241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Het idee voor Orto Parisi vindt deels zijn oorsprong bij mij grootvader, Vincenzo Parisi, die zijn beide behoeftes in emmers verzamelde om vervolgens ermee de tuin te bemesten.

In zijn tuin hing de sfeer van het oneindige.

Ik werd er zowel door afgestoten als aangetrokken.

MANIFESTO

Daar waar het lichaam het meeste geur draagt is waar de ziel zich het meeste verzamelt.

Voor ons zijn deze geuren onaangenaam omdat het teveel aan ziel ondraagbaar is geworden. Onze innerlijke dierlijkheid wordt door de beschaving waarin wij leven onderdrukt en gebroken.

Dit project is mijn tuin die ik geplant, bemest, geteeld en geoogst heb.

Orto Parisi stelt dat ons lichaam als een tuin wordt ervaren, en dat zijn geuren de ziel werkelijk weerspiegelen.

Orto Parisi is voor degenen die de tijd grijpen om de geuren van het leven te ervaren en te verspreiden.

BERGAMASK

‘Bergamot’ is een zeer frisse citrusvrucht.

‘Mask’ zoals de geur van muskus dat afgescheiden wordt door een verse vangst.

VIRIDE

Komt uit het Latijn en betekent ‘groen’.

GROEN/VIRILITEIT

STERCUS

Het Latijnse woord voor ‘ontlasting’.

BRUTUS

Verwijst naar de Romeinse senator Marcus Junius Brutus, die bekend stond om zijn klungelige spraak.

BOCCANERA

Boccanera betekent ‘donkere mond’ in het Italiaans. De natuur biedt donkere holtes die sensualiteit uiten op een duistere erotische manier.

Er bestaat een leger bus- en tramgekken, mensen die alles van bussen en trams weten. Dat is niet uitzonderlijk. De foto's die Robert E. Jowitt van zijn hobby maakte zijn dat wel, omdat hij er een extra onderwerp aan toevoegde: de vrouw. Ruim dertig jaar geleden besloot de Engelsman Robert E. Jowitt zich geheel te wijden aan de passie van zijn jeugd: bussen, trams en trolleybussen. Hij had geen zin meer om alleen in de vakantie naar zijn beminde vervoermiddelen te zoeken. Zijn liefde moest het hele jaar opgaan.

Voor een miniatuur als een Dinky Toy had hij geen belangstelling. Zo'n kinderlijke verzameling stak maar pover af bij de werkelijkheid Hij wilde elke bus in zijn natuurlijke omgeving, te midden van huizen, voorbijgangers en het verkeer.

Het lag het meest voor de hand dat hij ze ging fotograferen. Zo gebeurde het ook. Van Heidelberg tot Marseille, van Geneve tot Rotterdam, van München tot Lissabon, in heel Europa zag hij nog de meest uiteenlopende ouderwetse modellen in bedrijf. Een Carris met zijn gietijzeren deuren uit 1930, een Renault met gebogen open balkon uit 1935, een Daimler met zijn smalle motorkap uit 1950. Hij fotografeerde de bussen niet alleen maar maakte ook aantekeningen over hun uiterlijk en capaciteit. Het aantal zitplaatsen en staanplaatsen, een gewijzigde route of een lijn die een ander nummer had gekregen, niets ontsnapte aan zijn aandacht.

Jowitt werd een idiot savant van bus en tram. Daarin stond hij niet alleen. Hij wist heel goed dat hij nu tot een leger bus- en tramgekken hoorde. Sommige geestverwanten kennen zelfs een hele dienstregeling uit hun hoofd. Maar niemand legde zo'n grondige documentatie van de Europese gemeentelijke vervoersmiddelen vast.

Op de eerste foto's is de bus soms niet meer dan een vlek in de verte. Een andere keer zie je het glas en het metaal van heel dichtbij alsof de minnaar elke afstand wil overbruggen.In de meeste gevallen vormt de bus het hart van het stadsgezicht. Hoe klein of groot je het voertuig ook ziet, in het begin overheerst het de huizen, de gebouwen, het andere verkeer en de voorbijgangers.

