241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

‘The Way We Wore’ is een van mijn favoriete boeken over mode. Het gaat over ‘black style then’, over de kleding van zwarte mensen in de jaren ’60 en ’70 en ’80, en het swingt. Al die foto’s tonen stralende zelfbewuste mensen in een bepaalde look, dat kan een gekleurde omgeknoopte hoofddoek zijn, een serie pasfoto’s van een opgroeiende jongen zijn waarbij de zorgvuldige kledingkeuze uit het kraagje, de gouden ketting of col blijkt, of uit een radicale verandering van kapsel. Af en toe duikt een designerstuk op. Samensteller Michael Mc Collom vroeg honderd vrienden en bekenden om hun persoonlijke foto’s in te sturen. De foto’s komen uit familiealbums of modebladen, alles loopt lekker door elkaar want ze willen vooral laten zien dat mode niet over kleren gaat, maar over style and attitude. Stijl is veel democratischer dan mode, want stijl maak je zelf en als het nodig is doe je dat met een minimum aan middelen. Deze mensen staan iedere ochtend handenwrijvend voor hun kledingkast: 'wat zal ik aantrekken?'. Het plezier spettert van de pagina’s af. In het voorwoord schrijft de samensteller over de liefde voor kleren van de zwarte middenklasse waarin hij opgroeide: We had outfits for school, we had outfits for picnics, we had outfits for church, we had outfits for holidays. Zowel zijn moeder als zijn oma gaven een inspirerend voorbeeld, iedereen was bezig met zijn imago waarbij het weten wat, waar te dragen de sleutel voor succes was.

Opvallend is dat zowel de clichés als het experiment gevierd worden, Roze is duidelijk een favoriete kleur en ook bont en goud worden niet geschuwd. Een vrouw poseert met een luipaard aan een halsband. Een zwarte vrouw met haar bruine benen in nylon kousen, dat lijkt een overbodigheid, waren die nylons niet ooit uitgevonden om blanke benen wat kleur te geven? Maar dat is niet de hoofdzaak. Het is met name het oog voor detail en de zorgvuldigheid van top tot teen die de toon bepalen. Een oranje pakje krijgt bijpassende schoenen en als extra wordt er met een sjaaltje nog een strik on de hals geknoopt. Hier zien we geen zwarte schoenen omdat die overal bij zouden passen, nee, ieder onderdeel matcht om te komen tot die eigen stijl. En met een enorme tulband om het hoofd kijkt de zestienjarige Karonda je aan. Het lef om op te vallen, om kleurrijk in de wereld te staan, daar gaat dit boek over.

One should not enter a room and expect ambiance; one should enter and become it.

‘The way we wore’ is een van mijn favoriete boeken over mode. Het gaat over ‘Black style then’, over de kleding van zwarte mensen in de jaren ’60 en ’70 en ’80 en het swingt. Al die foto’s tonen stralende zelfbewuste mensen in een bepaalde look, dat kan een gekleurde omgeknoopte hoofddoek zijn, een serie pasfoto’s van een opgroeiende jongen zijn waarbij de zorgvuldige kledingkeuze uit het kraagje, de gouden ketting of col blijkt of een radicale verandering van kapsel. Af en toe duikt een designerstuk op. Samensteller Michael Mc Collom vroeg 100 vrienden en bekenden om hun persoonlijke foto’s in te sturen De foto’s komen uit familiealbums of modebladen, alles loopt lekker door elkaar want ze willen vooral laten zien dat mode niet over kleren gaat maar over style and attitude. Stijl is veel democratischer dan mode, want stijl maak je zelf en als het nodig is doe je dat met een minimum aan middelen. Deze mensen staan iedere ochtend handenwrijvend voor hun kledingkast, wat zal ik aantrekken. Het plezier spettert van de pagina’s af. In het voorwoord schrijft de samensteller over de liefde voor kleren van de zwarte middenklasse waarin hij opgroeide: We had outfits for school, we had outfits for picnics, we had outfits for church, we had outfits for holidays. Zowel zijn moeder als zijn oma gaven een inspirerend voorbeeld, iedereen was bezig met zijn imago waarbij het weten wat, waar te dragen de sleutel voor succes was.

