241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Een ieder die wil trouwen met een lief afkomstig uit een ander land moet naar de IND om de vergunningen te regelen. De Immigratie en Naturalisatie Dienst geeft al of niet verblijf papieren af en doet dit in de praktijk nooit met gulle hand of een warm welkom. Nu blijkt er op sommige afdelingen een traditie te bestaan om in dit soort gevallen te vragen om een bewijs van liefde. ???? Ja, een bewijs van liefde. Wat stuur je in zo’n geval aan de ambtenaar op, de rozen zijn al verwelkt en in de prullenbak beland, de intieme gesprekken door de telefoon zijn niet vastgelegd, misschien heb je wat smsjes bewaard. En wat zal die ambtenaar accepteren als een bewijs van liefde? Misschien vind hij die mooie foto die je van je geliefde maakte wel juist GEEN bewijs van liefde. Het bewijs van liefde heeft verder geen enkele status, het mag niet worden gebruikt als bewijs voor gebrek aan liefde. Toch wordt het gevraagd.
Andy Warhol, 5 Deaths
Zo toonde het NOS-journaal ooit beelden van een man die met een tractor de woonkamer van zijn ex-geliefde was binnen gedenderd. ‘Ik hou van haar!’ Zo verklaarde de man aan heel Nederland. En zij had hem verlaten. En hij hield van haar.

In de documentaire De 10e kamer (La 10ième Chambre, 2004) van Raymond Depardon duikt een soortgelijke redenering op.

Ene Karim Toulbia moet voor de rechter verschijnen omdat zijn ex-vrouw aangifte heeft gedaan. Na zeven jaar van mishandeling is het haar gelukt om aan hem te ontsnappen en een nieuw eigen leven op te bouwen. Maar de man accepteert het niet en blijft haar stalken, hij bedreigt haar en zelfs de baas bij wie ze werkt. Een verschrikkelijk maar bekend verhaal.. Dan begint zijn advocaat het pleidooi; het is altijd weer lastig, privé zaken!, (..) (..) (..)

Ryan Trecartin

Karim heeft vandaag een stap gezet, geen gigantische stap. WIJ zijn nooit trots op zoiets. (Wij mannen, bedoelt de advocaat! ) Ik heb zelf ook wel eens minder correct gehandeld. (Minder correct?? ) Mannen zijn op dit gebied dommer dan vrouwen’.

Wu Junyong, End of the World

En zo gaat deze advocaat verder over de enige verzachtende omstandigheid die hij kan bedenken. Mijn cliënt is een man. En jawel, een stukje later in zijn betoog komt het: ‘Wat liefde was, verandert in iets afschuwelijks als haat. Lagen haat en liefde maar niet zo dicht bij elkaar’, verzucht hij. Geliefde gekliefde. Het idee van de aloude crime passionel herleeft in dit betoog, het is moord maar wel uit liefde.

Hoe overtuig je je lief in godsnaam van je liefde? In het begin is het nog simpel, bloemen, briefje, smsjes doen hun werk, het gaat vanzelf, de stroom blijft in beweging. Maar na dat bijna onvermijdelijke moment dat de vlinderstroom stokt,dan wordt het moeilijk. Het moment dat de hele liefdeskwestie zich opeens andersom laat lezen, als een deksel die uitdeukt , als spiegelschrift. Dan kun je wanhopig op haar stoep gaan liggen, je kaal scheren of wel 50 smsjes sturen maar alles zal zich tegen je keren. Ieder bewijs werkt tegen je en irriteert eerder dan dat het overtuigt. Je bent onmachtig want hoe keer je de blik van de ander weer in zijn verliefde vorm terug, nee dat lukt niet goed. Soms is het er weer, dan weer niet. Het blijft daarna altijd een beetje behelpen. Zullen we die foto waarop we allebei wat zuur lachen, maar wel samen zijn, dan maar aan die ambtenaar opsturen?