De onderneming van Jowitt zou alleen maar buitenissig zijn geweest als het bij de bus was gebleven en zich binnen de voorstelling niet een ander beeld had ontwikkeld. Het maakt er eerst onopvallend deel van uit. Niemand zal er extra aandacht aan besteden. Misschien dat Jowitt het zelf niet eens zag. dan verliest het zijn argeloosheid om ten slotte gelijkwaardig aan de bus te worden. het komt tot uitdrukking in de titel van het laatste busboek dat de fotograaf samenstelde: The Girl in the Street or the Bedside Bus Book. Er is op de driehonderdvijftig voorstellingen van alles te zien: trottoirs, lantaarnpalen, winkelruiten, verkeersborden, plantsoenen, terrasstoelen, schaduwenregenplassen en andere oude bekenden van het stadsgezicht. Hoe de foto's ook steeds van elkaar verschillen, je ziet steeds een bus en een meisje of vrouw. Ze kan in de bus zitten of er een paar honderd meter van verwijderd zijn, ze loopt naar de bus toe of hij valt haar niet eens op.Ze neemt het grootse deel van de foto in beslag met de bus als stip of we zien alleen haar been dat achter de grote bus te voorschijn komt.

Jowitt wijkt niet van dit uitgangspunt af. Alleen met een bus en een vrouw heeft een stadsgezicht een reden tot bestaan. Die voorwaarden zijn zo uitzonderlijk dat de beschouwer een lachbui moet bedwingen. Waarom aanvaard iemand een plein of een straat pas als hij een volkomen willekeurige tegenstelling ziet.

Het antwoord van Jowitt is heel eenvoudig. Als hij in een vreemde stad een bus of een trambestudeerde keek hij ook vaak naar de meisjes die hem voorbijgingen. Het was niet meer dan logisch dat hij ook aan hen, net als de bus, een opvallende plaats gaf. Hoe moest Jowitt al die foto's in zijn boek rangschikken? Hij had het in chronologische volgorde kunnen doen. Een indeling naar steden of landen was ook mogelijk. Die twee volgordes vond hij te simpel. Hij wilde vooral de gewijzigde mode goed laten uitkomen. Daarom plaatse hij foto's uit verschillende tijdperken vlak naast elkaar.

Hij begint met het haar. kort, lang, paardenstraat, vlecht, henna, de kleinste krullen, punk en natuurlijk de hoed. dan is de kleding aan de beurt. Petticoat, minirok, lange rok en de individuele varianten. schoenen tassen, stuk voor stuk komen ze aan de beurt. In de beschrijving van het uiterlijk van de meisjes probeert hij net zo nauwkeurig te zijn als in de beschrijving van de bussen en de trams. Wat heeft Jowitt voor ogen gestaan? een grappige foto, dat spreekt vanzelf. Tegelijkertijd moet hij hebben gedacht dat met al die gegevens de voorstelling exact werd beschreven. Maar juist door de precisie ontworstelt het beeld zich aan zijn woorden.

Als het haar Jowitts leidraad is springen de schoenen in het oog. Bij de serie met de handtas als belangrijkste motief vraagt de rok om net zoveel aandacht. Als het om de mouwloze jurk gaat dwaalt de blik weer af naar de schoenen.En steeds staat of rijdt daar de bus die ook nog van een bouwjaar of andere bijzonderheden moet worden voorzien. het is Jowitt niet ontgaan dat zijn modellen voor de meest uiteenlopende categorieën in aanmerking komen. Bij een foto wordt niet vaak naar een andere foto verwezen, maar Jowitt schrijft 'zie ook handtas' of 'zie ook blote rug' als die twee duidelijk buiten een scherp gekozen onderwerp vallen.

