241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Om ‚niets’ te omschrijven grijpt menig mens naar de ouderwetse Dikke van Dale, dus als eerste de definitie van niets:

niets (onbepaald voornaamwoord) - niet iets; geen enkel ding; niks.
Maar zit er niet meer achter? ‚Niets’ is een term die is terug te vinden in werken van verschillende grote denkers enfilosofen. Neem Socrates: 'Ik weet slechts een ding: dat ik niets weet.' In deze context refereeert 'Niets' naar ‚kennis’ oftewel, iets dat niet tastbaar is.
Maar is ‚niets’ altijd het immateriele?

'Het niets heeft geen centrum en zijn grenzen zijn het niets' is een uitspraak van Leonardo Da Vinci. Hij positioneert 'niets' als een oneindig gegeven. Wat zou ik doen met helemaal niets? Voordat er 'iets' is zal er altijd afwezigheid zijn of zal er in ieder geval 'iets’ nog niet zijn. Zou je dit kunnen omschrijven als een oorzaak- gevolg reactie? In de huidige maatschappij is het zeker dat je 'iets’ moet doen of hebben om op te vallen, we zijn zo gericht op materiele zaken. Maar creëert dit collectieve verlangen naar 'iets’ niet ook een nog groter verlangen naar 'niets’? 'Uit iets is wel voordeel te halen, maar iets bruikbaars vinden we alleen in niets', aldus Lao-Tse3

Laten we dit even op een rijtje zetten. Ik ben er inmiddels van overtuigd dat 'niets’ inderdaad niet tastbaar is. Wel denk ik dat 'niets’ tastbaar kan worden doordat het aan het begin staat van een idee vanuit de behoefte de leegte op tevullen. Bestaat 'niets’ eigenlijk wel?

Tom Friedman, Erased Playboy Centrefold

Als ik naar de wereld om mij heen kijk zie ik heel veel concrete dingen maar van het 'niets’ blijft onzichtbaar. Is 'niets’ niet gewoon een term die de mensheid verzonnen heeft? Misschien hebben wij het Niets verzonnen om het onbegrijpelijke en onvatbare aan te duiden is het dus een kwestie van gedachten die soms worden omgezet in een woordenschat. Is het een verzinsel is waar wij inmiddels aan gewend zijn geraakt?

4

Aristoteles zei ooit: 'Er is niets in het verstand, dat niet eerst in de zinnen is geweest.' Hebben mensen elkaar het 'niets’ gewoon aangepraat?

Wanneer ik het bijvoorbeeld naar de lucht kijk, stel ik me de vraag of dit dan het Niets is. Nee. De lucht bestaat uit deeltjes, de moleculen en deze bestaan uit atomen. Heeft de wetenschap ons mysterieuze idee over 'niets’ dan verpest?

The Nothing

The villain from the film The NeverEnding Story: a dark cloud that engulfs all.

Het is best spannend te denken dat er ergens een totale leegte is. Maar de wetenschap heeft dit gerationaliseerd en ons vertelt dat dit niet mogelijk is.

Nu er extern kennelijk geen 'niets’ bestaat, bestaat deze dan wel intern? Is het mogelijk om niets te voelen of niets te denken? Dit zijn psychologische vraagstukken waar ik mijn hoofd nog over breek.

Wel kan ik mijn eigen ervaring delen. Ik kan niet aan 'niets’denken. Er gaat altijd wel een gedachte door mijn hoofd heen. Als ik mijzelf de opdracht geef rustig te gaan zitten en aan nergens aan te denken dan blijven er beelden en gedachten door mijn hoofd spoken. Niets voelen lijkt mij al helemaal onmogelijk. ‚Niets’is naar mijn inzien dus ook intern niet mogelijk. Maar wat blijft er dan over?

'Niets' is niet tastbaar. 'Niets’kan aan het begin van staan van iets. 'Niets’kan een verzinsel zijn. 'Niets' wordt opgevuld een gedachte of gevoel. 'Niets’ bestaat niet, wat ook tevens de definitie van het woord is.

Als klein kind vroeg mijn vader vaak, ‘waar denk je aan’? En als er niets in mij omging behalve een stroom gedachtes, niets bijzonders, of iets te gênant om hardop te zeggen zei ik maar, ‘niets’. Waarop hij heel sarcastisch antwoordde: ‘Niets? Hoe is dat mogelijk? Is je hoofd helemaal leeg? Zit daar nu een vacuüm’? Natuurlijk was dit niet het geval, en terwijl ik ‘ja, eigenlijk wel,’ antwoordde stond mijn hoofd continu vol met gedachtes, maar het was in ieder geval een makkelijke manier om het gesprek te eindigen.

