imago, misschien wel de moeder aller materialen is.

Servies, Lonny van Rijswijck

Een cultuurhistorische duiding:
Voor In Items 1993/2 vroeg ik Benno Premsela, als designautoriteit naar mogelijke oorzaken voor de – toen nog - ondergeschoven situatie van Nederlandse ontwerpers. Premsela had de hoop al opgegeven. Hoe kon ons land “van verslepers van zand en modder” zich meten aan de toenmalige gidslanden Italië en Finland?

Onnodig dédain, klei komt voort uit modder, dat hoewel behept met een slecht imago, misschien wel de moeder aller materialen is.

Maar ook buiten Europa weet men raad met modder: zoals in de bogolans, kleiverfsels in Mali, waar men in leem imposante architectuur bouwt. Bij de onafhankelijkheidsviering in 1960 ontstond behoefte aan snel te maken feestkleding. De Malinezen herontdekten hiervoor de bogolan-techniek waarbij men met modder diepzwarte patronen op de stoffen drukt. Hieruit ontstonden jaarlijkse competities welke regio de mooiste bogolan maakte. In de jaren zeventig gingen ook Malinese kunstenaars en modemakers serieus met bogolan in de weer. Naast diepzwart werden ook druksels met briljant wit gemaakt.

Chris Seydou Mud Decoration Dress
Modeontwerper Chris Seydou presenteerde in Parijs in 1979 zijn wintercollectie met bogolan shawls en hoofddeksels in Keith Haringachtige motieven. De Nigeriaanse modeontwerper Alphadi breidde het bogolan-spectrum verder uit met blauw, groen en zelfs roze. Bij de dood van Seydou in 1994 had bogolan voor Mali net zo’n nationale status bereikt als het batik voor Indonesië.
Chen Zhen, World in out of the World, 1991
Terug naar de bron, het modder. Voor zijn installaties spoot de Frans-Chinese beeldend kunstenaar Chen Zhen (1955-2000) afvalvoorwerpen onder een laag modder. Door voorwerpen uit onze wegwerpmaatschappij met modder te bedekken, ontdeed Chen ze van alle technologische glamour en deculturaliseerde ze. De modder keert de lotsbestemming van de dingen en laat ze gepuurd terugkeren naar hun oorsprong, hun ziel en zaligheid.

I don't care it's muddy there/ it is my home […] My heart cries out for muddy water.’(Bessie Smith)

Muddy Water

Bessie Smith and her Blue Boys, Muddy Water, A Mississippi Moan Parlophone 78