The Girl in the Street is een boek om bij te grinniken. Het heeft veel weg van een parodie op een foto en haar interpretaties, al is het waarschijnlijk helemaal niet zo bedoeld.

Robert E. Jowitt: The Girl in the Street or the Bedside Bus Book, Peter Wooller, Transport Beaux Arts & Belles Lettres, Walford. Soms nog te vinden via het internet.

Deze tekst is gepubliceerd in het NRC Hnadelsbladvan 26-6-1992 en met toestemming van de auteur overgenomen.

De aanschaf van mijn eerste digitale camera, betekende direct het einde van enige terughoudendheid op het gebied van foto’s maken. Het was het begin van mijn transformatie tot fulltime Japans toerist, continu klikkend bij alles wat in de verste verte ook maar enigszins interessant zou kunnen zijn. Dit resulteerde in eindeloos veel foto’s van vertederende poesjes op straat, vrouwen met dikke billen die voor je lopen, jezelf in elk denkbare setting van deze wereld, iedereen waar je langer dan vijf minuten mee gepraat hebt en foto’s van je eigen op bed liggende benen in een hotelkamer. Opeens had ik eigenlijk van alles een foto. En dat lijkt natuurlijk heel leuk, maar dat is het niet.

Ik weet nog dat ik vroeger op vakantie van een maand slechts twee rolletjes mee nam van 24 foto’s. Was de rijst die in de vorm van een beertje op ons bord was geserveerd wel of niet een foto waard? Nu maak ik er gedachteloos twintig achter elkaar in de veronderstelling dat de ideale foto er vanzelf wel bij zal zitten. De euforie van het zoveel foto’s maken als je wilt is er wel vanaf, al zal ik tegelijkertijd ook nooit meer terug kunnen naar het beperkte foto’s maken met fotorolletjes, daar is het nu simpelweg te laat voor. Ik moest dus vooral een nieuwe manier vinden om met mijn digitale camera om te gaan.

Mijn eerste prioriteit was wat orde scheppen in mijn fotoarchief, dat inmiddels uit duizenden foto’s bestond. Ik besloot een Flickr-account te nemen. Voor alle mensen die onder een steen hebben gewoond: Flickr is een site waar mensen online hun fotocollecties kunnen beheren en delen met elkaar, en daarmee ook gelijk het grootste online fotoarchief van de hele wereld. Er worden per minuut ongeveer vijfduizend nieuwe foto’s ge-upload en het totale aantal foto’s is meer dan driehonderdmiljoen.

Het online zetten van mijn fotoarchief en het daarmee toegankelijk maken voor iedereen, dus ook voor mijn eventueel toekomstige geliefde (je weet maar nooit) maakte dat ik weer kritisch ging kijken naar mijn foto’s om uiteindelijk alleen mijn beste foto’s online te zetten. Er ontstond een verzameling die qua kieskeurigheid gelijk was aan die die was ontstaan als ik met rolletjes had geschoten.

Maar er gebeurde ook iets anders. Foto’s die ik puur uit verveling had geschoten, zoals de foto van mijn eigen behaarde benen die lagen op een bed met een roze bloemetjesdekbedovertrek in een treurig hotel waar ik helemaal in mijn eentje was omdat ik een dodelijk saai congres in Bergen op Zoom moest bijwonen, bleken opeens door de selectie te zijn gekomen.

Het was een foto die ik nooit gemaakt had als ik er over na had moeten denken, maar die ik op een bepaalde manier toch interessant vond door de totale treurigheid die eruit sprak.

Een paar dagen later kreeg ik een mailtje. Op Flickr heb je verschillende groepen die foto’s rond een thema verzamelen. Ik kreeg een mailtje van de beheerder van de groep ‘Sitting in my Hotel Room’ of ik de foto wou toevoegen aan de groep. Ik nam er eerst een kijkje en vond bijna tweeduizend foto’s genomen door mensen die alleen op hun hotelkamer zaten. Veel van deze foto’s waren op zichzelf hele lelijke, oninteressante foto’s. Je ziet bijvoorbeeld enkel een televisiescherm met daarboven een schilderijtje van een berglandschap of een vanuit een raam gefotografeerd uitzicht over een stad vol wolkenkrabbers. Foto’s die eruit zien alsof je ze al duizend keer gezien hebt, en veel ervan ook nog van een hele slechte kwaliteit.

