241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Felix Gonzalez-Torres: When people ask me, “Who is your public?” I say honestly, without skipping a beat, “Ross.” The public was Ross. The rest of the people just come to the work.

Ross Laylock was Felix Gonzalez-Torres’ partner, toen bij Laylock HIV geconstateerd werd stelde de arts zijn ideale gewicht vast op 175 pond. ‘Portrait of Ross’ is precies dat: 175 pond snoepgoed op een stapel. De kijker mag meer zijn dan kijker en kan deel van het werk worden door een snoepje te pakken. En elke morgen wordt de stapel aangevuld tot het ideale gewicht weer is be­reikt.

Het snoepgoed is een representatie van het gewicht van Ross en ook een vertaling van diens strijd tegen zijn ziekte. De ziekte vreet het gewicht van de patiënt weg, maar het gewicht van de geest blijft dezelfde en zorgt er iedere ochtend weer voor dat de patiënt verder kan.

Voor het werk dreigt iedere dag de afwezigheid als de hoop zover slinkt dat er geen snoepje meer over zou zijn is er geen kunst en is de kijker verantwoordelijk. Gonzalez-Torres speelt met zijn Stacks iedere dag opnieuw een spel met de bezoeker, die hij laat bepalen hoe zijn werk eruit ziet. Kunst werd bij Gonzalez-Torres iets vloeibaars, iets bewegends.

En iets dat zomaar weg kon zijn.

Een zwart-wit foto van een leeg bed met twee kussens. Een bed waarin is geslapen. Het is het eigen bed van de kunstenaar. Het werk heeft geen titel. De foto is tentoongesteld in de Projects Gallery van het MOMA en tegelijkertijd werd het beeld op vierentwintig billboards getoond in verschillende buurten van New York, Second Avenue en East 97th Street in Manhattan en Third Avenue en East 137th Street in de Bronx. De plekken hadden geen relatie meer met de kunstwereld van musea, galeries en verzamelaars. Het aantal, vierentwintig, refereert aan de da­tum waarop Ross is overleden.

De overweldigende beeldenstroom van New York die op de voorbijganger afkomt werd onderbro­ken door deze rustige en lege foto. Er was geen tekst die de foto zou kunnen duiden. En de foto had, in tegenstelling tot de beelden die de billboards normaal gesproken sieren, niet tot doel de voorbijganger iets te verkopen. Het was gewoon een foto van een leeg bed met twee kussens, een laken met kreukels. Een beeld van een privé ruimte doemt op in de openbare ruimte.

De keuze Ross nooit af te beelden wordt gezien als een politieke daad van Gozalez- Torres. De gebruikelijke afbeeldingen van AIDS werden altijd ingezet om homoseksuele en heteroseksuele groepen van elkaar te onderscheiden. De zieke homoseksuelen en de gezonde heteroseksue­len. Gonzalez-Torres weigert Ross af te beelden. Met het billboard Untitled toont Gonzalez-Torres de on­zichtbaarheid van de homo­seksuele gemeenschap. Maar hij wil zich niet afzetten tegen de dominante gemeenschap zoals Mapplethorpe dat deed. Gonzalez-Torres nodigt de kijker uit, ongeacht hun sek­suele voorkeur.

Gonzalez-Torres brengt ook op een andere manier afwezigheid in zijn werk. Met zijn eigenzin­nige manier van tentoonstellen, door de bezoekers het werk mee te laten nemen geeft hij een andere invulling aan de rol van de kunstenaar en de rol van de kunst. De rol van kunstenaar als vormgever, de rol van kunst als vorm. Bij Gonzalez-Torres is de kunst niet langer statisch, maar aan verandering onderhevig.

Gonzalez-Torres: Go to a meeting and infiltrate and then once you are inside, try to have an effect. I want to be a spy, too. I do want to be the one who resem­bles something else [….] We have to restructure our strategies [….] I don’t want to be the enemy anymore. The enemy is too easy to dismiss and to attack.

In hoeverre is het zijn werk?


Gonzalez-Torres: ‘Perhaps between public and private, between personal and social, between fear of loss and the joy loving, of growing, changing, of always becoming more, of losing oneself slowly and the being replenished all over again from scratch. I need the viewer, I need the public interaction. Without the public these works are nothing. I need the public to complete the work. I ask the public to help me, to take responsibility, to become part of my work.’