Scene from Godard's Le Mepris (Contempt)

Femmy Otten - New Myth for New Family

Femmy Otten - New Myth for New Family

Femmy Otten - New Myth for New Family

Femmy Otten - New Myth for New Family

Wagenmenner van Delphi

Femmy Otten - New Myth for New Family

Een Grootse Liefde

Niemand heeft grip op de roes van de liefde, die je als een terrorist overvalt om je te knevelen en mee te voeren naar zoete oorden. In deze onderdompeling wisselen de pijn van het verlangen en het totale genieten elkaar af. Een grote liefde kan werken als een kantelpunt, als een ervaring die de wereld voorgoed transformeert. Tegenover me zit Femmy Otten en we praten naar aanleiding van haar recente installatie (New Myth for New Family, 2011) op de Rijksacademie waarin de liefde vibreerde en triomfeerde, en de toeschouwer verlegen werd van al die blikken rondom hem. Tussen ons in ligt een boek van Pierre Klossowski op tafel, een boek vol erotiek en voyeurisme. In de kleurpotloodtekeningen van Klossowski komt iets klassieks samen met iets tijdelijks en ook de gewelddadige kant van de liefde zien we terug in het werk, soms zelfs letterlijk zoals in de foto’s van het vastbinden van zijn vrouw Denise.

Otten vertelt over het moment waarop ze haar eerste reliëf maakte, kon maken, na een heel intense liefdeservaring. ‘Na een stabiele en prettige relatie van zeven jaar kreeg ik een ongekend heftige romance. Er is toen iets bij me opengeslagen wat niet meer is weggegaan, terwijl er ook iets kapot is gemaakt. Niet eerder wist ik dat je zo extreem kunt verlangen. Die overgave, je echt laten gaan, dat bracht deze liefde met zich mee. Om er na afloop weer van los te komen heb ik zijn verhaal opgetekend, alsof hij het schrijft, ik ben hem, en ik heb er een reliëf over gemaakt. Daarmee had deze ervaring z’n plek en kon ik weer verder. Die perspectiefwisseling ben ik blijven gebruiken: iedere keer als ik een werk maak schrijf ik vanuit het personage dat de aanleiding is voor een reliëf. Het geeft me een vreemd soort vrijheid.’

Femmy Otten - New Myth for New Family

Ergens in het boek van Klossowski kom ik de zin tegen ‘Then I married Denise very quickly. Denise represented reality while I was metaphysical.’ De realiteit van het lichaam omarmde zijn geest en voerde hem mee. Dat is wat de liefde doet.

In de installatie draagt een vrouw in halfreliëf op de muur een medaillon met het portret van haar geliefde dicht tegen zich aan. Het is een realistisch portret, hij draagt zelfs een bril. Boven haar hoofd zweeft een halo in verschillende lichte kleuren. Haar wang is een beetje geschaafd. Haar lijf is als in een vreemd bebloemd korset geperst en haar handen bungelen onhandig naar beneden. Tegenover het halfreliëf staan de twee geliefden op een berg met aardse attributen als een tas, een blauwe broek en een flesje bier. Twee A’s.

Femmy Otten - New Myth for New Family

‘Ik was zo in de ban van de liefde dat ik niet anders kon dan daar een werk over maken. Maar wie bezit nou wie, bezit hij haar amulet of omgekeerd? Met de pijlen, de halo, is het bijna een heiligverklaring van de liefde. Ik maak wel zijn portret maar in mijn gevoel gaat het over alle liefdes waar ik afscheid van heb moeten nemen. Terwijl ik midden in de roes van de liefde zit, loopt het vreemd genoeg toch vooruit op het einde.’

Klossowski spreekt ergens over een haperend moment, een aarzelend moment waarbij de hortende gebaren de indruk geven van onbekende krachten bezeten te zijn. De vreemde handen in de installatie van Otten lijken de directheid van de gezichtsuitdrukking tegen te spreken, iets weg te wuiven, hulpeloosheid. Of de gelaatsuitdrukking bevestigt wat de handen afwijzen, afkeuren of ontkennen.