Opvallend is dat zowel de clichés als het experiment gevierd worden, Roze is duidelijk een favoriete kleur en ook bont en goud worden niet geschuwd.. Een vrouw poseert met een luipaard aan een halsband. Een zwarte vrouw met haar bruine benen in nylon kousen, dat lijkt een overbodigheid, waren die nylons niet ooit uitgevonden om blanke benen wat kleur te geven? Maar dat is niet de hoofdzaak. Het is met name het oog voor detail en de zorgvuldigheid van top tot teen die de toon bepalen. Een oranje pakje krijgt bijpassende schoenen en als extra wordt er met een sjaaltje nog een strik on de hals geknoopt. Hier zien we geen zwarte schoenen omdat die overal bij zouden passen, nee, ieder onderdeel matcht om te komen tot die eigen stijl En met een enorme tulband om het hoofd kijkt de zestienjarige Karonda je aan. En het lef om op te vallen, om kleurrijk in de wereld te staan, daar gaat dit boek over.

One should not enter a room and expect ambiance; one should enter and become it.

Op 25 september 2010 werd kunstenaar Jeroen Werner vijftig jaar. Hester Alberdingk Thijm bedacht een spiegeldiner: zijn werk als kunstenaar gaat immers vaak over reflectie en spiegelingen. De tafel was gedekt met een spiegelfolie met hologram effect en op dit 'tafelkleed' stond een geweldige hoeveelheid oud laboratoriumglas van AkzoNobel. Sommige lab flessen waren gevuld met ecoline verdund met wat water. Verder honderden waxinelichtjes, zilveren ballonnen en een kroonluchter die samen met alle kinderen was gemaakt. Lievelingsvoorwerpen (van pollepels tot kwasten) van de jarige waren zilver gespoten en hingen naar beneden. Op ieder bord stond een vergrotende spiegel waarop de naam van de gast stond geschreven.Ook de gasten gingen gespiegeld gekleed, zodat een ieder in de ander werd weerkaatst. Men danste, zong en bleef massaal logeren.

oesters
assmannetje
Assmannetje met sterretjes
De taart
Taart
Clifton 6
Clifton 8

In de jaren '60 en ' 70 kwamen veel Surinamers naar Nederland en een van hen was Clifton. Zo leerden we hier in Nederland niet alleen de pindasoep kennen, een prachtige nieuwe woordenschat, andere levensvisies, swingende ritmes maar ook een stijl van kleden die de aandacht trok. Via beeldend kunstenaar Saskia Janssen leerde ik Clifton kennen, op dat moment leefde hij op straat maar altijd met een tas onder zijn arm waarin hij zijn fotoalbums bewaarde. Hij komt binnen met een bruine aktetas, ritst de tas open en legt vijf fotoalbums op mijn bureau. Op alle foto's staat hij zelf, aandachtig poserend, vanaf zijn eerste heilige communie tot aan een feestje in de opvang een paar maanden geleden. Zijn leven is vastgelegd als een staalkaart van mode en muziekstijlen van de afgelopen decennia. Altijd cool en met een eigen touch. Een beetje als de sterren. Clifton als Ray Charles, Bobby Farell van Boney-M, als Lenny Kravitz, Michael Jackson, Milli Vanilli. In een hightech zilveren bodywarmer met ingebouwde speakers, of in een felgeel shirt naast een even felgele brievenbus.

Clifton draagt iedere dag iets ander, dat doet hij zijn leven lang, als kind, als bezoeker van Paradiso en ook in de tijd dat hij dakloos was. Altijd in een andere outfit.

​Broken idealism in S/S 13 ISLAND 1
​Broken idealism in S/S 13 ISLAND 2
​Broken idealism in S/S 13 ISLAND 4
​Broken idealism in S/S 13 ISLAND 9
​Broken idealism in S/S 13 ISLAND 1

Mode verschiet met de snelheid van een vallende ster ieder seizoen van kleur, thema en look en door die haast ontglipt er soms iets aan de aandacht.

Modeontwerper Rick Owens vroeg een kunstenaar Paul Kooiker om een lookbook te maken en voor iemand het heeft kunnen zien is het al weer uit het zicht verdwenen. Owens is een vreemde gothic vogel in de wereld van de mode. Zijn kleding is stoer, draagbaar, vanuit grote vlakken opgezet en voornamelijk zwart. De schoenen lijken vaak op legerkistjes en de jasjes op motor Jacks. Owens kleding ademt een ruige, androgyne erotiek terwijl zijn klanten toch Parisiennes of vrouwen uit Tokio zijn met een maatje zesendertig.
​Broken idealism in S/S 13 ISLAND 3

Hij doet de dingen op zijn eigen manier. Zo zul je zijn mode nooit op de advertentiepagina’s van Vogue of Elle tegen komen want adverteren doet hij niet. ‘I'm trying to find very classically graceful lines but in a primitive way.’ typeerde hij zijn stijl. Owen heeft geen modeopleiding en na twee jaar kunstacademie dook hij het nachtleven van Los Angeles in. ‘I was a part of the wicked Hollywood Boulevard hustler bar world. I hung around people like Goddess Bunny, a dwarf friend of mine, and Mr. Beanbag in super sleazy, crystal, tranny hustler bars just off Hollywood Boulevard, a couple of blocks from my studio. It fit into my aesthetic of broken idealism.’

