241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Matthijs van Boxsel (1957, Amsterdam) is een Nederlandse schrijver, spreker en "domgeer". Hij studeerde in 1983 aan de Universiteit van Amsterdam cum laude af in de literatuurwetenschappen met een scriptie over de "domheid". Zijn belangrijkste werk is De Encyclopedie van de Domheid. Matthijs van Boxsel is regent van het Collège de 'Pataphysique, een instituut voor 'patafysica, hoofdredacteur van De Centrifuge, Orgaan van de Nederlandse Academie voor 'Patafysica en geeft lezingen en workshops over de domheid en de 'Patafysica in binnen- en buitenland. Hij publiceerde in De Held, Raster, Ästhetik und Kommunikation, de Revisor, De Witte Raaf, Trouw, Les Cahiers du Collège de 'Pataphysique, Le Correspondancier, Tirade, de Gids en DWB.

De japanse schoenen paraplu

De japanse schoenen paraplu

Gedreven door het genot dat schuilt in nutteloze eruditie, verzamel ik al jaren studies die vanwege hun volstrekte eigenzinnigheid nooit deel hebben uitgemaakt van welke traditie dan ook. Bij elkaar vormen deze miskende theorieën een nieuw gebied van kennisleer: de morosofie. Letterlijk betekent morosofie: dwaze wijsheid of wijze dwaasheid. Morosofen zijn waanwijzen, mensen met een evident absurde theorie over het bestaan. Anders dan de middelmatige theorieën van New-Age goeroes, creationisten, ufologen enzovoort, zijn de morosofische studies zo verrassend, dat ze van de weeromstuit een literaire kwaliteit krijgen, reden waarom ze in Frankrijk wel Fous Littéraires worden genoemd.

Morosofen dragen verbijsterende oplossingen aan voor prangende vraagstukken. Is de aarde plat? Werd in het paradijs Nederlands gesproken? Zijn atomen ruimteschepen? Betreedt de wereld de Lila-fase?

In de regel is een morosoof iemand wiens wereld is ingestort door een schokkende gebeurtenis. Met behulp van zijn theorie slaagt hij erin uit de brokstukken een nieuw universum te reconstrueren waarin hij weer greep heeft op de gebeurtenissen. Hij construeert zijn theorie niet omwille van een hogere waarheid, maar omwille van een leefbaar bestaan. Morosofen zijn geen patiënten; zij zijn gezond bij de gratie van een waanbeeld. Morosofen leven niet in een droomwereld, maar lijden een normaal leven bij de gratie van een fantasme waarin de idiotie is bezworen.

En daarmee belanden wij bij het belangrijkste kenmerk van de morosofie. De morosoof weet een normaal bestaan te rijmen met een onvoorwaardelijke toewijding aan een absurde theorie. Het leven in twee werelden, elk met een eigen denksysteem, vormt de originaliteit van de morosofen. Met opmerkelijk gemak wisselen ze tussen de magische en de dagelijkse wereld.

A.E. Ing. Panamerenko

AE. Ing. Panamarenko

De Belgische kunstenaar en theoreticus Panamarenko ontwerpt enorme vliegmachines met betoverende namen als General Spinaxis, U-Kontrol III, en Meganeudon.

General Spinaxis

Staal, 1978

Hij staat in de traditie van Leonardo da Vinci die ook vergeefse pogingen deed te vliegen. De projecten van Da Vinci hebben tot op heden hun poëtische kwaliteit behouden, al zijn ze wetenschappelijk van nul en generlei waarde geweest.

Schetsen van Da Vinci's helikopter

Het grote verschil is dat Leonardo iets zocht wat nog niet was ontwikkeld, de techniek van het vliegen, terwijl Panamarenko wanhopig van de grond probeert te komen in het tijdperk van de ruimtevaart. Hij slaat de geschiedenis over en schaart zich aan de zijde van Leonardo alsof de wereld heeft stilgestaan.

De catalogi suggereren dat het primitivisme van Panamarenko een poëtisch protest is tegen de ‘kille’ moderne technologie die ontoegankelijk is voor leken. Of dat hij wordt gedreven door nostalgie naar een mythische tijd waarin wetenschap nog een persoonlijk avontuur was.

General Spinaxis

Staal, 1978

Maar dit is onzin, getuige de duizenden pagina’s die Panamarenko heeft volgekalkt met quasi-wiskundige berekeningen.

De morosofen verkennen gebieden die aan de kaarten van de wetenschap ontsnappen. Hun werken gunnen ons een blik op een universum dat parallel loopt aan de officieel erkende wereld. De morosofie verlost ons van de vanzelfsprekendheid waarmee wij ons beeld van de wereld voor het enig juiste en mogelijke nemen.


Matthijs van Boxsel spreekt bij zijn lezing voor Studium Generale over de domheid, morosofie en patafysica: alle begrippen die zich interessant nestelen binnen het spectrum tussen het achtelijke en het geniale. Een passage gaat over de morosofie, de wijsheid van de dwaasheid.

