241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Catedral de la Almundena. Dat was de kerk waar ik voor het eerst ex voto tegen kwam, maar ik wist niet wat ik zag. Ik keek gefascineerd naar een muur waaraan tientallen beige gekleurde vormen hingen. Vormen van paraffine die zo uit een menselijk lichaam leken te zijn gemodelleerd. Ik herkende ogen, een lever, hart, ledematen, borsten. Ik nam een paar foto’s.

Later, bij het terugzien van de foto’s realiseerde ik me dat ik niet eerder zo’n een bijzonder verbeelding had gezien van blind geloof. Geloof in een hogere macht die kan beschermen, genezen en die je ook kan bedanken. Tenminste, wanneer je als trouw gelovige zo’n object mocht ophangen aan die grote muur in de kerk.

Ex voto uit Italië, gekocht in Venetië

Ex voto betekend letterlijk: uit wijding geschonken. Dat leerde ik van de conservator van het Catharijneconvent in Utrecht, die ik, na terugkomst in Nederland, vroeg wat ik daar in Spanje had gezien. Ex voto’s zijn vaak kleine voorwerpjes, soms gegoten, soms schilderijen of tekeningen, soms foto’s. Maar eigenlijk kan het van alles zijn, zolang het maar wordt opgehangen met een groot vertrouwen in iets of iemand die, van boven, met mededogen op je neerkijkt.

In vroeger tijden konden de allerrijksten een kaars aan de kerk schenken, zo zwaar als hun eigen lichaamsgewicht. Zolang die kaars brandde, was hun bestaan verzekerd.

Jaren later heb ik met een vriend een tocht door Midden-Europa gemaakt, op zoek naar ex voto’s. We kwamen bij kapelletjes, waar misschien wel honderden houten benen waren opgestapeld, allemaal neergelegd door dankbare gelovigen bij wie misschien een been weer was aangegroeid of anderszins weer kon lopen.

Ongeloof mooi en naïef geschilderde afbeeldingen, waarop was afgebeeld hoe een dierbare gered werd uit een brand, of een ernstige ziekte had overleefd. Met vaak in de bovenhoek van het schilderij een heilige, die het tafereel onder hem liefhebbend gadeslaat.

kunstwerk op basis van ex voto's bij de rechtbank in Groningen
Deze reis heeft geleid tot een kunstwerk, in het gerechtsgebouw in Groningen. Een plek waar de wereldlijke macht zegeviert, maar waar de waarheid nog steeds wordt gestaafd door te zweren met de hand op de bijbel. Je weet maar nooit. Een plek waar de lucht in de bezoekersruimte bezwangerd is met gevoelens rechtvaardigheid, protectie of genade. Waar elk voorwerp mogelijk als bewijslast dient, precies het tegenovergestelde van geloof, die het juist zonder bewijsmateriaal wil stellen.

Gaandeweg zag ik overal ex voto’s, soms behoeftig zoals: briefjes met smeekbedes in een kerk in Cuba en in een bedevaartsoord in Wallonië. Maar vaak ook uit dankbaarheid opgehangen, zoals een lange rij motorhelmen of een altaar foto’s van auto-ongelukken in een kerk in Padua. Of foto’s van vissers in een klein kapelletje aan de Vlaamse kust.

Ook in Nederland, met haar ongedurige godsdienstoorlogen, kent een aantal plekken waar ex voto’s hangen. Natuurlijk in de grote St. Janskerk in Den Bosch, waar vele kleine metalen plaatjes hangen, maar ook in de St. Bavokerk in Haarlem. Enkele bijzondere, zorgvuldige gemaakte scheepjes hangen stil, nee, ze dríjven stil onder het grote gewelf. Een toonbeeld van vertrouwen in de hogere macht, die zal zorgen voor behouden thuiskomst van de vissersboten.

We kennen het allemaal, het zoeken naar bescherming, of iets of iemand willen bedanken. Allemaal hopen we op het bestaan van een hogere macht, iets of iemand die ons ziet. Misschien heeft ieder van ons wel een eigen, prive ex voto, opgeborgen in een eigen, gewijde plek. En dat het niet meer uitmaakt wie je beschermt of wie je bedankt. Als het voorwerpje er maar is, en jij maar weet dát het er is.