Maar toch gebeurde er iets magisch, toen ik al deze foto’s bij elkaar zag. Opeens zag ik al die duizenden, miljoenen mensen voor me die elke nacht ergens ter wereld moederziel alleen die nacht doorbrengen in een anoniem hotel, met als enige gezelschap hun digitale camera. Door al deze foto’s bij elkaar te zien werd de treurigheid enorm uitvergroot, want in dit enorme fotoarchief lijkt de wereld enkel te bestaan uit eenzame hotelmensen. Tegelijkertijd heeft het een troostende werking: al die mensen zijn niet alleen, ze komen samen op deze site.

Ik vond nog een groep die aansloot bij dezelfde foto: ‘Bored Leg Cult’. In deze groep vind je voornamelijk foto’s van mensen die overal ter wereld foto’s nemen van hun eigen benen, soms staand, meestal liggend en om duidelijke redenen altijd zonder bovenlijf. Het leuke was dat deze groep de context van dezelfde foto compleet veranderde. Tussen alle hotelfoto’s werd het een treurige foto, maar in deze groep, tussen al die andere van het lijf afgesneden benen, werd hij juist vrolijk en grappig.

Al snel bleek dat ik groepen kon vinden voor bijna al mijn foto’s. Er zijn groepen voor foto’s van honden gefotografeerd als mensen; ergens achter gelaten winkelwagens; etenswaren die zichzelf opeten; poezen met hoedjes; de kleur rood; mensen met aids: je kunt het zo gek niet verzinnen of je hebt er een groep voor. En het gekke is dat elke keer als ik een foto toevoegde de context compleet veranderde. De foto staat niet meer op zichzelf maar behoort tot een reeks. Hoe anders kijk je naar de foto van mijn in een weiland achter gelaten winkelwagen als je hem ziet tussen meer dan duizend foto’s van wagens in woestijnen, zompige slootjes, prachtige stranden of hangend in bomen?

En zo ontstaat er een collectie die een enkele fotograaf nooit had kunnen maken, want wie weet er nu zoveel verlaten winkelwagens te vinden? Een collectie bestaande uit enkel foto’s die misschien wel allemaal zonder al te veel nadenken zijn gemaakt en toch met elkaar iets groters vormen.

Dineren met de president

Dat elke goede kunstenaar een thema, een terugkerend motief heeft, werd me op de academie geleerd. Series, concepten, liefst in een herkenbare stijl. Na de academie was het niet anders. Mensen kijken naar je werk en dan komt onherroepelijk de vraag: waar gaat het over?

Probeer daar maar eens een bevredigend antwoord op te geven als je niet echt van de herkenbare stijl en de archetypische thema’s bent. Ik bedenk nooit iets in theorie en voer het vervolgens uit. Ik moet leven wat ik maak. Mijn ontwikkeling gaat door werk maken. Het werk vraagt. Er ontstaat een dialoog tussen het werk en mij. Dingen vallen af, komen later weer terug, dingen verdwijnen voorgoed, dingen blijven. Als er geen vragen meer komen, is het werk af.Het werk leert mij en niet andersom. Het werk is een verhaal dat zich steeds op verschillende manieren aan je voordoet. Het thema is het verhaal dat je steeds op verschillende manieren vertelt. Ze zijn er al, zoals jij er al bent. Je moet het alleen ontdekken.

Ik laat me leiden door dat waar mijn oog op valt. Waar mijn liefdes liggen, verdriet, verwondering, angsten. Zonder me af te vragen of het binnen mijn thema valt. Zolang je trouw blijft aan jezelf valt alles wat je roert binnen het thema. Ik ben het thema. Dit is mijn wereld.