Het oertype van de morosoof is Jean-Pierre Brisset.

Jean-Pierre Brisset

Zondag 13 april 1913 arriveert Brisset in Parijs, de man die zojuist is uitgeroepen tot Prins der Denkers omdat hij op taalkundige gronden heeft bewezen dat de mens van de kikker afstamt. In Hôtel des Sociétés Savants draagt Brisset een publieke redevoering voor, genaamd De Ware Doctrine. In de kleine zaal verdringen meer dan achthonderd toehoorders elkaar als de Prins der Denkers zijn grote metafysische theorie ontvouwt over de batrachische herkomst van de mens.

Brisset vertelt dat hij avonden aaneen langs de moerassen van Saint-Serge heeft gezeten om de taal van de kikkers te leren:

‘Op een dag dat wij die leuke kleine dieren bestudeerden, herhaalden wij de kreet: kwaak, tot een kikker met vragende en heldere ogen twee of drie keer antwoordde: kwaak. Het was ons duidelijk dat zij zei: Quoi que tu dis?/Wat zeg je?’

Brisset bij zijn lezing in Parijs

Gaandeweg begreep Brisset dat de mens is ontstaan toen de kikker uiterlijke geslachtskenmerken begon te ontwikkelen. Dit ging gepaard met het ontstaan van de taal.

‘Het verschijnen van de sekse bij deze voorouder was de nieuwe ontwikkeling waardoor het geluid van de kikker veranderde, en het die reeds volmaakte nauwkeurigheid kreeg. Op dat moment zijn de huidige woorden ontstaan, en sedertdien zijn zij niet meer veranderd.’

Brisset bewijst zijn stelling met een reeks afleidingen:

'Quel sexe est que j’ai?/Welke sekse heb ik? Que excès que ça!/Wat een exces! Qu’est-ce?/Wat is het? que sexe a? Qu’ai? que sexe a? Kékséksa? […] Qu’est-ce que c’est que ça? Deze analyses alleen al volstaan om aan te tonen, met de onfeilbare Wet die ons leidt in ons werk, dat onze meest vrijpostige vraag is geboren bij wezens die geslachtsdelen ontwikkelden en niets wisten van deze exe-croissance/uitwas, van deze exe-tension/uitzetting’

De Grote Wet van Brisset luidt: ‘Alle begrippen die door analoge klanken worden weergegeven bezitten een gemeenschappelijke oorsprong en verwijzen alle, in principe, naar hetzelfde object.’ Uit de analyse van het woord valt de relatie tussen de verschijnselen af te leiden. Zo komt het woord Israélite volgens Brisset van Il sera élite/hij zal uitverkoren zijn. Ieder woord is kortom een holofrase, een gecondenseerde zin die een schat aan informatie bevat over de oorsprong en de ontwikkeling van de mens.

Helaas is die rijkdom is alleen toegankelijk voor degenen die Frans kunnen spreken. Brisset zegt dan ook dat zijn werk onvertaalbaar is, wat opmerkelijk is voor iemand die zoekt naar de gemeenschappelijke oertaal van de mens. Maar iedere taal kan volgens de Wet worden ontleed, en zo zullen steeds andere aspecten uit ons verleden aan het oppervlak komen.

‘Degene die als eerste zei: Je m’examinai/ ik onderzoek mijzelf zei in feite: J’ai mon sexe à la main/Ik heb mijn geslacht in de hand’. Bestudering van het geslachtsdeel (examen du sexe) is ook het eerste wat geschiedt als men naakt ter wereld komt.

De zaal reageert op Brissets uiteenzettingen met spontaan gekwaak.

Met de kikkertheorie van Brisset (een man uitgeroepen tot Prins der Denkers omdat hij op taalkundige gronden heeft bewezen dat de mens van de kikker afstamt) heb ik voor het eerst kennisgemaakt dankzij de ’Patafysica, de wetenschap van denkbeeldige oplossingen die is ontwikkeld door de Franse schrijver Alfred Jarry (1873-1907). De ’Patafysica speelt met filosofische begrippen, wetenschappelijke ontdekkingen en technische verworvenheden. Zo bedacht Alfred Jarry een ontherseningsmachine, ontwikkelde hij Perpetual-Motion-Food, en berekende hij de oppervlakte van God.

Jarry liet zich niet alleen door de wetenschap inspireren, maar ook door morosofen als Brisset. En Victor Fournié die beweerde dat hetzelfde geluid in alle talen dezelfde betekenis heeft, bracht Jarry tot het fundamentele inzicht dat IN-DUS-TRIE één-twee-drie betekent, in alle talen.

De ’Patafysica is in de eerste plaats een wetenschap, volgens Alfred Jarry dé wetenschap.