Voormalig schrijver Klossowski sprak over zijn tekeningen als ‘de kunst van doofstommen die schilders zijn’. Staande in de installatie van Otten waait die stilte om je heen. Het is vooral de stilte van haar ervaringen die in deze installatie aanwezig is en die je als toeschouwer in de lucht met je vingers kan aanraken. Een gecondenseerd moment dat alles wat voorafging samenvat en vooruitloopt op de blikken van de kijker. De toeschouwer zit gevangen tussen de blikken, opgesloten en buitengesloten.

Otten vertelt over hoe ze in de zomer samen met haar vriend een fietstocht door Italië maakte, als een religieuze bedevaart langs de muurschilderingen uit de vroege renaissance. Hoe haar geliefde in schoonheid groeide door het fietsen, bruiner, gespierder, en zij zichzelf rood en zwetend erachteraan zag komen. De liefde heeft het overleefd. De fresco’s van Fra Angelico en Piero della Francesca waren opwekkend als zoete honing.

Otten: ‘De Madonna del Parto van Piero della Francesca in de kerk waar zijn moeder begraven ligt, is vrij van sentiment, pure schilderkunst. Zo ontroerend. Toen ik een fresco van Fra Angelico zag moest ik aan Henry Darger denken, die mate van detaillering herken ik heel erg, hij is zo op de vierkante millimeter bezig, daaruit spreekt een eigenaardige devotie, een bijna autistische bevlogenheid. Ik herken dat, dat is waar ik altijd naar op zoek ben, korte momenten dat je zeker weet dat het helemaal klopt, dat het goed komt in je werk. Een bestemd gevoel. Bij het uitvoeren ben ik heel langzaam aan het zoeken naar die precieze vorm. Totale toewijding, daar gaat het ook om. Heeft met vergetelheid te maken, die roes waarbij je in een soort hypnotiserende toestand terechtkomt. Een roes in alle stilte en concentratie.’

‘Hetzelfde overkomt me wel eens als ik een concert beluister. Tijdens een concert van een stuk van Schubert leek mijn lichaam te groeien, de ledematen voelden heel lang met grote warme voeten en handen aan het verre uiteinde. Dat je lichaam zich zo anders tot jezelf verhoudt, ook dat is een roes. Dat kan je ook gebeuren als je een heel fijne massage krijgt van iemand, maar het is veel intenser als het vanuit jezelf opkomt, veel grootser.’

Femmy Otten - New Myth for New Family

Op de expositie in Kunstvereniging Diepenheim zag ik haar de laatste hand leggen aan een reliëf, ze zette een koptelefoon op om zich af te zonderen en in uiterste concentratie maakte ze de schildering met een paar streken verf af. ‘Werken, ja, dat is een geweldige roes. Helaas kan ik dat niet altijd bereiken: soms lummel ik de hele dag rond op mijn atelier om dan om een uur of elf ’s avonds twintig minuten te kunnen werken. Daar heb ik dan die hele dag voor nodig. Dat maakt het soms heel frustrerend, dat maakt dat kunst veel tijd nodig heeft. Ik kan het proces wel versnellen door gewoon iets te gaan tekenen of te maken, dan komt het op gang, en ja, dan is het een meditatie.’

‘Francis Alÿs vindt die roes door te wandelen, door dat repetitieve. Het ritme van de voetstappen maakt dat je onderdeel wordt van een groter geheel. Ieder heeft zo zijn eigen rituelen om in een roes te raken.’

‘Het is een specifieke schoonheid die mij in zijn grip heeft. Ik kan er niet helemaal de vinger op leggen maar ik word er wel heel gelukkig van. Dat kan gewoon in de trein gebeuren, een jong meisje dat me obsedeert door haar schoonheid, daar geniet ik van, dat is superspannend, het avontuur van het kijken. Dat wil ik zo graag vasthouden. Dat gevoel dat iets zo makkelijk kan verdwijnen, kan ik slecht verdragen.’

‘Mijn werk gaat altijd over mensen die heel dicht bij me staan maar ook dan heb ik dat heel specifieke gevoel voor schoonheid. Zo gebruik ik vaak het gezicht van mijn jongste zusje want zij heeft die specifieke, magische schoonheid waar ik naar op zoek ben. Het is altijd heel duidelijk geweest wat ik mooi vond, het archaïsche, de simpele, krachtige vormen, vrij van emoties. Maar het is meer dan dat: het is iets oers, iets heel ouds, dat geen verhaal vertelt maar visueel is en een sublimatie.’