Een van de dingen die ik doe is verzamelen. Waarom ik een verzameling begin, kan ik van tevoren nooit zeggen. Ik verzamel zonder me druk te maken of wat ik verzamel binnen mijn werk valt. Dat komt later pas. Of niet. Ook goed.

Dit is mijn verzameling ‘Dining with Presidents’.Dertig borden uit serviezen waar Amerikaanse Presidenten, hun familie en hun gasten van hebben gegeten.Het begon met een foto van een gedekte tafel in het Witte Huis ten tijde van de Clintons. Glazen, kaarsen, een uitbundig bloemstuk, en een bord. Een bord dat al gauw niet zomaar een bord bleek te zijn.

Bij de oprichting van de Verenigde Staten op 4 juli 1776 moest er een leider aantreden. Hoeveel macht zou deze leider krijgen? Het enige wat de Founding Fathers zeker wisten was dat het staatsbestel na de Onafhankelijkheidsoorlog in niets mocht lijken op de Engelse aristocratie. Maar al té libertijns kon ook niet, anders zouden de Europese monarchieën de Verenigde Staten niet als land erkennen. Geen democratisch land ter wereld waaraan de Verenigde Staten zich konden spiegelen. Hoe dan?
Als er gasten kwamen, binnenlandse, buitenlandse, hoe moest hun leider ze ontvangen, thuis? Hoe moest hij worden aangesproken? Zeker niet zoals koningen werden aangesproken, niet sire, niet majesteit. Na talloze vergaderingen werd besloten dat de leider moest worden aangesproken zoals het nu nog steeds gebeurt: met Mister President. Ook over de titel van de presidentsvrouw werd gesteggeld. Mrs Presidentress is nog overwogen, uiteindelijk werd het First Lady.

De rest mochten de president en zijn vrouw voor het merendeel zelf uitzoeken. Een grote rol daarin was weggelegd voor de First Lady. In de inrichting van het presidentiële huis, in het ontwerp van het presidentiële servies moest zij de aspiraties van het nieuwe land en de ideeën over leiderschap tot uiting laten komen. Dat is nog steeds zo.

Toen ik daar achter kwam, wist ik waarom de borden me zo aantrokken. Ik ben altijd op zoek naar tastbare, persoonlijke verhalen achter politieke, historische processen. Die borden zijn precies dat. Ze zijn de belichaming van wat presidentsvrouwen door de eeuwen heen dachten dat de politieke idealen van de VS waren. En je kunt er nog van eten ook.

In kookboeken, in notities van presidentiële chef-koks, in dagboekfragmenten en bewaarde briefwisselingen tussen de First Lady en porselein fabrikanten kwam ik de overwegingen tegen, hoe de opdrachten luidden. In het begin staat het ontwerp van het Witte Huis servies sterk onder Franse invloed. De leiders van de Amerikaanse revolutie hadden in Frankrijk revolutionaire inspiratie opgedaan voor ze aan hun eigen strijd begonnen. Op terugreis namen ze koffers mee vol Frans servies en meubelen. Omdat er nog geen porselein in de VS gemaakt kon worden, bestelden ze het in Frankrijk. Dat is de reden dat de adelaar op de eerste borden meer een Franse lijkt dan de latere Amerikaanse zeearend.