Om ‚niets’ te omschrijven grijpt menig mens naar de ouderwetse Dikke van Dale, dus als eerste de definitie van niets:

niets (onbepaald voornaamwoord) - niet iets; geen enkel ding; niks.
Maar zit er niet meer achter? ‚Niets’ is een term die is terug te vinden in werken van verschillende grote denkers enfilosofen. Neem Socrates: 'Ik weet slechts een ding: dat ik niets weet.' In deze context refereeert 'Niets' naar ‚kennis’ oftewel, iets dat niet tastbaar is.
Maar is ‚niets’ altijd het immateriele?

'Het niets heeft geen centrum en zijn grenzen zijn het niets' is een uitspraak van Leonardo Da Vinci. Hij positioneert 'niets' als een oneindig gegeven. Wat zou ik doen met helemaal niets? Voordat er 'iets' is zal er altijd afwezigheid zijn of zal er in ieder geval 'iets’ nog niet zijn. Zou je dit kunnen omschrijven als een oorzaak- gevolg reactie? In de huidige maatschappij is het zeker dat je 'iets’ moet doen of hebben om op te vallen, we zijn zo gericht op materiele zaken. Maar creëert dit collectieve verlangen naar 'iets’ niet ook een nog groter verlangen naar 'niets’? 'Uit iets is wel voordeel te halen, maar iets bruikbaars vinden we alleen in niets', aldus Lao-Tse3

Laten we dit even op een rijtje zetten. Ik ben er inmiddels van overtuigd dat 'niets’ inderdaad niet tastbaar is. Wel denk ik dat 'niets’ tastbaar kan worden doordat het aan het begin staat van een idee vanuit de behoefte de leegte op tevullen. Bestaat 'niets’ eigenlijk wel?

Tom Friedman, Erased Playboy Centrefold

Als ik naar de wereld om mij heen kijk zie ik heel veel concrete dingen maar van het 'niets’ blijft onzichtbaar. Is 'niets’ niet gewoon een term die de mensheid verzonnen heeft? Misschien hebben wij het Niets verzonnen om het onbegrijpelijke en onvatbare aan te duiden is het dus een kwestie van gedachten die soms worden omgezet in een woordenschat. Is het een verzinsel is waar wij inmiddels aan gewend zijn geraakt?

4

Aristoteles zei ooit: 'Er is niets in het verstand, dat niet eerst in de zinnen is geweest.' Hebben mensen elkaar het 'niets’ gewoon aangepraat?

Wanneer ik het bijvoorbeeld naar de lucht kijk, stel ik me de vraag of dit dan het Niets is. Nee. De lucht bestaat uit deeltjes, de moleculen en deze bestaan uit atomen. Heeft de wetenschap ons mysterieuze idee over 'niets’ dan verpest?

The Nothing

The villain from the film The NeverEnding Story: a dark cloud that engulfs all.

Het is best spannend te denken dat er ergens een totale leegte is. Maar de wetenschap heeft dit gerationaliseerd en ons vertelt dat dit niet mogelijk is.

Nu er extern kennelijk geen 'niets’ bestaat, bestaat deze dan wel intern? Is het mogelijk om niets te voelen of niets te denken? Dit zijn psychologische vraagstukken waar ik mijn hoofd nog over breek.

Wel kan ik mijn eigen ervaring delen. Ik kan niet aan 'niets’denken. Er gaat altijd wel een gedachte door mijn hoofd heen. Als ik mijzelf de opdracht geef rustig te gaan zitten en aan nergens aan te denken dan blijven er beelden en gedachten door mijn hoofd spoken. Niets voelen lijkt mij al helemaal onmogelijk. ‚Niets’is naar mijn inzien dus ook intern niet mogelijk. Maar wat blijft er dan over?

'Niets' is niet tastbaar. 'Niets’kan aan het begin van staan van iets. 'Niets’kan een verzinsel zijn. 'Niets' wordt opgevuld een gedachte of gevoel. 'Niets’ bestaat niet, wat ook tevens de definitie van het woord is.