Als 13-jarige liep Femmy met haar moeder het Nationaal Archeologisch Museum in Athene binnen. Ze zag daar de wagenmenner van Delphi en begon te huilen. Een suppoost nam haar bij de hand en ze mocht over het hekje heen klimmen om zijn voet te aaien. ‘Dat beeld aanraken leek bijna een seksuele ervaring, zo sterk en allesomvattend.’ De wagenmenner, afkomstig van het heiligdom van Apollo te Delphi (470 v. Chr) is een statig beeld van 1 meter 80 in brons. Een lange man wiens zware gewaad in plooien naar beneden valt. Een open blik, in kleur ingelegde ogen, iets geopende mond. Een ervaring die de wereld alvast een beetje deed kantelen.

Wagenmenner van Delphi

De jacht is een symbool van het verlangen naar de Ware, The One. De jager eigent zich de macht toe om lief te hebben, totale vreugde te beleven aan het ritueel. Maar al is het spel nog zo fraai en verleidelijk; de jacht is tragisch. Sandor Marai ziet zijn vrouw als prooi, Petrarca beschouwt de liefde als een gif dat lekker smaakt en ook bij Leonardo Da Vinci zijn genot en smart met elkaar verbonden. Waar ook op gejaagd wordt en wat er ook verleid wordt, altijd heerst ambivalentie.

Een echte jager heeft een geweer. Geen pistool, maar een groot lang voorwerp waarmee gedood wordt: een konijn, een hert, een haas. Een jager is een moordenaar. De jacht roept beelden op van honden in roedels, jagerskledij, de lucht van bos en natte bladeren. Een druppel aan zijn neus.

Daar dacht ik aan toen ik een wit dildo-achtig object bekeek, met een schattig gewei op de top dat herinnert aan twijgjes. Het witte langwerpige beeldje heeft een naad die overdwars loopt, waardoor het ook lijkt op speelgoed: ooit was ik in het bezit van een plastic pop met een overdwarse naad. Het wit maakt het beeld onschuldig, de vorm doet denken aan een vrouwenlichaam met een Bami-achtig hoofd. Het kunstwerk heet Deer squirrel (Hert eekhoorn) en is gemaakt door de New Yorkse kunstenaar Robert Beck (1959). Op internet staat een afbeelding van een ander kunstwerk van Beck, materiaal: gunpowder on paper. Een wit vel met buskruit, zwart poeder in een cirkel alsof er geschoten is. Bambi, het opgejaagde hert, geschoten door de jager.

In het boek Kentering van een Huwelijk van de Hongaarse schrijver Sandor Marai staat een prachtige scene waarin de ik-figuur de vrouw besluipt die hij begeert. Hij nadert haar als een prooi en denkt er later aan terug om zijn beweegredenen af te tasten: ‘Het is heel goed mogelijk dat ik toen nog diep, heel diep in mijn hart hoopte dat er ergens ter wereld een lichaam was dat volledig met het mijne zou harmoniëren en dat ik met behulp daarvan de dorst van het verlangen en de verzadiging van de bevrediging tot een milde rust zou kunnen transformeren – overeenkomstig de droom die de mensen ‘geluk’ noemen. De fout van deze gedachte was dat geluk niet bestaat, maar dat wist ik in die tijd nog niet.’