Diverse ex voto's, o.a. ex voto's van was uit Fatima, Portugal
Armata Christi in een fles
werken Marc pantus
Armata Christi in een fles

De calvarieberg in een fles.

Iedereen kent wel het intrigerende beeld van het scheepje in de fles.

Hoe is het toch mogelijk dat iemand dat hele ding met masten, zeilen, ra’s, gieken, gaffels, boegspriet en tuigage door de mond van de fles heeft gekregen, zo vragen wij ons in verrukking af. Wat een monnikenwerk en wat een grenzeloze beheersing moet de maker toch gehad hebben, nog afgezien van de enorme hoeveelheid tijd die in het maken van alleen al de onderdelen moet zijn gaan zitten.

Schepen lijken de enige zaken te zijn die hun weg naar de fles hebben weten te vinden. Ik zeg lijken, want er is wel degelijk een andere invulling voor de fles te vinden.


In het zuiden van Duitsland en in Oostenrijk worden sinds lang flessen op ingenieuze wijze gevuld met hele Golgotha’s. In simpel houtsnijwerk uitgevoerde kruisigingen van Christus met om dat kruis evenzovele Arma Christi, ofwel lijdenswerktuigen van Christus.

Arma, dat klinkt ook wel naar wapens en dat zijn het ook. De gelovige ziet in deze symbolen de wapens waarmee Jezus de strijd met de dood is aangegaan, en waarmee hij deze strijd ook heeft gewonnen.


Ik kende die lijdenswerktuigen voordien alleen van een leuk schilderkunstig thema, namelijk de zogenaamde Gregoriusmis. Paus Gregorius draagt een heilige mis op en als bij toverslag verschijnt aan hem Christus als man van smarten. Om hem heen staan, lukraak en stripverhaal-achtig op het doek of het paneel geschilderd, de Arma Christi.

Er zijn een heleboel van die werktuigen. De belangrijkste zijn kruis, doornenkroon, geselpaal, haan, spijkers, hamer, nijptang, dobbelstenen, ladder, lans en spons (op een lange rietstok). Maar de fanatiekeling kan verder gaan, met de doek van Veronica, de zilverlingen die aan Judas zijn betaald, met of zonder zakje er omheen, een hand (waarmee Christus geslagen is), een spugende mond, een portret van Pilatus, een geselinstrument met geknoopte touwtjes, een balsemfles, een koningsmantel, een lamp een fakkel, de kus van judas, de goede en de slechte moordenaar, een emmer (voor de azijn), een stuk papier met daarop INRI, de zon en de maan, een uitbeelding van de verloochening door Petrus, een waterkan en schaal (waarmee Pilatus zijn handen wast in onschuld) een beker (die hij niet aan zich voorbij kan laten gaan) en mijn favoriete lijdenswerktuig, een zwaard met een oor er aan.


Dat oor is van een knecht, en die knecht heet volgens de evangelist Johannes “Malchus”. In het heetst van de strijd in de hof van Olijven, waar Christus gevangen genomen moet worden probeert Petrus in zijn heethoofdigheid nog iets aan de situatie te veranderen, trekt zijn zwaard, en slaat de knecht van de hogepriester het oor af. En de knecht heette Malchus, zo staat het, toch wel een beetje komisch, in dat evangelie.

Aan de hand van deze symbolen kan je het hele verhaal reconstrueren van de gevangenneming in de hof van olijven tot aan de dood van Christus aan het kruis en zijn kruisafname (die de aanwezigheid van zoiets prozaïsch als een nijptang in de fles verklaart).


