241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Analemma boven New Jersey

Wat is het Analemma? Welnu, dat is zonder twijfel het best te begrijpen over een tijdsverloop- laten we dus beginnen met DE VERGELIJKING VAN DE TIJD. Een wiskundig construct met een onwerkelijk aanmatigende naam, De Vergelijking van de Tijd wordt gebruikt om de STAND van de zon in de hemel op een specifieke dag, tijdsstip en locatie te vinden. Het ziet er zo uit:

E = 9.87sin(2B) – 7,53cos(B)1,5 sin(B)

Waar E in minuten is en

B = 360°(N – 81)/364als sin en cos argumenten hebben in graden,

of

B = 2(N – 81)/364als sin en cos argumenten hebben in radialen.

Hier is N het zogenaamde dagnummer; N=1 voor 1 Januari, N=2 voor 2 Januari, enzovoort.

The Vergelijking van de Tijd is, eenvoudiger uitgedrukt, het VERSCHIL tussen de tijd op een zonnewijzer en de tijd op een klok. Natuurlijk kwam de zonnewijzer voor de mechanische klok, dus een andere manier om dit verschil te op te vatten is als het verleden dat maat probeert te houden met de toekomst, of hoeveel sneller of langzamer morgen zou moeten zijn dan vandaag of gisteren.

Begrepen?
-Nog niet.

Deze discrepantie tussen zonnetijd (zonnewijzer) en middelbare tijd (klok) ontstaat door twee primaire factoren – EXCENTRICITEIT en OBLIQUITEIT. De aarde draait niet om de zon in een precieze cirkel, maar eerder in een ovaal. Ze koerst op sommige punten sneller dan op andere – dat is haar excentriciteit. De as van de aarde loopt niet precies op negentig graden, maar is gekanteld (2,3 graden) hetgeen maakt dat het draaien van de aarde als dat van een draaitol is – dat is haar obliquiteit.

Deze twee voorwaarden resulteren in het verschil dat wordt uitgedrukt door De Vergelijking van de Tijd als TWEE WEDIJVERENDE SINUSGOLVEN, een met een omlooptijd van een jaar, en een met de helft daarvan. Het verschil over het verloop van een jaar tussen ZONNETIJD en MIDDELBARE TIJD kan oplopen tot 30 minuten. De excentriciteit van de aarde produceert EEN SINUSGOLF MET EEN OMLOOPTIJD VAN EEN JAAR. Haar OBLIQUITEIT produceert EEN TWEEDE SINUSGOLF, MAAR MET EEN OMLOOPTIJD VAN EEN HALFJAAR.

Vervolgens

Het resultaat van deze twee wedijverende sinusoïden, elk met een verschillende omlooptijd, is een terugkerend teken ‘8’, dat zich aftekent tegen het zwerk OVER HET VERLOOP VAN EEN JAAR bij het in- en uit fase geraken van de twee sinusgolven – Dit is de Analemma.

Dus...

Als je een jaar lang iedere dag op hetzelfde tijdstip een foto neemt van de zon in de lucht met een verankerde camera, en de beelden samenvoegt, krijg je dit:

Play
Analemma boven New Jersey

Snap je?

Onder de wortels van bomen, onder de palen die de steden dragen, onder de meren waarin de toren verdronk, kruipen we weg, niemand kijkt naar ons, niemand ziet hoe wij er hier beneden los, los wij zijn los, wij hebben het beest naar binnen gelokt, wij hebben het opgejaagd naar hier, want wij jagen, verbannen de zon en de deur klatert maar door achter de negen watervallen spatten regenbogen op, stolp waaronder wij werden opgekweekt, stollen van steenstille stiltes en zwijgtochten, zwevend stoft het oplichtende steengruis boven de ondergrondse beek, wij steken het vuur aan, kluiven de botten af, brengen de okeren schedels naar voren en tellen hoe lang de tijd al los ligt op de vloer, gevangen in koele kalk kamerswasems getekend door vlekken die pegels werden, wanden die waken over de uitgerekte regen.

Buiten kronkelt de zon, storten de wateren, fikken de velden, maar wij zijn wars van licht, slaan pinnen in steen, klimmen niet op maar neer langs de losse ladders dalen we af, de waterval van voorheen laat de vleermuizen vliegen, geen enkele op zijn kop hangende zwarte gedaante meer tegen het natte gewelf van dit duizend jaar oude hol, huis van de holenbeer, huis van de grottenolm en oeros, hol klinken onze kreten uit de haard van de bloedverwant, reus van een schaduw om het vuur, wij blijven kruipen op dezelfde knieën als zij door de amandelvormige gangen en dwaalden diep, diep komen we neer, wij worden geprikt aan steensplinters, wassen ons niet, nemen de kleur aan van steen, er is voldoende ruimte om de bijlen te slijpen, om het vet van de toortsen te vangen, we looien tot laat, blinderen de toegang met handen die nog op klauwen lijken, strijken de veren op onze armen glad en tasten vooruit in het donker, wij kaatsen de tijd terug, wij raken elkaar aan en proeven de holte achter onze tongen toen we nog niet spraken.