Eigenlijk komt het erop neer dat de hoofdpersoon ‘geluk’ najaagt en of geluk nu wel of niet bestaat, duidelijk is dat het een tijdelijke toestand is en geen blijvende constante. Geluk is net als het leven, het gaat voorbij. Liefde in al zijn vormen eist juist het omgekeerde: iets eeuwigs, voor altijd, als het zachte gebrom van een personal computer die aanstaat als je er een stukje op tikt. Oftewel: zolang je ademt, heb je de plicht lief te hebben. Vandaar dat liefde, de verleiding, altijd gepaard gaat met doodsverlangen, een gefixeerde stilstand van een ogenblik met de wens zichzelf op te heffen en te versmelten. De jacht –vanzelfsprekend gekoppeld aan moord –is een symbool van dit verlangen naar de Ware, The One. Het gejaagde object is in zekere zin altijd onschuldig en de jager eigent zich te macht toe om lief te hebben, totale vreugde te beleven aan het ritueel: het geweer aanleggen, de stilte in het bos, sluipen langs ritselende bladeren, een prachtig raak slot. Tenslotte blijft er steeds een lijk achter tot de volgende jacht. De verleiding, de ware verleiding gaat beslist hand in hand met spel en flirt, waarin de onschuld allang is afgelegd en men geen hert meer is maar misschien een eekhoorn, die vrolijk op en neer springt, uitdagend van tak naar tak. Of zoals in New York, de stad waar Beck vandaan komt, als een rat de vuilnisbakken afschuimt om wat te eten te vinden—‘ ratten met staarten’ is aldaar de bijnaam voor eekhoorns.

Ach, die zoete verleiding, het heerlijk spel van de flirt. De Franse schilder Jean-Honoré Fragonard (1732-1806) maakte vele schilderijen van vrouwen in kanten jurken die bepruikte mannen versieren. Een ervan behelst een vrouw op een schommel, onder haar ligt een jongeman die onder haar onderrok kan kijken doordat zij haar been opheft en haar linker muiltje naar hem toewerpt. De afbeeldingen van deze Franse rococoschilder die ten tijde van Louis XIV, de zonnekoning, leefde, zijn voor ons nu kitscherige plaatjes. Hij moest zijn schilderscarrière door de Franse revolutie beëindigen, vervulde zijn laatste levensjaren administratieve functies en stierf tenslotte onbekend. In zijn liefdesleven heb ik mij niet verdiept maar uit zijn schilderijen blijkt dat verboden, geheime genoegens aantrekkelijk zijn. Ook het ritueel van de jacht heeft iets verbodens, want in de stilte—in het geheim—wordt de prooi beslopen door de jager om niet betrapt te worden: de buit zou immers kunnen ontsnappen. Al is het spel nog zo fraai en verleidelijk, toch is de jacht tragisch. Het doden is kil, soms weerzinwekkend, soms noodzakelijk. Altijd draait het om het schot. Raak of niet?

Fragonards De Schommel

De beroemde filosoof Petrarca (1303-1374) schreef over de liefde: ‘In weerwil tot mijzelf heb ik lief, gedwongen door het lot met droefheid en tranen.” Hij voegde er aan toe dat de liefde ‘een hel is waarvan de dwazen hun paradijs maken’, een ‘gif dat lekker smaakt’, ‘een aantrekkelijke foltering’ en ‘een dood die het uiterlijk van het leven heeft’. Oftewel: genot en smart zijn onherroepelijk met elkaar verbonden, als een Siamese tweeling.

Petrarca (1304-1374)

Leonardo da Vinci maakte een allegorische tekening waarop twee mannen staan afgebeeld die romp en benen delen. Zij stellen Smart en Genot voor. De ene man is oud en draagt een twijgje van een eik, de ander is jong en heeft riet in zijn hand, laat enkele goudstukken achteloos vallen. Da Vinci gaf het volgende commentaar: ‘Zij zijn afgebeeld met hun rug tegen elkaar omdat ze elkaars tegendeel zijn, maar ontspruiten uit dezelfde romp, omdat zij beiden een zelfde oorsprong hebben. (…) Het genot is afgebeeld met in zijn rechterhand een riet, onbeduidend en zwak, dat venijnige wonden kan veroorzaken.’

Da Vinci's tekening

Genot najagen of de liefde verheffen in de geest door droombeelden na te jagen, daar gaat het Da Vinci om. Het laatste is groter, intenser dan het lichamelijk genot; de droom van de Ware is immers gekoppeld aan wensen en fantasieën die uiteindelijk eindigen in smart. Het dodelijke schot van de jager is niet verlossend, maar de brenger van pijn. Waar ook op gejaagd wordt (een man, een vrouw, een hert) wat dan ook verleid wordt (een meisje, een jongeling, een oudere) altijd heerst ambivalentie, zoals het zitten om een schommel angst (ik ga te hoog, straks val ik nog) en vreugde (ik vlieg) doet afwisselen. Op en neer, van de hemel naar de aarde – au, wat een verlangen.