Ik ken ze heel goed, de passieverhalen van de evangelisten Mattheus en Johannes. Ik ken ze zelfs uit het hoofd, maar wel in het Duits. Dat komt zo: in mijn werk als klassiek zanger zing ik sinds mijn studietijd aan het conservatorium ieder jaar gedurende drie tot vier weken de passies van Bach. Nederland is koploper als het gaat om de hoeveelheid uitvoeringen van deze passies, die ofwel in de vertelling van Johannes dan wel in die van Mattheus worden uitgevoerd. In de loop der jaren moet ik het verhaal inmiddels vele tientallen keren uitgevoerd hebben, waarschijnlijk zelfs meer dan honderd keer per passie.

Voor de leukste details, waar de simpele houtsnijder in zijn winterse boerenhuis zijn mesjes op de houten blokjes kan laten botvieren, moet je bij Johannes zijn. Hij vertelt ons de naam van de knecht die het na de ontmoeting met Petrus met een oor minder moet doen, hij vertelt ons dat het spotkleed, dat Jezus wordt aangetrokken als hij als koning verkleed wordt “Ungenähet” is, “von oben an gewürket, durch und durch”. Zo ver gaat de meeste Geduldsflessenmaker, want zo worden ze ook wel genoemd, “Geduldsflaschen”, niet. Nog afgezien van wat dat eigenlijk precies betekent, “gewürket durch und durch” zijn de mogelijkheden van de gemiddelde beoefenaar van deze hobby niet zo, dat ze erg veel details kwijt kunnen in hun houten flesvulling. De dobbelsteentjes hebben doorgaans wel de juiste hoeveelheid stipjes, en je kan ook echt zien dat het een haan is die daar staat, niet zomaar een vogel, maar verwacht geen filigraan-achtig houtsnijwerk.


Het is volkskunst. Des te ontroerender zijn vaak deze flessen, waarin in de loop van de 20e eeuw ook uitgeknipte plaatjes en stukjes ansichtkaart in worden verwerkt. Om toch ook wat kunstigs te laten zien staan er soms ook cypres-achtige boompjes in de fles. Dat is vast veel makkelijker te maken dan het er uit ziet, en hoewel de cypres niet met naam en toenaam in de lijdensverhalen staat begrijpen we waarom het toch goed is dat ze er bij staan.

In dezelfde streken waar de kruisiging in de fles wordt gestopt zie je dit thema ook buiten de fles, in groot formaat, in de huizen hangen. Dan wordt het een Wetterkreuz genoemd, en op stormachtige dagen en nachten, als zwaar onweer de met riet bedekte hooimijten en boerderijen bedreigde zat het hele gezin bij het Wetterkreuz te bidden om er zodoende voor te zorgen dat God dit huis voor een blikseminslag zou behoeden.

De Eingerichte de ik zelf bezit heb ik allemaal op eBay gekocht en zijn door de post bij mij thuis bezorgd. Het mooiste exemplaar heeft helaas de reis niet goed doorstaan. Het goede nieuws is dat ik daardoor nu ook een exemplaar bezit waarin de aardbeving (een van de beroemdste passages van Bachs Mattheus Passion) in verwerkt is. En dat is zeldzaam.



Buiten Rio is een speciaal museum waar een particuliere collectie volkskunst te zien is, naar zeggen de grootste verzameling van Brazilië. Fransman Jacques van de Beuque reisde de hele wereld over en kocht gedurende veertig jaar de volkskunst op markten en fairs en winkeltjes. Daarna zorgde hij voor een huis om zijn collectie te tonen en dat is nu het museum Casa do Pontal.

De opstelling is veel cleaner dan in het andere museum over volkskunst in Rio de Janeiro. In alle ruimten zijn planken tegen de wand met daarop eindeloos veel keramieken beeldengroepen, een beetje alsof de verzamelaar gewoon alles wilde hebben, zonder een keuze te maken. De collectie is ook wat eenzijdiger. Het beste deel van de collectie is bijna onvindbaar, verstopt in een klein kamertje achter een onopvallend gesloten deur; de hilarische verzameling ‘arte erotica’, dagelijkse tafereeltjes van klei maar dan over seks, met veel overdrijving en humor. De plasticiteit van het medium klei leent zich daar uitstekend toe. Er was veel te ontdekken ondanks dat het licht voortdurend uitging zodat je weer door de sensor heen moest lopen om verder te kunnen kijken.