Meerdere instituten voor de Patafysica zijn opgericht: in Parijs Collège de ’Pataphysique en in Nederland in het diepste geheim De Nederlandse Academie voor ’Patafysica, de NAP, ook wel Bâtafysica genaamd. Anders dan de dadaïsten voelen de bâtafysici geen behoefte aan rebellie of revolte, aangezien de Bâtafysica de gelijkwaardigheid van alle situaties huldigt. Anders dan surrealisten zoeken de bâtafysici hun heil niet in het onderbewuste, al waarderen ze het als een denkbeeldige oplossing; niet alleen zien ze het dagelijks leven als een zinsbegoochelend avontuur, ook beschouwen ze de logos en de retorica als geestverruimende middelen bij uitstek. Overigens omhelst de NAP het dadaïsme en het surrealisme als patafysische verschijnselen.

De patafysici trekken over de planeet met belangstelling voor alles wat op hun weg komt. Zij leggen wilde verzamelingen aan, ordenen zonder tot een orde te geraken, en laten een spoor van denkbeeldige constructies achter. Patafysici verkennen, net als de morosofen, gebieden die aan de kaarten van de reguliere wetenschap ontsnappen. De onderzoekers meten het onmeetbare, verwoorden het ongehoorde, en mechaniseren het onstoffelijke. Omgekeerd weten zij in het meest banale voorwerp een onverwacht patafysische dimensie bloot te leggen. Zij ontsluiten het gebied van de mogelijkheden waar ieder voorval wordt geregeerd door een eigen wetmatigheid. De patafysici verbazen zich collectief over het consensus omnium en verdedigen de eenmanswetenschap. En iedereen kan Lid worden zonder drieslag, besnijdenis of piercing. De enige inspanning die men moet verrichten is ruimhartig geld storten.

Is Bâtafysica de ontbrekende schakel tussen kunst en wetenschap? Bâtafysica is geen kunst; alle kunst is – bewust of onbewust – patafysisch. Te meer waar zij nieuwe wetmatigheden aan het licht brengt. Met de Deskundologen van de Insektensekte kunnen we zeggen: de Bâtafysica is geen kunst, maar echt.

De NAP treedt alle verschijnselen met dezelfde belangstelling tegemoet. Alles wordt onderzocht op zijn unieke wetmatigheid, op dat wat er iets uitzonderlijks en monsterlijks van maakt. Iedere ordening produceert zijn voorbeeldige wangedrochten, maar ook de orde zelf is monstrueus. Het monsterlijke definieert volgens Jarry het schone. Iedere esthetica is een teratologie. Volgens de Bâtafysica bestaat er niets abnormaals of normaals, alle gebeurtenissen zijn gelijkwaardig monsterlijk dus mooi.

‘Een kameel is een paard ontworpen door een commissie.’ Zo nodig schept de NAP eigenhandig de woestijnen waarin de kameel het ideale dier blijkt te zijn.

Bâtafysici weten tijd, ruimte, identiteit, beroep, nationaliteit en andere bakens waarop de mens zich oriënteert in het dagelijks leven te waarderen als denkbeeldige oplossingen. Als bâtafysici zich van een pseudoniem, masker of vermomming bedienen, als zij zich buiten de gebaande paden begeven of een andere kalender hanteren, is dit dan ook geen protest tegen de gewone gang van zaken, maar een poging het bâtafysisch karakter van het bestaan te proeven en beproeven.

De Bâtafysica lost problemen op die door niemand als een probleem worden ervaren. Sterker: net als de Deskundologie verlost de Bâtafysica ons van problemen door ze te verkeren in emblemen, polyeders van ideeën.

De ’Patafysica is geboren uit een vruchtbare mengeling van wetenschap, geloof, kunst en morosofie; beter gezegd, deze blijken van menselijke inventiviteit zijn patafysische pogingen greep te krijgen op de idiotie van het bestaan.

Enerzijds kan de ’Patafysica leiden tot bijzondere scheppingen. Anderzijds staat de ’Patafysica voor een houding. 'Patafysica is geen filosofie of literatuuropvatting, maar een zienswijze. Sterker nog: de 'Patafysica dient in de eerste plaats geleefd te worden. Dit betekent niet dat je excentriek gedrag vertoont, maar dat je je in alle handelingen, hoe banaal ook, bewust bent van het patafysisch karakter van wat je doet en denkt.

Je kunt dus doodnormale boeken schrijven, naar de kerk gaan, seks hebben, getrouwd zijn, de krant lezen en toch patafysicus zijn. Het gaat niet om een gelaten distantie, niet om een 'innere Emigration' of postmoderne ironie, maar om een bewustzijn van de denkbeeldigheid van je gedragingen en een belangstellend oog voor de uitzonderlijkheid (idiotie) van de meest routineuze handeling. Anders gezegd: de wereld is feitelijk de ware Academie voor 'Patafysica. Iedereen en alles is patafysisch, het enige verschil is dat tussen mensen die dit beseffen en zij die dit niet doen. Het verschil van niets maakt een wereld van verschil: routine die onwetend en passief tegemoet wordt getreden, werkt geestdodend, maar dezelfde routine die met een oog voor het inherent patafysische karakter ervan wordt geleefd, kan leiden tot enthousiasme, zelfs tot extase.