“You can’t have anything. You can’t have anything at all. Because desire just cheats you. It’s like a sunbeam skipping here and there about a room. It stops and gilds some inconsequential object, and we poor fools try to grasp it – but when we do the sunbeam moves on to something else, and you’ve got the inconsequential part, but the glitter that made you want it is gone. “ F. Scott Fitzgerald, uit The Beautiful and Damned

Inderdaad, verlangen glipt zo makkelijk door onze vingers zodra we datgene wat we begeren eenmaal beethouden. En met één knipper van de ogen zijn we wederom verblind door de schittering van een volgende onbekende schoonheid, de volgende belofte van liefde, van vervulde verlangens.

Laag na laag wordt het fineer weggekrast. Soms is dit een langdurig proces dat jaren, maanden, dagen beslaat. Anderzijds kan het vuur ineens en zonder waarschuwing worden gedoofd.

(Natuurlijk moeten we niet al te cynisch worden. Liefde bestaat voorbij de glans van verlangen, maar degene die dat geluk nog niet gevonden hebben storten zich al te graag telkens weer de dwaasheid in.)

In een boedelverkoop wordt een koffer gevonden vol foto’s en getypte vellen papier. Al die paperassen documenteren een hartstochtelijke affaire die zich afspeelde tussen mei 1969 en december 1970 ergens in Duitsland. Een affaire. Wat een verrukkelijk woord. Met de pil in de handtas en een nieuwe moraal in het hoofd kon de seksuele revolutie beginnen. Seks voor het huwelijk werd steeds normaler en vervolgens werd ook het huwelijk afgeschaft. De vrijheid lonkte naar iedereen.

Chronik einer affare

Het boek Open huwelijk gooide de ramen wijd open en beschreef hoe je elkaar met respect vrij kon laten. Getrouwde stellen deden aan partnerruil of organiseerden sleutelparty’s. Bij binnenkomst gooiden de mannen hun huissleutel in een grote pot en na een gezellig samenzijn waarbij een glaasje wijn of sherry werd geschonken pakten de vrouwen een sleutel uit de pot en vertrokken met de bijbehorende man naar diens huis om een hartstochtelijke nacht te beleven, en natuurlijk werd er wel eens vals gespeeld (mijn sleutel zit aan de sleutelhanger met een vredesteken).

Een affaire intrigeert meer dan het geregelde overspel omdat het gaat om passie voor die ene man of vrouw en alle geheimen die eraan vastkleven, want revolutie of niet, getrouwde mensen vonden het toch niet simpel om hun partner met een ander te delen. Bij iedere verliefdheid of slippertje drong de keuze van wel of niet open kaart spelen zich op. En dan de praktische kant... Hoe organiseer je overspel? Hoeveel overwerk is nog acceptabel? Altijd behoedzaam opletten dat er geen veegje pancake op het boord van je overhemd terecht is gekomen. Sporen uitwissen is noodzaak in een slippertje of relatie buiten de deur.

chronik einer affare, in het bos

Chronik einer affäre. Dit archief van een geheime affaire gaat dan ook tegen alle regels in. In plaats van de bewijzen naderhand te vernietigen brengt de hoofdpersoon Günther als een nauwgezette boekhouder het verloop van zijn overspelige liefde in kaart, hij produceert bewijzen met foto’s en beschrijvingen.