Zijn kleding met die off side rauwe randjes blijkt aantrekkelijk voor de modemensen in het keurige hippe centrum. In een interview Met het Duitse tijdschrift Plastik (http://www.allesplastik.de/texte/rick-owens-hellboy) noemt Owens Brancusi en Paul Kooiker als zijn twee inspiratiebronnen, een onwaarschijnlijke combinatie van helden. De klassieke, zuivere eeuwige waarden van de sculpturen van Brancusi tegenover de broeierige foto’s van Paul Kooiker, waarop vrouwen in onelegante houdingen poseren, rauw en rommelig. Op de vloer slingeren nog de doosjes van de polaroids die hij gebruikt om een proef foto te maken. Owens nodigde Paul Kooiker uit om een lookbook van zijn accessoires te maken, al besefte Kooiker pas na afloop dat de vraag een lookbook betrof. Hij kreeg carte blanche en mocht eigenlijk doen wat hij wilde als er maar af en toe schoenen of een tas op zou staan.. . ‘Meer vrijheid dan ik van een galeriehouder krijg’, grinnikte Kooiker.

​Broken idealism in S/S 13 ISLAND 4

Ook al lijken de grenzen tussen kunst en mode te vervagen, in de mode zijn toch andere principes aan het werk. Waar de kunstenaar de grenzen van schaamte, schoonheid of sociale moraal opzoekt blijft mode altijd binnen het gebied van de verleiding, het kijken wordt positief beloond.

Als Viktor en Rolf de verhoudingen van het lichaam aantasten en het lichaam op ongepaste plaatsen laten uitstulpen waardoor modellen als de gebochelde klokkenluider over de catwalk lopen is er geen reden om je gezicht af te wenden. De modellen zijn prachtig en je weet dat hun dunne perfecte lichamen onder die kleding schuilen. Het is een spel dat de blik niet blokkeert maar genereus beloont.

In de Vogue van maart poseert een zwanger model in de reportage Centre of attention dat focust op het blote middenrif. De buik ziet er prachtig uit en je weet zeker dat die nooit zal lubberen of achter blijft met zwangerschapsstrepen, of meer exact, de lezer van Vogue hoeft niet bang te zijn zulke oneffenheden tegen te komen. Lef in de mode valt altijd binnen het appetijtelijke. Achter iedere serie foto’s staat een team om het concept perfect uit te voeren, zelfs de sabotage van de perfectie is perfect uitgedacht en dat maakt het saai en levenloos.

​Broken idealism in S/S 13 ISLAND 5

Een modereportage die ik nooit vergeten ben was er een waarin de mannen van een booreiland in prachtige jurken waren gehesen. Ver weg van de realiteit en toch dicht er boven op, want behalve dat de mannen dure haute couture jurken droegen was er verder niets geënsceneerd. Zo’n zeldzaam moment waarin mode de ongepolijste werkelijkheid betrad, meestal blijft men op het eiland waar alleen maar palmen wuiven. ‘I wanted to make something beautiful and the most profound beauty is grounded in something real’, aldus Rick Owens over zijn kleding.

Alec Soth, Minnesota
In deze tijd van cross-over wordt meestal de grenzen verzacht en beslecht en de raakvlakken tussen beide disciplines krijgen alle nadruk. Eerder werden fotografen gevraagd om de modewereld binnen te treden. Alec Soth maakte het fashion magazine Paris-Minnesota en zag deze uitnodiging van Magnum als een excuus om met mode te spelen. Toch bleef het concept in zijn ogen te zwak: ‘the truth is that we did not have time for ideas.’ Ook het samenwerken met een heel team valt hem zwaar. Het is juist de ontmoeting, de ruimte tussen hem en die ander, wat hem fascineert en die spanning is weg als je met een team aan de slag gaat. Uiteindelijk kiest hij voor het niemandsland tussen zijn eigen wereld en die van de mode, Minnesota versus Parijs. De shoots situeerde hij in zijn eigen omgeving van zuidelijk Amerika en hij wisselt ze af met landschappen en portretten van bewoners.

Fotograaf Helmut Newton hield van het werken met modellen en deed graag modeshoots. Hij werkte met de beste teams, de mooiste mannequins en de duurste apparatuur, want als je mag doen wat je wilt waarom zou je dan niet gebruik maken van het allerbeste?

