241 Things

1000 Things is een subjectieve encyclopedie van inspirerende ideeën, dingen, personen en gebeurtenissen.

Lees de meest recente artikelen, of mail de redactie om bij te dragen.

Studium Generale 1000things lectures, The Hague

241 Things

Camouflage is een wapen dat het zicht van de tegenstander weet te bedriegen.Al lijkt het vrij onschuldig, een leven kan van een dergelijke visuele deceptie afhangen. Door middel van een speciale toepassing van kleur, tekening en vorm wordt een dier of object versmolten met zijn achtergrond en/of wordt het moeilijker herkend. Dit is zowel van belang voor de prooi als voor het roofdier, dat op deze manier zijn doelwit onopgemerkt kan besluipen.

De mens daarentegen moet het doen met zijn lijfkleur, maar heeft gelukkig altijd nog zijn allesomvattende brein als strijdmiddel. Deze eeuwenoude techniek van moeder natuur, de kunst van het camoufleren, werd al vroeg afgekeken door de monochrome mens. Vegetius schrijft in de vierde eeuw na het begin van onze jaartelling dat de Romeinen hun boten Venetiaans Blauw schilderden, evenals de kleding van de bemanningsleden om zich te 'blenden' met de achtergrond. Het blauw van dit pigment kwam overeen met het donkere diepe blauw van de oceaan die zij overstaken om naar Engeland te varen in opdracht van Julius Ceasar.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd polychrome camouflage voor het eerst op grote schaal toegepast. In 1915 begonnen de Fransen met het uitvoerig beschilderen van hun uitrustingen en wapenvoertuigen. Tot dan toe hadden deze modderige kleuren om minder op te vallen en nu kregen ze aparte kleurvlakken volgens de vorm vervagende kleurtechniek.

De eerste camouflageschilders waren lid van de postimpressionistische en fauvistische (minder stippen en meer vlakken) school in Frankrijk. Later kregen ook modernistische stromingen waaronder het kubisme hun invloed op het camoufleren van de legers, aangezien zij veel kennis hadden van verstorende contouren, kleurentheorie en abstractie. In Frankrijk werd zelfs een officiële ‘Section de Camouflage’ opgericht waar schilders te werk gingen. Mocht je het idee hebben dat kunst slecht gedijt in tijden van oorlog; het blijkt dat kunst en oorlog angstvallig goed door één deur kunnen gaan. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog werkten er zo’n duizenden ‘camoufleurs’ in ateliers rondom Parijs en nog eens duizenden schilders aan de frontlinies.

Het kubisme kwam al helemaal militair tot zijn recht toen kubisten de opdracht kregen Britse en Amerikaanse schepen te beschilderen. Het Venetiaans blauw van de Romeinen en andere pigmenten bleken niet effectief genoeg te zijn op zee om de boten nagenoeg onzichtbaar te maken door de veranderlijke weersomstandigheden op zee.

Gek genoeg bevonden de kleuren die nodig waren om het schip te camoufleren zich niet in het blauw/grijze spectrum, maar juist in scherp contrasterende kleuren zoals wit, zwart, blauw, rood et cetera. Norman Wilkinson, een Brits marineofficier en schilder, bedacht om het schip te beschilderen in geometrische vlakken met deze kleuren, zodat het varende schip door vormvervaging moeilijk in te schatten was voor de tegenstander, die verblind zou worden door de kleuren en daarom zijn torpedo mis zou schieten.

Het effect van de beschilderingen was zelfs zo groot dat het bijna niet in te schatten was welke kant het ‘razzle-dazzle’ schip op voer. Aan het einde van de oorlog werden er geen schepen meer op deze manier geschilderd. De uitstraling van deze schepen paste toch niet helemaal bij de militaire geest en maakte schepen zichtbaar voor vliegtuigen.