Günter is 39 jaar, eigenaar van een bouwbedrijf, en zijn maîtresse Margret is 24 en zijn secretaresse. Op de eerste zwart-witfoto’s van 11 mei 1969 zien we Margret op de zaak achter de typemachine, ze kijkt wat verlegen naar de camera in een licht truitje met twee zakjes precies op haar kleine borsten. Haar wenkbrauwen lopen als rechte streepjes met een knik de hoogte in naar haar slapen. Het haar is donker. Op een andere foto poseert ze zittend op een tafel met haar rok een flink eind opgetrokken.

chronik einer affare, in de badkamer

De eerste notitie van Günther is van vrijdag 9 januari 1970: ‘Fr. 9.1.1970: haren getont’ (haren geverfd), en in de daaropvolgende serie portretten zien we Margret met rode haren in een moderne coupe met een pony. Günther transformeert zijn secretaresse tot een mondaine vrouw, hij kleedt haar aan, koopt kousen voor haar, sieraden en fotografeert erop los. Deze affaire volgt een aantal clichés op de voet, de secretaresse draagt eigenlijk een bril, zo is op een foto te zien, maar in de rol van verleidelijke vrouw zet ze de bril liever niet op. Hij neemt haar mee naar de mondaine wereld van kuurhotels, casino’s en diners op kastelen. De liefde mag gevierd worden. Margret poseert naast een bos bloemen in een vaas, in een oranje badkamer, tegen het decor van de parkachtige tuinen rondom de mondaine hotels. Ze rookt vaak en vol genoegen want niets is lekkerder dan een sigaret na het liefdesspel. Hij fotografeert zijn geliefde tijdens het rendez-vous, voor en na de seks. Als de tijd vordert worden de notities talrijker en de details zijn zowel droog als smeuïg.

Chronik einer affare

In de eerste langere notitie, getypt op een vel van een kalender met daarop groot het cijfer 8, ‘dienstag, Maria Geburt’, beschrijft Günther de volgende scène:

Maandag 7.9.1970: In de middagpauze zegt Leni [Günthers vrouw] tegen Margret: Frau, u heeft een minderwaardig karakter, u verstoort een goed huwelijk.

Dinsdag 8.9.70: Om ongeveer 10 uur zegt Margret tegen mij: Je laat deze belediging van je vrouw tegen mij zomaar passeren? Met het geslachtsverkeer is het uit, spring maar op je eigen vrouw, doe wat je wil, bij mij kom je er niet meer op.

Later moet mijn vrouw zich in de middagpauze van 8.9.1970 bij haar verontschuldigen.

Dezelfde middag sluipen ze weer naar boven om het liefdesspel weer op te pakken en de notitie eindigt met:

Teufelsalat gegessen.

Alles in Ordnung wiederum.

De seksuele revolutie is in volle gang en toch bepalen oude conventies en machtprincipes de positie van de man en de vrouw. De baas en zijn jonge secretaresse. De vrouw van Günther, Leni, is op de hoogte van zijn overspel, zij verdraagt het en ze vernedert zich zelfs. Margret wentelt zich in de rol van geliefde, ze loopt over van zelfvertrouwen en speelt het hoog. Haar man weet niets van de affaire en als de baas zijn secretaresse keurig thuisbrengt na een zakenreisje of overleg drinken ze gezamenlijk nog een glaasje.

Hij noemt haar Zini en zij noemt hem Schnaggel.

Vanaf januari 1970 neemt ze de pil. Günther bewaart de lege strip. Net als haren, stukjes nagels, een handdoek met een bloedvlek, rekeningen, bonnetjes van gekochte kleding. Ze lijken een obsessieve liefde te bezweren.

In 1970 maken ze samen tweemaal een reis.

De looks zijn typisch jaren zeventig met een hoog getoupeerd kapsel, korte mini-jurkjes van trevira boven opengewerkte panty’s en de poses zijn van een vertederende onschuld. Het meest onthullend is een naakte Margret in de badkamer die zich afdroogt, huiselijker kan het niet. Of we zien de uitgetrokken jurk op het bed. De foto’s zijn stuk voor stuk perfect, de liefde maakt iedere man tot een goede fotograaf, niets mooier dan de verliefde blik.

Alleen in woorden wordt het liefdesspel explicieter. Tijdens een van de reizen maakt Günther een lijstje met alle keren dat ze seks hebben:

Woensdag 12 aug. 1970: 17 uur-18 uur 15 1x

Begin van haar periode (tampon) desondanks inwijdingsfeest

Dinsdag 18 aug. 1970: 15 uur 15-15 uur 20

Gele stoel voor het aquarium (zittend) 1x

Woensdag 2 sept. 1970: 17 uur 05-18 uur 1x

Met mooie muziek, daarna gerust

Enz. enz.