Waarom je dat niet zou doen is te zien in S/S 13 ISLAND van Paul Kooiker, het lookbook voor de accessoires van Rick Owens waarop amper een tas of schoen te zien is. Op de cover hangt een vrouw ongemakkelijk over een oude leren stoel op een draaipoot heen. De zwarte haren verbergen haar gezicht en haar buik is bol en rimpelt. Ze draagt zwarte laarzen die als een silhouet in de lucht steken. Op de grond ligt een vergeten hoopje foto’s en op de achtergrond loert een oude archiefkast.

​Broken idealism in S/S 13 ISLAND 1

De tweede foto lijkt een beetje op de eerste maar is onscherp alsof een nerveuze assistent even op een ladder is geklommen en klikte. De witte vlakken van het onscherpe lijf en de witte achterwand overheersen. De schoenen zijn vage zwarte vlekken. Tussen de rommel op de grond in de studio ontdek je tassen en portemonnees en op de achtergrond staat zelfs een uitpuilende tas met de boekhouding van de fotograaf. Vrouwen liggen, baf, op hun buik en steken hun gelaarsde voeten de lucht in. Of je ziet de ze zolen van de schoenen frontaal op de voorgrond, met daarachter een zachte massa’s week vlees, de tegen elkaar geklemde bovenbenen trekken een dun streepje in het beeld. De kartonnen doos met opzichtig tape waarin de peperdure accessoires zijn bezorgd, is gewoon niet weggehaald. Proppen papier slingeren rond. Iedere foto oogt als een plaats delict, een ongemakkelijke plek, het soort plek dat je wil vermijden. Het is een fotoboek dat de kijker eerder wegjaagt dan uitnodigend wenkt. En in deze rauwe realiteit van de studio met onmodieuze modellen ontvouwt zich de totale relativering van de tassen en schoenen.

​Broken idealism in S/S 13 ISLAND 2

Het zijn krankzinnige foto’s. Gruizig, obscuur en zwart wit. Desperaat en ‘utterly human’. Kooiker zoekt het ongemak en zijn lookbook keert zijn kont naar de commercie. Wie zijn foto’s kent, ziet dat Paul Kooiker voor deze opdracht terugvalt op eigen stijl, in zijn eigen atelier met mollige modellen.

De schoenen kwamen er gewoon bij. Hij heeft de modieuze schoenen en tassen de wereld van de kunst binnen getrokken en gegijzeld. Kooiker deed eerst paar testjes met zijn telefoon, gewoon om een begin te hebben en zag meteen de magie van het imperfecte beeld. De rest schoot hij ook maar met zijn telefoon en pakte vervolgens de schoenen en tassen weer in de doos en stuurde alles terug. Dit was het.

Ik vroeg hem hoe hij dat durfde: ‘Je hoeft niet perse te kijken als je een foto maakt want juist die controle is heel irritant. Je moet natuurlijk wel scherp schieten vanuit het gevoel voor het moment. Het is intuïtief en vanuit het vertrouwen dat beperkingen je iets opleveren. Mode heeft verlies van controle nodig.’

In Paris Minnesota ontwaar je in een prachtig landschap in de verte een rode tas die op een bergje stenen staat. De tas bijna niet te zien maar landschap is magisch en die sfeer van schoonheid omringt de tas. Die wil je wel hebben, je vertrouwt het landschap. Mode is als een sprookje waar je je aan spiegelt, een verleidelijk ideaal beeld, een fantasmagorie, als een schuilplaats om je even weg te dromen,

Paul Kooiker zet zijn hakken in het zand, en draait het hele plaatje om. De kijker belandt op een nare, vervreemdende plek. In de vreemde anonieme filmscènes vergeet je de schoenen en je wilt liever wegkijken, eigenlijk gluur je stiekem als een voyeur naar het beeld.

Kooiker leverde de foto’s in bij zijn vaste ontwerper Willem van Zoetendaal. Deze doet niet zo veel, hij kiest 16 beelden van de 20, bepaalt de volgorde, het ritme en laat het boekje binden met een rood draadje, precies genoeg.

​Broken idealism in S/S 13 ISLAND 7

In ieder winkel lag een stapeltje van honderd lookbooks, als een extra geste voor de klant, ze zijn meegenomen, opgelost en uit het zicht verdwenen.

Owens maakte hiermee een persoonlijk statement over mode, een boekje waarbij de klanten even uit het zicht zijn verdwenen

‘I try to make clothes the way Lou Reed does music, with minimal chord changes, and direct." Woorden die ook van toepassing zijn op S/S 13 ISLAND van Kooiker, dat meer een ‘zine’ is dan een look book.

En zo reageerde Rick Owens:
love
the images

Thanks Rick

1Quote door Rick Owens