Void particles

Later, als tiener, vulde mijn hoofd zich met een overvloed aan gedachtes en dus zocht ik naar een manier om hier iets aan te doen. Zo kwam ik bij Boeddhistische filosofieën terecht. Volgens deze filosofieën is het doel van het leven om onszelf te ontdoen van deze gedachtes, om zo de Ego uit te bannen en één te worden met het ‘niets’. Dit zou de manier zijn om een einde te brengen aan het alledaagse lijden. Dit heet ‘Nirvana’. Ik heb toen heel hard geprobeerd, maar dit werkte blijkbaar alleen maar averechts, want hoe meer je het niets wil bereiken, hoe moeilijker het wordt. Het niets heb ik nooit ervaren of gezien, totdat ik een punt bereikte waar ik het niet wou zien, of het niet verwachtte te zien. Ik had niet eens door dat het gebeurde, het was er gewoon. En het verscheen in verschillende vormen.

Vorig jaar werkte ik in een kledingzaak. Soms moest ik vanaf de bovenste verdieping de binnenkomende klanten groeten. Een groet is het begin van communicatie, iedere klant moest ik aankijken. Ik geloof dat je via iemands gezicht naar binnen kan kijken. En toen zag ik het: niets. Het is moeilijk te verwoorden, hoewel ik het vaak aan mezelf probeerde uit te leggen, dat ik de leegte, het vacuüm – of niet eens dat – kon zien. Enkel het niets. Geen uitdrukkingen, geen doelen, geen innerlijke processen, maar ook geen teken dat informatie van de buitenwereld verwerkt werd. Het was er. En steeds vroeg ik mezelf af wat er mogelijk gebeurd kon zijn, al die verdiepingen onder mij, dat de inhoud van hun schedels zo makkelijk kon leegvegen.Ook vroeg ik mezelf af of hetzelfde met mij kon gebeuren, ik, die meer uren in dat gebouw doorbracht dan hen.

Dawn of the Dead, 1978

Zombies in het winkelcentrum

En inderdaad: na het werk ging ik naar huis, zat ik op de bank, staarde naar de muur voor mij, binnenin mij was er niets. Niets te zeggen, niets te voelen, geen drang te eten om iets te doen, maar ook geen gedachtes. Nog schokkender was dat ik vaak probeerde te denken, maar het niet kon. Ik kon geen ideeën meer volgen, omdat het simpelweg wegdreef, zoals wanneer je in een rivier het water zou proberen vast te pakken. Was dit dus de staat die de Boeddhisten probeerden te bereiken? Maar dit was vervelend! En het was ook geen totale, complete staat van niets, ik verlangde namelijk nog steeds voor het iets, voor de wil om te doen, de denken, te zijn. De laatste schreeuw-voor-hulp van het ego die nog niet klaar was te verdwijnen, maar zich er niet genoeg om kon bekommeren om nog op een zinvolle manier te functioneren.

The Value of Void, Navid Nuur

Gelukkig eindigde deze periode zonder al te ver reikende consequenties. Als verse kunstacademiestudent was ik eindelijk vrij te denken, te doen, en te maken. En toen gebeurde het. Ik reisde met de bus door Europa heen. Elke dag van deze reis werd ik overspoeld met indrukkingen, met het besef van mogelijkheden, met de hoeveelheid kunstenaars om over te leren, hoe veel manieren letters op papier gedrukt kan worden, hoe veel relaties… Op de laatste dag was ik extreem vermoeid. Dagenlang liep ik door een onbekende stad, dronk ik te veel bier, rookte te veel sigaretten, en sliep niet echt. In plaats van deze nacht te slapen besloten we terug te reizen. Ik besloot om op de vloer tussen de stoelen in te liggen en te proberen te slapen. Het lukte niet. Klagen had geen zin, en dus begon ik de situatie te accepteren, net zoals ik de vieze grond waarop ik lag accepteerde, de kauwgom aan mijn panty geplakt, de willekeurige objecten die op mijn hoofd vielen…. Terwijl ik daar lag besefte ik dat mijn gevoelens en herinneringen wegsijpelden, en ik verwelkomde de open leegte die er in hun plaats ontstond. Ik hield op met denken. Mijn motivaties en intenties waren verdwenen. Ik wou niets meer. Ik wou niet meer eten of drinken, maar ik wou ook niet meer niet drinken, of niet meer niet eten.

The Neverending Story, The Nothing

Hetzelfde gold voor alles. Ik dacht niet na, ik wou niet nadenken, gedachten bestonden eenmaal. Mijn ego viel weg. Het werkte niet meer. Daar was het—het ‘niets.’ Het niets binnenin mij, liggende op de vloer van de bus, naast de gevallen jassen, sjaals, sigaretten, starend nar de bewolkte lucht of naar een science fiction film, terwijl ik de Duitse snelweg door mijn lijf voelde golven. Dit was het onverwachte, roemloos moment van Nirvana.