Als de tijd vordert worden zijn beschrijvingen langer en explicieter. Naarmate de liefde gecompliceerder wordt, komen er minder foto’s en meer woorden.

Maandag 2 nov. 1970

Tussen de middag om 1 uur met haar kut en haar kittelaar gespeeld tot ze klaarkwam. Om 5 uur gingen we naar boven. Wit-blauw-bruine jurk en witte laarzen. Na een drankje werd die jurk uitgetrokken en trok ze de door mij cadeau gegeven bruine jurk met de 5 respectievelijk 8 messing knopen aan. Hij paste perfect. Opnamen in de eerste jurk van voren, daarna in de bruine jurk bij de bar. Dan naar bed. Beiden totaal naakt. Haar twee borsten gelikt, haar borstelige kuthaartjes gestreeld en met haar kittelaar gespeeld tot ze op mij kroop. Eerst in de normale houding, dan in de speciale. Het was verrukkelijk.

Als het stel in Bad Eims verblijft, veroorzaakt de echtgenoot van Margret, Lothar, een dodelijk ongeval met een 70-jarige fietser, zo lezen we in de getypte aantekeningen, maar de vakantie wordt niet afgebroken en er wordt verder niet meer op teruggekomen.

En dan, plots, is daar Giesela, daarna Ursula. Op aandringen van Margret, die een mogelijke verdenking wil afwenden, maakt Günther afspraakjes met andere vrouwen. En met evenveel genoegen beschrijft Günther het liefdesspel met Giesela, na hun diner in Grill-restaurant Goldener Pflug (bon bewaard) neemt hij haar mee en aansluitend neukt hij met haar, hij noemt haar seksueel uitgehongerd. En Margret betitelt hij als extreem jaloers.

Fraulein Ursula, 21 jaar geworden in nov. 1970, groot slank, ze ziet er heel goed uit. Witte laarzen, groene jurk, zwarte haren.

Margret raakt in paniek.

In de aantekeningen van Günther lezen we: Margret zei onmiddellijk, ofschoon ze haar niet gezien had: Je bent verliefd, ga niet met haar door, Günther, ga alsjeblieft niet met haar door, niet met haar. Ik bleef onverbiddelijk en Margret opende het portier van de Opel Kapitän in de Subbelratherstrasse en sprong uit de auto.

Günter rijdt door, en keert terug naar Ursula. De laatste zin in dit lange stuk: In dezelfde nacht maakt Margret ruzie met haar man en zegt: Ik wil van je scheiden.

In de volgende notitie haalt hij Margret weer van huis op en ze bedrijven de liefde. Sie war wirklich so wie ich mir eine verliebte Frau wünsche.

Zijn laatste beschrijving is een uitgebreid verslag van het liefdesspel.

Het is een onaf verslag, fragmentarisch, waarin we veel tussen de regels moeten lezen en zelf moeten invullen. Wat bezielt deze man om lijstjes te maken en zijn affaire zo punctueel vast te leggen? Mogelijk wil hij de liefde vasthouden, tijdens het opschrijven nogmaals de sensaties beleven. Hij wil zijn obsessie een platform geven. Hij wil zijn totale beheersing van de situatie bevestigen, hij is heer en meester van deze affaire. Zou hij zijn verslagen typen in de huiskamer in het gezelschap van zijn vrouw? Op kantoor? En waar bewaart hij die koffer met belastend materiaal? De koffer werd in een huis aangetroffen. Op zolder? En zijn vrouw heeft die hele liefdesboekhouding niet een keer met de vuilnis meegegeven. Ze slikt, ze slikt nog eens. Zeker is hij het soort man dat zoveel macht over zijn vrouw heeft dat ze het zich allemaal laat welgevallen. De feministische revolutie moet nog beginnen.

Margret, Chronik einer affäre, Mai 1969 bis Dezember 1970. Uitgever Walther Köning, Keulen, 2012.