Weduwnaar Thomas Jefferson, derde president en Founding Father, hield het simpel en persoonlijk met het presidentiële monogram in het centrum. Elizabeth Monroe benadrukte de pijlers van de Amerikaanse maatschappij: Strength, the Arts, Commerce, the Sciences and Agriculture.
Vanaf 1845 breekt een meer nationalistische periode in Amerikaanse politiek aan. Mrs. Lucy Hayes kiest voor servies dat in de VS geproduceerd is. Met daarom Amerikaanse flora en fauna. Mrs. Caroline Harrison komt met de maïskolf en guldenroede als symbolen van Amerika’s overvloed en schoonheid.
Dan steekt in 1893 de hang naar grandeur de kop op. Het majestueuze van een Europese paleisinrichting was niet langer verwerpelijk. Sterren duiken op, op basis van: “De ster is een symbool van het hemelse en goddelijke doel waarop de mens zich al richt sinds mensenheugenis.”*)1


De naoorlogse welvaart wordt belichaamd in het bord van Eisenhower met de puur gouden rand. Vanaf dat moment is het ruim baan voor goud. Truman, Reagan, zelfs de Clintons, allemaal letterlijk goud wat er blinkt. De tijd van de overmacht van de financiële wereld dient zich aan.

*)1 Uit het boek "Our Flag", gepubliceerd in 1977 door het Huis van Afgevaardigden; over de Flag Act die werd aangenomen door het Continentale Congres op 14 Juni, 1777.

Wat betekent verzamelen en waarom doen mensen het?Is verzamelen een hobby of is het een dwangneurose?

Een kunstverzamelaar zal niet vaak spreken over een neurose maar over een passie. Een muntenverzamelaar zou wel een dwang kunnen hebben om de verzameling 'compleet' te maken maar spreekt vaak ook over een passie of interesse.

Wanneer is een verzameling compleet en wanneer kun je stoppen met verzamelen of beginnen aan de volgende verzameling? Ik verzamel veel spullen zoals oude super8 camera's, retro spelcomputers, stoelen, muziekinstrumentjes en nog veel meer. Waarschijnlijk doordat ik moeilijk iets kan weg gooien en makkelijk dingen op de rommelmarkt koop. Ik verzamel geen kunst. Kunst ruil ik soms of krijg ik van vrienden en collega's.

Mijn grootste verzameling is een collectie foto's van ingepakte steigers tegen gevels.Met deze verzameling begon ik nadat ik voor de tentoonstelling 'Het weiland dat beroemd wilde worden' bij Dertien Hectare een kasteel had neer gezet van 25 vierkante meter. Dit 'kasteel' was ingepakt met wit 'steiger ‘doek.

Een paar jaar later maak ik nog vrijwel elke dag een foto vanaf de fiets, auto, tram, bus van een vaak gekleurd steigerdoek dat gespannen is om een steiger tegen een gevel. Het zijn inmiddels duizenden foto's en ik betrap mij erop dat ik automatisch mijn telefoon pak als er een steiger in zicht is.

Het is zelfs zo dat vrienden mijn handeling herkennen of soms als grap een foto opsturen die ze gemaakt hebben met hun eigen telefoon. Het gaat mij niet om de foto maar om de handeling en de verzameling die zo ontstaat.

In mijn geval is het wel degelijk een dwangneurose en kan ik maar niet stoppen met verzamelen. Het geeft een fijn gevoel als ik een snapshot kan maken van een nieuwe kleur of kleur combinatie tegen de gevel.

Ongeveer twee jaar geleden is er een nieuwe fotoverzameling bij gekomen die ik wederom maak met mijn camera op de telefoon. Vaak als ik ergens sta of zit en mijn telefoon in de hand neem zet ik mijn camera aan en maak ik een foto. Op de foto staan dan altijd mijn voeten en eventueel die van de persoon waar ik naast sta of zit.

De kunst van een goede schilder is om op het juiste moment de laatste streek op het doek te zetten. Zou ik pas kunnen stoppen met het verzamelen van steigers als ik er een kunstwerk van maak? Mijn vrouw suggereert al jaren dat ik een publicatie kan maken van een van mijn verzamelingen

De verzameling is nooit begonnen als kunst maar gewoon omdat ik het nodig vond om te verzamelen. Vaak vormt een neurose, hobby of passie een belangrijke deel van het werk van een kunstenaar. Soms met opzet maar vaak ook intuïtief.